Niets gebeurt tweemaal en niets
zal tweemaal gebeuren. Geboren
zonder kundigheden, sterven we
dus als onervaren senioren.

Zo opent Wisława Szymborska haar gedicht ‘Niets tweemaal’. Het brengt me terug naar een ervaring aan het begin van het millennium. Ik ben een aantal jaar werkzaam als jurist. Mijn werk voor een mensenrechtenorganisatie brengt me enkele malen naar Afrika en een ander project doet me in het door de tsunami getroffen Atjeh belanden. Ik ben jong, sta in vuur en vlam voor vragen van vrede en gerechtigheid en weet me geïnspireerd door het Evangelie. De confrontatie met de harde realiteit van de schade, de trauma’s en de hulpvragen overweldigt me echter. Het is groot, veel te groot. Terwijl ik met een klein vliegtuigje ergens land, ontvang ik een sms van mijn vader: ‘Je hoeft niet het leed van de hele wereld op je schouders te nemen.’ Ik registreer het.

Tijdens een bezoek aan Congo drink ik een lauwe cola op een terras in Kinshasa met een medewerker van een concurrerende NGO. Om ons heen lopen militairen. Enkelen vragen om cola. Zoals op de luchthaven de douane later ook – op dreigende toon, als voorwaarde om het land te verlaten – vraagt: ‘Heb je cola voor ons?’. Ik voel me licht unheimisch, onveilig. Oorlog was het niet, maar vrede ook niet.

Ik ben jong, sta in vuur en vlam voor vragen van vrede en gerechtigheid en weet me geïnspireerd door het Evangelie

jaKob van wielink

Ik moet daar op dat terras, overweldigd als ik ben, mijn hart luchten. Ik ben cynisch geworden. Ik denk mijn cynisme te kunnen ontkennen door aan te tonen dat ik een realist ben. Het geld dat volgens mij over de balk wordt gesmeten. Een industrie die van beleidsstukken knippen en plakken aan elkaar hangt. Met mensen die het hart meer op de juiste plek hebben dan het verstand. Zo zeg ik. Zo denk ik. Mijn collega drinkt ook een lauwe cola en hoort me aan. Op enig moment zegt hij: ‘Ach, weet je, we zijn samen onderweg. We maken er het beste van. Kun je het ook van die kant bekijken?’ Ik ben niet in staat toe te geven dat hij de spijker op de kop slaat.

In diezelfde tijd zet ik mijn eerste schreden op het therapeutische pad. Tijdens een opleiding zegt een mede-cursist: ‘Uiteindelijk rommelen we maar wat aan, doen we maar wat.’ Ik neem haar niet meer serieus. Mezelf des te meer. Weten wat je doet, hoe je het doet, daar gaat het om!

Bijna twintig jaar verstreken sindsdien. Er verschoof behoorlijk wat. De jeugdige overmoed en eraan gekoppelde drammerige halsstarrigheid maakten plaats voor een milde nuchterheid die verbonden is aan een diepere bron. Ik leerde rouwen en langzaam af te rekenen met de verslaving aan de redder in mij. Het hangt allemaal minder van mij af. Het is cliché en heerlijk waar. Met het verstrijken van de jaren en het leven van het volle leven komt een gezonde dosis reflectie. Ik weet nu dat ik niets hoef goed te maken. Zonder mezelf te verloochenen, mag de ander belangrijker worden. Er ontstaat een grotere ruimte van samen spelen, ontdekken en groeien. Soms stuit ik nog op oude pijn. Dan lijkt het alsof er iets niet gezien wordt, of erkend. Steeds weer stel ik vast dat het een oud verhaal is dat zijn geldigheid inmiddels verloor.

De jeugdige overmoed en eraan gekoppelde drammerige halsstarrigheid maakten plaats voor een milde nuchterheid die verbonden is aan een diepere bron

Jakob van wielink

In het samen onderweg zijn oefenen we, we vallen en staan weer op. Wie het weet, mag het zeggen. Maar we weten echt meer niet dan wel. Dat is voorwaar geen slecht nieuws, maar een waarachtige uitnodiging tot verbinding en verbroedering en verzustering. Over muren van families, dorpen, steden, landen, continenten, kerken en geloofsrichtingen. Mijn ultieme droom voor de wereld – vrede en gerechtigheid – heb ik God zij dank nimmer verloren. Hij is mijn leidmotief. Alleen de weg ernaar toe is met meer mildheid en oefenbereidheid omkleed. Het is vallen én opstaan, falen én leren. ‘Je struikelt de eeuwigheid in’, zegt dichter-zanger Rikkert. Uiteindelijk stervend als een onervaren senior, als een amateur. Ja, als een amateur, een liefhebber. Van het leven.

Jakob van Wielink helpt leiders en hun organisaties te leven vanuit hun roeping. Hij is partner bij De School voor Transitie in Huissen en verbonden aan het Portland Institute for Loss and Transition (VS). Meer informatie: www.jakobvanwielink.com