In de Volzin podcast Groetjes uit Shambhala ontrafelen hoogleraar Paul van der Velde en theoloog Jonas Slaats - met een kritische blik en een gezonde dosis humor - verschillende vormen van hedendaagse spiritualiteit en esoterie. In deze podcastaflevering gaan ze dieper in op thema’s uit Van der Velde's jongste boek In de huid van de Boeddha.

Beluister het gesprek

Hieronder is een fragment uit het podcastgesprek uitgewerkt (bewerkt). In de podcast komen verder de mythologie rond de boeddha en de relatie tussen boeddhisme en geweld aan bod.

Jonas Slaats: "Is het niet uitermate interessant om te zien op hoeveel plaatsen je ondertussen Boeddhabeelden aantreft? Je vindt ze in elke sauna. En tuincentra verkopen ze even gemakkelijk als tulpenbollen. Vaak zijn het dan minzaam lachende dikkertjes. Maar als we naar de oude teksten kijken, stond de Boeddha niet echt bekend om zijn vrolijkheid."

Paul van der Velde: "Uit de teksten komt inderdaad een heel ander beeld naar voor. Zo geven ze aan dat hij in zijn jeugd behoorlijk depressief was en tot apathie neigde. Net om die reden vond de vader van Yashodara, één van zijn vrouwen, het huwelijk niet zo’n goed plan. Ook andere fasen van zijn leven stralen niet van vrolijkheid. Nadat hij het paleis verliet om een meer spiritueel leven te leiden, bijvoorbeeld, vatte hij eerst een lange periode van extreme ascese aan.

Op zekere dag hoorde hij een echter muzikant tegen een leerling zeggen dat je de snaren van een instrument strak genoeg moet spannen omdat ze niet mooi klinken wanneer ze te los zitten, maar dat je ze tegelijkertijd ook niet te strak mag spannen omdat ze dan knappen. De Boeddha verbond dat met zijn eigen spirituele zoektocht. De sensuele wereld van het paleis deed pijn, maar de al te strenge ascese in het woud, deed ook pijn. Een wijs wezen kiest het middenpad, zo besefte hij. Daarom nam hij een zeer sobere maaltijd aan van een meisje in de buurt. Ze kwam er een boomgod vereren maar zag zijn uitgemergelde figuur, dacht dat hij de boomgod was en bood hem de offergave aan. Vervolgens ging de Boeddha naar Bodhgaya om er na een lange meditatieperiode de verlichting te bereiken. Dat deel van zijn leven is behoorlijk gekend. Maar men ziet daarbij dikwijls over het hoofd dat de Boeddha die meditatie aanvatte met geschoren haar en met een lijkwade als kleding om zich heen gewikkeld. Dat is erg belangrijk. Het gaf immers aan dat de Boeddha zichzelf als een levende dode beschouwde. Hij en zijn volgelingen verlieten de gewone orde van het leven en kozen ervoor ‘sociaal dood’ te zijn.

Ik kan nog wel even doorgaan, maar het punt mag duidelijk zijn. Chinese en Vietnamese restaurants staan vol bolle Boeddha’s die je toelachen, maar in het oude Boeddhisme werd erg weinig gelachen. Meer nog, de Boeddha stond er expliciet om bekend dat hij niet lachte. ‘Hoe kun je lachen als je weet dat dit leven onherroepelijk tot de dood voert? Hoe kan je lachen als je weet dat het niet beter wordt en verkeerd afloopt?’ dat waren het soort overwegingen die hij volgens de traditie naar voor schoof."

Slaats: "Dat is echter niet meteen wat men in Westerse landen als de kern van het boeddhisme beschouwt. Integendeel, men ziet het vaak eerder als een soort ‘geluksreligie’. En dat leidt soms tot eigenaardige fenomenen. Neem bijvoorbeeld de wijze waarop men omgaat met een kernelement van de boeddhistische traditie zoals de Vier Edele Waarheden. Die centreren zich in principe rond lijden. Op de eerste plaats is er de eenvoudige feitelijke vaststelling dat lijden bestaat. Vervolgens is er de analyse dat dit lijden veroorzaakt wordt door onze eigen begeertes en gehechtheden. Daarna komt het inzicht dat er daarom ook een weg is uit het lijden. En tot slot is er het voorstel om die weg uit het lijden te bewandelen door de voorschriften van de Boeddha te volgen en los te komen van je gehechtheden. Maar sommige hedendaagse boeddhistische leraren draaien die klassieke leer van de Vier Edele Waarheden om, in de hoop gemakkelijker aansluiting te vinden bij een westers publiek. Het rijtje gaat dan als volgt: Eén: er is geluk. Twee: men ervaart dit geluk wanneer men in de voetsporen van de Boeddha treedt. Drie: soms is er geen geluk. Vier: de oorzaak van het afwezig zijn van geluk is verlangen en begeerte. Zo wordt de grondige boeddhistische analyse van het menselijke lijden een soort detail dat er achteraf aan toegevoegd wordt. De kern van de boodschap is plots dat er een soort product is – met name: de wijsheid van het boeddhisme – dat jou gelukkiger zal maken wanneer je het aankoopt."

Van der Velde: "Een volledige omkering inderdaad. Ik kom dat soort tendensen wel vaker tegen. Want natuurlijk streven we allemaal wel naar geluk, maar misschien moeten we soms gewoon iets meer aanvaarden dat dat geluk helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Het leven is niet altijd leuk. En soms ook erg onrechtvaardig. Zo zitten wij hier wel gezellig met elkaar gezellig te praten in een prachtige omgeving, maar ondertussen drijven er mensen rond in gammele rubberbootjes op de Middellandse Zee. Dat kan ik soms moeilijk aan elkaar knopen."

Slaats: "Daar vind ik zelf ook steeds een ongemakkelijk besef. En ik heb het nooit echt een goed plan gevonden om dat soort reëel en rauw lijden dan maar ‘weg te mediteren.’"

Van der Velde: "Ik ook niet. “Het raakt me niet, want ik mediteer. Je moet het principe van karma maar leren aanvaarden.” Aan dat soort redeneringen doe ik toch liever niet mee."

Slaats: "En in dit verband valt het op hoezeer mensen die het boeddhisme hoog in het vaandel dragen de diepere en uiterst boeiende filosofische boodschap van de Boeddha over het fundamentele lijden van het bestaan soms wat lijken te negeren. Ze zien het eerder als een vorm van persoonlijke psychotherapie en zijn daarbij vooral op meditatie gefocust."

Van der Velde: "Nochtans staat ook dat wat haaks op vele Aziatische boeddhistische tradities. Zo hadden we het er een tijdje geleden al eens over dat er in Boeddhistische landen helemaal niet zo vaak gemediteerd wordt – ook niet door de monniken. Maar in westerse landen laat men de twee dikwijls samenvallen: je bezig houden met boeddhisme betekent op de eerste plaats mediteren. En men verbindt het daarbij inderdaad vaak met psychotherapie. Op vijfentwintig jaar tijd is er op dat gebied een sterke evolutie merkbaar. Psychiaters wilden vroeger niet altijd publiek geassocieerd worden met psychotherapieën die zich op meditatie baseerden, maar vandaag zijn mindfulness en Zen-therapieën helemaal ingeburgerd. Sommige mensen hebben daar ook goede resultaten mee want een bijverschijnsel van de meditatie is dat je er inderdaad rustiger van kan worden, maar dat is voor Aziatische boeddhisten niet het doel. Het doel is verlicht worden, het laten ophouden van je begeerten en passies. Monniken in Azië zijn daar uitermate pragmatisch in. Ze zeggen wel eens: “Nou, als die Westerlingen op deze manier kennis moeten nemen van het boeddhisme, dan is dat maar zo. Verlicht worden, kunnen ze nog altijd in een ander leven.”

Ik vind het dus allemaal erg boeiend om te zien hoe het boeddhisme zich in Westerse landen ontwikkelt. Zeker als je kijkt naar het feit dat het boeddhisme voortkomt uit het nadenken over de enorme disharmonie die we als mensen in het bestaan ervaren. Want in Westerse landen ziet men het vooral als een manier om gelukkiger te worden door gericht te zijn op het ‘hier en nu’ – en dat is trouwens nog zo’n term die je in Azië nooit hoort. Dus soms neigt men eigenlijk wel wat meer naar hedonisme dan naar boeddhisme – althans toch in de manier waarop het in de praktijk wordt toegepast. Dat zie je opnieuw aan die Boeddhabeelden in luxueuze sauna’s. Dat soort fenomenen verbindt boeddhisme steeds meer met wellness, terwijl de boeddha net wegliep uit zijn paleis."