This is Just to Say

I have eaten
the plums
that were in
the icebox

and which
you were probably
saving
for breakfast

Forgive me
they were delicious
so sweet
and so cold

William Carlos Williams (1883-1963)

“Tijdens mijn studententijd had ik een poster met dit gedicht erop. Hij hing in de keuken. Ik werd altijd een beetje vrolijk als ik het gedicht las. Het is eigenlijk een uitvergrote post-it, een kattenbelletje. Ik studeerde Engelse taal- en letterkunde en was het gedicht tegengekomen in TheNorton Anthology of American Literature, een dik boek met van dat heerlijk dunne papier. Ik was een vlijtige student en schreef er met potlood bij: This poem gives pleasure, it has the right to exist. Dat vind ik nog altijd.

Het is natuurlijk grappig om mee te delen dat je de pruimen uit de koelkast hebt opgegeten en daarvoor vergeving vraagt, terwijl het al gebeurd is. En dan wrijf je dat er nog eens extra in door te zeggen dat ze echt zalig waren. Zo zoet en zo koud. Het is bijna een hedonistisch gedichtje, heel zintuiglijk. Het lezen ervan is een fysieke ervaring, zeker in het Engels. In het woord plums proef je de rijpheid van de vrucht, je krijgt er trek in. Dat moet je niet gaan vertalen. In het Nederlands blijft er niks van over, misschien omdat we ook het woord zuurpruim hebben en het versje Jantje zag eens pruimen hangen…

Ondertussen gaat het gedicht natuurlijk ook over zin en betekenis. Over de vraag: waar gaat het leven over? Nou, zeg jij het maar

stine jensen

William Carlos Williams was een dichter die zich afzette tegen zwaardere modernisten zoals T.S. Eliot, bij wie poëzie heel rijk van betekenis is. Ik herinner me dat ik Eliot echt onder begeleiding van een goede docent moest lezen, anders kreeg ik geen toegang tot zijn poëzie. Dat is bij Williams heel anders. Hij maakte vaak verbale schilderijtjes, waarbij hij zijn proza-zinnen in drie delen opknipte. Williams maakte daar echt een kunstvorm van. Hij deed dat in een tijd, begin jaren dertig, waarin de poëzie vooral over grote, zwaarwichtige thema’s moest gaan: hoe moet je omgaan met betekenisgeving, met autoriteit of het verdwijnen van civilisatie? En dan komt Williams met zo’n gedicht aanzetten – heel gewaagd. Zijn werk is niet symbolisch geladen of metaforisch, het gaat over het alledaagse. Zo’n briefje over de pruimen in de koelkast kun je thuis op de keukentafel aantreffen.

Ondertussen gaat het gedicht natuurlijk ook over zin en betekenis. Over de vraag: waar gaat het leven over? Nou, zeg jij het maar. In wezen is het zinloos. Je kunt er grote diepte aan toekennen, maar in wezen is het een aaneenschakeling van alledaagse handelingen waaraan we zelf zin moeten geven. Dit is wat het is, het leven. Dat is de lichtzinnigheid van het seculiere hedonisme. Maar juist die lichtheid – daar kun je natuurlijk veel over filosoferen – maakt het ook weer zwaarmoedig. Want ja, als dit is wat het is, hobbel ik dan van iets lekkers uit de koelkast naar opnieuw iets lekkers uit de koelkast? Je kunt ook andere dingen gaan doen.

Dit gedicht bezorgt even een glimlach tussendoor, zeker voor een filosoof, die vaak met al die zwaarmoedige gedachten bezig is

stine jensen

Dit gedicht bezorgt even een glimlach tussendoor, zeker voor een filosoof, die vaak met al die zwaarmoedige gedachten bezig is. Het is een soort verademing. Die twee verschillende levenshoudingen – lucht en lichtheid tegenover ernst en zwaarmoedigheid – kunnen overigens prima in één persoon verenigd zijn. In mijzelf gaan ze steeds heen en weer. Ik zou mezelf zeker geen hedonist willen noemen. Maar als er in essentie geen zin is in het leven, dan is hedonisme van dezelfde waarde als welke zware, religieuze moraal dan ook. Er is geen uitsluitend antwoord te vinden. Je moet als seculier mens zelf naar de zin zoeken. Zonder houvast aan een hogere, aan god of wat dan ook. Met alleen een paar pruimen in de koelkast. That’s it.”