Bij kinderen denk je aan levensenergie en onbezorgdheid. Maar wie zegt dat kinderen niet nadenken over thema’s als geloof en zingeving? In de rubriek ‘Wijsgierig’ krijgen we een inkijkje in de belevingswereld van kinderen als het gaat om religie, zingeving en vooral: het leven. Alle artikelen van deze serie zijn in een Collectie gebundeld.

Mauka Voorberg is bijna zeven jaar.Ze houdt van muziek luisteren en knutselen en woont met haar vader dominee Rikko Voorberg, moeder interieurarchitect Joanne Zwart en broer Makai in een hofje-woongroep in het centrum van Amsterdam. Ze gaat wel eens naar een kerk, als ze naar de verhalen van haar vader gaat luisteren, en met school. Vanaf het dak van hun huis, waar ze vanaf haar zolderkamertje graag op klautert om soepeltjes op de nok te gaan zitten, kun je de Westertoren zien.

Haar leven speelt zich thuis af en op school, zoals ieder kind. Ze vertelt dat haar school leuk is, en over het bingo-spel dat ze deden op weg naar het museum Nemo.

Ik kan begrijpen dat dit het soort avonturen is waar het leven van een bijna-zevenjarige mee gevuld is. Het leven gaat maar door met grote en kleine avonturen.

Soms komen er bijzonder diepe vragen in haar op. Na de zwemles stonden Mauka en haar moeder Joanne in de kleedruimte, waar Mauka ineens vragen begon te stellen. Niet zomaar vragen, maar filosofische vragen. Ze had ze al eerder bedacht, vertelde ze. De vragen gingen over het ontstaan van God en over het ontstaan van woorden.

Amsterdam

Haar moeder Joanne nam op haar telefoon de vragen op en stuurde het audio-fragment door naar Rikko. Rikko, die ik ken als pop-up dominee, schrijver en vluchtelingenactivist, stuurde het als trotse vader weer naar mij, omdat ik graag met kinderen filosofeer.

Als ik bij Mauka op bezoek ben laat ik het fragment nog eens horen. Ze glimlacht bij het horen van haar eigen stem.

“Wie heeft de woorden gemaakt? Wie heeft bedacht hoe je de dingen moet noemen? Het kan niet God zijn. Want in het verhaal zeiden ze niet dat God de woorden ook had gemaakt. Hij zei ‘dag’ en toen was er dag.”

Dus dan moeten ze al hebben bestaan. Maar waar komen ze dan vandaan? Dat is inderdaad een van de beste, mooiste vragen die ik ooit heb gehoord. En je had nog een vraag.

“Ja. Door wie is God gemaakt? Ik heb geen idee. Hij heeft geen moeder, nee. En ook niet in een fabriek gemaakt want die bestonden toen nog niet.”

We moeten vaststellen, samen met haar moeder Joanne die vanuit de keuken meeluistert, dat sommige vragen zo goed zijn dat er niet echt een antwoord op is. Het blijft dan een gewoon een mysterie. Ik noem het filosofische vragen, maar je kunt ook zeggen dat het grote raadsels zijn. Joanne voegt terecht toe dat het helemaal niet erg is dat er soms geen antwoord is.  

Wat is God eigenlijk? En kun je God merken, voelen of ruiken of zien? En wat doet hij?

“Die is overal. Hier daar en daar en daar en daar! Nee, ik zie tenminste God niet. Maar hij zorgt voor mensen. Volgens mij is het een hij. God zorgt voor iedereen.”

Hij zorgt voor iedereen: jong en oud, jongens en meisjes. Zorgt hij ook voor slechte mensen?

Mauka moet even denken. “Ja volgens mij wel. Want hij houdt van iedereen.”

Wanneer voel jij de liefde van God?

“Als ik bid aan tafel, bij het avondeten als we samen zijn met z’n vieren, als we tegelijk eten dus. Dan gaan we altijd bidden, dan heb ik het gevoel. Omdat we dan aan God moeten denken. Dan bidden we over dingen waarvoor God zorgt of nog voor moet zorgen, zoals dat het goed gaat met de vluchtelingen. Papa is er echt altijd mee bezig. Hij was bezig met We Gaan Ze Halen. Toen gingen ze met een vliegtuig proberen om vluchtelingen te halen.”

Mauka rent naar boven om haar T-shirt met We Gaan Ze Halen erop te halen, om te laten zien. Dan begint ze over Matthias Voor de Poorte, een theatermaker die onder andere op Lesbos projecten doet met kinderen op de vlucht.

Mauka Voorberg
Mauka en haar vader Rikko Voorberg © Sabine Wassenberg

“Matthias is goed in grapjes maken en daarom vind ik hem ook wel leuk. Vluchtelingen worden daar wel een beetje blij van, denk ik. Maar ze vinden het niet leuk dat ze zo helemaal in tentjes moeten slapen. Maar wel dat Matthias grapjes maakt.

Dat wij in huizen slapen en zij in tenten, vind ik niet eerlijk. Ik weet nog een keer dat we hier ook sneeuw hadden, we hielden nog een sneeuwballengevecht met de woongroep. Maar bij de vluchtelingen was het een sneeuwstorm, niet echt fijn!

We bidden ook voor andere dingen. We hebben ook woongroep-avonden en dan danken we meestal dat we bij elkaar mogen zijn en voor de dag. Dank voor de dag. Dat het een fijne dag was.”

En als het een rotdag was, dank je dan ook?

“Je hoeft er niet per se alleen maar voor te danken. Donderdag is een leuke dag, dan heb ik korter opvang. Dan heb ik school, circus, opvang en ook nog zwemles.”

Heb je dan meer dank voor zo’n leuke dag?

“Nee, je zegt gewoon bedankt voor de dag. Danken is dat je tegen God moet praten.”

Denk je dat vluchtelingen ook danken voor de dag?

“Nee, ze kunnen het niet samen doen, zoals wij aan tafel met handen vast. Ze kunnen het wel in hun eentje, dit doen.”

Mauka vouwt haar handen in elkaar om voor te doen hoe je ook in je eentje kunt bidden. “Misschien kunnen ze bidden, dat het de volgende dag een iets betere dag kan worden.”