Jonge Theoloog des Vaderlands Tabitha van Krimpen duikt in de leefwereld van jongeren. Veel jongvolwassenen bezoeken zelden of nooit een kerk. Daarom gaat zij naar plekken waar haar generatiegenoten wél graag komen.

Thuis. De plek waar je na een drukke dag op de bank ploft, waar je afspreekt met vrienden en familie, waar je eet, slaapt en seks hebt, waar je je kunt terugtrekken om vervolgens weer de wereld in te gaan. Het belang van een (t)huis kan denk ik niet onderschat worden. Toch staat wonen voor veel jonge mensen onder druk. Waarom spreken velen over de ‘wooncrisis’ en gaan veel jonge mensen de straat op bij woonprotesten? Waar raakt wonen en thuis zijn aan grotere en existentiële vragen?

Al zes keer ben ik verhuisd sinds ik in 2016 ben gaan studeren. Drie studentenkamers in Nijmegen, één in Hoofddorp voor mijn master in Amsterdam, samenwonen in Leiden en nu in Utrecht. Thuis en wonen zijn voor mij dus flexibele en dynamische begrippen. Terwijl ik ergens ook wel verlang naar stabiliteit en ergens geworteld zijn. Dat geldt denk ik voor meer leeftijdsgenoten. In een tijd waarin stilstand achteruitgang is en de wereld aan je voeten ligt, beweegt thuis met je mee. “Home is just wherever we are”, zo vat biermerk Kornuit deze tijd treffend in reclame-uitingen. Dit keer ga ik niet naar één bepaalde plek, maar zoek ik het dichter bij huis en ga ik in gesprek met mensen uit mijn eigen omgeving. Hoe denken zij over wonen en thuis zijn?

Goede deal

Lisa (27) ken ik van de studie Bedrijfskunde waar we samen vakken volgde. Ze woont al bijna vijf jaar in een oud herenhuis van rond 1900, op vijf minuten fietsen van het station en van het centrum. De kamer vond ze via een Facebookgroep. Met drie andere meiden wonen is gezellig, vindt ze, “dan heb ik gemakkelijk aanspraak en maak ik even een praatje.” Soms eten ze samen, maar dat is meer spontaan, als het uitkomt: “Iedereen heeft zijn eigen schema: werken, sporten, colleges, vrienden. Het is een beetje een in- en uitloop van mensen. Maar je komt elkaar wel regelmatig tegen.”

Je ergens thuis voelen heeft te maken met acceptatie, veiligheid en jezelf durven uiten

tabitha van krimpen

Voor de kamer van 18m2 betaalt ze nog geen 400 euro per maand. “Dat is echt een goede deal in Nijmegen”, zegt ze. “Mijn huisbaas is wel redelijk en verhoogt gelukkig ook niet zomaar de prijzen nu de gasprijzen stijgen, dus dat is fijn.” Niet alleen met de huisbaas, maar ook met de plek is ze blij: “Als ik hier naar buiten loop ben ik zo gelukkig. Het is zo’n mooie straat en ik denk dat als ik ooit ga verhuizen ik niet meer zo’n mooie buurt ervoor terug ga krijgen. De koopwoningen zijn hier echt voor miljonairs. Het huis naast ons is pas verkocht voor € 950.000.” Toch zijn er ook nadelen: “Het is een oud pand en omdat het een studentenhuis is, wordt veel achterstallig onderhoud niet gedaan. Dat vind ik wel een beetje slecht. Dat merk je in alle studentenhuizen en huisbazen denken: geld innen en ik doe niks aan onderhoud. Het wordt ook niet bijgehouden door studenten, wat ook wel weer zo is.” De ‘zooi’ van anderen is ook wel “een irritatiepuntje, maar daar is mee te leven.”

Hoewel Lisa al twee jaar aan het werk is, woont ze nog steeds in een studentenkamer. “Het is bijna onmogelijk om hier iets voor jezelf te vinden dat betaalbaar is. Kopen kan al helemaal niet, dat is echt iets voor de lange termijn. Huren wel. Ik kijk weleens op huurwoningensites en dan gaat het al gauw richting de € 900 of € 1000 per maand exclusief g/w/l en dan heb je iets van 40 m2. Dat vind ik echt weggegooid geld. Ik heb een studieschuld en heb nog niks opgebouwd. Zolang ik hier kan zitten en ik het nog te doen vind, blijf ik om te sparen. Het is misschien scheefwonen om als starter in een studentenhuis te zitten, maar echt veel mensen die ik ken doen dit, of moeten dit doen. Maar ik vind het wel erg, want ik kan ook niet aan een sociale huurwoning komen, daarvoor verdien ik weer te veel.”

Wooncrisis

Delano van Luik (26) herkent dit soort verhalen. Hij is gemeenteraadslid voor het CDA in Nijmegen en beleidsadviseur in het MBO. Wonen is volgens hem “op gemeenteniveau één van de grootste crises waar we inzitten.” Starters zitten te lang op een studentenkamer of komen in de sociale huur terecht, terwijl die eigenlijk bedoeld zijn voor mensen die geen andere opties hebben. “Je zou eigenlijk willen dat starters, die vaak een degelijk inkomen hebben, gewoon een betaalbaar appartement dat groot genoeg is kunnen vinden. Dat is nu niet het geval.”

Ik ken studenten die in de coronatijd bij hun ouders gingen wonen, maar daarna geen studentenwoning meer konden vinden

Delano van luik

Een motie om woningdelen gemakkelijker te maken zou starters moeten helpen. Het gaat dan om vrienden of bekenden die samen een huis willen delen. Een bestaand huis splitsen in zelfstandige appartementen scheelt in de kosten voor de huurders en zo kan de huidige woonruimte ook beter benut worden. De motie raakt aan zijn eigen ervaringen: “Ik woon nu met één van mijn beste vrienden. Als je dan samen een woning gaat zoeken is de vraag: zijn jullie een stel of woningdelers? Een stel is prima, maar als je een woningdeler bent, dan is het: oei oei, moeilijk, regelgeving. Het is heel lastig om iets samen te vinden als je gewoon vrienden bent. Verhuurders zijn bang dat ze in de regels voor verkamering terechtkomen.” Om toch een woning te vinden wordt soms van alles uit de kast gehaald: “Ik ken twee vriendinnen die zich hebben voorgedaan als stel om maar een woning te vinden. Dat kan ook niet de bedoeling zijn.”

Pechgeneratie

Behalve een oplossing als woningen delen voor de middellange termijn, zijn er ook langetermijnoplossingen nodig, zoals woningen bijbouwen. “We hebben als gemeente een woondeal afgesloten om in tien jaar tijd 10.000 woningen te realiseren. Dat zijn plannen die tien jaar duren, terwijl mensen nú geen woning kunnen vinden. Dat is de uitdaging waar we mee bezig zijn.”

Te veel mensen blijven momenteel zitten waar ze zitten. Zo blijven veel studenten bij hun ouders wonen omdat ze geen kamer kunnen vinden. Delano: “Ik ken studenten die in de coronatijd bij hun ouders gingen wonen, maar daarna geen studentenwoning meer konden vinden. Voor die studenten is dat echt geen pretje geweest. Bij je ouders wonen is dan even fijn want je hebt een beetje aanspraak, maar het gaat ook heel snel irriteren.”

Hoewel ik de frustratie snap, vind ik dat de term ‘pechgeneratie’ twintigers ook wel erg als slachtoffers neerzet

tabitha van krimpen

Delano spreekt over zijn leeftijdsgenoten als ‘de pechgeneratie’. Het is een generatie die “én geen studiefinanciering heeft gehad en voorlopig geen huis kan kopen én mee moet betalen aan de verzorgingsstaat voor senioren. Velen hebben een gevoel van onrecht dat ze niet fatsoenlijk onderdak kunnen vinden en die frustratie vind ik heel terecht.”

Hoewel ik de frustratie snap, vind ik dat de term ‘pechgeneratie’ twintigers ook wel erg als slachtoffers neerzet. De overheid, de ouderen, de beleggers, dat zijn dan de boosdoeners die obstakels opwerpen voor het realiseren van hun dromen. Is een deel van het probleem niet ook dat teveel jonge mensen zelfstandige woonruimte in de stad willen, wat nu eenmaal niet onbeperkt is?

Klooster

Er zijn ook leeftijdsgenoten die voor een hele andere manier van wonen kiezen. Vriendin Marije (24) woont sinds een jaar in de voormalig abdij Abdij Sion, nu klooster Nieuw Sion, in het buitengebied van Deventer. Ze woont samen met andere twintigers in een apart deel van het klooster: Jong Nieuw Sion. Ze vertelt: “Ik koesterde al langer een droom om in een woongemeenschap te gaan wonen. Ik denk dat het leven niet bedoeld is om ergens in je eentje te zitten, maar om te delen en een woongemeenschap leek mij daar altijd een hele mooie plek voor. Dat je met verschillende generaties woont, met mensen die allerlei verschillende dingen hebben meegemaakt, maar wat wel geënt is op een gezamenlijke traditie, wat hier de christelijke en monastiek geïnspireerde traditie is, om daaruit samen te leven.”

Waarom zijn er twintigers die ervoor kiezen om in het klooster te wonen?

tabitha van krimpen

Eerder woonde ze vijf jaar op een studentenkamer in Utrecht, maar in het klooster vond ze “letterlijk en figuurlijk ruimte.” “Als student zit je op een klein kamertje in een volle stad met veel rumoer. Hier kijk ik uit op de weilanden en het bos en dat geeft me een gevoel van ruimte en vrijheid.” Ze twijfelt bij de vraag of ze iedereen zou aanraden om in een klooster te gaan wonen. “Het is wel belangrijk dat je tegen stilte kunt of dat wilt leren. We hebben hier vier keer per dag gebed waarin we altijd zeven minuten stil zijn. In die stilte borrelen er altijd dingen op in je hoofd en hart en dat kan best confronterend zijn. We zeggen hier weleens: hoe minder geluid je om je heen hoort, hoe meer je hoort binnen jezelf.” Stilte opzoeken en laten zijn is best lastig, zo bleek ook uit mijn eerdere reportage over social media. Veel leeftijdsgenoten lijken bang voor de leegte en vullen die snel op.

Goed leven en stabiliteit

Waarom zijn er dan toch twintigers die ervoor kiezen om in het klooster te wonen? Marije: “Iedereen heeft eigen redenen, maar ik denk dat we allemaal wel een verlangen hebben naar een plek waar je gewoon kunt zijn en waar je misschien niet heel veel hoeft te presteren, waar je gewoon zonder vragen welkom geheten wordt en waar je mee kan deinen op een ritme. Iedereen die hier woont vraag zich wel af: wat is het goede leven? Misschien is dat niet altijd blijven rennen en blijven presteren, maar om dagelijks stil te worden gezet en om daadwerkelijk zeven min stil te zijn. En om daarnaast ook op een laagdrempelige manier het leven te delen, met mensen die je dicht in de buurt hebt.

Er is best veel eenzaamheid onder jongeren. Hier merk ik wel dat als ik me een beetje eenzaam voel of chagrijnig ben en ik loop naar buiten, ik vaak wel iemand tegenkom. Daar kan ik straal langslopen, maar ik kan ook een gesprekje beginnen, of iemand begint een gesprekje met mij, waardoor ik even uit mezelf getrokken word. Ik denk dat dit een plek is waar dingen even in perspectief worden gezet. Dat merk je zeker in de grote kloosterkerk waar je blik omhoog wordt getrokken. Dan denk ik: oh ja, ik zit wel erg vast in mijn eigen kleine dingetjes, de stress om mijn scriptie of weet ik veel wat. Hier kan ik even opademen en ervaren wat er echt toe doet.”

In het klooster voelt Marije zich thuis: “Het is een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Ook van onvoorwaardelijkheid, van je hoeft niet je best te doen om erbij te horen, want je bent al gewoon thuis.”

Ook Lisa voelt zich helemaal thuis in Nijmegen. Dat was in de Achterhoek, waar ze vandaan komt, anders. “Mensen vinden dingen raar als je anders bent of je je anders kleedt. Ik was gewoon een onzeker meisje en kon me daar niet uiten. In Nijmegen ging er een wereld voor me open; daar zijn allerlei soorten mensen en accepteert iedereen je. Ik merkte opeens van ‘hee, juist door kwetsbaarheid te laten zien vinden mensen je juist ook leuk’. Iedereen is heel open en tolerant.”

Je ergens thuis voelen heeft te maken met acceptatie, veiligheid en jezelf durven uiten, denk ik. Thuis zijn raakt ook aan stabiliteit en ergens geworteld zijn. Iets wat best moeilijk is in deze tijd. Marije: “Onze generatie vindt het heel lastig om zich ergens aan toe te wijden en er zijn zoveel opties dat je snel een beetje rondrent. Ik merk dat ik behoefte heb aan een ankerpunt.”

Ook ik ben een typische twintiger wat dat betreft. Als Jonge Theoloog des Vaderlands ren ik veel rond, ga ik van plek naar plek, maak van alles mee, spreek veel verschillende mensen, maar kom uiteindelijk weer op een lege studentenkamer thuis. Het is soms zoeken naar houvast en bestendigheid.

Het wordt wel heel erg gehyped om alle hoeken van de wereld te verkennen

Lisa

Ook voor vriendinnen van Lisa staat flexibiliteit centraal, hoewel ze dat zelf niet heeft. “Zij willen heel graag reizen, verhuizen vaak en zeggen: ‘het maakt me niet uit waar ik woon.’ Het wordt wel heel erg gehyped om alle hoeken van de wereld te verkennen. Op social media zie je zóveel influencers die overal en nergens zijn. Het is hip om op zoek te gaan naar jezelf en ergens in het buitenland te gaan werken ofzo. Mensen zeggen: ‘Oh, blijf jij deze zomer in Nijmegen? Wat saai.’ Ik denk dat het trendy is om een nomadenbestaan te hebben en om die onrust te hebben van ‘ik moet op reis of ik moet ergens anders gaan wonen om het weer leuk te hebben’. Heel veel mensen verhuizen óf voor hun werk óf om even weer wat nieuws te hebben. Ik hoor ook mensen die het cool vonden om in Amsterdam te wonen, maar weer teruggingen omdat ze daar toch niemand kennen.”

Reflectie

Veel leeftijdsgenoten willen overal naartoe, maar zoeken ook naar een thuis. Ik geloof dat een geloofsgemeenschap in het bijzonder een thuis kan zijn. Of het in een klooster of kerk is, ik hoop dat het plekken zijn waar de maskers af kunnen en waar je echt gezien en erkend wordt voor wie je bent. Thuis zijn en komen is een existentiële behoefte, geloof ik. Simone Weil zei al: “De verworteling is misschien de belangrijkste en minst erkende behoefte van de menselijke ziel.” Thuiskomen, zoals de vader vol liefde en met open armen de verloren zoon ontving, dat wens ik al mijn leeftijdsgenoten toe.

Tabitha van Krimpen is Jonge Theoloog des Vaderlands. Voor meer informatie: www.tabithavankrimpen.nl.