In de reeks Paradijsvogels portretteert Willem van der Meiden mensen uit het verleden die opvielen door hun originele geloof, opvallende zendingsdrang of zelfs buitenissige spiritualiteit.

Zalk staat al sinds mensenheugenis op de kaart en het voetveer vaart al eeuwenlang over de IJssel op en neer tussen Zalk en ’s-Heerenbroek. Het dorpje kreeg een extra zetje in de vaart der volkeren toen dichteres Ida Gerhardt het in een vers vereeuwigde. Haar fraaie gedicht ‘Dodenherdenking’ uit 1966 gaat zo:

De namen der gevallenen | die wij zo snel vergaten
worden soms nog gezongen | bij monde van de stormwind.

Dan: luister aan de palen.

Ik hoorde het eens vervaarlijk | onder Zalk en Veecaten –
te zwaar haast voor de masten | en de metalen draden.

Gerhardt woonde lange tijd aan de IJssel en was docent klassieke talen in Kampen. De IJssel glorieert in tal van gedichten van haar hand.

Bekendheid

Maar Zalk – tussen Kampen en Zwolle – kreeg pas echt nationale bekendheid dankzij de kortstondige roem van Klazien ‘uut Zalk’, die als ‘kruidenvrouwtje’ te boek stond. Klaasje van den Brink was haar echte naam, ze leefde van 1919 tot 1997, en ze genoot al lokale en regionale bekendheid vanaf 1967 toen ze een feestrede uitsprak voor de Gereformeerde Vrouwenvereniging. Ze debiteerde met groot succes de ‘oerwijsheden’ die haar grootvader haar al had bijgebracht. Radio en televisie ontdekten haar in de jaren ’80. Met name de NCRV was dol op Klazien en gunde haar veel aandacht in het programma Passage. Tv-maker Rik Felderhof zocht haar regelmatig op en noteerde saillante ‘spreekwoorden’ en opvallende gezondheidstips van de kruidenvrouw. Zo zouden gestampte eikels helpen tegen jicht en peterselie tussen je tenen tegen wratten.

Mensen met libidineuze verlangens adviseerde zij: “Mensen die wat wille stoppen gewoon wat dille tussen de bille”. Het ging er bij een groot publiek in als koek: er verschenen boeken van haar hand, op een gegeven moment stond ze met drie titels in de boekentoptien. Ze maakte een plaatje met André van Duin (Jas Aan, Jas Uit bereikte in 1996 de 27ste plaats in de top-40) en begon zelfs een eigen geurlijn. Het valt moeilijk te ontkennen dat ze haar ‘boerse voorkomen’ cultiveerde en genoot van haar bekendheid. Dat ze als wandelende Enkhuizer Almanak vrolijk meebouwde aan een wel erg stereotiep beeld van de plattelandsvrouw kon haar niet verontrusten. Wim de Bie kon het niet laten om in het VPRO-programma Keek op de Week haar in 1991 te persifleren met het typetje ‘Berendien uut Wisp’, schommelend op het boerenerf, kluiten gras rukkend uit de grond omdat dat goed zou zijn tegen allerhande kwalen en met een nergens op lijkend accent natuurspreuken debiterend.

Klaasje (Klazien) Rotstein-van den Brink, beter bekend als Klazien uut Zalk (13 maart 1919 – 5 juni 1997) was een Nederlandse kruidenvrouw uit het genoemde dorp Zalk.© Pim Westerweel

Afgunst en verguizing

Vanzelfsprekend stuitte haar populariteit ook op afgunst en verguizing. Klazien trof het niet dat in het verre Noord-Holland gynaecoloog Cees Renckens zojuist was begonnen aan zijn kruistocht tegen de kwakzalverij. Voor Renckens was de Zalkse het schoolvoorbeeld van het slag wonderdokters en kwakdenkers dat hij te vuur en te zwaard bestreed en de kruidenvrouw onderging de twijfelachtige eer postuum te figureren in Renckens’ proefschrift uit 2004 (Dwaalwegen in de geneeskunst). De arts – 32 jaar lang voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij – maakte Wim de Bie erelid van zijn vereniging als dank voor diens personage Berendien. Renckens zag er ook geen been in officieel protest aan te tekenen toen er in het dorp Zalk twaalf jaar na haar dood een straat werd genoemd naar Klazien.

Voor Renckens was de Zalkse het schoolvoorbeeld van het slag wonderdokters en kwakdenkers dat hij te vuur en te zwaard bestreed

willem van der meiden

Het is niet bekend of de kruidenvrouw onder deze verguizing heeft geleden, ze leed niet aan grote bescheidenheid en koesterde voor zover wij weten geen gevoelens van minderwaardigheid. Ze genoot van haar roem en toen ze de dood onder ogen zag bepaalde ze zelfs dat er geen steen op haar graf mocht komen om de stromen pelgrims te ontmoedigen naar Zalk te komen. Toen haar man enkele jaren na haar was overleden, kwam die steen er alsnog en viel het wel mee met de toeloop.

Ten slotte mag haar kat niet ontbreken in het levensverhaal van deze paradijsvogel. Klazien voelde zich sterk betrokken bij de staat Israël. Ze was getrouwd met de joodse Sam Rotstein, die in de oorlogsjaren bij de familie Van den Brink was ondergedoken. Rotstein liet zich weliswaar na hun huwelijk gereformeerd dopen, maar was jarenlang actief in de synagoge van Zwolle. Sam en Klazien noemden hun kater naar de Israëlische premier Simon Peres en uit de stand van de haren van zijn vacht voorspelde Klazien het weer, want zoals iedereen weet: “Begint de kat te miauw’n, dan kujje de zon nie meer vertrouw’n”.