Christen zijn was voor hem: radicaal kiezen voor sociale rechtvaardigheid. Forest groeide op als kind van communistische ouders. In de Verenigde Staten, waar tijdens zijn jeugd een heksenjacht gaande was op alles wat links was. Als volwassene nam hij het christelijk geloof aan en trok hij het activisme van zijn ouders door in zijn eigen leven.

Lang was Forest betrokken bij de Catholic Worker beweging. Hij werkte nauw samen met Dorothy Day, de oprichter van die beweging. Forest schreef een biografie van Day, Alles is genade, die in 2020 in Nederlandse vertaling verscheen.

In die tijd verzette hij zich ook tegen de rol die de VS speelde in de Koude Oorlog en tegen de Vietnamoorlog. “In 1968 drong ik met dertien anderen het gemeentehuis van Milwaukee binnen en namen we de militaire oproepkaarten mee”, vertelde hij in de Groene Amsterdammer. Buiten staken we ze in brand, terwijl we uit het evangelie lazen.”

Uiteindelijk bracht zijn devies “ken je vijand” Forest naar de Sovjetunie, het land dat hij meerdere malen bezocht. Hij raakte er zo onder de indruk van de Russisch-orthodoxe kerk, dat hij zich erbij aansloot. Sociaal activist in een aartsconservatieve kerk, was dat niet tegenstrijdig? Forest zag in de oosters-orthodoxe traditie een radicale sociale bewogenheid - zoals de vroom rooms-katholieke Day die zag in háár kerk.

Forest leerde de katholieke mysticus Thomas Merton kennen, over wie hij eveneens een boek schreef. Merton zag angst als de bron van de meeste ellende in de wereld en Forest nam dat over. “De hele maatschappij wil dat je bang bent. Niet bang zijn, dat is pas burgerlijk ongehoorzaam.”

Forest overleed in Alkmaar, waar hij met zijn vrouw Nancy (van Nederlandse afkomst) al jaren woonde. Samen baden ze daar voor een wand met Russische iconen tot het laatst voor hun vijanden. Zoals Geert Wilders. Dat veranderde naar eigen zeggen zijn houding tegenover die politicus. “Het is zo makkelijk om te haten. Maar haten is zinloos.”