Ik kan niet ademen

maarten luwte king (fragment)

mijn naam is anton karel willem anton simon isaak
maar nu ben ik even maarten
maarten in de luwte
martin luther king
hoor me preken zoals een predikant doet
heb lopen zwoegen
gooide vroeger met negerzoenen
blanke vla en jodenkoeken (…)
we leven in een staat
waarin iemand door zes politiemannen wordt belaagd
op de grond ligt en zegt
ik kan niet ademen
ik kan niet ademen
ik kan niet ademen
en dan door de politie zelf
wordt aangeklaagd
een droom zonder plan is een wens
een mens met een stem is immens
martin luther was geweldloos
malcolm x die had een grens

de een zegt we lopen een mars
de ander zegt lik me mars
is dat bekend
in het echt kan ik niet ademen maar in mijn dromen wel
dus ik leef in een droom van vrijheid en broederschap
zoals martin luther king ooit heeft voorspeld

Akwasi (artiestennaam van rapper Akwasi Owusu Ansah, 1988), uit: Laten we het er maar niet over hebben, Ambo/Anthos, 2018

Dit gedicht past echt in deze tijd. Het geeft weer wat er nu in de wereld aan de hand is. Het beschrijft een werkelijkheid die voor veel mensen echt is. Iemand ligt op de grond en zegt tot drie keer toe: ik kan niet ademen.

Het gedicht van Akwasi is uit 2018. We zijn twee jaar verder en zitten weer in dezelfde discussie. Aan de demonstraties na de gewelddadige dood van George Floyd zie je hoeveel werk er nog te doen is op het gebied van racisme en discriminatie, ook in Nederland. Dat laat ook dit gedicht zien. Het is geschreven door een jonge zwarte man, die in Nederland is opgegroeid. Ik denk dat het van belang is om te weten hoe zo iemand deze tijd ervaart; in de meeste Nederlandse poëzie lees je daar niks over.

Het gedicht schuurt, omdat het de taal van de straat spreekt, de taal van de jeugd. Het schuurt ook omdat Akwasi de keus laat tussen twee burgerrechtenactivisten die nogal verschillend in de discussie stonden; Martin Luther King die geweldloos was en Malcolm X die het geweld niet schuwde.

Het is duidelijk dat hij zijn mond niet langer wil houden, hij eist zijn plek op in deze wereld. Dat geldt voor mijzelf trouwens ook. Maar ik ben misschien wel meer een Martin Luther King die zegt dat we het samen zullen moeten doen, dat we de verbinding moeten blijven zoeken. Zo zit ik nou eenmaal in elkaar.

Maar er groeien nu ook jongeren op die zeggen: hoezo? Waarom voeren we deze discussie nog? Waarom moet ik mijn recht om hier te zijn, bewijzen? Waarom word ik achtergesteld? Waarom word ik iedere keer aangehouden, terwijl ik gewoon eerlijk mijn centen verdien? Waarom word ik überhaupt nog allochtoon genoemd terwijl ik hier geboren ben?

Er groeien nu ook jongeren op die zeggen: hoezo? Waarom voeren we deze discussie nog? Waarom moet ik mijn recht om hier te zijn, bewijzen?

dagmar oudshoorn

Ik ben ook een persoon van kleur. In de discussie over racisme word ik daar meteen mee geconfronteerd. Dan gaat het niet alleen over mij als directeur van een mensenrechtenorganisatie, maar ook over Dagmar, iemand die zelf racisme en discriminatie heeft meegemaakt.

Ik merk dat niet meer dagelijks. Naarmate ik ouder word, komt het minder voor, al kom ik nog steeds mensen tegen die denken dat ik geen leidinggevende functie kan hebben. Vroeger ben ik ook wel preventief gefouilleerd.

Ik ben in winkels geweest waar scherp in de gaten werd gehouden of ik alles wel netjes zou betalen, of waar me gezegd werd: ‘Ik denk niet dat deze winkel geschikt voor u is’. Bij een afspraak kwam het geregeld voor dat mensen dachten dat ik de secretaresse was. Nu is er helemaal niks mis met secretaresse zijn, maar blijkbaar verwachten ze toch iemand anders.

De discussie over racisme brengt de polarisatie in de samenleving naar boven. Die polarisatie en het ongemak dat ik daarbij voel, waren voor mij reden om directeur van Amnesty Nederland te willen worden. Ik kom uit een sociaaldemocratisch nest en ben in mijn loopbaan altijd maatschappelijk betrokken geweest, of het nou ging om het werken met delinquenten of probleemjongeren, als bestuurder in de Vogelaarwijken van Rotterdam of burgemeester van Uithoorn of bij de politie van Amsterdam.

Ik omschreef mezelf in die functies wel als een stiekeme wereldverbeteraar, maar dat ‘stiekeme’ kan er nu wel af. Bij Amnesty kan ik me voluit uitspreken over wat ik belangrijk vind. Daarbij word ik geïnspireerd door die sterke zin van Akwasi: een mens met een stem is immens.

Hoe meer mensen hun stem laten horen – en dat geldt ook voor de stem van Amnesty – hoe groter de impact.

Aanbieding

42 verhalen uit de reeks Dichterbij zijn gebundeld in het boek Ik rende met mijn oma door de mist.

Nieuwe abonnees op Volzin ontvangen een gratis exemplaar van het boek. Bestaande abonnees van Volzin ontvangen €2,50 korting op de winkelprijs.

Stuur een mail naar redactie@volzin.nu als u bestaand abonnee bent en dan organiseren wij de verzending.