De in Enschede geboren Lody van de Kamp viert dit jaar zijn 40ste jaar als rabbijn in Nederland. In een vierdelige reeks in Volzin blikt hij in gesprek met Enis Odaci terug op vier decennia persoonlijke en maatschappelijke ontwikkelingen.

Lody van de Kamp en ik zetten ons aan het laatste kopje koffie. Ik herinner me goed het moment dat ik voor het eerst over Van de Kamp hoorde. Dat was in 2010, toen tijdens een inmiddels beruchte televisie-uitzending Marokkaanse jongeren uit een diverse Amsterdamse wijk de Hitlergroet brachten. Van de Kamp liep op dat moment samen met twee van zijn leerlingen duidelijk herkenbaar als jood op straat. In 2010 was hij een van de directeuren van de joods-orthodoxe Cheider-school in Amsterdam. Hij droeg een verborgen camera met zich mee en na de uitzending ontstond er maatschappelijke, en dus politieke, onrust. Van de Kamp kreeg vele telefoontjes, maar het gesprek met de Marokkaans-Nederlandse jongerenwerker Saïd Bensellam zorgde voor een omslag in zijn denken. Bensellam kent de buurt goed en zei: "Je trof de verkeerde jongeren op de verkeerde plek aan, zullen we dit probleem samen oplossen?"

Van de Kamp ging op de koffie bij Bensellam en kreeg inzicht in zijn werkwijze. Het woordje ‘samen’ kwam bij Van de Kamp binnen. Hij is zelf immers ook onderdeel van de samenleving. In de televisie-uitzending signaleerde hij alleen maar een probleem en bood hij geen handvatten voor een oplossing, dus het woordje ‘oplossen’ kreeg extra gewicht. Saïd Bensellam bood rabbijn Van de Kamp een weg om samen in te slaan. De rabbijn nam de uitnodiging aan en ze werden vrienden. Samen adviseren ze inmiddels politie en overheden en het duo staat voor talrijke klassen om, gebroederlijk als moslim en jood, hun boodschap te vertellen. Waar komt die boodschap op neer, vraag ik Van de Kamp. “Uiteindelijk komt alles neer op het ontmoeten van elkaar. Dan kunnen we elkaars verhalen vertellen,” zegt Van de Kamp.

Antisemitisme

De rabbijn weigert consequent het label ‘antisemitisme’ te plakken op alle incidenten waar jongeren met een islamitische achtergrond bij zijn betrokken. Hoe gaat dat dan in zijn werk? Van de Kamp vertelt over een voorval in 2014: “In Arnhem riepen vier Turkse jongens kwalijke dingen over joden. Een van hen riep dat alle joden dood moesten. Kinderen van vijftien jaar die zulke dingen roepen, dat is natuurlijk verschrikkelijk, maar dat heeft niets te maken met antisemitisme. Daar zijn andere dingen aan de hand. Het leidde toen tot een televisie-rel en de lokale politiek gooide alleen maar olie op het vuur, met dank aan de PVV. Samen met Saïd hebben we ons met die jongens beziggehouden.

Toenemend antisemitisme’ is steeds meer een hobbyisme geworden van joods-maatschappelijke organisaties en van kerken

lody van de kamp

Je moet je voorstellen: er zitten vier Turkse jongens, hun moeder, de officier van justitie en de advocaat op de bank. Dan komen wij binnen: een Marokkaan en een jood. We hebben ze niet terechtgewezen en we hebben ze niet op hun donder gegeven. We gingen alleen praten. Ik ben de eerste jood, voor zover zij weten, die ze ooit hebben gesproken. Ze weten nauwelijks iets van de Tweede Wereldoorlog en ze weten al helemaal niets van de huidige joodse gemeenschap in Nederland of in Arnhem. Ik ben samen met hen naar het Anne Frank Huis geweest. We hebben twee weken later een nieuw bezoek bij hen thuis gebracht. We zeiden dat we drie momenten met ze wilden bespreken. We wilden horen wat hun reactie was toen ze ons binnen zagen komen, we wilden weten wat er door ze heenging na alle commotie in de media en we wilden weten wat zij dachten na het bezoek aan het Anne Frank Huis. Ik ben wel wat gewend, maar ik kreeg kippenvel.”

Wat gebeurde er tijdens het gesprek? Van de Kamp: “Na die uitzending is iedereen met de rug naar ze toe gaan staan. De jongen die de uitspraak deed over het doden van alle joden was vervolgbaar. Maar hij heeft een licht verstandelijke beperking. Hij riep dingen, maar kon geen lange zinnen formuleren. Hij ging een dag in de week naar school, de andere dagen liep hij stage in een restaurant. Hij is uit zijn stageplek gezet. Van school had hij te horen gekregen dat hij een paar weken thuis moest blijven tot het weer rustig was. Vanaf februari van dat jaar tot na de jaarwisseling zat hij thuis. We hebben stevig moeten onderhandelen om hem weer op school te krijgen. Dat is gelukt. In zo'n context zit die jongen.

Lody van de Kamp
Saïd Bensellam en Lody van de Kamp adviseren overheden en scholen over de aanpak van polarisatie en antisemitisme.© Marjan Borsjes

De jongen vertelde wat er door zijn hoofd ging in het Anne Frank Huis: 'Kan toch niet, dat mensen worden verraden? Dat mensen worden opgesloten? Dat mensen worden gedood, alleen omdat ze iets denken? En ik heb geroepen: alle joden moeten dood!' Onderhand, terwijl dit proces zich afspeelt, spant het Cidi, het Centrum Informatie en Documentatie Israël, een procedure aan tegen het OM. Zij vinden dat het OM móet vervolgen, maar vanwege onze interventie heeft de rechter gezegd: 'Nee, zij zijn een traject ingegaan en er is geen noodzaak om te vervolgen.' Als die eis van het Cidi was toegewezen, had het OM dus moeten vervolgen. Dan krijgt zo’n jongen een strafblad en wat hebben we bereikt? Helemaal niets!”

Cidi

Het moge duidelijk zijn dat het tussen Van de Kamp en het Cidi niet echt botert. Van de Kamp beaamt dit: “Er wordt veel gesproken over toenemend antisemitisme en men koppelt dat de laatste tijd vooral aan de islamitische gemeenschap, waarin meestal jongeren dingen roepen die door de media worden opgepikt. ‘Toenemend antisemitisme’ is steeds meer een hobbyisme geworden van joods-maatschappelijke organisaties, van kerken, noem maar op. De joodse samenleving heeft antisemitisme aan den lijve ondervonden in de Tweede Wereldoorlog, maar we scheppen langzamerhand het beeld dat we hier in een dramatisch land voor joden wonen. Als er ook maar iets gebeurt in Nederland, heeft de joodse gemeenschap de premier aan de telefoon of gaan politici zoals Gert-Jan Segers en Dilan Yesilgöz bij een joods restaurant eten. Maar als ik samen met een Marokkaans-Nederlandse vrouw brieven publiceer over de waarde van dialoog en samenwerking met moslims, en de noodzaak tot verzet tegen moslimhaat, wordt er niet gereageerd. Ik vind dat wij ons niet moeten opstellen als een zielige gemeenschap. Wat is antisemitisme, kennen we de definitie wel?”

Er moet een organisatie zijn die zich bezighoudt met antisemitisme in Nederland, maar dat moet niet het Cidi zijn

LODY VAN DE KAMP

Ik opper: onbestemde haat tegen joden. Van de Kamp: “Je moet wel de kaders weten. Zit daar onwetendheid achter? Zit daar niet Midden-Oosten-politiek achter? Theologische redenen? Maatschappelijke beelden? Ik vind beeldvorming gevaarlijk. Er is moslimhaat, homofobie, vrouwenhaat. Er zijn vele vormen van fobie en haat. Langzamerhand ontstaat er een beeld dat zeventien miljoen burgers bezig zijn met dertigduizend joden. Alsof er hier in Amsterdam honderdduizend moslims bezig zijn om die twintigduizend joden hier de stad uit te drijven. Onzin. De joodse gemeenschap moet zelf ook investeren in het wegnemen van die negatieve beeldvorming.”

Het is een analyse die ik persoonlijk als moslim kan onderschrijven. Mij verwondert het bijvoorbeeld als de tijd niet genomen wordt om incidenten te onderzoeken. Die tijd wordt vaak ook niet gegeven, omdat het Cidi bijvoorbeeld zelf te pas en te onpas de maatschappelijke ophef met de term ‘antisemitisme’ omkleedt. Van de Kamp: “Ja, vooral het Cidi is daar goed in. De stelling dat het antisemitisme toeneemt, irriteert mij. Er gebeuren incidenten. Die incidenten moet je aanpakken. Op het moment dat je spreekt over de Marokkaanse jongens, de Turkse jongens of een geloofsgemeenschap, weet je dat je verkeerd zit. Antisemitisme is altijd het generaliseren van een bevolkingsgroep. En wij doen precies hetzelfde!

Er is maar één organisatie die antisemitisme en de problematiek in het Midden-Oosten bewust niet uit elkaar houdt, en dat is het instituut Joodse Gemeenschap waar het Cidi zich ook toe rekent. Er moet een organisatie zijn die zich bezighoudt met antisemitisme in Nederland, maar dat moet niet het Cidi zijn. Het Cidi is voorlichting voor de staat Israël. Door beide portefeuilles te willen beheren koppel je vanzelf het jodendom aan de politiek van Israël. Hoe moeten die jongens hier op straat dan weten dat als er in Gaza iets gebeurt dat ze dan niet een jood in Amsterdam moeten aanpakken? Die koppeling versterkt het Cidi, terwijl ze zelf nauwelijks een inhoudelijke bijdrage leveren om antisemitisme weg te nemen.”

Islamitische gemeenschap

Van de Kamp heeft naast zijn doorlopende contact met christenen een goede relatie opgebouwd met de islamitische gemeenschap. Zijn vriendschap met Saïd Bensellam heeft hem veel context gegeven in de leefwereld van moslims en de jongeren uit de voornamelijk Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Maar in theologisch opzicht is de toenadering beperkt. Van de Kamp erkent dat op dat vlak er een uitdaging ligt: “In de loop der jaren heb ik me veel meer beziggehouden met het christendom. Mijn contact met moslims in de samenleving is in de laatste jaren intensief geworden, maar niet in het theologisch denken. Wat ik heel sterk ervaar in de islamitische, of beter, de Turkse en de Marokkaanse gemeenschap, is dat er weinig aanknopingspunten zijn om persoonlijk met elkaar in gesprek te gaan. Een imam vinden met wie je je gedachten kunt delen, is niet zo eenvoudig.”

Lody van de Kamp
Enis Odaci en Lody van de Kamp verzorgen samen een workshop over de interreligieuze dialoog bij vredesorganisatie PAX.© Enis Odaci

Veel imams uit Turkije worden nog steeds tijdelijk ingevlogen, vertel ik. Na vier jaar moeten ze weer terug en dan stuurt het ministerie van godsdienstzaken een nieuwe imam. Het probleem is dan dat zodra imams beginnen te integreren, ze vaak alweer teruggeroepen worden. Van de Kamp: “Wij kennen in de joodse gemeenschap precies hetzelfde probleem. Wij willen graag heel fijne, orthodoxe rabbijnen hebben. Die vliegen we van buiten in, maar ze hebben geen idee van de maatschappelijke context waarin ze komen te werken. Dan krijg je soms vreemde toestanden, zoals een opperrabbijn die hier in Amsterdam roept dat homoseksualiteit een ziekte is. Ik moet vervolgens met het COC bellen om te zeggen dat we dit samen gaan bespreken en oplossen.”

Toekomst

Van de Kamp en ik lopen naar de kantine van het hotel om een aantal foto’s te schieten voor bij de artikelen in Volzin. Ik heb inzage gekregen in het leven van een rabbijn die het gelukt is om stevig in zijn eigen orthodoxe traditie te blijven staan, vol met geboden en verboden, en die gelijktijdig vlotjes meegaat met de grillige actualiteit en trends van vandaag. Terwijl we op de trap van het Aparthotel Adagio van zijn zoon staan, vraag ik hem hoe hij terugkijkt op zijn leven tot op heden

Wij willen graag heel fijne, orthodoxe rabbijnen hebben. Die vliegen we van buiten in, maar ze hebben geen idee van de maatschappelijke context waarin ze komen te werken

LODY VAN DE KAMP

Van de Kamp: “Onze joodse gemeenschap is al meer dan vierhonderd jaar gevestigd in Nederland. In het liberale klimaat van al die eeuwen heeft die zich kunnen ontwikkelen tot een religieuze zuil die op allerlei manieren heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van toen de republiek en later de monarchie. Met alle ups en downs, in armoede en rijkdom, was er sprake van een bloeiende gemeenschap. De grote vernietiging van de jaren 1940 - 1945 heeft daar in kwantiteit een keerpunt in aangebracht. Daarnaast, door het omslaan van een christelijke samenleving naar een seculiere samenleving om ons heen, kalfde ook het joodse leven verder af. Jodendom wordt door het grootste deel van de joodse gemeenschap nu gezien als een kwestie van erfgoed uit vroegere eeuwen, een cultureel festijn, een culinair bestaan en een blik op Israël. Ik heb daar een andere mening over.

Er ligt een grootse toekomst ook voor dat kleine restant joodse gemeenschap in ons land. Maar die toekomst wordt alleen gewaarborgd door een terugkeer naar de excentrieke joods-religieuze waarden en kenmerken zoals deze ooit aan het Joodse Volk zijn geopenbaard. Al het andere leidt slechts tot een verder verval van wat joods Nederland ooit is geweest. Het is dat verval dat die gevoelens van ongemak en onbehagen meebrengen die zoveel joden op dit moment nog maar kunnen uitdragen. Met ons oog op de geschiedenis en onze blik op de toekomst kan het allemaal heel anders en veel beter.”

Lody van de Kamp is rabbijn voor het leven en dat betekent dat hij ook de komende jaren vol in de samenleving zal blijven staan.

Dit is de laatste aflevering in de serie 40 jaar rabbijn in Nederland. Lees diverse artikelen over het jodendom in de collectie Joodse traditie.