Mijn zoon Reuben stuurde mij vanochtend een appje. "Ik ben in de stad. Lahmacun over een uurtje, pap?" We lunchen regelmatig met elkaar. Een uur later zaten we aan een glaasje thee in ons favoriete Turkse restaurant in Cowley Road, het multiculturele en artistieke gedeelte van Oxford, de stad waar ik woon met mijn Engelse vrouw en waar onze beide kinderen wonen.

Cowley is het Oxford wat je meestal niet in bekende detective series zoals Morse en Lewis ziet. Die richten zich meestal op het centrum met zijn iconische laatgotische collegegebouwen en op de chique boomrijke straten van noord Oxford. Dat is het meer formele, ‘officiële’ gedeelte van de stad. Cowley heeft de typische chaotische mix van Pakistaanse, Turkse en Midden-Oosterse supermarkten en restaurants die je in veel steden van Groot-Brittannië tegenkomt. Gemengd met de universiteitscultuur heeft het een unieke sfeer. Vrijer, humaner en opener dan de rest van de stad. Ik kom er graag en hier is ook de moskee waar ik lid van ben.

"Ik hoorde dat je een nieuwe carrière begonnen bent als zanger", zei ik glimlachend tegen mijn zoon. Hij keek me verbaasd aan en zei: "Wat bedoel je?" Ik kwam Audrey - een jongedame uit zijn vriendenkring - tegen. "Audrey zei dat ze jou zaterdag samen met Joe, Ain't no sunshine when she's gone heeft zien zingen in een karaoke club. Ze had in geen jaren zo gelachen." Reuben heeft verschillende talenten maar zingen is er niet een van. "Ik vermoord Audrey!", lachte hij.

"Wellicht had de hoeveelheid alcohol die je op had hier iets mee te maken?", vroeg ik luchtig. Waarop hij droogjes antwoordde: "Waarschijnlijk." Reuben weet dat zijn vader geen liefhebber van alcohol is. Ik heb er teveel ellende uit voort zien komen. Bovendien horen wij als moslims natuurlijk niet te drinken. Verder maakte ik er geen punt van, hij drinkt meestal alcoholvrij bier en is op zijn 27e oud genoeg om zijn eigen leven te leiden.

Voordat we van onderwerp konden veranderen kwam Serwan, een van de jonge Koerdisch-Turkse kelners bij ons staan. De meeste Turkse restaurants zijn eigendom van Koerden. Serwan maakt regelmatig een praatje met ons. Koerden geven je vaak het gevoel dat je deel van hun familie bent en praten gemakkelijk met vreemden, wat een mooie kwaliteit is.

Ergens loopt er misschien een vader rond die hen als kind ooit liefkozend in zijn armen hield en nu verdrietig voor zijn zoon bidt

Sebastian van 't Hoff

"Ik hoorde wat jullie zeiden", begon hij. "Weet u, ik dronk vroeger veel, ging met de verkeerde vrienden om en kwam met de politie in aanraking. Ik was getrouwd met een Ierse. Haar familie kende zware drinkers. Ik was ongelukkig en depressief, we pasten totaal niet bij elkaar. Drie jaar geleden tijdens de Ramadan werd ik rond de tijd van het ochtendgebed wakker. Als tiener werd ik atheïst en sindsdien had ik geen Ramadan meer gedaan en niet meer gebeden. Er gebeurde iets vreemds. Ik hoorde een stem in mezelf die zei, 'Waarom lig je te slapen? Bidt tot je Heer en ga vasten.' Die stem klonk zo vertrouwd en vol liefde. Ik stond op, waste me en deed mijn gebeden. Daarna vastte ik de rest van de Ramadan maand. Mijn religie was terug, volkomen onverwacht en ik kon er geen nee tegen zeggen.

Vanaf dat moment heb ik geen druppel alcohol meer aangeraakt. Helaas begonnen mijn vrouw en haar familie zich tegen mij te keren. Ze keurden het af dat ik niet meer dronk. Uiteindelijk zijn we gescheiden, dat was voor ons allebei het beste, gelukkig hadden we geen kinderen. Ik ben nu zoveel gelukkiger, heb nieuwe vrienden, ik bid iedere dag, lees de Koran en spaar geld zodat mijn bejaarde ouders in Turkije op de hadj kunnen. Mijn moeder zei dat ze al die jaren voor mij gebeden had dat ik de weg terug naar God zou vinden. Ik was God vergeten maar Hij was mij niet vergeten."

Hij eindigde zijn verhaal met een glimlach. Er viel een stilte. "Alhamdoelillah", dank aan God, zeiden Reuben en ik vrijwel tegelijk en ik vertelde Serwan hoe gezegend ik vond dat hij was.

Nadat we gegeten hadden liepen we naar de parkeerplaats van Central Oxford Mosque waar ik mijn auto altijd parkeer. Het is een bekende grap onder niet-moslims om te zeggen dat een gratis parkeerplek in Oxford het waard is om je tot de islam te bekeren. We kwamen langs een groepje drugsverslaafden dat daar vaak rondhangt.

Vier jonge mannen van dezelfde leeftijd als Reuben en Serwan. Ze waren broodmager, met ingevallen wangen en een holle blik in de ogen stonden ze druk gebarend te praten. Deze jongens maakten zo’n ongelukkige indruk. Dat zijn ook zonen, dacht ik. Ergens loopt er misschien een vader rond die hen als kind ooit liefkozend in zijn armen hield en nu verdrietig voor zijn zoon bidt, net als Serwans moeder. Ik besloot voor hen te bidden, dat God hen naar een beter leven leiden mag. Insha’allah, als God het wil.

Sebastian van 't Hoff studeerde kunstgeschiedenis en was docent en galeriehouder. Hij woont in Oxford, is actief in de interreligieuze beweging en is manager van multifaith retraite centre Loudwater Farm. Van 't Hoff schrijft over ontmoetingen met medemensen, islam, kunst en cultuur.