Ik spreek Abdulwahid van Bommel aan zijn eettafel in Hilversum. Ik ontmoette hem voor het laatst in 2017 toen hij op het punt stond om zijn boek De Koran, uitleg voor kinderen aan het grote publiek te presenteren. Van Bommel schreef dat boek omdat hij geloofde dat de traditionele manier van religieus opvoeden in islamitische gezinnen niet altijd aansluit bij de behoeften van kinderen. “Kinderen,” zo stelt hij, “zijn jonge filosofen. Ze stellen vragen en spelen nog volop met woorden en hun begrip van die woorden verandert steeds weer. Om contact met hen te maken moet er een kloof overbrugd worden tussen ons eigen taalveld en die van de kinderen. Voor humor in de religie is het niet anders, we moeten een brug slaan.”

Van Bommel begint met een anekdote die moslims direct zullen begrijpen: “Bij moslims is het zo dat ze onderling, in de moskee, als oude bekenden eigenlijk voortdurend gemoedelijke grapjes maken over het geloof. Zoals het vasten.” Met een lach: “Iemand vertelde aan een andere moskeebezoeker: ‘ja, nou, gisteren heb ik mijn vasten verbroken met mijn vrouw. Zij wilde zo graag even vrijen en ik heb tegen haar gezegd dat het wel kan omdat het in de Koran staat. Toen we klaar waren vroeg ze mij wat er dan in de Koran staat? En ik antwoordde: twee maanden én nog een dag vasten!’ Maar als er met een niet-moslim wordt gesproken over de islam, dan zetten moslims meestal een masker op, dan willen ze serieus genomen worden. Dat is een algemeen probleem van humor. Je kunt niet met iedereen dezelfde humor uitwisselen.

Nederlandse humor is kritisch, soms hard en sarcastisch en dat leidt zeker met de eerste generatie moslimmigranten tot een kloof in de dialoog

Abdulwahid van Bommel

Nederlandse humor is kritisch, soms hard en sarcastisch en dat leidt zeker met de eerste generatie moslimmigranten tot een kloof in de dialoog. Moskeebezoekers uit die groep voelen zich niet serieus genomen als je hen met die stijl benadert en dus is humor altijd een spel van hoe je opmerkingen en grappen in de context plaatst, zowel bij jezelf als bij je toehoorders.”

Ik stel gelijk maar de bekende vraag: kun je religieuze dogma’s in de islamitische traditie op de hak nemen, of de profeet?

“Ja, op bepaalde punten wel, en daar kun je juist de profeet voor gebruiken. Er komt een man bij de profeet, en hij had omgang gehad met zijn vrouw, ook weer tijdens de Ramadan. Hij vroeg aan de profeet hoe dat te compenseren? Nou, die dag moet dus worden ingehaald door twee maanden en een dag te vasten, waarop de man zegt: ‘ik heb al moeite met één dag vasten, hoe houd ik dat twee maanden vol?’ De profeet vroeg hem vervolgens om alle armen in zijn vallei te voeden. Op dat moment kwamen andere mensen binnen bij de profeet, ze hadden manden met dadels meegenomen. De profeet pakte een grote mand met dadels en zei tegen de man: ‘ga dit maar uitdelen aan de armen in jouw gebied,’ waarop de man antwoordt: ‘in de hele vallei waar ik woon ben ik de armste persoon die er is. Hoe zou ik deze mand kunnen uitdelen? De profeet lachte zijn kiezen bloot en zei: ‘vooruit, ga jij maar met die mand met dadels naar huis.’

Abdulwahid van Bommel
Abdulwahid van Bommel: 'We hebben te maken met slechte pers, ook vanuit andere godsdiensten.'© Enis Odaci

Zo kun je zien hoe hij omging met zaken waar de gemiddelde imam nu heel anders mee zou omgaan. Die zou waarschijnlijk strak volgens ‘de regels’ een uitspraak doen. Hoe mensen over de profeet denken klopt niet altijd met zijn handelwijze. Er is zelfs humor in de Koran. Toen ik voor mijn boek onderzoek deed naar humor en religie ontdekte ik dat Joodse geleerden de Thora met humor uitlegden, maar in de Bijbel zelf lachte Jezus nooit en lachte Mozes nooit, volgens de theologen. Maar in de Koran laat Farao een toren naar de hemel bouwen om die God van Mozes eens te ontmoeten!”

Waar komt dat beeld van de norse Mohammed en de strikte islam vandaan?

“We hebben te maken met een slechte pers, ook vanuit andere godsdiensten. Als je naar Nederland kijkt, waar de kerk vroeger veel invloed, geld, maatschappelijke en politieke wortels had, worden er alleen maar vervelende dingen geroepen over moslims.

Als je naar Nederland kijkt, waar de kerk vroeger veel invloed, geld, maatschappelijke en politieke wortels had, worden er alleen maar vervelende dingen geroepen over moslims

Abdulwahid van Bommel

Ik ken ondertussen voorgangers wier dochters met een moslim trouwen - soms ook nog met een strenge moslim. Die maken heel wat mee. Ze vragen mij hoe daarmee om te gaan. Dan hebben ze verschillende kritiekpunten over de islam die ze uit boekjes halen, en blijven zo dezelfde dingen herhalen. ‘De profeet is dit en dat’, en op internet vinden ze ook veel informatie die de islam in een negatief daglicht plaatst.”

Maar sommige moslims leveren zelf natuurlijk ook een bijdrage aan dat beeld. De moord op Theo van Gogh is dan vaak het ultieme voorbeeld, of Charlie Hebdo.

“Absoluut, dat zijn mensen die zoeken naar zekerheid. Zij maken zelf een karikatuur van de islam en maken zich vervolgens kwaad op dat karikatuur. Die mensen hebben hun mond vol van de sharia. De sharia-mensen streven altijd naar macht, maar ze kunnen niet debatteren, ze kunnen alleen bij voorbaat gelijk hebben.”

Theo van Gogh wilde moslims net zo kunnen behandelen als christenen. Voor hem was niks heilig en hij wilde overal tegenaan kunnen schoppen. Is dat ook humor?

“Nee, dat is zijn karakter. Ik heb in die tijd vaak meegedaan aan praatprogramma’s en ik heb toen steeds gezegd dat ik Nederland mét Theo van Gogh een leuker land vind dan zonder. Hem is op een schandelijke en verachtelijke manier het leven ontnomen. In zijn vorm van humor en zijn manier van omgaan met een geloof, waarbij hij de positie van die mensen nauwelijks kon begrijpen, was hij behoorlijk primitief en hard. Hij hield te weinig rekening met het soort humor dat je kwijt kon aan moslims van de eerste generatie. Die hadden in de jaren zeventig nauwelijks een identiteit, het waren gastarbeiders, en ze zijn langzamerhand uiting gaan geven aan hun geloof. Dat was hun enige identiteit en zij ervoeren dat die hen met grappen werd ontnomen.”

Zonder daarbij de Nederlandse cultuur goed te kennen.

“Precies, ze hebben op eigen houtje hun moskeeën gebouwd en leefden in een bubbel en zijn daar lange tijd in gebleven. Ze kenden daarom de gemiddelde visie van de Nederlander die naast hen leefde niet. En om dan vanuit die rijke, kritische, humoristische Nederlandse cultuur daar flapuit te gaan spelen getuigde niet van veel beschaving. Daarom kwamen moslims intolerant over. Ze waren nog nooit op deze kritische manier aangesproken, kwamen nooit in aanraking met de sarcastische manier waarop een debat over religie in Nederland wordt gevoerd.”

Ik ben een tweede generatie migrant, zoals dat zo mooi heet. Ik begrijp de nuances in de taal inderdaad beter, maak er zelf ook handig gebruik van in mijn werk. Is het moment nu daar om wel dat soort felle humor te omarmen?

“Ja, de angst van humoristen is ook nogal overdreven gebleken. We moeten niet ongeduldig zijn. Het doet me denken aan de haast waarmee we terug willen keren naar het normale leven vanaf het moment dat het coronavirus de samenleving op slot zette. Nee, ik geloof dat er generaties overheen gaan en dat er een bloeiende, beter ontwikkelde groep moslims zal zijn die het oppikt.

We moeten niet ongeduldig zijn. Het doet me denken aan de haast waarmee we terug willen keren naar het normale leven vanaf het moment dat het coronavirus de samenleving op slot zette

Abdulwahid van Bommel

Maar ook mensen met een academische graad, die goed zaken kunnen nuanceren en onderscheiden, lijden onder de manier waarop ze soms worden behandeld. Het heeft ook iets te maken met discriminatie, met racisme, met islam en andere culturen zien als een bedreiging. Aan de ene kant is er de verwachting dat mensen goed moeten meedraaien in het onderwijs. Al zijn ze goed voor een havoniveau krijgen ze toch een vmbo-advies. Zij maken in hun levenstraject allerlei dingen mee in hun relatie met onderwijs, gezondheidszorg en werk, waarin ze de ene keer expliciet en de andere keer impliciet op hun nummer gezet worden. Dan zeggen wij Nederlanders dat ze niet integreren en zich niet ontwikkelen. Maar als ze ondanks alles wel op die goede posities weten te komen, en wij krijgen bijvoorbeeld een Marokkaanse chef boven ons, dan staan we ineens gek te kijken. Dan zit die persoon opeens op ‘mijn’ stoel.”

Ben je zelf wel eens als moslim op tenen gaan staan van jouw toehoorders?

“Ik herinner me een lezing in een grote kerk in Middelburg, vlak na de aanslagen op de Twin Towers. Het was al donker toen ik mijn auto bij de kerk parkeerde en daar kwam ik rabbijn Lilliënthal van de liberale synagoge in Amsterdam tegen. We liepen samen rond de kerk en nergens was er een open deur te bekennen. We lachten smakelijk: ‘moet je nou zien, een moslim en een Jood die rondjes lopen om de kerk! Hoe vaak moeten we nog de omgang doen voordat de kerk opengaat?’ Eenmaal binnen in de kerk vertelde ik zorgvuldig over hoe verschrikkelijk ik het vond van die slachtoffers van 9/11. Burgers mogen nooit slachtoffer worden van oorlogshandelingen. ‘Maar,’ zei ik, ‘hoge torens vangen veel vliegtuigen.’

Abdulwahid van Bommel
Abdulwahid van Bommel: 'De angst van humoristen is ook nogal overdreven gebleken.'© Enis Odaci

Dat was een hele spannende grap. De helft begon te lachen en de andere helft keek alsof ze ziek werd. Rabbijn Lilliënthal zei na afloop dat hij het een erg harde, maar verschrikkelijk goede grap vond. Een mevrouw uit het publiek daarentegen zei dat die grap echt niet kon. Onder mijn grap lag natuurlijk een onderliggende analyse, want het is de economie van megasteden en wolkenkrabbers die dé-humaniseert, landen uitbuit, plundert en dan is er ook een tegenreactie.”

Humor gaat natuurlijk ook over het delen van ervaringen, waarbij woorden gevonden worden die wij zelf niet kiezen of gebruiken.

“Rumi heeft het daarover. Dat is de mystiek, waar woorden gevonden worden die de innerlijke beleving van mensen weet te raken. In zijn werk de Masnawî vertelt hij over een situatie waarin hij en zijn vrouw ’s avonds gasten op bezoek krijgen. Hij zorgt dat er vlees in huis is en gaat weer verder met zijn werk. Maar zijn vrouw besluit in de middag kebab te bereiden voor een gezellige high-tea met haar vriendinnen. Wanneer hij ‘s avonds thuiskomt vraagt hij waar het vlees gebleven is, waarop zijn vrouw antwoord dat de kat het misschien heeft opgegeten. Wat? Hoe kan dat? Hij haalt de kat en zet deze op de weegschaal, en zegt tegen zijn vrouw: ‘dit is het normale gewicht van een kat. En het vlees dat ik kocht weegt net zoveel als deze kat. Als dit het vlees is, waar is dan de kat? En als dit de kat is, waar is dan het vlees?’ Hier legt Rumi meesterlijk een mystieke wijsheid uit, namelijk dat het vlees een omhulsel is van de ziel. Dat is de vraag die ons gesteld wordt: wat doen wij met onze ziel? Daar lopen we meestal mee onder onze arm.”

Er bestaan vele fysieke en symbolische heiligdommen in religies. Dat leidt tot de stilzwijgende afspraak om ze uit eerbied onbesproken te laten. Kunnen we wat ons heilig is wel met humor bespreken?

“Jazeker, omdat je bij heiligdommen zoekt naar oprechtheid. Toen ik de Kaa’ba in Mekka voor het eerst zag was ik erg onder de indruk van het bouwwerk, maar het is uiteindelijk een simpele stenen kubus. Er zijn veel mooiere architectonische creaties gemaakt, maar de Kaa’ba heeft toch een statige waardigheid. Heiligheid heeft te maken met helen, ook in onze taal betekent ‘heiligheid ervaren’ dat we ‘heel’ worden. We zijn in stukjes uiteengevallen, we hebben een fysieke werkelijkheid, een mentale werkelijkheid, een spirituele werkelijkheid, en al die stukjes vinden we terug in onze talrijke identiteiten. We willen ons een eenheid voelen en heiligheid appelleert aan dat gevoel, aan de ultieme eerlijkheid en oprechtheid. Heiligheid ontmaskert ons en dat staan we alleen toe als we ons daaraan volledig overgeven.

Heiligheid ontmaskert ons en dat staan we alleen toe als we ons daaraan volledig overgeven

Abdulwahid van Bommel

Daar zijn grappige verhalen over. Zo is er een leerling die klaar is met zijn studie. De leraar vertelt dat hij hem alles onderwezen heeft wat hij zelf aan kennis bezit, en hij verwijst de leerling door naar een andere leraar. De leerling krijgt een ezeltje mee en gaat op weg. Hij komt bij de volgende leraar en na een tijdje studeren wordt hij weer doorverwezen naar een andere leraar, enzovoorts. Onderweg overlijdt zijn trouwe ezel. De student bedekt zijn ezel met stenen en zit een tijdje gebogen, in stilte, bij het overleden ezeltje na te denken over hoe hij verder gaat met zijn leven. Mensen zien hem zo zitten en gaan naast de leerling zitten mediteren.

Na een poosje zitten er zomaar tien mensen om hem heen! De leerling staat op en bedient hen met wat hij heeft aan voedsel, water en dekens. De mensen blijven langer zitten omdat ze de zegeningen van die plek willen ontvangen. De leerling beseft ondertussen dat hij nu niet meer kan vertellen dat er een ezel onder de stenen ligt. Hij keert met zware schouders terug naar zijn vader. Enigszins opgelaten vertelt hij hem wat hij heeft gedaan en hoe hij dat meemaakte, waarop zijn vader antwoordt: ‘zoon, zo ben ik ook ooit begonnen!’

Met een dergelijk verhaal ontheilig je even het heilige. Er zijn veel momenten dat een bepaalde plaats, een bepaalde tijd wordt geheiligd. Vele stenen zijn in de geschiedenis op elkaar gelegd om een heilige plek te vormen. Het is bijna niet uit te leggen. Heiligheid is je gegeven om jezelf te ontdekken en jezelf de vraag te stellen wat jij ermee wil doen. Een beetje humor kan daarbij helemaal geen kwaad.”

Paspoort

Abdulwahid van Bommel (Amsterdam, 16 april 1944) is de zoon van een katholieke vader en een hervormde moeder.

  • Was geestelijke verzorger voor moslims bij het Medisch Centrum Haaglanden
  • Was tot 1992 imam van het Moslim Informatie Centrum in Den Haag
  • Was directeur van de Nederlandse Moslim Omroep
  • Mengde zich actief in het debat over Salman Rushdie en Theo van Gogh
  • Vertaalde de Masnawî, het werk van Maulana Djalaluddin Rumi, naar het Nederlands
  • Publiceerde in 2017 het eerste deel van De Koran, uitleg voor kinderen. In 2020 volgde deel 2 en momenteel werkt hij aan het derde deel.

Van Bommel woont in Hilversum en is getrouwd met Farida Pattisahusiwa en heeft twee kinderen en vier kleinkinderen.