Op 1 juli, Keti Koti, organiseren de Evangelische Broedergemeente, de Lutherse Kerk en het Ninsee ook dit jaar een herdenking in Amsterdam, als bijdrage aan een heilzame verwerking van het Nederlandse slavernijverleden. En ook bijvoorbeeld de Haagse Gemeenschap van Kerken (HGK) herdenkt en viert sinds 2017 het verbreken van de ketenen. Zo wordt er op allerlei plekken en ook in kerken aandacht besteed aan de afschaffing van slavernij in de voormalige Nederlandse koloniën.

Zou het niet mooi zijn als zo’n bijeenkomst vanzelfsprekend zou worden in alle kerken in Nederland? Tenslotte zijn we als Nederlanders allemaal erfgenamen van slavernij en kolonialisme.

Pijnlijke geschiedenis

Voor ons als witte Nederlandse christenen, lid van de PKN, komt daarbij dat we ervan overtuigd zijn dat het heilzaam is om we de geschiedenis van onze kerk met slavernij en racisme beter te leren kennen. Zeker, het is een pijnlijke geschiedenis, maar is juist ook kennis over wat er mis is gelopen in onze tradities uiteindelijk niet bevrijdend?

Willen we een kerk zijn waar mensen daadwerkelijk gelijk zijn, op waarde worden geschat en niemand wordt buitengesloten, dan is de verwerking van ons verleden noodzakelijk. Tenslotte eindigde in 1863 weliswaar wettelijk gezien de slavernij, maar tot slaaf gemaakten moesten nog tien jaar doorwerken. En decennia later, in 1934, schreef Anton de Kom in Wij slaven van Suriname over de praktijk van contractarbeid: ‘'Wij vragen aan de Nederlandse arbeiders: de slavernij is afgeschaft in Suriname, maar noemt gij degenen die onder een dergelijk arbeidscontract moeten werken waarlijk vrij?’

Werkgroep 'Racisme in de PKN'

Racisme is helaas nog steeds een tastbare, dagelijkse erfenis van het slavernijverleden. Racisme heeft zich genesteld in onze samenleving en in onze instituties, het tast de wortels van onze democratie aan en vreet aan de waardigheid en integriteit van mensen, zei pastor Duncan Wielzen in de online Haagse Keti Koti-viering van vorig jaar. Ook in de kerken, als onderdeel van de samenleving, speelt racisme helaas een rol en in onze PKN is witheid nog steeds de norm. Ervaringen daarmee waren voor ons een reden om de werkgroep Racisme in de PKN op te zetten.

In gesprekken over racisme gaat het vaak terecht over blinde vlekken en privileges. Over hoe mensen zoals wij, witte mensen, de impact en verwoesting van racisme niet zien, omdat we het niet aan den lijve ervaren. Nu zijn sommige van die blinde vlekken specifiek christelijke blinde vlekken. Dat is niet gek: in Nederland speelden de Calvinistische kerk en haar theologen een belangrijke rol in het optuigen van een verhaal dat slavernij legitimeerde.

Superioriteit

Dat klopt niet met beelden die sommige christenen hebben, namelijk dat in het christendom verschillen tussen mensen juist wegvallen, dat het bijdroeg aan gelijkheid. Tenslotte, in Christus is geen man of vrouw, jood of Griek, slaaf of vrije (Galaten 3:28). Helaas heeft ‘noch jood, noch Griek’ vanuit het perspectief van christelijke uitsluiting een erg wrange betekenis.

Christelijk Europa claimde haar eigen superioriteit op basis van dit idee van universaliteit. Joden en ook de inwoners van koloniën werd verweten dat ze te ‘particulier’ waren, en precies van die eigenheid in cultuur, taal en gewoonten moesten ze zich ontdoen om ‘beschaafd’ te worden. Tot slaaf gemaakten raakten hun identiteit kwijt. In het beste geval konden ze gedoopt worden, maar dan liever niet in de witte protestantse kerk.

Nederland ontwikkelde zich in de strijd tegen het katholieke Spanje tot zelfstandigheid als Calvinistische staat. In die strijd, die zich deels afspeelde in Spaanse koloniën en op zee, ontwikkelde de Republiek zich ook als koloniale macht. Godsdienst speelde daarin een belangrijke rol.

Witte protestantisme identiteit

Voor Willem Usselincx, een van de oprichters van de WIC, was die WIC ook een middel om de Gereformeerde godsdienst te verspreiden in de ‘Nieuwe Wereld’.  In die drang het protestantisme te verspreiden ontstond een probleem: voor Gereformeerden uit de Republiek was hun christelijke identiteit gekoppeld aan vrijheid: hadden zij zich niet net ontworsteld aan de katholieke overheerser?

Tijdens de Dordtse synode werden deze kwesties over de doop van ‘heidense kinderen’ in de koloniën besproken. Mede op grond van die reacties ontwikkelde zich een exclusieve, witte, protestantse identiteit: het was veiliger om tot slaaf gemaakten niet te dopen, omdat christelijk zijn werd gekoppeld aan vrijheid. Uiteindelijk werd nog een andere oplossing voor dat dilemma of iemand tegelijk slaaf en christen kon zijn gevonden: christelijke vrijheid werd in de eerste plaats als geestelijke vrijheid begrepen.

Bigi spikri, Ketikoti, Suriname, 2018© Wikimedia CC

Onderdeel van nationale identiteit

Op verschillende manieren is in kerken aandacht voor de Nederlandse context waarin we kerk zijn: het is in veel kerken (terecht) vanzelfsprekend om aandacht te besteden aan 4 en 5 mei.  Ook de herdenking en viering van Keti Koti is verbonden met onze nationale identiteit.

Juist ook als het over de nasleep van slavernij en kolonialisme gaat hebben (witte) kerken werk te doen. Zeker kan het christelijke geloof ook inspiratie bieden om het verleden gezamenlijk te verwerken en af te rekenen met ongelijkheid en racisme. Volgens Lukas 4 maakt Jezus in de synagoge van Nazareth zijn missie bekend: gevangen vrijlating bekend maken en onderdrukten vrijheid geven.

Mogen die woorden ons inspireren om in doen en denken mee te werken aan het beëindigen van alle vormen van onderdrukking en uitsluiting, racisme en discriminatie, en het uitbannen van de nasleep en uitwerking van ons verleden van slavernij en kolonialisme, niet alleen bij zwarte, maar ook bij witte Nederlanders en zeker ook in de kerken.

Janneke Stegeman (1980) is theoloog en bijbelwetenschapper en promoveerde op een onderzoek naar de rol van conflict in teksten en religieuze tradities. Ze is geïnteresseerd in postkoloniale en onbetamelijke theologie en schrijft o.a. over hoe wat bevrijdingstheologie is in de Nederlandse context.

Dit artikel is geschreven in samenwerking met de Werkgroep Racisme in de PKN, die bestaat uit Kees Benard, Folkert de Jong, Jacobine Scholte de Jong, Sander Ris, Janneke Stegeman en Matthea Westerduin.