“Ik wil rabbijn worden maar ik geloof niet in God” – met die woorden werd rabbijn Marianne van Praag (66) twintig jaar geleden tijdens de ballotage toegelaten tot de rabbijnenopleiding. “Ik heb mijn leven lang gedacht dat er iets voor mij was, maar ik wist niet wat. De decaan, een rabbijn, reageerde op mijn opmerking met: ‘Is er dan iemand die dat van je vraagt? Ik weet niet wat voor beeld jij van God hebt’. Toen hij dat zei, dacht ik: nu heb ik het eindelijk gevonden.”

Waarom wilde je rabbijn worden als je niet in God geloofde?

“Het kwam op mijn pad en ik stond ervoor open. Ik was al sinds mijn vierde deel van de liberale joodse gemeenschap. Later heb ik er jarenlang les gegeven aan de kinderen. Kijk: het merendeel van de joden is niet met religie bezig. En als we wel met religie bezig zijn hebben we het niet over geloven. We discussiëren, leggen verschillende interpretaties naast elkaar, vertellen verhalen, zingen samen. Het christendom is een geloof en zonder het geloof in Christus heb je als christen geen identiteit meer.

In het jodendom wordt er helemaal niet om geloof gevraagd, wordt er niet over gepraat

marianne van praag

In het jodendom wordt er helemaal niet om geloof gevraagd, wordt er niet over gepraat. Daarom vormde mijn uitspraak geen probleem, integendeel haast. Religie is maar een fractie van de joodse identiteit; veel joden zijn honderd procent joods, maar niet gelovig of religieus. Mijn vader was zo iemand en ook mijn dochter is zo antireligieus als de pest – maar joodser dan hen krijg je ze niet.”

Geloof je nog steeds niet in God?

“Tijdens de opleiding liep ik stage bij dezelfde rabbijn. Op Grote Verzoendag leidde hij de dienst en ik keek mee. Je moet weten: joden knielen niet, behalve op Grote Verzoendag. En hij had tegen mij gezegd: ‘Jij knielt maar’. Ik was in alle staten: is die man helemaal betoeterd, mij een beetje vertellen dat ik moet knielen, dat bepaal ik zelf wel! De stoom kwam nog net niet uit mijn oren. Ik stond nog steeds ruzie met mezelf te maken toen het moment van knielen aanbrak. Ik zag hem naar me kijken vanuit zijn ooghoek.

Marianne van Praag: 'Ik heb liever een gesprek dan een dialoog. Dat is vriendelijker en vrijer'© Unsplash

We hebben in het jodendom een gezegde ‘na’asee wenisjma’: doe het nou maar dan zul je misschien achteraf begrijpen waarom je het wel of niet moest doen. Dus ik denk: What the hell, en ik kniel. Het was in een oud schoolgebouwtje en ik weet nog dat het prachtig weer was buiten en dat ik de vogels hoorde zingen. En ik dacht: hier lig ik dan met mijn snufferd op de grond. Ik realiseerde me dat de muren konden instorten maar dat die zon zou blijven schijnen en de vogels zouden blijven zingen. Hier lag alleen een ingepakt ego.

Ik hoorde weer de woorden van de rabbijn: ‘Ik weet niet wat voor beeld jij van God hebt’, en ik realiseerde me dat ik tot dan toe het christelijke beeld van God had: God als vader, zoon – ik kon daar allemaal niks mee. En dat terwijl ik super joods ben opgevoed! Toen kreeg ik het beeld van het goddelijke als een diamant. En daar kan ik wél wat mee. Iedere keer als er iets moois gebeurt, is het net alsof een van de facetjes van die diamant wordt opgepoetst en straalt. Dat is voor mij dan een goddelijk moment.”

Wat drijft je als rabbijn in Den Haag?

“Als je een boekenwinkel binnenloopt struikel je haast over de mindfulness-boeken. Er zijn zoveel mensen op zoek naar het goede leven. Ondertussen heeft de joodse traditie al eeuwenlang alles in huis voor een goed leven en een goede wereld. We zijn niet met veel maar als je oplet zie je dat joden buitenproportioneel veel toevoegen aan de maatschappij. Ik geloof dat dit alles komt door de typische joodse traditie en cultuur van leren, denken, ontwikkelen en verantwoordelijkheid nemen.

We zijn niet met veel maar als je oplet zie je dat joden buitenproportioneel veel toevoegen aan de maatschappij

marianne van praag

Waar christenen reikhalzend uitzien naar de komst van de Messias zijn joden hard aan het werk om zélf de Messias handen en voeten te geven. We wachten op de Messiaanse tijd en ieder mens heeft een stukje van de Messias in zich. We nemen onze verantwoordelijkheid door middel van het volgen van de 613 ver- en geboden die we hebben gekregen. Veel daarvan kunnen we niet houden omdat die voor de hogepriester in de tempel waren, maar er blijven er nog genoeg over. Daarbij vind ik wel belangrijk dat ik er niet ben voor de regels, maar de regels er zijn voor mij.

In de orthodoxie ben ik er om die regels staande te houden, maar voor mij zijn die regels handvatten om tot de kern van het leven te komen. Aan de regels ligt immers een diep respect voor de wereld, de ander en de dieren ten grondslag. God gaf ze aan ons, via de Thora, nadat hij de wereld had geschapen en zich had teruggetrokken. Hiermee hebben we alles gekregen wat we nodig hebben om de wereld te vervolmaken.”

Wat is de kern van het jodendom?

“In onze traditie vertellen we vaak verhalen, hier is ook een mooi verhaaltje over. In de derde eeuw waren er twee rabbijnen: Hillel en Shammai. Shammai was streng, Hillel een stuk liberaler. Ze hadden beiden hun eigen leerschool, waren het niet met elkaar eens, maar wel bevriend met elkaar.

Op een dag kwam er een niet-joodse man bij rabbi Shammai die hem vroeg of hij, in de tijd dat hij op één been stond, hem kon vertellen wat de kern van het jodendom is. Shammai vond het een belachelijke vraag, daar waren ze immers voortdurend op aan het studeren. Dus joeg hij hem weg. Toen ging de man naar Hillel en vroeg hem hetzelfde. Hij antwoordde: ‘Ga maar staan. Wat u niet wil dat u geschiedt doe dat ook een ander niet, – komma –, ga heen en leer.’

Waar christenen reikhalzend uitzien naar de komst van de Messias zijn joden hard aan het werk om zélf de Messias handen en voeten te geven

marianne van praag

Het eerste deel van de zin is de essentie van het jodendom en ja, het is ook de essentie van het christendom, maar dat is een kindje van het jodendom. En ja, het is in principe ook de essentie van de islam, wat weer een kindje is van het christendom. Het tweede deel van de zin is door en door de joodse cultuur, zoals de komma dat ook is die ik zo expliciet noem: steeds een komma in plaats van een punt. Het leren gaat altijd door.”

Wat voor belang hecht je aan de joods-christelijke dialoog in Nederland?

“Joden hebben geen dialoog nodig om andersdenkenden of -gelovigen te respecteren. Discussie en verschillende interpretaties liggen in het hart van het jodendom; er is niet maar één waarheid. Het joodse woord voor waarheid is ‘emet’, dat uit twee gedeeltes bestaat: Em, van moeder – je wordt geboren – en Met, van ‘mawet’, wat de dood betekent. Dat is de enige absolute waarheid: je wordt geboren en gaat dood – de rest is interpretatie.

Overigens heb ik liever een gesprek dan een dialoog. Dat is vriendelijker en vrijer. Bij een dialoog moet je iets met verschillende standpunten, is er iets wat wringt waar je samen uit moet komen en is je vertrekpunt én doel anders. Daarbij gaat die dialoog vaak over wat je gelooft, terwijl dat voor ons niet zo’n interessant of nodig gespreksonderwerp is.”

Maar je bent toch flink actief op het vlak van de joods-christelijke en interreligieuze dialoog? Waarom?

“Vanuit christelijke hoek is de afgelopen jaren de openheid naar het jodendom enorm gegroeid. We worden overspoeld met verzoeken voor lezingen, artikelen et cetera. Dat gesprek is niet zozeer joods-christelijk, maar christelijk-joods; vanuit christelijke kant wordt er een beroep op ons gedaan terwijl wij zoiets hebben van: laat ons onze gang maar gaan zoals we altijd al onze gang zijn gegaan. Waarom christenen dat gesprek wel willen? Onder hen leeft een schuldbesef van eeuwen waar ze mee in de maag zitten. De kerk is verantwoordelijk voor het antisemitisme in de wereld, probeer die tweeduizend jaar maar eens goed te maken.   

Vanuit christelijke hoek is de afgelopen jaren de openheid naar het jodendom enorm gegroeid

marianne van praag

Ik sta open voor dat gesprek, vind het ook belangrijk en ik neem inderdaad deel aan allerlei interreligieuze overleggen en toestanden. Het is prachtig dat die openheid er nu is. Het is helend om elkaar te ontmoeten. Christenen hebben het nodig om te laten zien dat ze zijn veranderd en joden hebben het nodig om te zien dat niet iedereen een antisemiet is. Maar het is wel omdat de christenen hun dogma’s veranderd hebben dat wij steeds mogen komen opdraven. Het is haast niet op te brengen, onze gemeenschap is zo klein!

Van de honderdtwintigduizend joden in Nederland zijn er honderdduizend vermoord. Onderhand telt Nederland ongeveer veertigduizend joden, waarvan zo’n achtduizend zijn aangesloten bij een gemeente. De orthodoxie doet over het algemeen niet mee aan de interreligieuze dialoog waardoor het vooral neerkomt op de liberale joden; dat zijn dus maar zo’n vierduizend zielen!”

David Wertheim zei onlangs in Volzin: ‘Joden zijn best bereid uitleg te geven over hun gebruiken, maar hebben geen behoefte aan een dergelijke dialoog.’ Dat onderschrijf je dus?

“Dat onderschrijf ik, ja. Maar ik kom steeds weer opdraven omdat ik de ontmóeting zo belangrijk vind. Levinas zei het al: ‘Wie is God? God is in de ogen van de ander’. Dat is waar het om gaat en waar ik voor ga. Het menselijke aspect is wat mij drijft, dat iedereen respect verdient voor zijn eigen mening. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, heerlijk! Dat houdt het levend. De schoonheid van met elkaar bezig zijn, ieder vanuit zijn eigen overtuiging, met een eigen huis waar hij of zij zich thuis voelt. We hoeven niet een groot huis te creëren voor iedereen.

Ik heb liever een gesprek dan een dialoog. Dat is vriendelijker en vrijer

marianne van praag

In de traditie wordt er gesproken over de God van Abraham, de God van Isaak, de God van Jakob. Hoezo is dat, als er maar één God is? Omdat iedereen zijn eigen gevoel en interpretatie heeft van God. Als je daar de ruimte voor krijgt kan er opeens veel meer. Daarom hebben we voor het goddelijke niet één naam, want dan prik je het vast. Het gaat iedere keer om een van de talloze eigenschappen, een van de facetten van die diamant, die je op dat moment nodig hebt.” 

Het is duidelijk dat we veel kunnen leren van het jodendom. Is er ook iets wat joden kunnen leren van christenen of moslims?   

“Het klinkt misschien arrogant, maar: nee. Vergelijk het met een boom: de wortels en de stam zijn het jodendom, de takken het christendom en de bloemen en vruchten de islam. Christenen en moslims zijn de kinderen die een andere kant op gaan, maar hun bron en oorsprong is steeds hetzelfde: de joodse traditie. Het respect voor andere tradities is er zonder meer, maar op inhoudelijk vlak zeg ik: alles wat de mensheid nodig heeft zit in de Thora.

Natuurlijk luister ik naar een ander en kan het me inspireren hoe een dominee of een imam iets aanvliegt of tegen iets aankijkt. De bekeringsdrang van christenen vind ik wel een probleem overigens, daar zijn we echt faliekant tegen. Waar haal je de brutaliteit vandaan om naar Afrika te gaan en de mensen daar te vertellen dat ze het fout doen om ze vervolgens te vertellen hoe het wél moet?”

Anne-Maria van Hilst zei eerder in deze serie dat het interreligieuze gesprek ook heel leuk is. Hoe zie jij dat?

“Het is echt niet altijd leuk, maar het is wel belangrijk. Dan word ik weer gebeld voor een multiculturele ontmoeting die op een zaterdag plaatsvindt – het lijkt me toch de basis dat je weet dat wij op zaterdag de sabbat houden. Of dan leg ik in een kerk uit dat Christus in het jodendom geen rol speelt en dat ik volledig respecteer dat dit in het christendom wel het geval is, om aan het einde te horen: ‘Ik vind het toch wel heel moeilijk dat jullie Christus niet aanvaarden’. Dat ‘I’m right, I’m right, you’re wrong’ – ik kan er niet tegen. Zo vermoeiend.

We hebben een andere waarheid, prima. Er zijn meer wegen die naar Jeruzalem, Rome, Mekka of waar dan ook leiden. Geen enkele reden om in de kramp te schieten. Ik neem het ze niet kwalijk. Maar om uit die kramp te komen, om uit de stagnatie te komen, om de deur weer een klein beetje open te zetten, om van de punt weer een komma te maken – dáár is dat gesprek voor nodig.”

Neemt volgens jou het antisemitisme toe in Nederland?

“Ik ben nog nooit met antisemitisme in aanraking gekomen, maar dat zegt niks. Ik zit niet op social media, ik woon in een keurige witte kakbuurt en waar ik uitgenodigd word, zijn ze pro want anders nodigen ze me niet uit. Maar we hebben al jaren de marechaussee voor de deur staan, hoe zot is dat. Dus blijkbaar is het er wel, anders zouden we hen niet nodig hebben.

Ik ben nog nooit met antisemitisme in aanraking gekomen, maar dat zegt niks

marianne van praag

We bedanken hen elke keer weer uitbundig, ze staan daar wel met hun léven voor de deur. Ik hoor wel dat het online behoorlijk los kan gaan. En dan die complottheorieën dat joden corona hebben uitgevonden zodat ze medicijnen konden maken en verkopen. Maar of het toeneemt, dat weet ik niet.”

Kerst en Chanoeka vallen op dezelfde dagen dit jaar. Een mooie kans om samen te vieren?

“Dat interesseert me niet. Ik baal er vooral van. Kerstmis en Pasen zijn de hoogtepunten van mijn jaar, want dan hoef ik eindelijk eens helemaal niks. Terwijl iedereen hysterisch is over cadeaus, maaltijden, visites et cetera, heb ik eindelijk rust. De rest van het jaar werk ik eigenlijk veel te hard, twee jaar geleden belandde ik nog in het ziekenhuis omdat ik niet meer kon slikken. Dus dat het nu samenvalt vind ik helemaal niks, het berooft me van dat de enige paar dagen in het jaar dat ik niks hoef. Ik moet het rustiger aan doen, dat weet ik wel. Maar alles wat ik doe is zo leuk en belangrijk!”

Marianne van Praag (1956) is rabbijn in de Liberaal Joodse Gemeente Beth Jehoeda in Den Haag. Ze kreeg haar rabbinale bevoegdheid in augustus 2008 als één van de eerste vrouwelijke liberaal-joodse rabbijnen in Nederland. Ze is zeer actief op het vlak van de interreligieuze ontmoeting, vanuit het verlangen de rijkdom van de joodse traditie door te geven. Voordat ze rabbijn werd is ze werkzaam geweest in het onderwijs, secretaresse geweest op een advocatenkantoor, heeft ze veertig jaar gestreden voor de positie van de vrouw in het liberale jodendom en heeft ze vijf jaar in Israël gewerkt – onder andere als toeristengids. Marianne is getrouwd, heeft twee volwassen kinderen en drie kleinkinderen.