Ik liep een stuk van de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Misschien zou dit een mooie setting geven aan het verhaal dat vertelde hoe ik als atheïst toch het goddelijke in alles ben gaan zien. Mijn uitgever vond het niks. Daarna werd ik zwanger. Dat leek me een prachtige manier om mijn ontdekking van de magie in het leven gestalte te geven. Ik droeg immers een van de grootste mysteries van het hele universum in mijn eigen buik.

Ik wilde zo graag mijn verwondering uiten. Mijn verwondering over het bestaan van het universum, over de wondere natuurwetten die alles vormgeven en bijeenhouden, over die toverachtige vonk van leven die ons van de levenloze stof heeft doen opstaan en tenslotte over die bizarre substantie in mijn hersenen die maakt dat ik aan het nadenken en voelen ben. Maar mijn uitgever vond dat ook de zwangerschap niet lekker werkte als bedding voor mijn pleidooi.

Toen ontmoette ik filosoof en docent Kamel Essabane. Hij vroeg me of ik samen met hem een 12e eeuws verhaal wilde herschrijven voor kinderen. Het verhaal heette Hayy ibn Yaqzan en is geschreven door islamitisch theoloog, filosoof, arts en vizier Ibn Tufayl, die leefde in Moors Spanje. Granada is mijn lievelingsstad, ik hou van Arabisch eten en van de Arabische mozaïeken en ook van de 1001 nacht-sfeer van gekleurde lampen, tapijten en een vleugje magie. Daarom had ik er wel oren naar.

Hayy ibn Yaqzan

Hayy ibn Yaqzan verhaalt de filosofische zoektocht van een jongen die op een tropisch onbewoond eiland opgroeit. Echt onbewoond is het natuurlijk niet. Er zijn geen andere mensen, maar het eiland zit barstensvol dieren en planten. Hoe hij op het eiland terecht gekomen is weet hij niet, net zoals alle mensen heeft hij geen herinnering van zijn eerste levensjaren. Alles wat hij weet is dat hij een bepaalde gazelle als zijn moeder beschouwt. Zij heeft hem zo lang als hij kan heugen gevoed met haar melk. Vandaar dat Essabane en ik onze hervertelling De Zoon van de Gazelle hebben genoemd.

Illustratie uit het boek De zoon van de Gazelle© Karuna Wirjosemito

Wanneer Hayy, de ‘levende’, zoals de jongen zichzelf noemt, zich bewust wordt dat hij leeft en vermoedt dat hij de enige in zijn soort is, begint zijn zoektocht naar antwoorden op alle grote en herkenbare levensvragen die de mensheid kent.

Wat ben ik?
Waarom leef ik?
Wat doe ik hier?
Hoe ben ik ontstaan?
Wat is het verschil tussen mij en dieren?
Denken dieren ook na zoals ik?
Wat is leven en wat is dood?
Wat moet ik met mijn geest doen?
Wat is de bedoeling?
Wat zit daar achter de sterren?
Hoe komt alles wat ik zie hier terecht?

Rode draad

Hayy denkt na over zijn filosofische vragen en het wordt voor hem steeds duidelijker dat er een Noodzakelijk Bestaan moet zijn, dat een antwoord vormt op al zijn vragen.

Dit Noodzakelijk Bestaan heb we in onze hervertelling voor kinderen anders genoemd, namelijk het Mysterie. Zo kunnen ook atheïsten ermee uit de voeten. We zorgden ervoor dat alles theologisch bleef kloppen met het origineel en hebben begrijpelijke taal gebruikt, emoties toegevoegd en anekdotes uitgewerkt. Ook hebben we een paar vriendjes gegeven aan de hoofdpersoon Hayy; een papegaai en een schildpad genaamd Vriend.

Maar de rode draad van het oorspronkelijke verhaal is hetzelfde gebleven: de filosofische en spirituele ontwikkeling van een mens, die nieuwsgierig om zich heen kijkt en achter de sluier van de verschijningen een Mysterie ontwaart en probeert daarmee in contact te komen. Hij begint te mediteren, legt zichzelf leefregels op en gaat rondjes om zijn eigen as draaien, vergelijkbaar met het wervelen van de derwisjen in de Sufi-traditie. Uiteindelijk komt hij in een grot tot een mystieke ervaring: hij ervaart dat alles één is, dat hijzelf opgaat in alles en hoe eindeloos en goddelijk dat voelt.

Deze zoektocht en dit soort mystieke ervaringen zijn van alle tijden en komt in alle culturen, religies en levensovertuigingen voor, ook in het atheïsme. Het was dít godsbeeld, van het allesomvattende Mysterie, dat ik graag had willen overbrengen in een boek. En nu bleek dat het verhaal van Ibn Tufayl, dat door Kamel Essabane op mijn pad was gelegd, precies uitdrukt wat ik wilde vertellen.

Zélf filosoferen

De Zoon van de Gazelle probeert niet de waarheid vast te pinnen. Na ieder hoofdstuk staan vragen om zelf over te filosoferen. Dit kan in jezelf, maar natuurlijk ook in de klas of met familie. De vragen zetten aan om zelf na te denken, zodat bij ieder kind de innerlijke filosoof wakker gemaakt wordt.

Kunnen dieren denken?
Hebben we regels nodig om samen te leven?
Waar komt leven vandaan?
Wanneer ben je een goed mens?

Filosofische vragen zijn eenvoudig geformuleerde vragen waar geen eenduidig antwoord op is. En juist daarom kan een kind zijn of haar eigen antwoorden proberen te vinden. Van de Latijnse vertaling van het verhaal is de titel Philosophicus Autodidacticus en precies dat autodidactische is ook hier van toepassing: alle mensen, en ook kinderen, zullen uiteindelijk hun eigen filosofische pad moeten bewandelen. Wat zij overal van vinden, hoe zij denken dat de wereld in elkaar steekt en welke betekenis ze verlenen aan de dingen in hun leven, kunnen volwassenen ze niet vertellen, we kunnen hoogstens met elkaar in gesprek gaan en gedachten uitwisselen. Je eigen overtuigingen vinden is een individueel proces, waarin iedereen autonoom is. Filosofische vragen stimuleren dit proces: je kunt zélf gaan zoeken, vinden en verder vragen. Dieper gaan, doorvragen en je verwonderen.

Sabine Wassenberg© Iona Hogendoorn

Misschien noemen kinderen iets God, maar misschien ook niet. Misschien verwonderen ze zich over het bestaan, misschien signaleren zij een Mysterie, maar misschien vinden ze alles volkomen verklaarbaar en normaal. En dat mag ook. Misschien betekent alles in de wereld wel helemaal niets, maar aan de andere kant: misschien is de wereld doordrenkt van goddelijkheid. Wie zal het weten? We zullen elk ons eigen pad moeten bewandelen en – ook al maken we onderdeel uit van een groep – op onze eigen manier, alsof we op een eilandje zitten, betekenis geven aan de wereld waarin we geworpen zijn. 

Sabine Wassenberg is filosoof. Ze geeft lessen filosofie aan kinderen, jongeren en studenten en workshops aan volwassenen rondom filosofie. Haar eerste boek Mijn ego en ik vertelt over haar zoektocht naar het ik - tenmidden van boeddhistische wetenschappers. In haar autobiografische werk Kinderlogica zegt ze tegen de kinderen in de klas dat ze in alle geloven een beetje gelooft.

Lees hier meer informatie over het boek De Zoon van de Gazelle. Bestellen kan via deze link.