Drie onderzoekers van de Universiteit Utrecht, Margreet van Es, Nina ter Laan en Erik Meinema zochten het uit. Zij brachten de toepassing en de impact van de begrippen ‘radicaal’ en ‘gematigd’ in kaart en publiceerden de resultaten in het internationale vakblad Religion. Volzin sprak met één van hen, Margreet van Es, over de resultaten van het onderzoek.

Waarom dit onderzoek naar de tegenstelling tussen ‘radicale’ en ‘gematigde’ moslims?

Margreet van Es: “De indeling van moslims in de categorieën ‘gematigd’ of ‘radicaal’ gebeurt niet alleen in Nederland, maar ook op veel andere plekken in de wereld. Als religiewetenschappers vinden wij het belangrijk om de tweedeling van ‘gematigd’ versus ‘radicaal’ kritisch te belichten en de verschillende oorzaken en gevolgen van deze gedachtegang te onderzoeken.”

Wat betekenen de begrippen ‘radicaal’ en ‘gematigd’ concreet?

“De onderliggende vraag bij dit onderscheid is eigenlijk hoe ‘gevaarlijk’ bepaalde moslims zijn. ‘Radicale’ moslims zouden een sterke neiging hebben tot het gebruik van geweld. Bovendien zouden zij rechtlijnig zijn en intolerant naar andersgelovigen. Daarentegen zouden ‘gematigde’ moslims juist vredelievend, rationeel en tolerant zijn. Aan deze begrippen zit dus een sterk waardeoordeel vast.”

In hoeverre is dat problematisch?

“Mensen die onderscheid maken tussen ‘gematigde’ en ‘radicale’ moslims doen dit vaak met de beste bedoelingen – vaak onder het motto dat niet alle moslims op één hoop moeten worden gegooid. Toch zitten er problematische kanten aan deze tweedeling. De complexe diversiteit onder moslims wordt namelijk steeds opnieuw gereduceerd tot de vraag of zij mogelijk een bedreiging vormen. Er is dus sprake van ‘framing’, waarbij een specifieke groep mensen steeds vanuit dezelfde eenzijdige en stigmatiserende invalshoek wordt belicht. Bovendien zit hier de veronderstelling aan vast dat een sterke toewijding aan de islam direct samenhangt met een sterke bereidheid tot geweld, terwijl hier geen wetenschappelijk bewijs voor is. Het onderscheid tussen ‘gematigd’ en ‘radicaal’ biedt geen goede verklaring voor de gruwelijke vormen van geweld die soms uit naam van religie worden gepleegd.”

De complexe diversiteit onder moslims wordt steeds opnieuw gereduceerd tot de vraag of zij mogelijk een bedreiging vormen

Margreet van Es

Waar ligt de grens tussen gematigd en radicaal?

“Dat is niet altijd duidelijk. Wat de criteria zijn om moslims in één van beide hokjes te plaatsen wordt zelden expliciet vermeld. Soms heeft het begrip ‘radicaal’ alleen betrekking op moslims die aanslagen plegen of terrorisme steunen. De term wordt echter ook vaak geprojecteerd op salafistische moslims, ongeacht hoe zij zich verhouden tot het gebruik van geweld. In weer andere gevallen is het dragen van een hoofddoek al genoeg om als ‘radicaal’ te worden bestempeld.”

In welke maatschappelijke contexten hebben jullie deze tegenstelling onderzocht?

“Met een groep wetenschappers hebben we onderzoek gedaan naar de manieren waarop dit frame gebruikt wordt in verschillende delen van de wereld. Het gaat daarbij zowel om landen waar moslims een minderheid vormen (Noorwegen, Rusland en Kenia) als om landen met een islamitische meerderheidsbevolking (Marokko, Indonesië en Egypte). We hebben speciale aandacht besteed aan de vraag hoe moslims met deze tweedeling omgaan: houden ze deze in stand of gaan zij er tegenin?”

Kun je voorbeelden geven van hoe dit frame in verschillende delen van de wereld doorwerkt?

“In Europese landen zoals Noorwegen zie je het onderscheid tussen ‘gematigd’ en ‘radicaal’ vooral terug in discussies rond terrorismebestrijding en rond de zogeheten integratie van moslimminderheden. In deze discussies worden voortdurend vraagtekens geplaatst bij het burgerschap van moslims. Dit geldt overigens ook voor Nederland. ‘Radicale’ moslims zouden niet alleen intolerant en gewelddadig zijn, maar ook een bedreiging vormen voor ‘seculiere Westerse waarden’, zoals de gelijkheid tussen man en vrouw of de vrijheid van meningsuiting. ‘Gematigde’ moslims worden juist neergezet als loyaal aan de Europese landen waarin zij leven. Het woord ‘gematigd’ heeft hierbij de connotatie dat zij hun geloof niet al te serieus nemen."

De suggestie is dat moslims hun religie moeten aanpassen.

“Ja, of zelfs enigszins moeten loslaten om geaccepteerd te kunnen worden als volwaardige leden van de samenleving. Veel mensen met een islamitische achtergrond – en dan vooral degenen die zich sterk als moslim identificeren – voelen zich onder druk gezet om steeds maar weer aan te tonen dat zij loyale en vredelievende burgers zijn en dat hun toewijding aan de islam daarin geen belemmering vormt.”

In Noorwegen – en ook in Nederland – zien we dat moslims zich steeds meer proberen te verzetten tegen het frame van ‘gematigd’ versus ‘radicaal’. Zij doen dit bijvoorbeeld door hun betrokkenheid bij de samenleving en hun toewijding aan de islam gelijktijdig te benadrukken, of door dit frame expliciet te bekritiseren

Margreet van Es

Een dergelijke tweedeling zou ertoe kunnen leiden dat moslims uit voorzorg maar het label ‘gematigd’ kiezen voor zichzelf.

“De tweedeling van gematigd versus radicaal plaatst moslims in een tegenstrijdige situatie. Weinig moslims willen als radicaal en dus als potentieel gevaar voor de samenleving bestempeld worden. Maar wie als gematigd wordt bestempeld, loopt het risico om te worden gezien als iemand die zijn of haar religie in de uitverkoop heeft gedaan in de hoop om door de niet-moslim meerderheid geaccepteerd te worden. Het resultaat hiervan is dat zowel ‘radicaal’ als ‘gematigd’ beladen termen zijn onder moslims. In Noorwegen – en ook in Nederland – zien we dat moslims zich steeds meer proberen te verzetten tegen het frame van ‘gematigd’ versus ‘radicaal’. Zij doen dit bijvoorbeeld door hun betrokkenheid bij de samenleving en hun toewijding aan de islam gelijktijdig te benadrukken, of door dit frame expliciet te bekritiseren."

De begrippen ‘gematigd’ en ‘radicaal’ zijn toch ook onderdeel van de islamitische theologie?

“Dat klopt, het onderscheid tussen radicaal en gematigd wordt bijna overal ter wereld gemaakt, ook door overheidsinstanties in landen met een islamitische meerderheidsbevolking (zoals Marokko) en door gerenommeerde instituten voor islamitische theologie (zoals de bekende Al-Azhar universiteit in Egypte). Zij koppelen het begrip ‘gematigde islam’ vaak aan islam wasatiyya. Deze term heeft een iets andere bijbetekenis dan de term ‘gematigd’ in Nederland heeft. Het Arabische woord wasat betekent ‘midden’, ‘gebalanceerd’ of ‘gecentreerd’. Islam wasatiyya betekent dus zoiets als ‘de islam van de gulden middenweg’."

Hoe gaan islamitische instituten hiermee om?

"De term islam wasatiyya werd al genoemd in oude islamitische bronnen en heeft dus een lange geschiedenis. Tegenwoordig wordt deze term om verschillende redenen steeds vaker aangewend. Als gevolg van de internationale strijd tegen terrorisme hebben islamitische landen er diplomatieke belangen bij om zich te presenteren als de bakermat van een vredelievende en tolerante islam. Ook religieuze instituten als het Al-Azhar willen voorkomen dat zij worden gezien als broedplaats van terrorisme. Met islam wasatiyya proberen deze regeringsleiders en religieuze instituten bovendien tegenwicht te bieden aan specifieke islamitische groeperingen die hun autoriteit ondermijnen en/of de politieke stabiliteit dreigen te verstoren. Door deze groeperingen als radicaal aan te merken en islam wasatiyya te bevorderen, proberen zij dus ook hun eigen autoriteitspositie te versterken. Een lokale, ‘cultuureigen’ islam die intrinsiek gematigd zou zijn wordt daarbij regelmatig afgezet tegen een radicale islam van buitenaf."

En de overheden?

“De Marokkaanse overheid promoot, sinds de aanslagen in Casablanca in 2003, een zogeheten ‘Marokkaanse islam.’ Deze wordt gepresenteerd als vriendelijk, tolerant, gematigd en bovenal Marokkaans en dient tegenwicht te bieden tegen een kwaadaardige, radicale, buitenlandse islam. De promotie van deze Marokkaanse islam maakt niet alleen deel uit van het contra-terrorismebeleid, maar ook van nationale religieuze hervormingen. Die beogen het buitenlandse imago van Marokko als moslimland te verbeteren, maar ook om de grip van de overheid en het koningshuis op het religieuze en politieke veld te verstevigen. Hierin wordt de rol van de koning als leider der gelovigen centraal gesteld en het soefisme (een mystieke tak binnen de islam) benadrukt als boegbeeld van een gematigde Islam. Dit imago van Marokko als gematigd moslimland wordt hooggehouden via onder andere muziek. De Marokkaanse overheid stimuleert allerlei prestigieuze internationale muziekfestivals, met een keur aan Westerse popartiesten en bekende muzikanten uit het Midden-Oosten. Ook zijn er staatsgesteunde podia die zich speciaal richten op soefi-muziek. Op deze concerten komen niet alleen veel Marokkanen af maar ook buitenlandse toeristen."

Dit 'cultuurbeleid' zal dan een behoorlijke impact op de muzikanten hebben.

"Zeker, de soefi-muzikanten krijgen veel ruimte op de staatsgesteunde podia, maar worden ook in een keurslijf gedrukt, waarbij zij van oorsprong langdurige muzikale soefi-rituelen moeten terugbrengen tot publieksvriendelijke concerten. Anderzijds worden muzikanten die beschouwd worden als radicale moslims, juist geweerd van deze podia. Anashid artiesten (a-capella gezongen liederen over islamitische onderwerpen) worden bijvoorbeeld vaak als moslimfanatici neergezet, omdat veel van hen behoren tot een beweging die het religieuze leiderschap van de koning betwist. Maar de muzikanten laten zich niet in hokjes duwen. Door hun stijl van optreden aan te passen proberen anashid artiesten staatspodia te betreden en soefi-muzikanten zijn heel selectief in welke delen van hun muzikale rituelen zij aan het publiek tonen. Op deze manier proberen de muzikanten nuance aan te brengen in de tweedeling tussen de muziekgenres soefi/ anashid, die de staat creëert en in stand lijkt te willen houden."

Met ons onderzoek roepen we ook op tot het ontwikkelen van nieuwe denkkaders over moslims en de islam. Het is tijd om verder te kijken dan de vraag ‘hoe gevaarlijk moslims zijn’

Margreet van Es

Welke nieuwe vragen heeft jullie onderzoek opgeleverd?

“Het is niet gemakkelijk om termen als gematigd en radicaal volledig te vermijden. Ons onderzoek roept in feite twee belangrijke vragen op. De eerste is: ‘hoe kunnen we als samenleving een kritiek formuleren op de vaak gruwelijke vormen van geweld die uit naam van religie worden gepleegd, zonder te vervallen in simplistische en stigmatiserende tweedelingen als ‘gematigd’ versus ‘radicaal’? De tweede is: ‘hoe kunnen we als religiewetenschappers de complexe en meervoudige diversiteit onder moslims beschrijven in termen die recht doen aan die diversiteit? Met ons onderzoek roepen we dus ook op tot het ontwikkelen van nieuwe denkkaders over moslims en de islam. Het is tijd om verder te kijken dan de vraag ‘hoe gevaarlijk moslims zijn’.”

Waar kunnen mensen meer te weten komen over het onderzoek?

“De onderzoeksresultaten zijn onlangs gepubliceerd in een themanummer van het wetenschappelijke tijdschrift Religion. Het themanummer werd geredigeerd door een team bestaande uit Nina ter Laan, Erik Meinema en mijzelf. Het bevat daarnaast ook bijdragen van Serafettin Pektas, Leonie Schmidt, Kaarina Aitamurto en Nadia Fadil."

Lees meer

Wie meer wil weten over het huidige onderzoek van Margreet van Es, Nina ter Laan en Erik Meinema kan terecht op de website: www.religiousmatters.nl.

OVER DE AUTEURS

Margreet van Es werkt als universitair docent in de religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Voor haar proefschrift en postdoctoraal onderzoek deed zij onderzoek naar anti-moslim sentimenten in Nederland en Noorwegen, en naar de strijd van moslims tegen stereotiepe beeldvorming. Haar huidige onderzoek naar religie en voedsel richt zich op de opkomst van trendy, alcoholvrije halal-restaurants in Rotterdam.

Nina ter Laan is cultureel antropoloog en gespecialiseerd in Marokko. Zij promoveerde aan de Radboud Universiteit op de politieke rol van islamitische muziek in Marokko. Als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Utrecht onderzocht zij het thuisgevoel van Nederlandse en Vlaamse bekeerlingen die hijra (islamitische migratie naar een moslimland) verrichtten naar Marokko. Momenteel is zij onderzoeksmedewerker aan de Universiteit Keulen, waar zij onderzoek doet naar de rol van digitale media en sociale transformatie in Marokko. 

Erik Meinema werkt als docent en promovendus in de religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht. Voor zijn proefschrift doet hij onderzoek naar religieuze diversiteit en vreedzame co-existentie in Kenia, waar diverse ontwikkelingsorganisaties fondsen krijgen van Westerse donoren om ‘interreligieuze samenwerking’ tussen religieuze leiders te bevorderen en gewelddadig extremisme tegen te gaan. Een centrale vraag in zijn onderzoek is: hoe worden vormen van religieuze co-existentie binnen deze context onderhandeld en betwist?