Taede Smedes spreekt in de collectie Bewustzijn en Werkelijkheid denkers die van mening zijn dat ons wereldbeeld aan een drastische herziening toe is. Denkers die ons aan het denken willen zetten omdat ze op grond van goede argumenten menen dat onze werkelijkheid heel anders in elkaar steekt dan we denken.

In deze serie ben ik op zoek naar ‘dwarse denkers’, die durven te krabben aan ons beeld van de werkelijkheid. Heeft Jolij een idee waarom mensen hem als een ‘dwarse denker’ beschouwen?

“Nou, ten eerste geloof ik niet meer in het paradigma dat the mind is what the brain does. Het materialistische paradigma dat de geest of het bewustzijn een product van de hersenen is, gaat er bij mij niet meer in. Ten tweede neem ik het idee dat je bewustzijn op andere plekken in de natuurwetenschappen tegenkomt, best wel serieus. En dat neemt niet iedereen mij in dank af, laat ik het zo formuleren.”

Interessant, vertel…

“Kijk, het idee dat bewustzijn uit het brein voortkomt, is zo’n alom gerespecteerd standpunt dat het niet erg wordt gewaardeerd als je daar tegenaan schopt. Collega’s vinden mij dus wat tegendraads. Tegelijkertijd word ik niet verketterd, dreigt er geen ontslag en nemen mensen mijn argumenten wel degelijk serieus. Het probleem waar ik op ben gestuit is echter dat de academie geen goede plek is voor dwarse denkers. Dat is ook één van de redenen dat ik binnenkort een carrièreswitch maak naar een meer beleidsmatige positie in Den Haag. Ik blijf dan nog hooguit gastonderzoeker in Groningen.

De academie is geen goede plek voor dwarse denkers

jacob jolij

Academische carrières zijn afhankelijk van het aantal publicaties, het binnenhalen van onderzoeksgeld en het aantal promovendi dat je aflevert. Als je een dwarse denker bent, sluit je je in zekere zin af van onderzoeksgeld. Er is voor mijn soort onderzoek hooguit één Europese stichting die voor maximaal 40.000 euro aan onderzoekssubsidies verstrekt. Maar als je hoogleraar wilt worden, moet je minimaal zo’n twee miljoen euro aan onderzoeksgeld hebben binnengebracht. Dat gaat mij dus nooit lukken. Dat betekent dat als je dit type onderzoek doet, je gedoemd bent om dat vanuit de marge te doen. Dan kun je dus niet meebeslissen over waar jouw vakgebied naartoe gaat, want die beleidsbeslissingen worden nog altijd gemaakt door mensen die ‘prof.dr.’ voor hun naam hebben staan.

Deels heeft het ermee te maken dat het denkkader waarin we zitten helemaal doortrokken is van causaal denken. Hoe meer ik erover schrijf en erover nadenk, hoe meer ik denk dat er bij fundamentele zaken helemaal geen causaliteit in het spel is. Er zijn diepere patronen, dingen die achter of onder een natuurkundig wereldbeeld liggen. Maar pers dat maar eens in een NWO-onderzoeksvoorstel. We hebben hier te maken met een extreem interdisciplinair vraagstuk. Zie maar eens van verschillende vakgebieden zoveel te weten te komen dat je voldoende vakinhoudelijk kunt meepraten. Iemand als Bernardo Kastrup met een PhD in de computerwetenschappen, is decennialang bezig geweest met dit soort vraagstukken om op het niveau te komen dat hij over zaken als kwantummechanica en hersenwetenschappen met kennis van zaken kan meepraten. Als je een reguliere carrière in de wetenschap wilt hebben, moet je geen interdisciplinair onderzoek gaan doen.”

Jij denkt dus dat de materialistische natuurwetenschap niet in staat is om het bewustzijn te verklaren?

“Galileo was er al van overtuigd dat bewustzijn niet past in het natuurwetenschappelijke kader. Galileo kon beschrijven hoe een kogel naar beneden valt, maar hij kon niet beschrijven waarom iets als rood wordt waargenomen. Natuurwetenschap is een manier van denken die probeert te voorspellen hoe de wereld eruit ziet voor een waarnemer op een bepaald moment. Natuurwetenschap gaat dus uit van het bestaan van de waarnemer, maar is niet bedacht om de waarnemer zélf te verklaren. En dan komen daar op een gegeven moment een aantal maffe hersenwetenschappers die zeggen: maar natuurlijk kan dat wel! Dat is eigenlijk heel raar.

De ironie wil dat de meeste natuurkundigen veel agnostischer over het verklaren van bewustzijn zijn dan hersenwetenschappers zelf. Ze staan er ook veel opener in. Als je naar een congres over parapsychologie gaat, kom je daar vooral biologen en natuurkundigen tegen. Hoewel de parapsychologie in het begin gewoon onderdeel was van de reguliere psychologie, zie je tegenwoordig geen psychologen meer op parapsychologische congressen, maar vooral natuurkundigen die dat vakgebied niet zo raar maar vooral interessant vinden.

Het idee dat de waarnemer verklaard kan worden vanuit natuurkundige processen, hebben wij ons als psychologen en hersenwetenschappers wijsgemaakt en tot een soort waarheid verheven die helemaal niet vaststaat. We weten dat er een samenhang is tussen hersenprocessen en bewuste ervaringen, maar daar houdt het mee op. Er is evenzeer een samenhang tussen het feit dat ik mijn ogen open heb en dat ik dingen zie. We weten niet of hersenprocessen een voldoende of noodzakelijke voorwaarde voor bewustzijn vormen. Zelfs als er een één-op-één-samenhang zou zijn, dan hebben we nog steeds geen flauw idee waarom bepaalde biologische processen in het ene geval wél tot een bewuste ervaring leiden en in het andere geval niet.

Galileo was er al van overtuigd dat bewustzijn niet past in het natuurwetenschappelijke kader

jacob jolij

Let wel, we hebben enorme vorderingen gemaakt als het gaat om inzicht in bijvoorbeeld de hersenprocessen die betrokken zijn bij waarneming. Zo kunnen we bij sommige comapatiënten voorspellen welke patiënten goede kans hebben op herstel en welke niet. Als het gaat om de fundamentele vraag naar wat bewustzijn is en als je alle moderne theorieën van bewustzijn bestudeert, dan komen die er toch nog steeds op neer dat ze heel goed in staat zijn om te beschrijven welke hersenactiviteit gepaard gaat met welke bewuste ervaring. Maar als puntje bij paaltje komt waaróm dat het geval is, dan blijft in feite het antwoord dat er iets magisch gebeurt. En dat vind ik hele rare wetenschap.”

Hoe geef jijzelf bewustzijn een plaats en rol in onze werkelijkheid?

“In mijn boek schets ik aan het eind een voorlopige theorie – een soort gedachten-experiment – van hoe je vast kunt houden aan een wetenschappelijke visie op bewustzijn. Dan houd je volgens mij maar een mogelijkheid over, namelijk het panpsychisme, bewustzijn als een integraal onderdeel van de werkelijkheid. Het idee is dat bewustzijn een soort basiseigenschap is. Het is een plek, een dimensie van de werkelijkheid. Zoals jij je in je tuin kunt bevinden, zo kunnen deeltjes zich ook bevinden op een plek in wat ik noem ‘het bewustzijnscontinuüm’. De ervaring dat ik hier in mijn kamer achter de pc met jou zit te praten is werkelijk omdat de deeltjes waar ik uit besta niet alleen hier in mijn kamer zijn, maar ook in dat bewustzijnscontinuüm.

Ik zie bewustzijn dus als een extra dimensie. In plaats van dat wij als mens bewustzijn hebben, beweeg ik als het ware lichamelijk door dat bewustzijnscontinuüm. Dat is enerzijds een gekke gedachte, want dat betekent niet alleen dat alle bewustzijnservaringen die ik ooit heb gehad en die ik ooit zal hebben, al ergens bestaan en ook altijd ergens zullen blijven bestaan als onderdeel van het universum. Hoe mijn pad door dat continuüm zich ontwikkelt, wordt enerzijds bepaald door de wetten van de natuurkunde – mijn lichaam is onderhevig aan de wetten van de natuurkunde en van de biologie – maar misschien zijn er in dat bewustzijnscontinuüm ook andersoortige wetten die bijvoorbeeld bepalen hoe bepaalde gedachteprocessen zich ontwikkelen. Dat zijn misschien wetten die de psychologie kan ontdekken.”

Maar is dat idee van een dimensie van bewustzijnservaringen die onderdeel is van ons universum, niet evengoed een materialistische visie?

“Het idee van bewustzijn als een dimensie is niet zozeer een materialistische visie, want een materialist zegt dat bewustzijn louter en alleen voortkomt uit de natuurkunde zoals wij die kennen. Je zou het een fysicalistisch model kunnen noemen, wat iets anders is dan materialistisch. Een materialistisch model wil bewustzijn verklaren uit materie, en ik denk niet dat dat kan. Maar het is wel fysicalistisch, want mijn model gaat er dus vanuit dat bewustzijn onderdeel is van de fysische werkelijkheid, namelijk als een extra dimensie waardoorheen deeltjes zich bewegen. Het gekke is dus dat het bewustzijn dat ik ervaar niet van mij is, maar ingebakken zit in het universum. Ik vind dat een interessant en prikkelend model.

Het gekke is dus dat het bewustzijn dat ik ervaar niet van mij is, maar ingebakken zit in het universum

jacob jolij

Of het model klopt, weet ik niet, maar het leuke is nu juist om erover na te denken. Waar ik zo langzamerhand achter ben gekomen is dat het een model is waar je heel voorzichtig experimenten mee kunt doen en dat er aanwijzingen zijn in de parapsychologie die heel goed in dit model passen. Ook zijn er onderzoeksparadigma’s ontwikkeld in de parapsychologie die je zou kunnen toepassen om dit model mee te toetsen. Dat maakt het spannend want je kunt met dit model dus hele fundamentele aannames die we in de hersenwetenschap doen, toetsen.”

In je boek zeg je ook dat je model voorzichtig in staat is om ‘paranormale’ ervaringen een plaats te geven, bijvoorbeeld contacten met overleden mensen. Hoe kijk jij aan tegen dit soort paranormale ervaringen?

“Ik denk dat we moeten accepteren dat ruim 80 procent van de mensen een paranormale ervaring heeft meegemaakt, het hoort bij ons mens-zijn. Dat betekent zeker niet dat het ook allemaal echt is. Sterker nog, ik denk dat je veel van die ervaringen via reguliere psychologische processen kunt verklaren. Maar neem zoiets als betekenisvol toeval. Dat kun je heel makkelijk weg verklaren als puur kans. Maar feit is dat we dat eigenlijk gewoon helemaal niet weten. Vaak wordt gezegd: iedere nacht dromen miljarden mensen en dus is de kans groot dat er iemand droomt over de dood van een geliefde. Maar hoe groot is de kans dat er iemand midden in de nacht opstaat om achter de pc de rouwadvertentie van een geliefde persoon te tikken naar aanleiding van een droom? Annet Brouwer vertelde er in het vorige interview met jou in Volzin over. Niet zo groot, dunkt me. Toch is dat kansverhaal veelal de reden om dergelijke ervaringen als anekdotisch weg te zetten.

Ik denk dat paranormale ervaringen zich niet makkelijk laten sturen. Ze laten wel een diepere connectie of andersoortige verbindingen tussen twee gebeurtenissen zien. Ook is het niet zo dat het een het ander veroorzaakt. Dus bij het voorbeeld van de man die de rouwadvertentie van zijn vrouw diep in de nacht uittypt: het is niet zo dat dat overlijden van zijn vrouw die gebeurtenis veroorzaakt, maar er is volgens mij een diepere connectie tussen die twee gebeurtenissen. Volgens mijn model zou die interactie verklaard kunnen worden doordat er in die bewustzijnsruimte ervaringen worden gedeeld, ook al vinden bepaalde gebeurtenissen in de fysieke ruimte op kilometers afstand van elkaar plaats.”

Waar zit onze subjectiviteit in jouw model? Een belangrijk deel van ons bewustzijn is immers ons idee van een zelf en van eigenaarschap: het zijn míjn ervaringen, het is míjn bewustzijn. En er is een idee van perspectief. Dat alles vind ik moeilijk te rijmen met de suggestie van jouw model, namelijk van ervaringen die ons als het ware komen aanwaaien.

“Dit is inderdaad een zwak punt in mijn model, geef ik direct toe. Ik ga inderdaad uit van een dimensie met een oneindig aantal ervaringen die los van mij als persoon bestaan. Ik moet dan ook aannemen dat alle ervaringen die bestaan ook alle ervaringen omvatten die mij als persoon aangaan. Er zijn ervaringen in die dimensie die ik, en alléén ik, kan ervaren. En het wordt nog erger. Want als je uitgaat van de kwantummechanica, dan heb je te maken met een niet-vaststaande toekomst.

Paranormale ervaringen laten zich niet makkelijk sturen

jacob jolij

Dat betekent dat er zich een situatie voordoet waarin mijn zoon wel of geen kinderen zal krijgen. En dat betekent weer dat de ervaringen van mijn kleinkinderen al vastliggen, ongeacht of die kleinkinderen er wel of niet zullen komen. Ik moet uiteindelijk aannemen dat mijn gevoel van 'ik als ik' ook een ervaring is die ergens rondzweeft in dat universum van ervaringen. En dat er dus voor iedere mogelijke bewuste identiteit die er in het universum bestaat – mens, chimpansee, ruimtewezen op een verre planeet – ook ervaringen met een bepaalde subjectiviteit en perspectief op de werkelijkheid moet zijn. Die niet-gespecificeerdheid levert dus een niet heel fraai model op. Anderzijds moet je ook bedenken dat het model een work in progress is en blijft.”

Jacob Jolij is als cognitief neurowetenschapper verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar de samenhang tussen onze waarneming en de realiteit. Hij gebruikt speciale beeldvormingstechnieken om hersenactiviteit te meten en te koppelen aan wat mensen zien, horen en voelen.

In 2020 verscheen zijn boek Wat is bewustzijn nou eigenlijk? Een prikkelende zoektocht van neurobiologie tot parapsychologie (Nieuw Amsterdam). Jolij is bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Psychonomie en heeft een vaste column in het Tijdschrift voor Parapsychologie & Bewustzijnsonderzoek.