Het kloosterleven blijft voor velen tot de verbeelding spreken. Het zijn plaatsen waar een cultuur van stilte het toelaat om spiritueel op adem te komen. In het begin van de twintigste eeuw stond de abdij van Keizersberg bekend als een centrum van liturgische vernieuwing. Veel benedictijnse novicen verbleven er tijdens hun academische studies aan de Katholieke Universiteit Leuven. Vandaag woont in het grote gebouw slechts een handjevol monniken en zijn er grote infrastructurele problemen.

Maar prior-administrator Dirk Hanssens laat het hoofd niet hangen. Integendeel. Vol vuur zoekt hij dagelijks naar mogelijkheden om een nieuwe wind te laten waaien in het monastieke leven. Sinds de zomer van 2020 kan hij daarbij op de steun rekenen van Thomas Quartier.

Deze bekende monnik, die de laatste jaren woonachtig was in de St. Willibrordsabdij in Doetinchem, werd aan Keizersberg gedetacheerd om er mee te werken aan datgene wat in de plannen Keizersberg 2.0 wordt genoemd.

Wat houdt zo’n Keizersberg 2.0 precies in?

Dirk: “Het is een soort laboratorium voor het kloosterleven. Maar misschien moet ik je meteen teleurstellen. Dat klinkt als iets nieuws, maar dat is het eigenlijk niet. Ik ga niet graag uit van de tegenstelling tussen traditie en vernieuwing. Eigenlijk zit de dynamiek al in het woord traditie: we leveren over. Een monnik is dus geroepen om als een goede huisvader zowel oud als nieuw uit de schatkamer van het monastieke leven tevoorschijn te halen. We mogen niet vergeten dat er in onze abdij altijd talloze activiteiten plaatsvonden. We zijn een centrum voor liturgisch onderzoek geweest, verschillende monniken waren actief in de Leuvense universiteit, anderen waren kunstenaars, en noem maar op. Onze abdij is nooit afgesloten geweest van de wereld. Integendeel, ze was altijd op een vruchtbare kruisbestuiving gericht. Dat is ons DNA. Het is onze ziel. Maar zo’n ziel heeft natuurlijk een lichaam nodig. En op dat vlak schort het wat de laatste jaren. Het gebouw is 120 jaar oud en sommige delen zijn nooit gerenoveerd.”

Dirk Hanssens (l) en Thomas Quartier (r)
Dirk Hanssens (l) en Thomas Quartier (r)© Abdij Keizersberg

Thomas: “Het is ook een groot gebouw en we zijn met weinig monniken, maar mijn ervaring is dat een handjevol mensen soms veel meer energie kan hebben dan een grotere communauteit. Ik moet geregeld gaan spreken in andere kloosters en de versuffing die ik er soms zie, baart me zorgen. Hier heb je geen mogelijkheid om suf te zijn. Je bent verplicht om daadkrachtig te worden. De titel van één van mijn boeken was ooit ‘Kiemcel’ maar het lijkt wel alsof ik nu pas werkelijk begrijp waar ik het toen over had.”

Kunnen jullie enkele voorbeelden geven van projecten die op dit moment ontspruiten uit de ‘kiemcel’ van Kiezersberg?

Dirk: “Eén van onze belangrijkste projecten is Labora: een gang in onze abdij die omgebouwd werd tot een hedendaagse coworkingspace. Het maakt meteen duidelijk hoe het nieuwe inhaakt op het oude. Mensen bijeenbrengen om bij elkaar inspiratie op te doen en rust te vinden, zodat ze hun werk op de juiste manier kunnen verderzetten. Dat is altijd al een functie geweest van deze abdij. Denk maar aan de vele retraites die hier plaatsvonden.”

Het monastieke leven is een utopisch leven

Thomas Quartier

Thomas: “In een andere vleugel willen we ons Scolastica-project uitbouwen. We hoorden op de universiteit dat er zusters zijn uit Aziatische, Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse landen die nu al te vaak in één of andere kamer in een groot studentenhuis moeten verblijven. We willen woonunits bouwen om hen de mogelijkheid te bieden tijdens hun studies toch in een religieuze omkadering te verblijven. Ook dit soort gastvrijheid is typisch voor het klooster, alleen spelen we nu in op een nieuwe nood.”

De kleine, begeesterde kiemcel van Keizersberg draagt duidelijk veel groei-energie in zich, maar staat daartegenover ook niet het gevaar dat zo’n gemeenschap zich dan al te zeer op de actie gaat richten en de contemplatie te veel op de achtergrond komt te staan?

Dirk: “Het komt erop aan ijverig te zijn en toch los te laten. Voorheen vertrokken we te veel vanuit de vraagstelling: We hebben een kloostergemeenschap en die moet overleven, dus hoe doen we dat? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen komen helpen? Maar plots besefte ik dat je het ook kunt omkeren. Wij zijn inderdaad een kiemcel, die je goed moet verzorgen, maar de groei van de plant staat niet in teken van de kiemcel. Het is net andersom. Mensen komen niet omdat wij hen nodig hebben maar wel omdat we ze iets kunnen bieden: een stiltecultuur.

Mensen komen niet omdat wij hen nodig hebben maar wel omdat we ze iets kunnen bieden: een stiltecultuur

Dirk Hanssens

Het werkt dus als een druppel die in het water valt en concentrische cirkels doet verschijnen. De druppel is het onbenoembare dat je in de stilte op het spoor komt. En de kringen in het water zijn de mensen en de gemeenschapsvormen die rond dat onnoembare verschijnen. Je hebt zelf ook niet in de hand hoe die concentrische cirkels precies zullen uitdeinen. Voor de renovatie van de noordvleugel, bijvoorbeeld, waren we eerst met een andere organisatie in zee gegaan.

Door onvoorziene omstandigheden moesten ze helemaal op het einde afhaken. Even wist ik niet goed hoe het verder moest, maar plots stonden daar ondernemers die dringend op zoek waren naar een werkplek. Hun IT-bedrijf tracht de wereld te verbeteren door slimme, ondersteunende webapplicaties te maken. We combineerden dat met het idee van een coworking- en vergaderruimte en zo ontstond dan uiteindelijk de ‘waterkring’ van Labora. Laat ons dat maar de typische ondoorgrondelijkheid van de voorzienigheid noemen.”

Dirk Hanssens en Thomas Quartier
Dirk Hanssens en Thomas Quartier© Abdij Keizersberg

Thomas: “Daar is Dirk weer met zijn voorzienigheid. Ik ben op dat vlak toch een meer agnostisch type, haha! Je moet ook ruimte maken voor de voorzienigheid. En daarvoor moeten we echt de boer op om geld in te zamelen. Voor ons Scolastica-project, bijvoorbeeld, kloppen we aan bij oudere zustercongregaties die zo’n woonruimte voor zusters uit andere werelddelen willen ondersteunen. Elke duit in de zak is op dat vlak meer dan welkom. Maar inderdaad, wanneer je één en ander aan elkaar probeert te knopen, kom je wel eens met exact de juiste mensen aan tafel te zitten. En wanneer die zeggen: ‘Wat een toeval dat we elkaar ontmoeten en samen iets op touw kunnen zetten,’ dan antwoord ik wel eens: ‘Nou, toeval bestaat op de Keizersberg niet. Dat noemen we daar God.’”

De situatie in Keizersberg is natuurlijk niet alleen kwestie van een gebouw. Jullie worden ook geconfronteerd met de bredere maatschappelijke tendens dat het christendom steeds verder in de marge wordt geduwd. Hoe kijken jullie daarnaar als mensen die ervoor kozen om 24/7 in het teken van het religieuze te leven? Voelt het soms niet wat bizar aan dat jullie inzet zo sterk indruist tegen de maatschappelijke evoluties?

Thomas: “Je gebruikt het woord ‘bizar’. Dat woord is op zijn plaats. Het monastieke leven is een utopisch leven. Daardoor zit het tegen het absurde aan, en dat is meteen ook de kracht ervan. Maar als mensen tegen me zeggen, zoals jij nu doet: ‘Je hebt er toch voor gekozen om 24/7 gelovig te zijn’, dan val ik een beetje van mijn stoel en denk ik bij mezelf: ‘Oh ja?!’ Natuurlijk heb ik voor zo’n ‘bizar’ leven gekozen. Maar wat houdt dat precies in? Ik koos meer voor het zoeken dan voor het zeker weten. Benedictus zegt dat ook in zijn Regel: een monnik moet vooral God zoeken. Nergens staat er dat je God ook moet vinden. En ik heb hem in elk geval nog niet gevonden. Godzijdank, zeg ik dan maar. Keizersberg moet dus vooral een plaats zijn die zoekers ontvangt.”

Het is zonder twijfel prachtig wanneer een klooster aan talloze zoekers ruimte kan bieden, maar het kloosterwezen is op zich natuurlijk ook fundamenteel voor het christendom. Meer nog, ook in andere tradities zie je het grote belang van puur, contemplatief leven. Dat zorgt er immers voor dat de spiritualiteit van die religieuze tradities op sommige plaatsen wat ‘hechter’ en ‘condenser’ wordt. Dus ja, mensen kunnen even in een klooster komen voor verdieping en herbronning vinden waarna ze vervolgens weer hun eigen weg gaan, maar de vraag is dan: gaat de structuur van het kloosterleven zich ook kunnen verderzetten?

Dirk: “Mensen die hier komen zijn dikwijls mensen die structuur en een mooie vormgeving zoeken. Ze zoeken het in uiterlijkheden en willen zekerheid. En dan wijs ik naar henzelf. Wat ze zoeken zal uiteindelijk niet van de structuur komen. Het zit al in ze. Augustinus schrijft dat ook: ik heb je zo lang gezocht, tot ik besefte dat je in het puntje van mijn ziel zit – veel te laat heb ik jou liefgehad. Dus wie is monnik? Iedereen kan monnik zijn. ‘Monnik’ komt van het Griekse woord ‘monos’ wat ‘één’ betekent. Het komt erop aan je eenheid te vinden. Dat wil zeggen dat je goed in je vel moet zitten. Want wanneer je goed in je vel zit dan kan je ook anderen van hart tot hart ontmoeten. En dat kan er dan weer toe leiden dat er harmonie tussen mensen ontstaat – een harmonie die op zichzelf verwijst naar datgene wat mensen ten diepste bindt. Dat is, in een notendop, onze spiritualiteit. En kom je die op het spoor, dan ga je de weg van het monastieke.”

Dirk Hanssens en Thomas Quartier
Dirk Hanssens en Thomas Quartier (l)© Abdij Keizersberg

Thomas: “Ik heb er ook alle vertrouwen in dat de kloostergemeenschappen op zich nog zullen doorgaan. Een niet-benedictijnse religieus heeft me ooit gezegd: ‘Of er nu veel of weinig mensen intreden, het zal me een zorg zijn.’ Zo voel ik het ook aan. Ik kan niets anders doen dan wat ik doe en mijn eigen roeping volgen. Of hier nu vier of veertig mensen zitten, dat maakt weinig uit voor die innerlijke kern waar Dirk het over heeft. Ik zal me misschien bij sommige religieuzen moeten excuseren als ik dit zeg, maar ik kan dat doemdenken soms echt niet meer horen. Trouwens, onze positie wordt stilaan anders. Onlangs liep ik met een kunstenaar door Leuven en kwamen we bij een muur vol graffiti. Ik vroeg: ‘Nou, dat is gek, in Leuven zitten toch geen punkers meer?’ Waarop de kunstenaar antwoordde: ‘Jij bent er toch?’ Inderdaad. Misschien zijn wij wel een soort hedendaagse punkers. Als je naar Dirks wilde haren kijkt, zou je dat soms toch denken, haha!”

Ik voel alvast een nieuw project geboren worden: een pij met leren vesten voor alle hedendaagse benedictijnen in Vlaanderen en Nederland! Maar misschien nog even terug naar het Labora-project. Jullie wisten er op een mooie manier de juiste sfeer te bewaren. Sommige oude kloosterkamers zijn werk- en vergaderruimtes geworden, maar in het midden van de gang zit een kapel en die staat wagenwijd open. Telkens wanneer je erlangs loopt, voel je als het ware de kloosterspiritualiteit. Niettemin, hoe mooi en gebalanceerd jullie het ook hebben aangepakt: sommige mensen zullen zich afvragen: kloosters en business, gaat dat wel samen?

Dirk: “Natuurlijk wel. Kloosters zijn van oudsher ook ondernemingen. Om slechts één voorbeeld te geven: toen de ordes vanuit Italië naar onze streken kwamen, merkten ze dat de landbouw wat stroef liep omdat er veel moerassen waren. Daarom gingen ze die droogleggen en begonnen ze landbouwwerktuigen te ontwikkelen. Ook dat was business. Maar het was goede business. Een hedendaagse onderneming die zich op meer digitale business richt, is dus helemaal op zijn plaats in een klooster.”

Een hedendaagse onderneming die zich op meer digitale business richt, is dus helemaal op zijn plaats in een klooster

Dirk Hanssens

Hoezeer het ook goed kan zijn van die oude band tussen kloosterleven en ondernemerschap nieuw leven in te blazen, bestaat de kans niet dat het spirituele een vernislaagje wordt voor projecten die er uiteindelijk slechts op gericht zijn om winst te maken?

Thomas: “Daar moeten we inderdaad voor opletten. Een mooi voorbeeld daarvan zijn cursussen over leadership en timemanagement vanuit een benedictijns oogpunt. Daar krijg ik wat kiespijn van want daar gaat de benedictijnse spiritualiteit helemaal niet over. Zo komen er wel eens wat studenten in het klooster aan hun thesis werken. Die leven dan mee op het ritme van het getijdengebed en zeggen achteraf: ‘Kijk nou, ik krijg hier op één week drie keer zoveel gedaan als thuis.’ Dan antwoord ik hun: ‘Ik ben blij voor jou, maar je hebt er niets van begrepen.’

Het ritme van het klooster is helemaal geen vorm van timemanagement. Integendeel. Het benedictijnse leven vraagt elke dag een copernicaanse ommekeer. Wat mensen soms als ‘pauze’ ervaren staat net centraal. Die momenten van gebed, daar is het net om te doen. Laatst vroeg iemand van Labora mij: ‘Wat doen jullie eigenlijk de hele dag als monnik?’ Ik rekende dat gauw even voor hem uit en zei: ‘Nou, als ik alle uren optel, kom ik al gauw aan zo’n 0,5 FTE bidden per dag, dus daar mag ik dan arbeidsrechtelijk een halfuur pauze bij rekenen.’ Als je het zo zegt, begint het kwartje plots te vallen. De kern moet te allen tijde de kern blijven.”

Onlangs is het boek Levensliederen - Soundtrack voor kloosterspiritualiteit van Thomas Quartier verschenen bij Berne Media. Voor meer info: www.berneboek.com.