Van haar denkbeelden is aan het eind van haar leven voor de meeste mensen geen chocola meer te maken. In een gesprek met Trouw uit 2006 vertelt ze onder andere dat ze kosmologie heeft gedoceerd in Atlantis in de tempelschool, als Eskimo haar kinderen zag doodvriezen en met Jezus pratend tussen de olijfbomen een zonsondergang had meegemaakt. Tussendoor was ze ook nog in 1588 bij Tilburg op de brandstapel beland.

Was dit dezelfde vrouw die enkele decennia eerder deze verstandige woorden opschreef: “Het is geen gemakkelijke opgave om in de Bijbel het leven van de kinderen te vinden. En waar herkennen we onze eigen levenssituatie? Zoek eens een verhaal over een gewoon, voor kinderen van deze tijd herkenbaar, huisgezin of vriendschap of een verhaal waar je om kunt lachen. Een echt ‘leuk verhaal’ is er nauwelijks, meestal is het doodernstig, een waarschuwing tegen de zonde of bevrijding uit grote ellende.”

Dat schrijft Joanne Klink in Naar de tred van de kinderen (1981), op een scharnierpunt in haar godsdienstpedagogische loopbaan. Een kwart eeuw lang had ze zich ingespannen om het kind naar de Bijbel te brengen, de volgende kwart eeuw zal ze de Bijbel naar het kind brengen en op het eind van haar leven zal ze die Bijbel grotendeels loslaten.

Religieuze opvoeding kinderen

De in Limburg geboren Joanne Klink (1918-2008) is remonstrants predikante in Den Haag, Schoonhoven en langere tijd in Haarlem, en promoveert in 1947 als tweede vrouw in Nederland in de Bijbelwetenschappen. Klink publiceert in 1959 haar bekende vrijzinnige tweedelige Bijbel voor de kinderen met zingen en spelen. In deze baanbrekende uitgave worden niet alleen de Bijbelverhalen weergegeven, ze worden behalve door illustraties ook begeleid door gedichten, liederen met muzieknotatie en toneelscènes.

Joanne Klink
Joanne Klink in haar kindertijd© Wikimedia CC

Klink houdt zich vanaf de jaren zestig regelmatig bezig met de achtergronden van de religieuze opvoeding van kinderen, van het gebruik van Bijbelverhalen daarbij, maar ook van rituelen en symboliek. Bekende godsdienstpedagogische boeken van haar hand zijn Kind en geloof: een kleine theologie voor ouders en De kleine mens en het grote Boek. Klink neemt afstand van het letterlijk navertellen van Bijbelverhalen en kiest voor een thematische en symbolische behandeling van deze verhalen.

“De Bijbel is geen boek voor kinderen”, concludeert ze in 1976 en haar nieuwe boeken bevatten “Bijbelse beelden en verhalen die nauw aansluiten bij kinderervaringen als angst, bevrijding, vertrouwen, vreugde, jaloezie, verwerkt in Bijbelse teksten voor jong en oud samen”. Die nieuwe boeken zijn later gebundeld en bewerkt in Het huis van licht – Bijbels levensboek voor kinderen (1984). In 1992 verschijnt de zeventiende druk van haar kinderbijbel uit 1959, waarin zij de teksten van toen grondig heeft bewerkt.

Nieuwe tijd

Inmiddels heeft Klink de steven gewend. Op het eind van haar lange leven raakt ze er steeds meer van overtuigd dat er een Nieuwe Tijd op het punt staat aan te breken. Reïncarnatie mag zich in haar warme belangstelling verheugen. Zo schrijft zij een boek over kinderherinneringen aan hun vorige levens – Vroeger toen ik groot was, 1990, waarvoor ze in mainstream protestants Nederland de handen niet op elkaar krijgt.

Een kwart eeuw lang had ze zich ingespannen om het kind naar de Bijbel te brengen, de volgende kwart eeuw zal ze de Bijbel naar het kind brengen en op het eind van haar leven zal ze die Bijbel grotendeels loslaten

willem van der meiden

Een stap verder in haar religieuze ontwikkeling is nog haar bijdrage aan de uitgave Gesprekken met Paulus, waarin deze apostel uit het Nieuwe Testament zijn actuele opinies via channeling doorgeeft aan de auteur, Joke Hoogeveen. Het boek verschijnt in 1992 en wordt behalve door Joanne Klink ook enthousiast begroet door Aleid Schilder en Hans Stolp - die een met Klink vergelijkbare wending in hun leven hebben voltrokken. Anderen moeten er niets van hebben. Ook een meer holistische wijze van omgang met Bijbelse thema’s als licht en duisternis in Klinks Kinderen van het licht uit 2001 wordt zeer kritisch ontvangen.

Met haar esoterische benadering vervreemdt ze zich dus van haar oude publiek, maar trekt ze ook een nieuw publiek. In 2002 verschijnt in eigen beheer een kleine autobiografie, Klinkklaar. Ze zoekt en vindt een huisje in Zuid-Limburg en schrijft en belt van daaruit in de laatste jaren van haar leven met tal van mensen. Haar dood in 2008 heeft ze ongetwijfeld opgevat als een begin van een nieuwe spirituele zoektocht.

Theoloog Bert Jansen publiceert in 2011 en 2013 twee biografische boeken over het denken van deze opvallende vrouw op het kerkelijk erf. Het tweede boek houdt zich vooral bezig met Klinks esoterische belangstelling en heeft de typerende titel: God was nog niet uitgepraat - Begrip en onbegrip over Joanne Klinks leven als zoektocht. Maar met de interviewer van Trouw, Koert van der Velde, is ze uitgepraat: “Kritiek, kritiek, kritiek. Ik snap het niet: je ziet er toch best aardig uit. Jij vindt me maar gek, hè? Als je er zoals ik veel mee bezig bent, ga je eraan wennen. Dan ben ik maar gek.”