Christelijk Nederland heeft vanouds hechte banden met de boerensector, maar valt ook op door haar grote betrokkenheid bij de schepping en de problemen met stikstof en klimaat. Graceland vond plaats van 18 tot 21 augustus, toen kabinetsbemiddelaar Johan Remkes inmiddels met zowel boeren als natuurorganisaties had gesproken en de tegenstellingen messcherp op tafel lagen.

De sessie op Graceland duurde een uur. Twee jonge boeren, Corné en Anne, zaten op het podium. In het publiek zat 'boer Joep', die aan mocht kondigen dat hij na afloop van het festival zijn producten te koop zou aanbieden. Ron Methorst introduceerde zich als "boerenkleinzoon". Hij werkt als lector Omgevingsinclusief Ondernemen aan hogeschool Aeres in Dronten. Corné en Anne mochten iets delen van de trots die zij voelen in hun bestaan als boer.

Na een half uur ging de microfoon naar de zaal. "Toch een spannend moment", liet Methorst weten. Maar het publiek mocht nu nog slechts "verwondering" delen en hield zich daar keurig aan.

Voor kritische geluiden was er ruimte in het laatste kwartier, maar niet voordat Methorst bij wijze van context had gesteld dat boeren zijn aangemoedigd tot intensieve veehouderij doordat "wij" als samenleving na de Tweede Wereldoorlog "meer vlees" wilden.

Voor diverse festivalbezoekers was dit te voorzichtig. De ruimte voor de burgers was in de korte sessie veel kleiner dan die voor boeren. Op dit progressief christelijke festival was niet iedereen daar blij mee.

Do's en don'ts

Kunnen christenen op een andere manier de tegenstellingen overbruggen? En welke tegenstellingen dan precies? 'De' boeren bestaan bijvoorbeeld al niet. Aan tafel bij Johan Remkes zat deze maand een bont gezelschap van akkerbouwers, (intensieve) veehouders en 'groene' boeren. Die laatsten kiezen vaak de kant van natuur- en klimaatorganisaties die waarschuwen dat de biodiversiteit in Nederland op dit moment al extreem onder druk staat.

Intussen wenden de camera's, microfoons en notitieblokken van de media zich voor sexy quotes richting militante clubs als Farmers Defence Force en Agractie, die niet eens met Remkes wilden spreken. En de supermarkten en agro-industrie, belangrijke veroorzakers van de uitputting van de schepping, houden zich in de luwte, om daar vervolgens ook mee weg te komen. In die situatie is er inderdaad 'relatietherapie' nodig om iedereen weer bij elkaar te brengen.

Er zijn enkele do's en don'ts als het gaat om de intensieve veehouderij en de stikstof- en klimaatcrisis, stelt Martine van Wolfswinkel. Ze werkt bij A Rocha, een beweging van christenen die zich inzetten voor de schepping. Vorig jaar bracht A Rocha de brochure Goed boeren uit, over Bijbel en landbouw.

"Niet elke boer is hetzelfde. Er zijn boeren die het heel graag duurzaam willen doen, maar vastlopen in het grotere systeem. Breng die nuance aan in de discussie." Zo zijn er organisaties van 'groene' boeren, zoals Caring Farmers, die wél aangeschoven zijn bij Johan Remkes aan tafel.

Daarop volgt een tweede advies: "Kijk niet alleen naar de boeren, maar naar het systeem waarin zijn functioneren. De supermarkten, de banken, de veevoerindustrie en consumenten spelen allemaal een rol."

Dit punt zit ook andere christenen dwars die zich inzetten voor klimaat en natuur. Hoe kan het dat het huidige kabinet de boeren zo rigoureus aanpakt, terwijl aan de andere kant Schiphol en Tata Steel niets in de weg wordt gelegd? Dat laatste bedrijf is nota bene de grootste stikstofuitstoter.

Mensen kunnen ook zelf een bijdrage leveren, stelt Van Wolfswinkel: "Kies als burger bewust voor producten die duurzaam zijn geproduceerd. Dichtbij, zonder kunstmest en bestrijdingsmiddelen, dus biologisch. En eet (veel) minder vlees en zuivel."

Uitweg uit de impasse

"Het teveel aan stikstof is slechts een van de problemen in de natuur in Nederland", vervolgt Van Wolfswinkel. "Het is wel een duidelijk signaal dat het landbouwsysteem als geheel niet duurzaam is. Als we naar de huidige stikstofproblemen kijken vanuit onze roeping om zorg te dragen voor de schepping, worden we met de neus op de feiten gedrukt: de huidige, intensieve vorm van landbouw belast de natuur teveel.

Natuur en landbouw kun je niet scheiden. De bodem, het water, de planten en dieren vormen de bron van het leven, ook de bron van ons voedselsysteem. In een gezond landbouwsysteem doet de natuur het ook goed. Dan zie je weer weidevogels in grote zwermen en overal vlinders, bijen en andere insecten. En er zijn genoeg voorbeelden van boerenbedrijven waar dat nu al het geval is. Daar moeten we uiteindelijk naartoe."

Maar hoe? Dat is de grote vraag waar het kabinet zich over buigt en waardoor politiek en samenleving in een impasse zitten. "We hebben een andere manier van kijken naar natuur en landbouw nodig", denkt Van Wolfswinkel. "Die is al in ontwikkeling. Zoals bij alle veranderingen zijn hierin voorlopers, zoals de familie Mosselman, die vorig jaar tijdens Groen Gelovig de Martine Vonk prijs won."

"Daarbij zullen we ook moeten accepteren dat sommigen dingen echt moeten veranderen. In een klein land als Nederland is de intensieve veehouderij relatief groot, waarbij het grootste deel (60 procent) van het vlees wordt geëxporteerd." Nederland is daarmee de grootste vleesexporteur van Europa. Van Wolfswinkel: "Dat gaat gepaard met de import van veevoer en resulteert in een mestoverschot en daarmee een stikstofoverschot. Je kunt je afvragen of dit de weg is waarop Nederland door moet gaan. Het is de natuur die de prijs betaalt voor dit landbouwsysteem. Laten we samen met boeren, burgers, banken en supermarkten zoeken naar alternatieven, die ook in de toekomst boeren een bestaan geven en ons van voedsel voorzien, zonder de natuur te schaden."