Dit artikel is onderdeel van de publicatie 40 jaar rabbijn in Nederland. De publicatie is als PDF te downloaden via de webwinkel van Volzin en is geoptimaliseerd voor tablet en desktop computers. Een deel van de opbrengsten uit de verkoop wordt overgemaakt naar Stichting Yalla! De stichting is een initiatief van Joodse en Islamitische Nederlanders en heeft als doel om antisemitisme en moslimhaat te bestrijden en om te lobbyen voor gezamenlijke (religieuze) waarden.

Nu we de jaren tachtig en negentig behandeld hebben en rabbijn Van de Kamp al vele herinneringen met mij gedeeld heeft vraag ik me af waar zijn weerstand tegen opgelegde structuren vandaan komt. Ik schenk een glas water in, neem nog een hap van een koosjer koekje, en vertel Van de Kamp over mijn observatie dat hij best vaak zijn eigen plan trekt. Het legt hem geen windeieren, want Van de Kamp is goed bekend in politieke kringen. Hij heeft invloed. Maar Van de Kamp komt op mij meer over als einzelgänger dan als herder van een kudde, zoals een predikant vooral zijn gemeente dient.

Einzelgänger

Van de Kamp lacht en onderstreept mijn observatie: “Ik ben inderdaad altijd mijn eigen weg gegaan. Dat heb ik vooral van mijn vader meegekregen. Hij was strijdbaar en heeft samen met zijn broer tweeënhalf jaar Auschwitz overleefd. Het is niet te vergelijken met mijn leven natuurlijk, maar ik nam zijn overlevingsmechanismen over en heb zelfstandig leren denken en handelen. Ik kan me misschien daarom niet altijd conformeren aan een richtlijn of aan een systeem. Daarom ging ik ook bijvoorbeeld niet altijd even collegiaal om met mijn collega rabbijnen.”

Waren dat dan voornamelijk theologische conflicten? “Ja,” reageert Van de Kamp, “het ging bijvoorbeeld over de relatie tussen de orthodoxe en de liberale gemeenschap. Er is een afspraak dat orthodoxe rabbijnen niet de synagogen van de liberale joodse gemeenschap betreden. Dat is een uitspraak geweest van een vroegere opperrabbijn en naar buiten toe respecteerde je dat. Je gaat niet tegen zo’n uitspraak in want dat zou in onze gemeenschap behoorlijk brutaal zijn naar een man die er nu niet meer is. Toen tijdens de Golfoorlog vanuit Irak Scud-raketten werden afgevuurd richting Tel Aviv, werd ik midden in de nacht gebeld door Radio Veronica. Ze hadden een nieuwszender opgericht in de zaal van de Liberaal Joodse Gemeente in Amsterdam en vroegen of ik in de uitzending wilde komen. Ik heb geen seconde getwijfeld om dat niet te doen, want het was oorlogstijd. Ik ben er de hele nacht geweest.

Ik onderbrak hem en zei dat het mij zéker bekend was dat orthodoxe rabbijnen daar niet naar toe gaan. Maar als er raketten op Tel Aviv vallen, interesseert het mij geen biet wáár ik naartoe moet gaan!

lody van de kamp

In dat gebouw was er een glas-in-loodraam in de vorm van de joodse kandelaar. Precies voor dat raam werden de interviews gemaakt en op een gegeven moment was ik natuurlijk ook in beeld. Zo wist iedereen dat ik bij de Liberaal Joodse Gemeenschap was. Toen ik een dag later weer in mijn synagoge was, stapte een van mijn gemeenteleden op mij af en vroeg mij of het mij niet bekend was dat… Ik onderbrak hem en zei dat het mij zéker bekend was dat orthodoxe rabbijnen daar niet naar toe gaan. Maar als er raketten op Tel Aviv vallen, interesseert het mij geen biet wáár ik naartoe moet gaan! Ik heb hem alle hoeken van de synagoge laten zien.”

Weer die glimlach bij Van de Kamp. Hij houdt wel van die conflicten, nietwaar? “Ach, ze helpen je scherp te blijven. Ik had eens een artikel geschreven in het Nieuw Israëlietisch Weekblad waarin ik stelde dat de agenda van orthodoxe rabbijnen niet bepaald mag worden door de wel of niet aanwezigheid van liberale rabbijnen tijdens bijeenkomsten. Na de publicatie van dat artikel moest ik op bezoek bij het bestuur van het rabbijnencollege – want er was een klacht gekomen van een van mijn collega’s.”

Een twinkeling in de ogen: “Kijk, dat is interessant. Ik zat tegenover vijf heren en ik moest verantwoording afleggen over de publicatie van mijn artikel. Ik geloof dat een rabbijn geen verantwoording hoeft af te leggen aan een bestuurder. Toen een van hen mij vroeg: ‘Meneer Van de Kamp, zou u nogmaals een dergelijk artikel publiceren nu u de bezwaren heeft gehoord?’ antwoordde ik: ‘Nee. En ik zal u uitleggen waarom. Als ik een artikel schrijf doe ik dat met de verwachting dat de lezer zal begrijpen wat de bedoeling ervan is. Maar u heeft het niet begrepen, dus waarom zou ik dan weer zo’n artikel schrijven?’ Tot zover mijn conformatie, haha!”

Ik heb een goede leermeester gehad die mij adviseerde dat ik ’s nachts altijd goed moest kunnen slapen

LODY VAN DE KAMP

Het feit dat Van de Kamp zich niet laat vastzetten in een systeem betekent ook dat hij nooit veel stemmen achter zich kan krijgen als het eens een keer nodig is. Van de Kamp: “Het is soms een eenzaam bestaan, ja. Maar ik heb een goede leermeester gehad die mij adviseerde dat ik ’s nachts altijd goed moest kunnen slapen. Dat heb ik ook met mijn contacten binnen de islamitische gemeenschap of met de kerk; dat duldt de joodse gemeenschap namelijk ook niet altijd. Maar ik weet dat veel beelden binnen mijn gemeenschap worden bepaald door vooroordelen en niet door de realiteit. Daar hoef ik me dus niet door te laten leiden.”

Politiek

In 1997 werd Lody van de Kamp actief lid van het CDA. De jaren tachtig en negentig waren voor hem de jaren waarin hij besefte dat sommige christenen een bedenkelijke rol speelden in de Tweede Wereldoorlog, maar dat weerhield hem er blijkbaar niet van om zich bij uitgerekend een christelijke partij aan te sluiten. Van de Kamp moet lachen om mijn gefronste wenkbrauwen: “Je doet nu net als mijn buurvrouw! Het was een kleine mevrouw die ik een keer tegenkwam in de portiek van onze woning. ‘Meneer Van de Kamp!’, zei ze stellig, ‘nou hebben wij de Tweede Wereldoorlog overleefd en dan wordt juist ú lid van het CDA?’

Ja, ze had wel een punt natuurlijk. Tijdens een bespreking op het kantoor van de Israëlische ambassadeur was toevallig ook Ernst Hirsch Ballin aanwezig. Ik kende hem nog niet als ‘Ernst’, maar als ‘Excellentie’, hij was namelijk minister. In die tijd was ik vice-voorzitter van de Stichting voor Bestrijding van Antisemitisme, het STIBA. We kwamen elkaar twee keer per jaar tegen toen het Ministerie van Justitie en ons bestuur spraken over wetgeving, discriminatie en antisemitisme. Na afloop van ons gesprek bij de ambassadeur kwam hij naar me toe en zei: ‘Ik ben Ernst’. Hij kende mij van mijn artikelen en wist dat ik vanaf 1996 geen rabbijn in functie meer was van de joodse gemeenschap in Amsterdam. Op rabbijn zijn staat levenslang, hoor! Maar nu ik geen verbintenis meer had met een gemeente, kon ik een nieuwe functie bekleden, vond Hirsch Ballin. ‘Je hoort binnenkort van mij’, beloofde hij me, terwijl ik nog aan het nadenken was waarom ik überhaupt lid moest worden van het CDA.

Ernst Hirsch Ballin
Ernst Hirsch Ballin© Ilvy Njiokiktjien, Nationaal Comite 4 en 5 mei

Een paar weken later belde Hirsch Ballin me inderdaad op en we spraken in Utrecht af met toenmalig directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA, Jos van Gennip. Ze wisten me te overtuigen. Toen was het CDA nog een brede volkspartij die handelde vanuit een duidelijk religieus gedachtegoed en dat vond ik belangrijk. Als ik lid zou worden van de SGP of van de ChristenUnie zou ik de evangelische grondbeginselen verplicht moeten onderschrijven. Dat kon ik natuurlijk niet doen. Bij het CDA kon ik laten vastleggen dat ik die uitgangspunten niet zou onderschrijven, maar wel respecteren.”

Hoe heeft Hirsch Ballin hem kunnen verleiden om toch een politieke carrière te beginnen? Van de Kamp: “Hirsch Ballin wilde dat het CDA breder ging kijken dan alleen het christendom. Dat had waarschijnlijk te maken met zijn eigen joodse achtergrond. Zijn grootvader was joods en zijn vader is als vluchteling vanuit Duitsland naar Nederland gekomen. Ik was daar gevoelig voor.”

Ik kan mij geen andere rabbijn voor de geest halen die openlijk lid geworden is van een christelijke partij. Heeft dat niet tot gefronste wenkbrauwen geleid bij zijn collega’s? Van de Kamp herinnert zich het moment waarop het nieuws naar buiten kwam: “In die periode werkte ik samen met Jurgen Maas, programmamaker bij de IKON, aan een documentaire over oude joodse begraafplaatsen in Nederland. We reisden heel het land door, van de ene begraafplaats naar de andere. Toen hij me na twee dagen thuis afzette zaten we nog even na te praten. Hij vroeg of ik nog andere hobby’s had dan begraafplaatsen. Of ik ook politiek actief was misschien? Ik kon toen jokken en mijn lidmaatschap verzwijgen, of ik kon zeggen dat ik lid was van het CDA, wetende dat ik het aan iemand vertelde die in de media werkte. Ik besloot het te vertellen. Een paar uur later kwam er een fax binnen: een persbericht van de IKON: ‘Rabbijn Lody van de Kamp lid van het CDA’. De grotere kranten pikten het op, want het was inderdaad nieuws.”

Dit is een kort fragment uit het hele interview. De gehele tekst is te lezen in de publicatie 40 Jaar rabbijn in Nederland.

Lees ook