In de serie ‘20 jaar na 9/11’ reflecteert Enis Odaci op de gevolgen van de terroristische aanslagen van 11 september 2001 voor hem persoonlijk als ook voor de Nederlandse samenleving. Lees hier de 3-delige serie.

Het inmiddels twintig jaar oude islamdebat heeft niet alleen impact gehad op de moslimgemeenschap in Nederland, maar zeker ook op de onderlinge verhoudingen tussen de religieuze gemeenschappen. In de basis geldt voor elke crisis, internationaal of lokaal, dat er twee soorten mensen opstaan: zij die verbinden en zij die de kans aangrijpen om de muren van wantrouwen nog eens extra hoog op te trekken. Ik wil me daarover niet uitspreken en ga daarom in dit laatste artikel uit de reeks vooral in op mijn persoonlijke ervaringen binnen religieus Nederland, omdat ik de veelkleurigheid ervan niet kan en wil reduceren tot eendimensionale beschouwingen.

Kijken vanaf de zijlijn

Toen de Twin Towers in New York verpulverd werden tot stof en de ontelbare brokstukken letterlijk en figuurlijk voor krassen op de ziel van miljoenen mensen zorgden, besefte ik: er moeten interreligieuze bruggen worden gebouwd. In de eerste paar jaar na die gebeurtenis was ik vooral toehoorder vanaf de zijlijn. Andere mensen voerden vakkundig het woord. Ik herinner me bijvoorbeeld Abdulwahid van Bommel en Fatima Elatik, zij wisten altijd met de nodige nuance en kennis het licht ontvlambare islamdebat van commentaar te voorzien. Vele andere moslims zouden hun voorbeeld volgen.

Ik besefte echter al snel dat het islamdebat juist niét over integratie en de multiculturele samenleving ging - dat waren de leidende termen in de jaren ’80 en ’90. Het debat ging over iets anders. De meeste vragen die ik in talrijke kerkzalen en workshops heb gehoord kenden feitelijk hun oorsprong in de christelijke traditie van Nederland en de ontzuiling die vanaf de jaren ‘60 stevig ingezet werd.

Diepere laag

Een voorbeeld: het debat over hoofddoeken werd altijd geijkt langs de vragen: ‘Wat staat er in de Koran?’, ‘Is het een symbool van onderdrukking?’ en ‘Waarom moet de vrouw haar schoonheid bedekken omdat de man zijn hormonen niet in bedwang kan houden?’. Ik weet vrij zeker dat u als lezer deze vragen nog steeds stelt.

Ik leerde op de middelbare school dat de emancipatiebeweging in Nederland ervoor zorgde dat onderdrukkende mechanismen vanuit het institutionele christendom werden doorbroken. De vrouw heette ‘vakonbekwaam’ te zijn zodra ze in het huwelijksbootje trad. Ze moest thuis zitten en voor manlief en kinderen zorgen. De diverse oude foto’s uit die tijd lieten mij bovendien zien dat er maar weinig verschil was tussen de hoofddoeken van moslima’s nu en de hoofdbedekking van christenen toen. De emancipatiebeweging gaf de vrouw het recht om zelf te bepalen hoe zij zich kleedde, of zij wel of niet mocht werken en hoe zij haar seksualiteit beleefde. Die ‘teruggewonnen’ vrijheid op de kerk deed ertoe.

Plots kwamen vanaf de jaren ‘70 vrouwen uit andere landen naar Nederland, die vooral huisvrouw bleven. Ze kwamen vaak van het Marokkaanse en Turkse platteland en daar was een patriarchale islamitische cultuur nu eenmaal dominant. Geen wonder dus dat het debat over de hoofddoek zo fel gevoerd werd (en wordt) 

enis odaci

Plots kwamen vanaf de jaren ‘70 vrouwen uit andere landen naar Nederland, die vooral huisvrouw bleven. Ze kwamen vaak van het Marokkaanse en Turkse platteland en daar was een patriarchale islamitische cultuur nu eenmaal dominant. Geen wonder dus dat het debat over de hoofddoek zo fel gevoerd werd (en wordt) - vanwege die historische, feministische context. Moest er nu wederom een strijd worden gevoerd om de moslima van het religieuze instituut te bevrijden? Ik vroeg me hardop af of dat gesprek met Koranverzen in de hand te voeren was. Het ging mij om dat onderliggende gevoel van de strijd die gestreden was, en dat leidde voor mij vanzelf tot andere oplossingen. 

Voeg daaraan toe vragen als ‘Is God gelijk aan Allah?’, ‘Waarom voerde Mohammed een gewapende strijd en Jezus niet?’, ‘Geloven moslims in de drie-eenheid?’ en ik had voldoende gespreksstof om de dialoog met voornamelijk christenen op te zoeken. Ik geloofde dat deze vragen een dieperliggende emotionele, culturele en historische context kenden en ik wilde daarover spreken. Ik stapte snel af van de formele overlegorganen, de professionele dialoogtafels en de veilige viering van Abraham als stamvader.

Antireligieus humanisme

Ik had na een korte, maar verhelderende persoonlijke studie naar de islam ontdekt dat mijn Koran en mijn islamitische beleving humanistisch van aard was. Zelfbeschikking, vrije wil, de activering van het intellect, de nadruk op ethiek… deze principes zorgden ervoor dat ik mijn humanistische islam wilde bespreken met de humanisten.

Goedgemutst stuurde ik in 2009 een e-mail naar de Humanistische Alliantie, een koepelorganisatie voor humanisten waar destijds Lodewijk de Waal voorzitter van was. Ik wilde lid worden van de Alliantie, juist omdát ik moslim was. Want in mijn analyse waren humanisme en islam complementair aan elkaar. Het leidde tot een uitnodiging en ik mocht op audiëntie komen bij het bestuur van de Alliantie.

Tot mijn grote verbazing was het voltallige bestuur opgetrommeld en zat ik aan het uiteinde van een lange vergadertafel. Ik kwam van een bijzonder koude kermis thuis, want ik raakte verzeild in een kruisverhoor. ‘Hoe kan het dat u gelooft dat humanisten de Koran accepteren?’, ‘Gelooft u in de hel?’, ‘Waarom accepteert u Mohammed als autoriteit en niet uw eigen intellect?’ enzovoorts. Op een gegeven moment lukte het mij niet meer om de vragen rustig te beantwoorden. Ik breide er een einde aan: bedankt voor uw aandacht en graag tot ziens.

20 jaar na 9/11
Enis Odaci: "Ik besefte dat het humanisme in Nederland een buitengemeen antireligieuze, vooral anti-islamitische kleur had"© Enis Odaci

Ik besefte dat het humanisme in Nederland een buitengemeen antireligieuze, vooral anti-islamitische kleur had. In de dagen na het kruisverhoor deed ik stevig onderzoek naar de wortels van het humanisme in Nederland. Ik ontdekte dat het bestuur van de Humanistische Alliantie klinkklare onzin verkondigde, getuige de woorden van de stichter van het Nederlands humanisme, Jaap van Praag. Hij stelde onomwonden dat net zozeer hij “niet in staat was om het bestaan van God te bewijzen, hij ook niet in staat was om het niét bestaan van God te bewijzen”. Het humanisme bleek ook nog eens stevige christelijke wortels te hebben, dus hoezo anti-religie? Ik besloot om een stichting in het leven te roepen, genaamd ‘Humanislam’. Een samenvoeging van humanisme en islam, en een dikke middelvinger (ja, zo denk je als jonge kerel) naar het bestuur van de dogmatische Humanistische Alliantie.

Ik stuurde hen per mail een kopie van de statuten en wenste hen succes met hun waarheidsclaims en ging verder op zoek. Ik ontdekte het religieus humanisme en ontmoette voorganger Han Sie Dhian Ho, een buitengewoon bevlogen docent en iemand die als levensfilosofie heeft dat monoculturen leiden tot intellectueel verval. Hij reikte mij een prachtige metafoor aan en deze zou mijn levensmotto worden: “Toen de Spiegel der Waarheid uit de hemel viel en op aarde in duizend scherven uiteenspatte, haastten de mensen zich om een scherf te bemachtigen. Eenieder die een scherf vond riep triomfantelijk: ík heb de Spiegel der Waarheid!” Later zou ik hem vertellen dat deze metafoor uitgesproken is door de islamitische mysticus Hji Abu el-Yezdi.

O, ironie.

Taal van vertrouwen

Mijn ontmoetingen met christelijk Nederland waren aan de ene kant inspirerend en aan de andere kant zorgwekkend. Toen Geert Wilders in 2008 zijn anti-islam filmpje Fitna lanceerde, organiseerde dominee Herman Koetsveld met 40 Twentse predikanten een weerwoord. In zijn ‘Manifest van Advent’ stelde hij, in mijn woorden, dat de christelijke traditie niet gebruikt mag worden om andere mensen uit te sluiten. En ook de taal van wantrouwen, zo rijkelijk vloeiend uit Wilders’ mond, wilde hij vervangen met de taal van vertrouwen.

Het was de eerste keer dat ik een dergelijke open houding ervoer van een dominee. We mailden, belden, dronken een kop koffie in de kerk, een kopje thee bij mij thuis en het leidde tot een hechte vriendschap die al menig geopolitieke en nationale crisis heeft overleefd.

Ik ontdekte, naïef als ik was, dat er ook een christendom bestaat waarbinnen mensen geen enkel belang hebben bij een dialoog met moslims

enis odaci

Koetsveld maakte mij wegwijs in christelijk Nederland, het Evangelie, en de historische context van het christendom. En ik deed dat op mijn beurt voor hem waar het de islam betrof. We raakten aan de pen, schreven boeken, gaven lezingen, workshops en de christelijke wereld opende zich voor mij als een oester. Ik zag pareltjes van geloof en ontdekte een wereld van dialoog, oecumene, interreligieuze samenwerkingsverbanden en individuele predikanten en gelovigen die allemaal de naam van Jezus hoog hielden. Zo inspirerend!

Gelijktijdig kwamen de mails binnen van christenen die foto’s stuurden van verschrikkelijke gebeurtenissen uit het Midden-Oosten. Ik was een dienaar van Allah, de Valse God. Herman Koetsveld was een overloper, iemand die het Evangelie verkwanselde en ik ontdekte, naïef als ik was, dat er dus ook een christendom bestaat waarbinnen mensen geen enkel belang hebben bij een dialoog met moslims. Ik ontdekte dat deze christenen niet alleen maar boos waren ná een aanslag door IS, door de Taliban daarvoor, of door radicale moslims in Nederland, maar dat er een theologie schuilgaat achter hun vijandigheid naar moslims.

Politieke Jezus

Natuurlijk wist ik van het politieke christendom van vooral de SGP en de ChristenUnie, maar ik leerde dat hun evangelische en reformatorische achterban uitging van een interpretatie van het Evangelie die helemaal niet zoveel verschilde van de waarheidsclaims binnen de radicale islam. De hel, zo bleek, is gevuld met of christenen, of joden, of moslims, afhankelijk van waar je wieg gestaan heeft en welk boek je gelezen hebt.

Enis Odaci: "Uiteindelijk durf ik de stelling wel aan dat de islam en moslims levensbeschouwelijk Nederland een spiegel voorhouden"© Enis Odaci

Dankzij Wilders raakte de term ‘joods-christelijke cultuur’ in zwang, en vele christelijke boegbeelden omarmden die term dankbaar. In één beweging werden moslims uit de Abrahamitische familie gekieperd. Wilders deed dat in naam van… ja, wat eigenlijk? Maar de christelijke partijen en hun voorgangers deden (en doen) dat in naam van hun orthodoxe achterban en starre theologie. Die achterban omarmde voor een deel de populistische retoriek van hun politiek leiders en hun voorgangers. Ik kreeg die theologie onomwonden te horen tijdens mijn lezingen in de kerk.

Niets is gevaarlijker dan religieus geïnspireerd nationalisme en dat geldt voor alle levensbeschouwingen. De politieke Jezus werd een stok om moslims mee te slaan

Enis Odaci

Niets is gevaarlijker dan religieus geïnspireerd nationalisme en dat geldt voor alle levensbeschouwingen. De politieke Jezus werd een stok om moslims mee te slaan. Waarom de joden er met de haren bij werden gesleept was mij een raadsel, maar later ontdekte ik dat de terugkeer van de Messias alleen gebeurt als joden zich (liefst in een Groot Israël) massaal bekeren tot het christendom. Dat de joods-christelijke cultuur zich pas na 1945 nestelde in de harten en de hoofden van mensen deed er niet toe, Nederland moest en zou joods-christelijk zijn.

Ik ontdekte meer: remonstranten konden niet door een deur met gereformeerden, en de oecumene tussen katholieken en protestanten kende nog steeds wel wat hobbels. Ik ontdekte, kortom, dat het kerkschema nog vertakter is dan de oudste boom in de Hof van Eden. Net moslims, die christenen!

Gedeeld geloof

Er is zoveel meer te vertellen, maar dat bewaar ik voor later. Uiteindelijk durf ik de stelling wel aan dat de islam en moslims levensbeschouwelijk Nederland een spiegel voorhouden. Dat gebeurt niet bewust, maar indirect.

De (seculiere) humanist verafschuwt de ‘achterhaalde’ religieuze denkbeelden van weleer. Zijn de christenen net een beetje normaal aan het doen, moet hij weer aan de slag met een nieuwe islamitische zuil.

De christen ziet de kerk met lede ogen jaar in jaar uit leger worden. Kerkgebouwen moeten sluiten omdat de exploitatie niet sluit, maar er worden wel nieuwe moskeeën gebouwd: hoe kan dat? Wat zal de kerk doen: zich afzetten tegen de islam of juist samen naast de moslims staan om de seculiere wind te trotseren?

En de joodse gemeenschap heeft ook een keuze te maken: wordt de mantra van de joods-christelijke traditie omarmd ten koste van moslims, ook al gelooft geen jood in de christelijke verlossingsleer? Of gaan zij naast christenen én moslims staan omdat tikoen olam, het ‘herstel van de wereld’, een gedeelde religieuze aangelegenheid is? We zullen het zien.

Uiteindelijk bepaalt niet ons denken hoe wij als gelovigen de onderlinge relaties vormgeven, maar vooral ons handelen bepaalt deze relaties in verregaande mate. Juist tijdens een crisis sta je voor je religieuze principes. Ik hoop dat het Woord dat religieuzen elk op hun eigen manier van God ontvangen hebben ten goede wordt aangewend, niet ten slechte.

Na 20 jaar islamdebat is werkelijk geen moslim, jood, christen en humanist beter geworden van wantrouwen en uitsluiting. Het enige alternatief is de samenwerking - in het gedeelde geloof dat we morgen alleen beter kunnen maken dan vandaag wanneer we handelen zoals onze heilige inspiratiebronnen handelden.

Enis Odaci (1975) is hoofd online van Volzin en voorzitter van de denktank Stichting Humanislam, dat opgericht is mede naar aanleiding van de gebeurtenissen ná 11 september 2001.