Bij het zoeken naar een titel voor een elfde gebod, liep ik in de valkuil. Ik beweer die nochtans te kennen. “Gij zult de stilte omarmen”, kwam in me op. Die titel sluit helemaal aan bij wie ik ben: een initiatiefnemer, ga maar even opzij, ik doe dat wel. Op vele vlakken in het leven werkt dat trouwens erg goed. Bij de stilte helemaal niet. De stilte neemt zelf het initiatief, mijn aandeel is me laten omarmen door haar.

We hebben meestal niet door hoe ernstig onze misstap is in onze verhouding tot de stilte. Wij voelen niet aan hoe het bijna grappig is om te zeggen: laten we het even stil maken. Net alsof wij de stilte zouden maken. Dat doen we niet. De stilte is er als wij er het zwijgen toe doen. Stilte tot gebod maken is ervoor kiezen ons te laten doen. Dit is tegendraads. Merk op dat geboden normaal gezien steunen op wilskracht, op inspanning. De inspanning zich niet in te spannen is een paradox. Ofwel verdwaal je erin, ofwel begeef je je op een diepere laag en heb je door hoe bevrijdend dat is.

Stilte in mijn leven lijkt op een knipperlicht, ik laat haar niet altijd toe. Gelukkig keert ze steeds terug. Haar geduld is eindeloos

erik galle

Een gebod op je to-do lijst plaatsen als iets dat je zelf niet moet doen, brengt een mens uit evenwicht. En laat dat nu net de bedoeling zijn. Als trainingspartner om het vertrekpunt van het leven niet in mezelf te leggen, heb ik tot nu toe geen betere gids weten te vinden dan de stilte. Gebruik ik woorden, laat ik me horen, doe ik of ik een rotonde ben, waar alles langs moet, dan is de stilte weg. Het heeft zijn tijd geduurd eer ik besefte hoezeer haar kwetsbaarheid een zegen is voor mij. Stilte in mijn leven lijkt op een knipperlicht, ik laat haar niet altijd toe. Gelukkig keert ze steeds terug. Haar geduld is eindeloos.

Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik serieus heb moeten wennen aan de stilte. Zo zonder verdediging achterblijven, zonder argumenten, zonder te weten waar het heen gaat, naakter wordt het niet. Ik ben jaren bang geweest voor de stilte. Die angst heb ik pas naast me kunnen neerleggen nadat ik ontdekt had dat de stilte altijd doet wat ze beweert. Ze omhelst me.

Eigenlijk is ze als een kleed, ze snelt me tegemoet als ik daar naakt zit te wezen en bedekt me helemaal. Haar warmte ontdooit me. Ze opent mijn oren. Niet die aan mijn hoofd, maar die van mijn hart. Stilte is een knooppunt, ze leert me dat verbondenheid met alles en iedereen mijn vertrekpunt is. Ze leert me een strand te zijn, dat wacht op het water. Ze komt, zoveel is zeker. Ik hoor haar al, zo helemaal zonder geluid. Kom maar, zegt ze zonder woorden, ik wacht al veel te lang op jou.

Erik Galle is priester-psychotherapeut en auteur. Hij schreef onder andere: Als de stilte roept. Voor meer informatie: www.erikgalle.be.