In de serie islamitisch feminisme gaat journalist Remco van Mulligen in gesprek met verschillende islamitische feministen over belangrijke kwesties in hun traditie, waarbij hij ook reflecteert op zijn eigen christelijke traditie wat hun verhalen met hem zelf doen.

wadud ziet haar naam graag in kleine letters geschreven, omdat het Arabisch geen hoofdletters kent. Ze is een logisch startpunt voor mijn reeks interviews met islamitische feministen. De vragen die ik ook regelmatig in mijn katholieke traditie stel, wil ik nu vanuit islamitisch perspectief belichten. Hoe ga je om met je Heilige Schrift, als daarin verzen staan die strijden met je eigen geweten? Moslims geloven dat de Koran gedicteerd is door God, via de engel Gabriël. Veel christenen kijken niet heel anders naar hun Bijbel. Kun je zomaar ‘nee’ zeggen tegen vrouwonvriendelijke ‘heilige’ teksten? En als je dat doet, ondermijn je dan niet de goddelijke herkomst van de Schrift? Is het dan niet meer en meer betwistbaar mensenwerk? In haar beantwoording van die vragen maakte wadud een ontwikkeling door, waarin ze kritischer kwam te staan tegenover Koranteksten.

Feministen en islamisten

Het gesprek met wadud gaat eerst over feminisme zelf. Is dat geen seculier en vooral ook wit westers fenomeen? Pas sinds enkele jaren wil wadud zichzelf volmondig islamitisch feminist noemen. Lang twijfelde ze of feminisme en islam samen konden gaan. Velen zien de Koran als een patriarchaal boek, waarin de man voogd is van de vrouw, onverenigbaar dus met het ideaal van gelijkheid. En de wereld van het feminisme wordt door niet-gelovige denkers gedomineerd.

“Volwaardige zeggenschap van vrouwen doet ertoe.” Dat is volgens wadud de kern. Veertien eeuwen lang is het uitleggen van de Koran en de profetische traditie vooral een zaak van mannen geweest. “Dat maakt uit voor de interpretatie en toepassing van religieuze teksten, maar ook in beleid en cultuur.”

Er waren daar twee groepen. Aan de ene kant seculiere islamitische feministen en aan de andere kant islamisten. Zij waren het slechts over één ding eens: islam en feminisme zijn onverenigbaar

amina wadud

Om uit te leggen waarom ze lange tijd moeite had zich feminist te noemen, vertelt wadud over haar ervaringen in 1995 op de vierde Wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties. Ze was daar aanwezig met Sisters in Islam, een beweging die opkomt voor de rechten van moslimvrouwen. “Er waren daar twee groepen”, legt ze uit. “Aan de ene kant seculiere islamitische feministen en aan de andere kant islamisten. Zij waren het slechts over één ding eens: islam en feminisme zijn onverenigbaar. Feminisme was volgens beiden seculier zijn, anti-religieus zelfs. En de islam was volgens hen patriarchaal zijn.”

De vrouwen van Sisters in Islam voelden zich bij geen van beide groepen thuis. En dus werden ze door beide afgewezen: “Omdat we patriarchale structuren bekritiseerden, waren we volgens de islamisten feministen. En toen we kritiek hadden op seculier feminisme en vasthielden aan de islam, noemden de feministen ons islamisten.”

Pas later is wadud de denkwijze van deze twee groepen gaan afpellen, vertelt ze. “Toen kwam ik tot de conclusie dat het er niet alleen toe doet hoe je termen definieert, maar ook wie de macht heeft deze te definiëren. Feminisme was in de kern wit en middenklasse. En niet alleen dat: feministen stelden zich antithetisch op tegenover de islam. Daar zat soms een imperialistische arrogantie achter, die erg problematisch was. Toen wij als vrouwen zelf gingen bepalen wat we bedoelden met islam en feminisme, kwamen we tot een synthese tussen beide die heel dynamisch was. Daarom kan ik me nu volmondig een islamitische feminist noemen. Islam is de ideologie van mijn feminisme.”

Toen wij als vrouwen zelf gingen bepalen wat we bedoelden met islam en feminisme, kwamen we tot een synthese tussen beide die heel dynamisch was

amina wadud

Christelijk feminisme krijgt nogal eens de kritiek dat het vooral een witte en westerse onderneming is, die zich te weinig bezig houdt met racisme en wit privilege. Dat vergrootte de kloof die wadud aanvankelijk ervoer tussen dit feminisme en haar eigen idealen. In het publieke debat profileert ze zich niet alleen als vrouw tegenover patriarchaat. Wat wadud eerder doorhad dan veel christelijke feministen is dat intersectionaliteit ertoe doet: iemands positie hangt niet alleen af van gender, maar ook van afkomst, geaardheid, klasse en ga zo maar verder. Als zwarte, cisgender, non-binaire vrouw is wadud als activiste op allerlei fronten actief.

‘Nee’ zeggen tegen een Koranvers

Als theoloog houdt wadud vast aan het geloof dat de Koran een tekst is die van God komt. Dat is een lastige weg, want net als de Bijbel bevat ook de Koran enkele uitdagende verzen. Neem soera 4 vers 34, waarin onder andere staat: ‘De mannen zijn de toezichthouders over de vrouwen omdat Allah de één boven de andere bevoorrecht heeft en omdat zij van hun eigendommen uitgeven.’ Verderop in het vers staat er hoe een man zijn vrouw mag berispen: ‘En wat betreft hen waarvan jullie ongehoorzaamheid vrezen: vermaan hen, negeer hen en sla hen.’

Tegen zo’n vers mag je ‘nee’ zeggen, stelt wadud. Die manier van omgaan met heilige teksten kan ook christenen verder helpen. Enkele jaren geleden bracht Musawah, een beweging voor gelijkheid en rechtvaardigheid in de moslimfamilie, over dit vers een heel boek uit: Men in charge? Daarin buigen vrouwelijke islamitische wetenschappers zich over man-vrouwverhoudingen in de Koran. Het laatste woord is aan wadud zelf.

amina wadud
amina wadud: 'Ik kan me nu volmondig een Islamitisch feminist noemen'© Wikimedia CC

“In Qur’an and Woman was mijn omgang met dit vers nog vrij apologetisch”, vertelt wadud. Ze probeert in dit boek uit te leggen dat Arabische woorden die vaak vertaald zijn als ‘toezichthouders’, ‘ongehoorzaam’ en ‘slaan’ ook een andere betekenis kunnen hebben. De dominante uitleg van het vers is te vaak door mannen gedicteerd.

Tegenwoordig gaat wadud op een andere manier om met dit soort teksten. Cruciaal daarin is het principe van ‘nee zeggen tegen de tekst’. Dat is nog controversieel, omdat de meeste moslims de Koran zien als woorden die rechtstreeks van God komen. “Als ik hierover vertel in de workshops van Musawah, willen ze niet dat ik dit ‘nee zeggen tegen de tekst’ noem. Eerst moeten de aanwezigen begrijpen wat ik bedoel. Aanvankelijk dacht ik zelf ook dat nee zeggen tegen de Koranvers zou betekenen dat ik niet meer geloofde. Ik zeg echter niet nee tegen de tekst zelf, maar tegen het toepassen ervan, in dit geval dus tegen het slaan van vrouwen.”

Daarnaast kijkt wadud naar de context. De Koran spreekt vrijwel altijd over het huwelijk in termen van harmonie, liefde en gelijkheid. “Daarom kan ik nu zeggen: deze tekst staat in de Koran, maar is niet leidend voor hoe we denken over relaties tussen mannen en vrouwen. Het boek Men in charge? was instrumenteel om in te zien hoe mannelijk privilege met dit soort teksten versterkt is.”

De geopenbaarde tekst blijft zoals die is. Alleen de relatie die je met de tekst hebt, verandert. In de islamitische geschiedenis heeft men interpretaties gebruikt om bij een bepaald doel uit te komen - zoals de dominantie van mannen

amina wadud

Ook voor wadud zelf is deze manier van omgaan met de Koran nog steeds een uitdaging. “De geopenbaarde tekst blijft zoals die is. Alleen de relatie die je met de tekst hebt, verandert. In de islamitische geschiedenis heeft men interpretaties gebruikt om bij een bepaald doel uit te komen - zoals de dominantie van mannen. Als je daar nu naar kijkt, zie je dat dit strijdig is met principes uit de Koran, zoals rechtvaardigheid en menselijke waardigheid.”

Dit ‘nee’ tegen de toepassing kan ook christenen verder helpen. Het christendom kent immers haar eigen teksten en interpretaties, die vrouwen uitsluiten van het priesterschap of de man het ‘hoofd’ van zijn vrouw noemen. Al snel voel je je als gelovige gedwongen te kiezen: leef ik naar een tekst die mij tegen de borst stuit, of zet ik een streep door dergelijke vervelende verzen? Die laatste optie doet vaak ook afbreuk aan het idee dat God via die teksten tot ons spreekt.

Bij wadud blijft de tekst in haar waarde. Aanvankelijk koos ze voor een apologetische uitleg, die de scherpe randjes wegpoetste. Dat overtuigde haar niet. Keer op keer blijft toch die tekst terugkomen, zoals ook christelijke vrouwonvriendelijke teksten er domweg zijn. Erkennen dat God je ook deze tekst meegeeft, maar afzien van het toepassen ervan - dat kan helpen, maar ook wadud erkent dat dit een uitdaging blijft.

Hegemonie van mannen

“Sisters in Islam en Musawah zijn de enige twee groepen waartoe ik ooit heb behoord”, vertelt wadud. “Ik ben introvert, ik ben een nerd en ik ben dol op abstracties. Maar zij leerden me hoe ik kan communiceren over de grenzen van mijn eigen abstracties heen. Uiteindelijk zijn theologie en praxis in de islam intiem verbonden.”

Sisters in Islam bekritiseerde in islamitische landen vrouwonvriendelijke wetgeving, gelegitimeerd op basis van de islam. Dat opende wadud, die aanvankelijk geen oog had voor deze praktijken, de ogen: “Dan zie je: ja, de mannen hebben het inderdaad voor het uitkiezen.”

De taal die moslims voor hun privilege gebruiken is ontleend aan hun geloof. Dan lijkt het net alsof God het ook wil. De hegemonie van moslimmannen in de samenleving, toegeschreven aan God, moest ik als theoloog ontmantelen

amina wasus

Haar betrokkenheid bij deze twee bewegingen maakte haar activistischer. En dat beperkt zich niet tot vrouwenrechten: ze mengt zich ook in debatten over racisme en lhbti-rechten. “Als het gaat over Black Lives Matter reageren mensen soms met ‘all lives matter’. Ja, alle levens doen ertoe, maar nu moeten we het hebben over zwarte levens. Waarom delven zwarte mensen zo disproportioneel vaak het onderspit? Privilege opgeven is voor mensen heel moeilijk. De taal die moslims voor hun privilege gebruiken is ontleend aan hun geloof. Dan lijkt het net alsof God het ook wil. De hegemonie van moslimmannen in de samenleving, toegeschreven aan God, moest ik als theoloog ontmantelen. En daar ben ik heel goed in. Daar ben ik heel goed in.”

Deze tekst is een kort fragment van een uitgebreider interview. Het gehele interview is te lezen in de VOLZIN publicatie Islamitisch feminisme

amina wadud (1952) is Afrikaans-Amerikaans en groeide op als dochter van een methodistische voorganger in Bethesda in de staat Maryland. In 1972 bekeerde ze zich als jonge studente tot de islam.

Haar proefschrift, afgerond 1988, publiceerde ze in aangepaste vorm als Qur’an and woman. Hierin interpreteert wadud de Koran als gender-inclusief boek. Later verscheen van haar Inside the gender jihad, waarin ze haar theologische interpretatie van de Koran verder uitwerkt en op punten herziet. Als hoogleraar werkte ze in zowel de Verenigde Staten als Maleisië, tot ze in 2008 met emeritaat ging.

In 1994 hield wadud voor het eerst een preek in een moskee – het deed veel stof opwaaien, omdat een vrouw dit volgens veel moslims niet mag doen. In 2005 ging ze voor het eerst voor tijdens het vrijdaggebed.

Voor het eerst in vijftien jaar is ze ook weer actief als academicus. Ze ontwikkelt een programma over queer studies in islamitische context. Ze is verder onder de naam The Lady Imam te vinden op sociale media (Twitter, YouTube, Patreon).