'Wij zijn vandaag meer vastberaden dan ooit om de waarden van de republiek en het secularisme elke dag opnieuw door te geven in het belang van onze leerlingen'. Dit waren de woorden die de school van Samuel Paty, daags na zijn horror-moord, naar buiten bracht. Ze zijn veelzeggend, zelfs in de laïcité-context van Frankrijk. Nederland volgde, met haar eigen dynamiek.

De rector van het Rottterdamse Emmaus-college, waar een docent moest onderduiken, noemde het 'volstrekt onacceptabel dat een gesprek tussen docenten en leerlingen wordt gekaapt door buitenstaanders die dit gebruiken om ongefundeerde dreigementen te uiten'. Wijze woorden, die evenwel verder niets loslaten over een potentieel interessant gegeven: het feit dat het Emmaus-college een van oorsprong katholieke school is in de diverse stad Rotterdam.

Ondemocratische denkbeelden

De discussie over vrijheid van meningsuiting is weer terug van nooit weggeweest. Daarbovenop werd afgelopen week in eigen land een andere discussie op de spits gedreven. Minister Slob moest door het stof, nadat hij in een debat over de verankering van het burgerschapsonderwijs moest vaststellen dat de grondwettelijke vrijheid van onderwijs soms botst met het recht op een veilig leerklimaat. Dit was des te opvallender, omdat hij luttele maanden geleden nog met man en macht het islamitische Cornelius Haga-lyceum wilde aanpakken, naar het toen heette wegens 'ondemocratische denkbeelden'. Blijkbaar is de ene vrijheid de andere niet.

Minister van Onderwijs Arie Slob© Anne Paul Roukema

De commotie centreert zich op de scholen, en dan in het bijzonder de lessen maatschappijleer of burgerschap. Sinds 2006 zijn kinderen wettelijk verplicht om eerst en vooral gekneed te worden tot 'goede burgers'. Tegen de basiselementen hiervan kan geen zinnig mens iets hebben. Kinderen leren 'kritisch denken', ontdekken wat een parlementaire democratie inhoudt en verhouden zich tot maatschappelijk relevante onderwerpen als polarisatie, culturele verscheidenheid en veiligheid. Ja. Goed. Maar ga er maar eens even aan staan.

Maatschappelijke dynamiek

Niet voor niets zuchten scholen al sinds de invoering van deze verplichting heel diep bij de burgerschapsverplichting. Want het klinkt natuurlijk allemaal heel mooi, maar hoe ga je deze schitterende idealen en kwaliteiten nu daadwerkelijk overbrengen in het klaslokaal? Hoe een staat ingericht kan worden of wat de uitgangspunten van het democratisch stelsel zijn: dat is nog relatief eenvoudig in een lesplannetje te gieten.

Maar waar het werkelijk om draait zijn natuurlijk precies die dingen die buiten die droge materie vallen. De maatschappelijke dynamiek, zogezegd. Ook de huidige aanscherping van deze burgerschapswet, die scholen juist meer duidelijkheid moest verschaffen, lijkt de verwarring nu dus alleen maar te versterken.

Saillant detail bij deze discussie is te vinden in een onderzoek uitgevoerd door de Onderwijsinspectie in 2019. Zij constateerde dat bij invulling van de burgerschapsopdracht ‘de risico's doorgaans samenhangen met de levensbeschouwelijke opvatting van de school'. De Inspectie onderzocht hierbij uiteenlopende morele opvattingen over bijvoorbeeld homoseksualiteit, man-vrouw verhoudingen en omgang met andersdenkenden. Dat het hierbij niet enkel om islamitische scholen ging (iets dat ongetwijfeld veel lezers van het rapport gedacht zullen hebben) bewees de reactie van de woordvoerder van de Vereniging Gereformeerd Onderwijs.

De regels gelden niet voor de witte, meestal mannelijke dominante groep, maar voor die ánder

Nuweira Youskine

Deze Pieter Moens kon het zich in zijn heerlijk geprivilegieerde bubbel veroorloven de vraag te stellen waarom iedereen nu over hén en hun opvattingen over homoseksualiteit heen viel, want: (de burgerschapsopdracht) was toch vooral op de politieke agenda gezet om moslimkinderen beter te laten integreren? Een duidelijker voorbeeld van white privilige vind je niet. De regels gelden niet voor de witte, meestal mannelijke dominante groep, maar voor die ánder.

Helemaal ongelijk heeft hij overigens niet, zoals ook de handelswijze van Arie Slob al overduidelijk aantoonde. De burgerschapslessen lijken inderdaad vooral gericht op het (her?)opvoeden van de, laten we het maar eufemistisch noemen, kinderen met een 'diverse' achtergrond. Dat is waar de schoen wringt.

Religieuze wereldvreemden

Ellenlange beleidslijnen en gewichtige burgerschapagenda’s kunnen niet verhullen dat het primaire doel lijkt om iedereen te doordringen van de zegeningen van de democratische rechtsstaat. En degenen die dit het hardst nodig hebben, waren toch zeker wel de kinderen met een islamitische achtergrond. Want die gereformeerden... ja, ach, die zijn misschien soms ook wel een beetje raar. Maar dat zijn tenminste wel ónze religieuze wereldvreemden.

Hoewel dus ondubbelzinnig is gebleken dat niet alleen leerlingen met een migratie-achtergrond doordrongen moeten worden van de zegeningen van onze vrije rechtsstaat; feit blijft dat zij het primaire publiek hiervoor waren. En daar wringt de schoen. Want is dat burgerschaponderwijs dan ook wel op dit publiek toegespitst?

Is burgerschaponderwijs op leerlingen met een migratie-achtergrond toegespitst?© Taylor Wilcox

Gezien de algehele verwarring over wat burgerschapscompetenties überhaupt precies in moeten houden… niet. En gezien het feit dat diversiteit en inclusie op veel plekken in het onderwijs nog steeds een leuk beleids-ideaal vormt, maar nog heel ver van de daadwerkelijke plekken van macht af staat, ook niet.

Maar voor wie goed kijkt, gloort er ook hoop.

Verhaal van de Ander

Het begint, uiteraard, met het geduldig en gedegen inzetten van die lessen Burgerschap. Dat lijkt een waarheid als een koe, maar is het niet: met name binnen het mbo-onderwijs is burgerschap nogal eens een 'moetje', snel ingevuld door, zeg, een docent Timmeren, die waarschijnlijk uitstekend in zijn vak is, maar daarmee niet meteen ook bedreven is in de finesses van verhitte maatschappelijke debatten. De waarde en opbrengst van een goede burgerschapsles vanuit een professionele basis wordt in dit artikel mooi uiteen gezet.

Langzaam maar zeker begint ook het besef in te dalen dat er nog méér nodig is. Dat er in een diverse samenleving als de Nederlandse, nog een tandje bijgezet moet worden. De eerste contouren daarvoor worden al uitgezet.

Kijk bijvoorbeeld naar de videobijdrage van voormalig lector inclusieve educatie Aminata Cairo. Vanuit haar ontzetting naar aanleiding van de moord op Paty, probeert ze antwoorden te vinden. Antwoorden binnen een maatschappij die enkel redeneert vanuit een dominant narratief, waardoor het verhaal van de Ander automatisch als minder of irrelevant gezien wordt.

Of erger nog: er wordt niet eens bij nagedacht dát er een ander narratief is. Terwijl het verhaal van de Ander net zo goed jóuw maatschappelijke verhaal vormt. Over de gemeenschap die in haar geheel verantwoordelijk is, óók, of juist, voor die Ander, spreekt een gloedvolle Cairo:

Aminata Cairo

Als meest recente voorbeeld van haar betoog mag de bizarre Kamerdiscussie naar aanleiding van de moord op Paty aan het einde van deze veelbewogen weken dienen: het dominante narratief is dat enkel en alleen deze moord gevoelens van afschuw mag oproepen. Arme Farid Azarkan, die het democratisch recht van moslims om een petitie tegen godslastering in te brengen verdedigde, kreeg een werkelijk ziedende Kamer over zich heen. Want de dominante groep bepaalt wie, om wat en zelfs wannéér je geraakt mag worden. Seculiere gevoelens tellen, religieuze gevoelens zijn inferieur.

Systematische aanpak

Een ander belang voor toekomstige leerlingen en leiders is er een dat niemand zal zijn ontgaan: discriminatie, racisme en (onbewuste) vooroordelen schreeuwen om een systematische aanpak van bewustwording. Niet alleen van leerlingen, maar eerst en vooral van hen die deze leerlingen geacht worden klaar te stomen voor de maatschappij: leraren en docenten. Veelbelovende trainingen zoals deze proberen precies dit te bewerkstelligen.

Dit zijn dus al twee elementen, die essentieel zijn in het inkaderen van burgerschapsonderwijs, wil dat onderwijs enigszins voldoen aan haar belangrijkste doelstellingen.

Maar één element moet hier nog aan toegevoegd worden. Het is zó essentieel, én tegelijkertijd taboe, dat niemand er zijn vingers aan durft te branden. En toch zal het moeten. Daar waar al meer dan tien jaar geprobeerd wordt het burgerschapsonderwijs zo seculier mogelijk te houden, opdat de juiste, neutrale (lees: seculiere) burger gevormd zal worden, moge nu toch duidelijk zijn dat dit streven jammerlijk faalt.

Alles draait om religie

Alle gebeurtenissen - van heftige debatten over spotprenten, tot pijnlijke discussies over de vrijheid van onderwijs versus gelijke kansen, tot het tragisch dieptepunt van de moord op Paty - allemaal draaien ze om religie. Of, moet ik er gelijk bij zeggen: allemaal hebben ze religie als hoofd-excuus, want uiteindelijk kan religie als systeem natuurlijk geen verantwoordelijkheid dragen. Het gaat om mensen. Mensen die ergens door geraakt worden.

Het is niet zo verwonderlijk, dat een les over de geschiedenis van de Nederlandse rechtsstaat een stuk minder prikkelt dan zaken die voor mensen wezenlijk en heilig geacht worden, zoals het al dan niet afbeelden van een profeet. Dán gaat het leven, dan vindt het werkelijke gesprek plaats en dán is dus ook de kans om óók de waarden van die Ander te betrekken.

Veel leerlingen hebben een achtergrond waarin religie een belangrijke factor is – zij het in strikt religieuze zin, dan wel in meer culturele zin. Een factor van levensbelang, omdat het voor veel leerlingen voor een groot, of zelfs het allergrootste deel, de identiteit bepaalt

Nuweira Youskine

Bij een klas waarin de gemeenschap van leerlingen zowel als docent relatief homogeen is, zal er niet zo'n probleem zijn. Maar, als gezegd, gaat het hier juist om klassen, veelal in de Randstad, waarin veel verschillende achtergronden samenkomen. Veel van deze leerlingen hebben een achtergrond waarin religie een belangrijke factor is – zij het in strikt religieuze zin, dan wel in meer culturele zin. Een factor van levensbelang, omdat het voor veel leerlingen voor een groot, of zelfs het allergrootste deel, de identiteit bepaalt.

Hoe bizar is het dan, dat de omringende laag van docenten en bestuur een volstrekt seculiere ideologie dienen uit te dragen? Natuurlijk, er zijn genoeg scholen en opleidingen die al een specifiek religieus of levensbeschouwelijk uitgangspunt hebben. Zij kunnen over het algemeen (excessen dus nadrukkelijk uitgezonderd) die balans wél vinden. Juist omdát die identiteit er al is. Maar binnen de diverse Randstad, is zo'n duidelijk vormgegeven identiteit er niet veel meer, of slechts in verwaterde vorm. Voor veel jonge en (vooral) kwetsbare jongeren is die identiteit nu juist van levensbelang.

Wat te doen?

Gevoel en gelijkwaardigheid

Het meest logische antwoord is: breng religie (terug) in de school of instelling. En dan heb ik het niet over die aardig bedoelde lessen die de leerlingen even laten zien wat nu ook alweer de vijf zuilen van de islam waren of wat de hindoes eigenlijk vieren met Diwali. Nee, ik heb het over lessen die, liefst vanuit de docent zélf, kunnen appelleren aan die diepste gevoelens die religie teweeg kan brengen. De mooie, en ook de lastige kanten ervan. Dat vraagt natuurlijk nogal wat van een docent. Eerst en vooral is er een enorm invoelingsvermogen met de religieuze theorie en praktijk nodig. Lastig, zo niet onmogelijk, voor hen die zelf in een voornamelijk seculiere context gevormd zijn.

Daarom: zet deskundigen in. Allereerst en liefst burgerschapsdocenten die vanuit achtergrond en/of opleiding voeling hebben met religieus gevoel en praktijk. Mocht dat praktisch niet haalbaar zijn, dan kan die rol desnoods van buitenaf ingevuld worden. Zoals er ook talloze (gast)lessen worden gegeven door bijvoorbeeld Kamerleden die uitleggen hoe de democratie voor hen én voor de leerlingen kan werken, zo ook kunnen godsdienstprofessionals met leerlingen uitwisselen hoe religie voor hen werkt. Op basis van herkenning, gevoel en gelijkwaardigheid, in plaats van het droog uitstorten van theoretische seculiere begrippen.

Laat eens een islamitisch geestelijk verzorger op een gereformeerde school uitwisselen over het belang van het begrip troost. Of een rabbijn aan een overwegend islamitische klas vertellen wat voor hem (of haar) de waarde van de Sabbath is

Nuweira Youskine

Laat eens een islamitisch geestelijk verzorger op een gereformeerde school uitwisselen over het belang van het begrip troost. Of een rabbijn aan een overwegend islamitische klas vertellen wat voor hem (of haar) de waarde van de Sabbath is. Wedden dat er de meest interessante en gelijkwaardige gesprekken ooit uitkomen? Dat op die manier het begrip 'gelijkwaardigheid' echt tot leven komt voor leerlingen met allerhande achtergronden?

Religieuze competenties

Om dit alles te bestendigen dient er een vast leerdoel 'religieuze competenties' in de burgerschapsopdracht ingebouwd te worden. En dient dus ook elke school in haar leerplan vast te leggen hoe deze competentie vormgegeven gaat worden. Alleen dan wordt het concreet.

Is dit een onzalig plan? Was religie niet eindelijk vrijwel uitgebannen, een relikwie uit voorbije eeuwen, een sprookje dat enkel geweld voortbrengt, kortom, achterlijk en gevaarlijk en honderd procent indruisend tegen het oorspronkelijke idee van burgerschap?

Think again!

Als we de afgelopen tijd iéts hebben geleerd, is het dat wat onder religie geschaard wordt, goedschiks of, kwaadschiks nog altijd een diepe impact op individu en maatschappij kan hebben. Die gaat (juist) niet weg door haar te proberen weg te poetsen, maar kan in ieders belang opgenomen worden in de vorming van onze leerlingen en docenten. Want ook de seculiere God van de Democratische Rechtsstaat blijkt maar niet in staat om alle demonen te bezweren.

Nuweira Youskine is islamologe, publiciste en werkte op verschillende plekken binnen het mbo en hbo