15 april 2019. De Notre-Dame staat in lichterlaaie. De beelden van de uitslaande brand gaan de hele wereld over. Een schok gaat door de toeschouwers dichtbij en ver weg, op het moment dat één van de torens al brandend naar beneden stort. Als na acht uur blussen het vuur onder controle is en de ergste schade zichtbaar wordt, gaan de discussies niet over óf de kerk herbouwd moet worden, maar hoe. Al snel stroomt er geld binnen voor deze immense operatie, die waarschijnlijk meer dan vijf jaar gaat duren. In een tijd waarin steeds minder mensen zich in ons deel van de wereld ‘kerkelijk’ noemen, blijkt deze stadskerk van Parijs ‘iconisch’, kenmerkend, beelddrager voor de identiteit van de stad en misschien zelfs van Frankrijk.

Hout en stenen

Niet dat elke stadskerk in Nederland met de Notre-Dame te vergelijken is, maar de collectieve emotie die deze kerk oproept als identiteitsbepalend voor de stad, is er ook bij diverse stadskerken in Nederland. De Lange Jan in Amersfoort staat bijvoorbeeld in mijn geheugen gegrift, al ben ik er nog nooit binnen geweest. Maar als wij als gezin vroeger na een lange autorit op weg naar familiebezoek in de buurt van Amersfoort kwamen, riep er altijd wel iemand: ‘Kijk, daar is de Lange Jan, we zijn er bijna!’. 

Nooit woonde ik in een grote stad. Nooit kerkte ik in een iconische stadskerk. Sterker nog, ik ben lange tijd zo’n dominee geweest die van harte uitdroeg dat het natuurlijk niet om hout en stenen gaat, maar om de mensen en de manier waarop zij het geloof beleven

wilma hartogsveld

Sinds 1 juni 2021 ben ik parttime verbonden aan de Stadskerk Nijmegen; een oecumenische geloofsgemeenschap die wekelijks vieringen houdt in de Stevenskerk te Nijmegen. Nooit woonde ik in een grote stad. Nooit kerkte ik in een iconische stadskerk. Sterker nog, ik ben lange tijd zo’n dominee geweest die van harte uitdroeg dat het natuurlijk niet om hout en stenen gaat, maar om de mensen en de manier waarop zij het geloof beleven, handen en voeten geven, delen en uitdragen. Daarbij vertelde ik dan graag over mijn collega in het leger, die eens aan de kinderen met wie ik daar vanuit de gemeente op bezoek was, vroeg waar de kerk was. De kinderen keken eens rond in het munitiedepot waar we stonden en antwoordden dat er daar geen kerk was. Daarop trok de aalmoezenier een doosje tevoorschijn, waar hij een kaars, een Bijbel en een stola uithaalde, die hij om zijn uniform hing. De kaars en de Bijbel legde hij op een munitiekistje en hij stak de kaars aan. ‘Hier is de kerk’, zei hij. En de kinderen knikten en luisterden met rode oortjes naar de rest van zijn verhaal.

Scheurtjes

In mijn gemeente Schaarsbergen werd het logo waarop een kerkgebouw te zien was, in mijn tijd vervangen door een logo van een groepje mensen op een opengeslagen Bijbel. Dat was beter, vond ik destijds. Maar langzamerhand veranderde er iets in mijn eigen denken over de kerk als gebouw en de betekenis daarvan. Misschien begonnen er al scheurtjes in mijn protestantse nuchterheid te komen, toen ik ervaarde dat mijn toen nog jonge kinderen rennend en schreeuwend rond de Sint Lambertuskerk in Hengelo liepen, maar eenmaal binnen meteen muisstil werden. Of toen we kloosterkampen met studenten gingen organiseren op het veld  voor de kerk en we ontdekten dat die kerk voor hen een plek van betekenis was, al kwamen ze er normaal gesproken nooit.

Gelukkig weet ik dat er in Nederland meer iconische stadskerken zijn, met inspirerende mensen, die al langer met elkaar onderweg zijn op deze zoektocht. Ik besloot om iedere maand zo’n stadskerk te gaan ontdekken

wilma hartogsveld

In 2011 raakte ik in een persoonlijke crisis. Mijn wereld stond op zijn kop, alles waar ik tot dan toe op vertrouwde, lag aan scherven. Voor de buitenwereld heb ik me nog een tijd groot kunnen houden, maar uiteindelijk ging dat niet meer. Met hulp van goede mensen om me heen en een aantal professionals, krabbelde ik langzaam overeind. Maar de muurtjes die ik in mijzelf had gebouwd, stonden stevig en daar had ik enorme last van. Ik belde onze organist en vroeg hem naar de kerk te komen om piano voor me te spelen. En daar, op die plek waar al zoveel mensen hun verdriet onder ogen hadden gezien, hun maskers hadden laten vallen en zich hadden laten raken, hoe pijnlijk ook, kon ik het eindelijk toelaten. Het verdriet, de schaamte, de teleurstelling, de wanhoop. Ik huilde zoals ik nog nooit had gehuild, maar als een herboren mens verliet ik nadien dit gebouw, dat op de een of andere manier een plek van herstel voor me was geworden. Een paar weken laten nam ik een goede vriend en collega in vertrouwen. Hij nam me mee naar de Stevenskerk In Nijmegen en daar, in de stiltekapel, bad hij een kort eenvoudig gebed en zegende me. Dat had hij niet in zijn woonkamer kunnen doen. De veilige en heilige ruimte van dit eeuwenoude gebouw, was net zo helend als zijn nabijheid, zijn woorden, zijn gebaar. Nooit zou ik meer zeggen dat een kerkgebouw alleen maar uit hout en stenen bestaat.

Opnieuw welkom

Als pionier in Pleisterplaats Ressen merk ik ook hoeveel meerwaarde zo’n eeuwenoude kerk heeft, alleen al bij de dagelijkse ochtendgebeden. Als je er binnen komt hoef je niet veel meer te doen of te zeggen. Het is er al. Zoals in dat mooie lied van Sytze de Vries, De vreugde voert ons naar dit huis, waarin wordt gezongen: ‘Waar nog de wolk gebeden hangt van wie ons zijn voorgegaan.’

Jaren nadat ik mijn bijzondere ervaring had in de Stevenskerk werd ik gevraagd om er als gastpredikant dienst te doen. Ik nam me voor het eenmalig te proberen in de veronderstelling dat zo’n grote kerk met een akoestische vertragingstijd van 10 seconden, niet bij mijn nogal hyperactieve aard past. Maar het werkte wonderwel. Alsof de kerk mij opnieuw welkom heette, toen in mijn kwetsbaarheid, nu in mijn kracht. Enkele maanden later werd me gevraagd of ik voor de Stadskerk Nijmegen wilde komen werken. Als pionierende stadspastor. Om samen te zoeken naar mogelijkheden om meer mensen de betekenis van deze Stadskerk te laten ontdekken. Ik besloot het avontuur te wagen, al definieerde ik mijzelf tot voor kort als een echte dorpsdominee.

Gelukkig weet ik dat er in Nederland meer iconische stadskerken zijn, met inspirerende mensen, die al langer met elkaar onderweg zijn op deze zoektocht. Ik besloot om iedere maand zo’n stadskerk te gaan ontdekken. Gewoon door er een paar dagen in en omheen te lopen, de kroegbaas aan de overkant te spreken, de winkelende mensen, de koster misschien. En door het gebouw en de mensen tot mij te laten spreken zoals ik dat door de Stevenskerk heb laten gebeuren. Vanaf september neem ik u in Volzin mee op mijn verkenningstocht langs een aantal iconische stadskerken. Want wie weet is het wel waar, dat die de toekomst hebben.

Wilma Hartogsveld is predikant, pionier en auteur. Voor meer informatie: www.wilmahartogsveld.nl