De westerse leefwijze vraagt veel van mensen en hun omgeving. Maar wat als je daar niet aan mee kunt of wilt doen? In de serie 'Nieuwe levenswijzen' worden mensen geïnterviewd die het roer omgooiden en voor een andere weg kozen. Welke wijsheid ligt daarin besloten?

Wat volgt op het besluit van Leclaire is een zoektocht naar een leven met meer rust, plezier en betekenis. Ze spreekt economen, filosofen, psychiaters en psychologen, leest boeken van spirituele, filosofische en theologische gidsen en tekent haar inzichten op in het boek Minder moeten, meer leven. Op het eerste gezicht kan het lijken op het zoveelste zelfhulpboek, maar Leclaire krijgt het voor elkaar om het gemiddelde niveau van dit genre te overstijgen. Open en eerlijk schrijft ze over de inzichten die ze opdoet, terwijl het leven ondertussen van alles op haar pad werpt om te toetsen of die mooie levenslessen ook in een nietsontziende realiteit overeind blijven staan. Dat doen ze, zo blijkt. Anno 2021 is Leclaire wellicht drukker dan ooit – iets té druk naar haar zin – maar van moeten is nog steeds geen sprake. Van bezieling des te meer.

Wat maakte dat je vond dat het roer om moest in je leven?

“Ik vond dat ik te gestrest raakte over dingen die niet echt belangrijk waren. Dat was redelijk nieuw voor mij. Gedurende de twintig jaar dat ik met mijn ex samen was hebben we veel tegenslag gehad. Vooral hij: in al die jaren heeft hij veel dierbaren verloren. Het ging maar door; op een gegeven moment stierf zijn neefje van acht en werd onze dochter heel ziek, lymfeklierkanker. Er was dus genoeg reden tot zorg. Maar toen we een paar jaar verder waren, en alles eigenlijk best goed ging, merkte ik dat ik nog steeds gespannen was. Ik sliep heel slecht en werd met buikpijn wakker. Ik zag die stress ook bij de mensen om me heen: mensen die in goede omstandigheden verkeerden maar toch gebukt gingen onder allerlei verplichtingen, verplichtingen die ze veelal zichzelf hadden opgelegd. Zoveel moeheid en burn-outs – dat is toch eigenlijk heel erg jammer van je leven? Als je gezond bent, genoeg te eten hebt en je kunt het een beetje gezellig hebben samen, dan zou er toch veel meer te genieten moeten zijn?

Wat vreemd dat we zo opgejaagd zijn dat we niet eens meer kunnen waarderen wat goed gaat

annemiek Leclaire

Ik weet nog goed het moment dat ik besloot er meer van te maken dan alleen een persoonlijke zoektocht. Ik kwam terug van vakantie en ging bloemen halen. Op weg naar de bloemenwinkel trof ik allerlei buren. Ik maakte met iedereen een praatje en de algemene tendens was: ‘Wat jammer dat we weer thuis zijn, want nu gaat het leven hier weer beginnen’. Een klant in de bloemenwinkel barstte zelfs in tranen uit. Waarom? Omdat haar zaak zo goed liep dat ze nu naar een villa ging verhuizen en ze zo veel te doen had dat ze het niet meer kon overzien. Ik wandelde terug naar huis en dacht: Wat vreemd dat we zo opgejaagd zijn dat we niet eens meer kunnen waarderen wat goed gaat.”

Die stress terwijl het goed gaat bleek voor jou persoonlijk uiteindelijk van korte duur. Niet lang nadat je besloot te ontploeteren stond je leven alweer op z’n kop. De twintigjarige liefdevolle relatie met de vader van je kinderen eindigde in een scheiding en je nieuwe geliefde overleed plotseling aan een gescheurde aorta. Had je niet zoiets van ‘de boom in met je ontploeter-zoektocht’?

“Nou, ik was op zoek naar ‘echt leven’ dus het kreeg juist een veel urgenter karakter. Daarbij ervoer ik dat de veranderingen die ik al had doorgevoerd mij in staat stelden deze klappen beter op te vangen en mij beschermden tegen radeloosheid. De rouw en het verdriet verhinderden niet dat ik zin had om op te staan ’s ochtends, dat ik zin had om het vuur aan te steken in de dag. Ik had mijn leven op een meer betekenisvolle manier georganiseerd: ik deed niks meer waarvan ik de zin niet inzag, nam minder werk aan en dompelde me regelmatig onder in stilte. Vooral die stilte thuis was zo belangrijk. Dat heb ik echt als genezend ervaren. Het was een stilte waarin niets hoefde, waarin niemand iets aan mij vroeg en waarin ik helemaal alleen was.

Misschien is dat wel genade, dat ik erop kan vertrouwen dat het mijn lichaam is die me steeds weer overeind trekt

ANNEMIEK LECLAIRE

Al met al had en heb ik mijn leven zo ingericht dat ik alles wat er gebeurt probeer aan te gaan. Het verdriet is een soort golf, door me mee te laten voeren verdrink ik niet. Het overspoelt me nog wel eens, de pijn en het verlies – maar ik probeer me eraan over te geven. Op een bepaald moment keert het tij weer en sta ik op. Dat is geen wilsdaad, dat voltrekt zich gewoon. Het is eigenlijk allemaal heel simpel en weinig verheven. Zitten met de pijn totdat het lichaam zelf zegt: ik heb zin in een kopje thee. En je dan maar opstaat om het water op te zetten.”

Heel simpel? Ik vind het toch moeilijk te volgen. Iedereen begrijpt het als je in zo’n situatie juist níet je bed uit kunt komen. Laat staan dat je dan nog zin hebt in wat dan ook.

“Misschien is dat wel genade, dat ik erop kan vertrouwen dat het mijn lichaam is die me steeds weer overeind trekt. Ik geloof dat dat een soort levensinstinct is, een blinde wil tot leven – zoals Schopenhauer dat zegt. Waar hij dat pessimistisch beschouwt, zie ik juist dat daar een enorme troost in schuilt. Als alles stopt, als ik zelf niet meer kan bedenken wat de zin van het leven is, dan is er altijd nog mijn lichaam dat wakker wordt en die stap uit bed zet. Die handeling onttrekt zich eigenlijk aan iedere mentale opdracht, het is iets wat het lichaam uit zichzelf doet en dat vind ik van een grote schoonheid.

Ik denk dat het leven niet veel meer is dan het leven zelf. De beweging die, vanuit het organisme waar adem in is gekomen, zichzelf voortstuwt. Zoals het plantje dat hier op tafel staat: als de zon schijnt richten de bloemen zich naar het licht. Het is de inherente drang om te leven. Zoals filosoof Henri Bergson het omschrijft: ‘Het gaat erom de ziel van het leven zelf te voelen kloppen en de onverwachte golfbewegingen te volgen van het zelf dat zich laat leven’. De zin die ik ervaar midden in de pijn is gek genoeg helemaal gespeend van een heel zingevingsverhaal. Het is het gehoor geven aan iets in je dat ergens om vraagt. Ja, dat is denk ik genade: de overgave aan iets dat naar leven neigt zonder de wilsdaad om je weer tot het leven te keren. Ik denk niet dat er iets is wat waarachtiger is.

Uiteindelijk denk ik dat niet de pijn een probleem vormt, maar de ervaring van betekenisloosheid. Wanneer je kunt breken in de pijn, écht kunt breken, dan zit daar immers verlossing. Het is een sterk fysieke gewaarwording, dat je hart breekt. Maar met dat breken ontstaan er weer openingen waardoor het leven binnen kan stromen. Iemand die me hierin veel heeft gegeven is de boeddhistische non Pema Chödrön. Zij heeft het in dit verband over een vorm van levensmoed die ze ‘tenderhearted bravery’ noemt: de moed om, wanneer de grond onder je voeten vandaan is geslagen, je te wenden tot je angst in plaats van die uit de weg te gaan. Ik vat het in mijn boek zo samen: ‘Niet verdwijnen maar steeds opnieuw terugkeren, naar die bleke plek waar geen dualiteit bestaat tussen pijn en de rest van het leven, maar in een grotere realiteit te leven valt, dooraderd van verdriet maar ook van zorg en liefde voor de wereld, en ontzag voor die wereld, met dankbaarheid om daarvan deel te kunnen uitmaken, met concentratie op dat wat betekenis heeft. Het is een open plek, een onschuldige plek, “a more tender, shaky kind of place” zoals Chödrön dat noemt. Er is daar alleen geen ruimte meer voor geploeter, of voor blinde gejaagdheid’.”

Terwijl geploeter en blinde gejaagdheid bij uitstek onze huidige tijd en cultuur karakteriseren. Valt daaraan te ontkomen?

“Ik ben deze zoektocht begonnen als representant van de groep ‘sukkels die het te druk hebben’. Ik maak mezelf geen illusies: ook ik ben een kind van mijn tijd. Het is ontzettend moeilijk om je aan de prestatiemaatschappij en het idee van de ‘BV IK’ te onttrekken. Het helpt ook niet mee dat de secularisatie gepaard ging met een enorm verlies aan externe betekenisgeving. Betekenis geven is een hyper-individualistische aangelegenheid geworden, veel mensen zijn zoekende. Daarnaast is er met het verdwijnen van die kerkelijke structuur ook een extern opgelegd ritme weggevallen. Dat was een ritme dat mensen bij elkaar hield. De secularisatie heeft een nieuw veeleisend ordeningsprincipe meegebracht: dat je jezelf als een neoliberaal mens duidt dat aan zichzelf genoeg heeft en het allemaal wel in z’n eentje kan en ook móet doen – en als dat niet lukt is dat je eigen schuld.

Uiteindelijk denk ik dat niet de pijn een probleem vormt, maar de ervaring van betekenisloosheid

ANNEMIEK LECLAIRE

Samen met de onzichtbare tijdsversnelling waaraan we allemaal ten prooi zijn gevallen - waar de filosoof Hartmut Rosa mooi over heeft geschreven - is het geen wonder dat er zoveel burn-outs zijn. De kerkelijke structuur bracht ook verbinding, betekenis en rust mee. De vraag is of al de dogma’s die ervoor in de plaats zijn gekomen ons zo vooruit helpen. Natuurlijk was het ook belangrijk om los te komen van de kerkelijke dogma’s, maar het maakbaarheidsideaal waar we nu mee te maken hebben brengt weer eigen moeilijkheden mee. Het creëert niet zozeer een ‘dik ik’ als wel een ‘opgeblazen ik’, dat bij het minste speldenprikje als een ballon leegloopt waarna er juist een heel dun ik overblijft.”

De remedie om hiertegen in het geweer komen zijn volgens jou: lust, melancholie en leegte. Je onderscheidt ze als de drie kernelementen die noodzakelijk zijn voor een vrijer leven. Kan je dat uitleggen?

“Eigenlijk lopen die drie als rode draden door mijn leven, boek en ook dit gesprek heen. Ik heb echt ervaren dat ze de sleutel zijn tot ‘meer leven’, écht leven. Lust is dat vuur aan willen steken in de dag, de zin om dingen te doen. Dat is niet een kwestie van je regelmatig bezighouden met leuke hobby’s ofzo, nee, het begint met harde keuzes voor wat je op een dag wilt doen en je daar krachtig voor inzetten. Daarvoor is het nodig dat je voortdurend met jezelf in gesprek blijft, jezelf vraagt wat er op dít moment voor jou de meeste waarde heeft, in verbinding met de mensen om je heen. Het gaat erom een leven te vinden dat past bij wie jij ten diepste bent en bij wat op dit moment van je leven belangrijk voor je is, bijvoorbeeld de zorg voor ouders of kinderen – om daar steeds opnieuw je leven omheen te kunnen vouwen. Lust staat ook voor ‘liefde’: keuzes maken in relatie tot dierbaren.

Een tweede remedie tegen ontploeteren die ik begon te onderscheiden in de gesprekken die ik voerde en de boeken die ik las is: het accepteren van je beperkingen. Het op een constructieve manier omgaan met de keerzijde van het leven en het veranderlijke daarvan. Ik vat het zelf samen als melancholie: in een soort mild verdriet ervaren wat er allemaal aan je voorbij gaat, wat niet lukt, wat je niet bent, wat anderen niet kunnen zijn – het is iets wat met de tragiek van het leven te maken heeft.

Tot slot is er nog de onontbeerlijke leegte. Oningevulde tijd, in de stilte zakken en de ruimte die zich daarin ontvouwt. Het is ook de enige manier om wat meer afstand te creëren ten aanzien van wat er allemaal gebeurt en hoe mensen de dingen doen. Eventjes het anker uitgooien in de dag.”

Sinds je zoektocht zijn er een paar jaar verstreken. Heb je het minder moeten, meer leven weten vast te houden in de praktijk van je dagelijkse leven?

“Ja. Echt. Ik ben op dit moment erg druk, drukker dan ik zelf fijn vind. Ik ben een gesprekspraktijk in zingeving aan het opzetten, er is vraag naar een programmering om gesprekken vorm te geven naar aanleiding van mijn boek Het gesprek van je leven wat net uit is gekomen en ik moet een jaar lang dubbele woonlasten betalen omdat ik straks ga verhuizen naar een complex dat nog gebouwd moet worden – iets waarbij ik in de plannen volop betrokken ben. Bovendien ben ik moeder van twee tieners. Toch wil ik al deze dingen wél doen omdat ze allemaal voor mij van waarde zijn. Ondertussen zorg ik voor rust: elke dag doe ik ademhalingsoefeningen, meditatie en een vorm van gebed - regelmatig wegzinken in aandachtsvolle stilte ervaar ik als onmisbaar. En ik wandel heel veel. Zo heb ik door de dag heen manieren geweven om de gejaagdheid op afstand te houden. Dat begon met zelfdiscipline, maar ik heb er nu elke keer een enorm verlangen naar.

Het is ontzettend moeilijk om je aan de prestatiemaatschappij en het idee van de ‘BV IK’ te onttrekken

ANNEMIEK LECLAIRE

Al met al ben ik in een soort van kind-flow beland. Waar ik vroeger als kind werd opgejaagd wanneer ik niet opschoot omdat ik overal wat moois zag, zit daar nu juist mijn hele betekenis in: dat ik stil mag staan om een slakje of steentje te bekijken. Dat is voor mij echt het leven zoals ik het graag leef: het onderzochte leven, van minuut tot minuut. Dat je in verwondering kan zijn over van alles. Het is een bezield leven waar ik volop de vruchten van pluk. Écht leven, vol veerkracht, plezier, zin en aandacht.”

Annemiek Leclaire (1969) werkt als journalist voor onder meer Het Financieele Dagblad, NRC, Vrij Nederland en Flow. In 2017 gooide ze het roer om en besloot te gaan ‘ontploeteren’. Ze bundelde haar inzichten in het boek Minder moeten, meer leven (2019). Onlangs verscheen van haar hand: Het gesprek van je leven. Vijftig prominenten over het gesprek dat hun leven voor altijd veranderde. Ook heeft ze een gesprekspraktijk opgezet waarin ze mensen helpt ‘op verhaal te komen’. Leclaire heeft twee kinderen en woont in Amsterdam.