In de reeks Paradijsvogels portretteert Willem van der Meiden mensen uit het verleden die opvielen door hun originele geloof, opvallende zendingsdrang of zelfs buitenissige spiritualiteit.

Ze is de bekendste heilige van Nederlandse bodem. Eigenlijk: Hollandse bodem, want ze was een tijdgenote van Jacoba van Beieren en ‘leefde’ in Schiedam ten tijde van de burgeroorlog tussen Hoeken en Kabeljauwen. Haar naam was de latinisering van de oerhollandse naam Lijdwijt – een soort vrouwelijke variant van ‘Multatuli’ – en dat mag wel een omineus gegeven worden genoemd. Ze staat bekend als Lidwina (of Liedewij) van Schiedam, werd in 1380 geboren in een arm gezin met acht broers.

We zouden nooit van haar gehoord hebben als ze niet in de barre winter van 1394/95, nog geen vijftien jaar oud, met andere kinderen was gaan schaatsen en ten val was gekomen. Wat ze precies mankeert is niet bekend, een kneuzing of een botbreuk, maar wel is duidelijk dat de wond niet of nauwelijks wordt verzorgd. Die verwaarlozing kost haar niet direct haar leven, maar bezorgt haar wel een troosteloos ziekbed van ruim 38 jaar. Pas op 14 april 1433 wordt ze uit haar lijden verlost en bevorderd tot hoger heerlijkheid.

Teksten over haar lijden

Tal van teksten zijn aan het lijden van Lidwina gewijd en de commentaren en hagiografen komen woorden tekort om haar helse pijnen, etterende wonden en andere fysieke ongemakken te beschrijven. Al vóór 1440 verschenen een Latijnse en Middelnederlandse Vita over Lidwina. De Middelnederlandse wordt wel toegeschreven aan Jan Gerlachsz., een familielid van Lidwina. De successchrijver van de Navolging van Christus, Thomas a Kempis, deed een poging in 1448, de befaamde preektijger Johannes Brugman (‘praten als Brugman’) vijf jaar later. Diens boek Vita alme virginis Liidwine werd in 1498 gedrukt. Uit die gedrukte versie stamt een van de eerste afbeeldingen van Lidwina, waarop zij zojuist op het ijs gevallen is.

Tal van teksten zijn aan het lijden van Lidwina gewijd en de commentaren en hagiografen komen woorden tekort om haar helse pijnen, etterende wonden en andere fysieke ongemakken te beschrijven

willem van der meiden

Ook journalist Wim Zaal, in Zoek het Koninkrijk (1976), put zich in zijn bijdrage over Lidwina uit in een stortvloed van ranzige details over haar lijdensweg. De hulp in de huishouding van het gezin moest zelfs overgeven als ze Lidwina’s kamer moest schoonmaken. Eigenlijk zijn haar leven en lijden niets anders dan één grote aanklacht tegen de gebrekkige medische zorg in haar dagen en de moedwillige verwaarlozing van zieke en ‘onnutte’ mensen.

Natuurlijk zijn er in de moderne tijd pogingen gedaan haar lijden psychisch te duiden, bijvoorbeeld door haar leeftijd ten tijde van het ongeluk te verbinden met dieptepsychologische beschouwingen over de coming of age van een jong meisje. En natuurlijk – het gaat per slot van rekening om een vrouw – zijn er ook in onze tijd pogingen gedaan haar met het H-woord op te zadelen. Zo spreekt psychiater P.J. Stolk in 1980 openlijk van ‘hysterie’. Het woord stamt zoals bekend van het Griekse woord voor ‘baarmoeder’.

Heilig

Hoe Lidwina heilig is geworden, is een ingewikkeld verhaal. Ze doorliep volgens haar eerste hagiografen keurig de stadia van de ‘mystieke weg’ om hiervoor in aanmerking te komen. Maar anderen weten dat ze zeker in de eerste jaren door woede over het haar toebemeten lot werd geteisterd en zeker nog niet rijp was voor het advies van haar biechtvader om haar lijden op te dragen aan en te verbinden met het lijden van Christus. Maar ze was op haar ziekbed al een beroemdheid en er deden verhalen de ronde dat mensen die haar hadden bezocht op wonderbaarlijke wijze genazen. Zelf begint zij gehuld in haar pijnen visioenen te zien, waarin rozenstruiken – de roos is het symbool van Maria en van het lijden van Christus – een hoofdrol spelen. Soms droomt ze van een ‘lekker feestmaal in de hemel’ (Wim Zaal) of voert een engel haar naar Rome of Jeruzalem.

Ze was op haar ziekbed al een beroemdheid en er deden verhalen de ronde dat mensen die haar hadden bezocht op wonderbaarlijke wijze genazen

willem van der meiden

Op het eind van haar leven ontvangt ze de stigmata, de wondtekenen van het lijden van Jezus. Sommigen zijn nu overtuigd, anderen twijfelen: hoe kun je nu de stigmata onderscheiden op zo’n geteisterd lichaam? Als zij in eenzaamheid eindelijk is overleden, verspreidt haar dode lichaam volgens haar hagiografen letterlijk een ‘geur van heiligheid’. Afbeeldingen tonen haar lichaam waaruit een rozenstruik opbloeit. Vast staat dat de eerste schrijvers van haar vita een flink aantal wonderverhalen over Lidwina hebben toegevoegd.

Lidwina van Schiedam is nooit heiligverklaard, maar ze werd al eeuwenlang als heilige vereerd en in 1890 werd die heiligheid door paus Leo XIII erkend. Haar feestdag verhuisde een halve eeuw geleden van haar sterfdag 14 april naar 14 juni. Zij is patrones van de chronisch zieken en wordt ook wel de ‘schaatsheilige’ genoemd, opvallend genoeg vooral in Canada. Kerkhistoricus Charles Caspers schreef over haar verering een mooi boek in 2014: Een bovenaardse vrouw. In Schiedam is een heuse basiliek aan de H. Lidwina gewijd. Er is in Schiedam een jaarlijkse Liduinaprocessie waarbij relieken van haar worden rondgedragen.