De christelijke Gert-Jan Segers en de islamitische Enis Odaci zijn blijkens hun columns in het Nederlands Dagblad het behoorlijk met elkaar oneens. Als Jood heb ik mij afgevraagd of ik mij hier ook nog tegen aan moet bemoeien. Waar twee geloven op dat kussen liggen, daar ligt niet voor niets de duvel tussen. Moet een derde gelovige zich daar ook nog tegenaan schurken?

Absolute waarheid

Ik zou er misschien beter aan doen om deze discussie ‘links’ te laten liggen. Maar nee, dat gaat niet. Juist omdat de dialoog tussen de heren zich in de ‘rechter’ flank van de religieuze dialoog afspeelt. Inzet van het geschil: is de islam een antichristelijke godsdienst en wat betekent het als een politicus dat in het openbaar verkondigt?

Odaci is belijdend moslim en islamdeskundige, iemand die zich al heel lang ondergedompeld weet in het interreligieuze debat. Gert-Jan Segers is zeven jaar voorzitter van de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie en gepokt en gemazeld in het gedachtengoed van de orthodoxe vleugel van het gereformeerde christendom. Een goed interreligieus gesprek zou kunnen helpen.

Ik weet dat Segers houdt van ‘samen eens een goed kop koffie drinken’. Uit eigen ervaring met hem weet ik dat zo een gelegenheid van beide zijden niet alleen verhelderend maar ook inspirerend kan zijn. Maar of het nu ook gaat werken? Ik weet het niet. De discussie wordt niet óp het scherp, maar bijna óver het scherp van de snede gevoerd en heeft mijns inziens nu meer nodig dan een kopje koffie.

Het gaat nu namelijk over de 'absolute waarheid' en het religieuze gelijk van of de één of de ander. Eigenlijk heeft dat ook wel iets moois. Geloof is confessie, overtuiging. Het is inderdaad ‘geloof’. In de echte religieuze dialoog bestaat er hoe dan ook toch maar één waarheid. En die is niet inwisselbaar.

Moeite met de islam

Er is één aspect in de christelijk-islamitische uitwisseling tussen Segers en Odaci dat ik als Jood naar voren wil brengen.

Het christendom dat vanuit de achterban van de heer Segers naar voren wordt gebracht heeft vaak veel moeite met de islam. De voorman van de ChristenUnie doet alle moeite om in ieder geval binnen de samenleving geen onderscheid te maken tussen welke burger dan ook qua vrijheid van godsdienst en burgerrechten. Maar die religieuze moeite klinkt er bij hem toch door.

Moslims lijken dus geen vrienden te zijn van deze christenen. En dat is in één opzicht een beetje verwonderlijk.

Lody van de Kamp

Het is ook niet mis wat er in dat stukje christendom rondzingt over de islam. De afwijzing van Allah als niet dezelfde G’d zijnde als Hij die bij de kerk hoort wordt voortdurend naar voren gebracht. Regelmatig dringt zich in deze cirkels ook het woord ‘satan’ op wanneer het gaat over het verkondigen van het geloof vanuit de Koran. En ja, ook binnen het maatschappelijk debat wordt wat mij betreft veel te vaak een link gelegd tussen moslims, islam, de Koran, ontspoorde jongeren, terrorisme en de zware criminaliteit. En dan heb ik het nog niet over hoe binnen delen van die achterban wordt gedacht en gesproken over ‘vluchtelingen’ die ons land binnenkomen.

Misschien wat kort door de bocht, maar moslims lijken dus geen vrienden te zijn van deze christenen. En dat is in één opzicht een beetje verwonderlijk.

Deviatie van het Jodendom

Ik kijk naar mijn eigen Jodendom. Ook dat kan religieus gesproken met Segers’ waarheden nooit door dezelfde deur als waar de gereformeerde broeders door naar binnen of buiten gaan. Wat zijn die onverenigbare waarheden van Gert-Jan Segers? Voor hem is Christus, de christelijke Messias, de enige “Weg, de Waarheid en het Leven” (Johannes 14:21). En “niet in Hem geloven” leidt zonder enige terughoudendheid tot “veroordeling” (Johannes 3:18).

Maar voor mij geldt een andere waarheid, waar de christelijke Messias al lang vóór het ontstaan van de kerk geen deel van uitmaakte en nu al tweeduizend jaar lang nog steeds geen deel van uitmaakt. Mijn waarheid vertelt mij dat dat ook zo zal blijven. Ondanks al die christelijke hoop en inspanning dat de Jood ooit op de jongste dag “de schellen van de ogen zullen vallen” en “de Jood zijn bedekking” zal worden weggenomen.

Ik houd wat dit betreft niet op tegen mijn christelijke gesprekspartners te verkondigen dat de Jood helemaal geen schellen op zijn ogen heeft en ook geen bedekking meetorst. Uiteindelijk vertelt mijn Jodendom mij als ultieme waarheid dat Jodendom geen deviatie van het christendom is, maar het christendom de deviatie is van het Jodendom.

Ondanks deze botsing van waarheden blijft juist deze christelijke hoek, waartoe ook Segers behoort, toch het Jodendom onophoudelijk omarmen, zo niet knuffelen. In deze christelijke ogen blijft de Jood, die dus niet in Christus gelooft, toch “G’ds oogappel”, de “Oudere Broer” en de stam waar het christendom op “geënt” is.

Schone taak

Binnen de context van mijn woorden blijkt er dan iets eigenaardigs aan de hand te zijn. In de Koran wordt Jezus niet afgewezen. Integendeel. Voor gelovige moslims is hij een profeet. Weliswaar niet een Messias maar als G’ds gezondene neemt hij wel een bijzondere plaats in.

Dus de moslim heeft wel iets met Jezus, maar is onverenigbaar met iets van christendom. De Jood heeft niets met Jezus, maar mag er wel bij horen. Enis Odaci en Gert-Jan Segers, ik wens u een aangename voortzetting van de dialoog toe.

En, mocht u er niet uitkomen en de christelijke en de islamitische zuil blijven onverenigbaar? Dan is dat nog geen ramp. Prof. Dr. Judith Pollmann, historicus en hoogleraar vroegmoderne Nederlandse geschiedenis, heeft een schitterend citaat: “De verzuiling belichaamt het idee dat men kan samenleven met mensen die naar de hel gaan”. Heren, hier ligt een schone taak voor u beiden.

Lody van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist.