In de serie Vol van...worden mensen geïnterviewd die in hun leven zijn ‘aangestoken’ door een ontdekking, een bewondering, een hartstocht, daardoor gekenterd of ontbolsterd zijn en graag vertellen waar ze vol van zijn.

Jakob van Wielink (47) huist met zijn School voor Transitie op het idyllische kloosterterrein van de Dominicanen in Huissen. Op het eerste gezicht een wat vreemde plaats voor een opleidingsinstituut dat zich met trainingen en coaching over leiderschap richt op tal van grote bedrijven in Nederland, een wereld die uw verslaggever al snel associeert met gladde praat en dure pakken. Maar wie de katholieke Brabander even spreekt, begrijpt zijn keuze voor de locatie wel.

Het idee om zich met twee zakenpartners in de kelder van De Herberg, het nieuwe deel van het klooster in Huissen te vestigen, vindt zijn oorsprong in een veel eerder verzoek om in het klooster weekendretraites te geven over persoonlijk verlies en rouw. Dat verzoek uit 2013 veranderde veel in zijn leven, vertelt Van Wielink aan een tafel waarop ook de Gedachten van Blaise Pascal liggen. “Na die mail had ik een oprisping. Ik ben achter de computer gaan zitten en had in tien minuten een heel programma rond.” 

Ik heb zelf in het klooster gezeten, bij de Norbertijnen in Heeswijk. Maar ik moest daar niet zijn. Ik hoorde er gewoon niet thuis

jakob van wielink

Jakob van Wielink praat op gedreven manier, al laat hij soms ook lange denkpauzes vallen. Zijn armen en handen wapperen alle kanten op en – als zijn grote inspiratiebron ter sprake komt – doen ook zijn buik en borstkas hartstochtelijk mee. Dan ademt hij hoorbaar in. En uit. “Ik voelde een innerlijke drang, er welde een bron op”, vertelt hij op de vraag naar het waarom van zijn ‘oprisping’. En: “Ik heb zelf in het klooster gezeten, bij de Norbertijnen in Heeswijk. Ingekleed. Anderhalf jaar lang, voordat ik ging trouwen. Maar ik moest daar niet zijn. Ik hoorde er gewoon niet thuis.”

Uit die tijd dateert wel zijn nieuwe voornaam, als wezenlijk onderdeel van zijn ‘nieuwe’ identiteit. “Tot mijn 36e heb ik anders geheten. In het klooster koos ik voor mijn derde doopnaam. Ik bén die naam. Hij verwijst naar mijn beide grootvaders, maar ook naar aartsvader Jakob. Ik herken me in zijn intense worsteling met wie hij was en mocht zijn. Onzeker over wie hij was en bedoeld voor grote dingen. Dus ja, ik ben Jakob, met de k van kracht en kwetsbaarheid.”

Waarom wilde u op uw 36ste het klooster in?

“Ik had het oprechte verlangen om het kloosterleven te onderzoeken, en het religieuze leven, mogelijkerwijs ook het priesterschap. Ondertussen had ik een aantal relaties achter de rug, ik was nooit lang alleen. Toen ik midden dertig was, dacht ik: als ik dat andere leven wil onderzoeken, dan is dit wel het moment. Ik werkte toen al in de wereld van het leiderschap en was net senior-trainer geworden. Sinds ik in 2004 in dat werk was gerold, wil ik met mensen optrekken, rondom betekenisvolle vragen.

Ik denk achteraf dat ik stiekem het idee had: als ik het klooster inga, komt er iemand die alle problemen voor me oplost, die alles gezond en heel maakt

JAKOB VAN WIELINK

Het idee om dat vanuit een kloostergemeenschap te kunnen doen, sprak me enorm aan. Om er, toen ik eenmaal in het klooster zat, achter te komen dat er heel andere thema’s in mijn leven spelen. Dat ik teleurgesteld was geraakt. In de liefde. In mijn onvermogen om bestendige relaties vorm te geven. Het was dus een enorme confrontatie met mijzelf, met wie ik ben, wie ik wil zijn, met de pijn die ik in mijn leven meedraag. Ik was terechtgekomen in een soort snelkookklooster.”

U geeft onder meer retraites over verlieservaringen; was uw stap uit het klooster ook een verlies?

“Ja. Ik verloor mijn jonge haren. Ik verloor iets van een droom. En ook: het idee dat andere mensen mij zouden redden. Ik denk achteraf dat ik stiekem het idee had: als ik het klooster inga, komt er iemand die alle problemen voor me oplost, die alles gezond en heel maakt. Ik wilde een aantal thema’s van mijn leven uitbesteden aan het klooster. Het is natuurlijk een gotspe om te denken dat zoiets kan, maar à la.

Ik verloor ook een naïviteit in mijn geloof, misschien wel het idee dat je de moeilijke thema’s in je leven kunt wegspiritualiseren, door bijvoorbeeld maar vaak genoeg te zeggen dat God een plan met je heeft of dat je een kind van de Heer bent. Je wilt niet weten hoeveel mensen er inwendig kapotgaan aan de eenzaamheid die achter dergelijke bezweringen schuilgaan. Ze kunnen trouwens wel waar zijn, die bezweringen, maar daarmee zijn je diepste wonden nog niet verdwenen.”

Wat waren uw wonden? Dat u de ware liefde niet vond?

“Dat was nog maar een oppervlakkige wond. Er was wel meer aan de hand. Tussen mijn zevende en mijn elfde werd ik intens gepest. Ik was niet dom, ik was een begaafde, ontwikkelde jongen. Een heleboel kinderen vonden dat irritant, dus het leidde tot klappen. Het werd versterkt doordat mijn vader directeur was van de basisschool waarop ik zat. Het pesten heeft een enorme impact gehad op mijn gevoel om erbij te mogen horen, om gezien te worden. En op mijn vermogen om vriendschappen vorm te geven. Ik was daardoor eenzaam, terwijl er veel in mij juist tot uitdrukking wilde komen. Ik was een bewegelijke jongen, heel muzikaal. En religieus. Ik werd al op jonge leeftijd gegrepen door de persoon van Jezus. Een heel intense ervaring was het kijken naar de film Jesus Christ Superstar, met de hele klas op de lagere school. Ik zal het nooit vergeten.”

Jakob van Wielink
Jakob van Wielink: 'Ik werd in de fik gezet door Jezus'© Enis Odaci

Wat gebeurde er toen met u?

“Ik werd verlicht, ja verlicht. Ik keek naar die film en wist: die man wil ik volgen. Ik kwam toen al in de kerk, dus het Evangelie was geen nieuw verhaal voor me, maar de manier waarop het leven van Jezus in de film werd uitgebeeld, deed een enorm appèl op me. Wat me diep raakte, was de scène waarin Hij de berg oprent en uitschreeuwt dat de kelk maar beter aan Hem voorbij kan gaan. Het zou een stukje hinein interpretieren kunnen zijn natuurlijk, maar dat uitschreeuwen, met die hoge stem van Ian Gillan, is me vooral bijgebleven. De pijn eruit knallen, en zien dat er méér is dan de pijn. Hoe dan ook, het was zo’n intense ervaring dat ik na afloop in het toilettenblok stond te huilen. Het was een bekering. Ik was in de fik gezet.

Tegelijk was het ook het begin van een weerbarstige periode, want juist in die tijd verlieten mijn ouders de kerk. Dat gebeurde niet met veel tromgeroffel, maar gewoon in de grote uitloop van de jaren tachtig. Daarmee verdween ook de bedding waarin mijn verlangen kon landen. Dat voelde heel eenzaam. Later, als puber, keek ik vaak naar EO-programma’s van Henk Binnendijk, die samen met jongeren plekken bezocht uit Jezus’ leven. Ik werd geraakt door de authenticiteit en vrijmoedigheid waarmee hij over Jezus sprak. Hij had het over vriendschap sluiten met Jezus, voor evangelische christenen misschien iets vertrouwds, maar voor mij als katholieke jongen niet. Hoe zou dat er dan uitzien? Het idee dat zoiets mogelijk zou zijn, heeft me sindsdien niet meer losgelaten.”

Hoe heeft dat idee zich verder in uw leven ontwikkeld?

“Ik bleef in die jaren steeds naar de kerk gaan. Ik voelde een drang om daar te zijn. Rationeel kan ik dat niet helemaal verklaren, want ik ging ook studeren en deed alle dingen die studenten normaal gesproken doen. Er waren momenten dat ik zaterdagnacht stomdronken was geweest en gewoon de volgende ochtend in de kerk zat. Het hoefde van niemand, het was een beetje raar. Maar ik ging vanwege Jezus. Ik ben altijd in de Bijbel blijven lezen, de laatste jaren steeds meer. En daardoor kom ik dichterbij Hem dan ik ooit ben geweest.

Er waren momenten dat ik zaterdagnacht stomdronken was geweest en gewoon de volgende ochtend in de kerk zat

JAKOB VAN WIELINK

Er waren fasen in mijn leven waarin Hij vooral een leermeester was, met allerlei mooie quotes. Op andere momenten ontmoette ik Hem in de eucharistie of op iconen, in leerstellingen. De beelden veranderen steeds. In de fase waarin ik nu zit, ervaar ik Jezus als iemand die in de eucharistie en daarbuiten heel nabij is, met wie ik kan praten. En van wie ik ook – ik zeg het met grote terughoudendheid – antwoorden krijg. Voor het eerst in mijn leven.”

Kunt u zeggen hoe dat in zijn werk gaat?

Stilte. Diepe zucht. “Door Hem vragen te stellen die ik eerder niet heb gesteld. Ik kwam vorig jaar tot een hele idiote ontdekking. Ik dacht: ik ervaar vriendschap met Jezus, er is dus sprake van een relatie. Maar ik heb in heel mijn leven nog nooit de vraag aan Jezus gesteld: hoe gaat het met jou? Ik schrok van die vaststelling. Hoe is het mogelijk? Is het dan zo eenzijdig allemaal? Wil ik alleen maar ontvangen? Ik ben een man van experimenten en risico’s, ook op dit terrein, dus ik heb de proef op de som genomen en Hem al biddend die vraag gesteld. En ik kreeg een antwoord. Hij zei: Het is goed met mij. En toen ik vroeg: Waarom is het goed met je?, zei Hij: Omdat jij er bent…”

Hoe werken dergelijke ervaringen door in uw werk?

“In mijn werk en in mijn leven ben ik diep doordrongen van het besef dat het eerst Goede Vrijdag is en dan pas Pasen. Niet andersom. Dat klinkt als een platitude, maar wij als mensen zijn zo gebakken dat we liever Pasen hebben dan Goede Vrijdag. Maar je kunt niet opstaan als je niet eerst de volle pijn, het volle verlies in de bek kijkt. Als je niet met de moed der wanhoop, niet wetend hoe, door God en alleman verlaten, op zoek gaat naar het antwoord op de vraag hoe je het leven kunt vinden in datgene wat verrot is, kapot gemaakt of verdwenen. Er zijn wonden die nooit helemaal helen. Mijn puberteit was allesbehalve makkelijk, en toen gingen op mijn negentiende ook mijn ouders nog scheiden. Dat was afschuwelijk, gewoon afschuwelijk. Punt. Ik mag me nu gelukkig prijzen met een fantastische vrouw en een lieve stiefdochter, en ik voel me gelukkig. Maar de fundamentele gebrokenheid blijft.

Jakob van Wielink
Jakob van Wielink: "Ik heb in heel mijn leven nog nooit de vraag aan Jezus gesteld: hoe gaat het met jou?"© Enis Odaci

Een andere diepe wond in mijn leven is dat ik zelf geen vader ben geworden. Dat vind ik ongehoord pijnlijk. Het heeft me op mijn knieën gebracht. Het heeft me aan het twijfelen gebracht over wie ik ben als man. Doe ik wel mee aan de tafel? Ik móest er een antwoord op vinden, want géén antwoord vinden zou de weg naar de zinloosheid zijn, de dood. No way! Godsonmogelijk. Er zijn nog steeds momenten dat het me aanvliegt, maar ik heb mogen ontdekken dat vaderschap zich ook op andere manieren uit. In de boeken die ik schrijf, in de begeleiding en liefde die ik geef in mijn werk. Je kunt negatieve, pijnlijke ervaringen uiteindelijk ook omvormen tot een bron van inspiratie. Maar daar is dan wel die Goede-Vrijdagarbeid – kruisarbeid noem ik het – voor nodig: niet om het kruis heenlopen, maar op het kruispunt van je leven te durven staan en te ontdekken dat je precies daar waar je uiteengereten bent ook weer zult opstaan.”

Wat heeft de opstanding van Jezus hiermee te maken?

“Alles. Hij laatzien dat het zo werkt, dat er geen andere weg is. Hij kan wanhopig worden van het onbegrip van zijn vrienden. Als je mij wilt volgen, zegt Jezus, moet je de pijn van je leven aankijken. Snap je dat dan niet? Je zult me moeten volgen, ook in het graf, om daarna samen op te kunnen staan. Het corpus op het crucifix herinnert mij als katholiek eraan dat de weg naar ons verlangen loopt via de lichamelijkheid, de pijnlijke ervaringen in ons lichaam.

Als je mij wilt volgen, zegt Jezus, moet je de pijn van je leven aankijken

JAKOB VAN WIELINK

Als je niet voelt wat hier opgeslagen ligt (hij wrijft over zijn buik) wordt het niks. Je kunt niet helen wat je niet bereid bent te voelen. Tot het uiterste toe was Jezus’ kruisarbeid ook lichaamsarbeid. Ademen, in, uit, aarghhh. Kapotgestoken worden, aarghhh. Daarin kreeg de geest de volle ruimte, zo vol, dat Hij die ook aan ons kon geven om ons verder te helpen. Zodat wij op dergelijke momenten dat – aarghhh – ook kunnen doen.”

Vat u de opstanding van Jezus letterlijk of figuurlijk op?

“Ik geloof wel dat het allemaal waar is. Een lijfelijke opstanding. Daar heb ik gek genoeg nooit, maar dan ook helemaal nooit enige twijfel over gehad. Vraag me niet waarom. Het is gewoon zo. Punt.”

U werkt met leiders van allerlei bedrijven. Kunt u bij hen met Jezus aankomen?

“Mijn werk is ervan doortrokken, maar ik heb het niet per se vaak over Jezus. Ik help mensen om hun roeping te vinden en te leven. Ik help leiders om te ontdekken wat hen belemmert om tot hun volle potentieel te komen, om te zijn wie ze zijn. Als een leider opstaat tot wie hij werkelijk is, gaat daar een enorme inspiratiekracht van uit. Dan gebeurt er wat, dan gaat er een wind waaien. Als ik dat benoem, voel ik van binnen dat het gaat over de Heilige Geest, maar daar hoef ik het verder niet over te hebben.

Je hoeft God niet in elke zin drie keer te noemen om Hem aanwezig te laten zijn. Maar als ernaar gevraagd wordt, heb ik geen schroom meer. Ik ben weleens bang geweest dat klanten dan zouden weglopen. Dat is voorbij, zo wil ik niet meer leven. Een paar jaar geleden leidde ik een workshop in Singapore, met allemaal moslims en hindoes. Eén van de deelnemers vroeg: What guides you in life? Ik moest even heel diep ademhalen en antwoordde toen: What a beautiful question. And the answer is: Jesus.”

Jakob van Wielink (Eindhoven, 1974) groeide op in de Kempen en studeerde internationaal recht in Tilburg. Na opleidingen tot therapeut en coach werkt hij sinds 2004 internationaal met leiders en hun organisaties aan leiderschapsontwikkeling. Daarnaast leidt hij senior-coaches op in het werken met veranderingen op identiteitsniveau. Hij is co-auteur van Taal van Transitie, dat genomineerd is voor Managementboek van het jaar 2021. In 2022 verschijnt mede van zijn hand De Achtste Dag, een boek over Jezus. Van Wielink is getrouwd en woont in Alverna.