Verbinding, verbinding, verbinding, er gaat geen week voorbij of iemand roept er om. Een politicus, een bestuurder of een geestelijke. Maar laten we ons nog wel verenigen in deze geïndividualiseerde tijd, waarin iedereen zijn eigen god is? En hoe was dat vroeger? We volgen in deze serie het spoor terug vanaf de jaren vijftig.

Marxist, antiracist, feminist. Dat wás Anja Meulenbelt, en dat ís Anja Meulenbelt. In 1976 gooide ze een steen in de vijver met haar autobiografische bestseller De schaamte voorbij, een openhartig boek over feminisme, vrije seks en liefde. Meulenbelt werd daarmee boegbeeld van de tweede feministische golf. En meer dan dat.

Acht jaar lang was ze senator van de SP, een partij die ze in 2014 verliet. Directe aanleiding was de houding van de Socialistische Partij in het Israëlisch-Palestijns conflict. “Maar”, zegt Meulenbelt, “mijn onvrede smeulde al langer. De SP was nogal anti-vluchteling en anti-migrant. Eigen arbeiders eerst. Mijn socialisme is veelkleuriger en heeft meer genders. Daarom steun ik nu het bestuur van BIJ1.”

Als ik De schaamte voorbij lees denk ik: wat een woest leven. Tot ’s nachts werken in Paradiso en dan als alleenstaande moeder toch weer vroeg op om uw zoon Armin te verzorgen. Daarnaast een uitgebreid en woelig liefdesleven. Hoe hield u het allemaal vol?

“Ach, het was soms een beetje veel en ik had weleens liefdesverdriet. Maar het was ook een heel erg spannende tijd. Ik kwam in een bohemienachtige omgeving terecht, waar je liet zien dat je links was door je matras op de grond uit te rollen. Vrije liefde hoorde daarbij. Wat anderen ervan vonden, daar trok ik me niets van aan. Ook dat waren voor mij de jaren zeventig.”

U komt in uw boek enigszins ontworteld over: waar hoor ik thuis?

“Ik hoorde niet meer thuis in het middenklassemilieu waar ik uit voortkwam. Bovendien had ik een behoorlijk traumatische periode achter de rug. Ik ging op zoek naar nieuwe vormen van vrouw zijn. En ik was niet de enige.

In de vrouwenbeweging voelde ik me op mijn plaats, met vragen als: willen we een relatie, en zo ja: met een man of een vrouw? Willen we kinderen? Hoe zien we moederschap in relatie tot werk? Dáárom heb ik De schaamte voorbij geschreven, omdat er, buitenlandse schrijfsters als Kate Millett, Verena Stefan en Doris Lessing uitgezonderd, geen boek over bestond.”

Sommige feministes keerden zich in die jaren van mannen af. Dat is bij u niet het geval geweest.

“Waarom zou ik? Ik poets niet weg dat tamelijk veel vrouwen tamelijk veel redenen hadden en hebben om een afkeer te koesteren van tamelijk veel mannen, maar zelf heb ik nooit het gevoel gehad dat dat mijn richting was. Ik had ruzie met de radicaalfeministische uitgeverij De Bonte Was, die niks meer met mannen te maken wilde hebben.

Mijn kortste definitie van feminisme was en is: eerlijk delen en niet slaan

anja meulenbelt

Ik vroeg: wat is jullie maatschappijvisie, alle mannen deporteren naar Rottumeroog? Ach, mannen zijn net mensen, zal ik maar zeggen. Ze kunnen, net als vrouwen, in hun voordeel veranderen, dacht ik in mijn naïviteit. Nou, daar is weinig van terechtgekomen. Vrouwen zijn sinds de jaren zeventig enorm veranderd, mannen slechts een beetje.”

Waren de jaren zeventig een tijd van verbinding?

“Voor mij wel. Ik heb er volop aan meegewerkt dat vrouwen uit hun isolement werden bevrijd. Je moet, geloof ik, een beetje feminist en marxist zijn om te begrijpen wat ik met isolement bedoel. We doen vaak alsof gezinnen sinds de Flintstones een soort gesloten eenheid vormen: man, vrouw en kind gezamenlijk in een eengezinswoning. De man gaat ’s ochtends de deur uit om te werken en de vrouw blijft thuis voor de huishouding en het kroost, dat beeld. Maar dat klopt niet.

Vóór de industriële revolutie was het gezin helemaal geen geïsoleerd bastion. Alle vrouwen werkten, waarbij geen onderscheid werd gemaakt tussen wat ze deden voor hun gezin of voor de kost. Als een vrouw brood bakte verkocht ze dat, als ze bier brouwde ging ze ermee de markt op. Een gezin met kostwinner en huisvrouw bestaat nog maar sinds een dikke honderdvijftig jaar.”

Hoe wilde u de vrouw bevrijden?

“We zijn begonnen met vrouwenpraatgroepen waarin we discussieerden over zaken die als privé werden gezien: liefde, seksualiteit, huiselijk geweld. Daarover werd nooit een woord gewisseld. Als alleenstaande moeder met een gewelddadige ex-man kende ik die zwijgcultuur maar al te goed. Huiselijk geweld is nu een belangrijk maatschappelijk onderwerp, en vrouwenbladen staan vol over prettige seks. Dat is in beide gevallen te danken aan die vrouwenpraatgroepen.

Toen vrouwen eenmaal begonnen te spreken over hoe zij zelf hun leven ervoeren, en het niet meer vanzelfsprekend vonden om al hun ambities opzij te zetten voor de huishouding, is de ontwikkeling razendsnel gegaan. In de vorige aflevering van uw serie had James Kennedy het erover dat in de jaren zestig tachtig procent van de mensen een moeder die buitenshuis werkte geen goede moeder vond. Nu heeft driekwart van de vrouwen een betaalde baan.”

Waren de jaren zeventig niet vooral een tijdvak van polarisatie?

“Het grappige is dat een dominante groep dat woord altijd in de mond neemt wanneer een niet-dominante groep roept: en nu wij. Vrouwengroepen vonden: als we werkelijk verbinding willen, dan zullen mannen moeten veranderen. Dat is geen kwestie van polarisatie, maar van het rechtzetten van ongelijkheid. In onze tijd wordt een groepering als BIJ1 beticht van polarisatie. Hallo, zeg ik dan, die polarisatie was er ook al voordat die partij ontstond: zwarte mensen kwamen simpelweg niet aan bod. Het verschil is alleen dat dankzij Sylvana Simons die kansenongelijkheid nu zichtbaar is voor iedereen die het wil zien.”

Hoe zag uw ideale maatschappij er in de jaren zeventig uit?

“Mijn kortste definitie van feminisme was en is: eerlijk delen en niet slaan. Ik geloofde dat als vrouwen buitenshuis gingen werken, mannen binnenshuis vanzelf de handen meer uit de mouwen zouden steken. Dat laatste is mislukt. Vrouwen werken vanwege huishouden en kinderen vaak parttime. Bij mannen zie je dat veel minder. Zes op de tien heterostellen zou de zorg voor de kinderen graag eerlijk verdelen, maar bij slechts één op de vier lukt dat. Dat is dus niet veel. Gevolg is dat fulltime werkende vrouwen die genoeg verdienen andere vrouwen moeten inhuren om het werk thuis te klaren.”

Dat het zo zou lopen had u in de jaren zeventig vast niet verwacht.

“Nee, maar dat verandert niet mijn beeld van die jaren. Ik vond het fantastisch om te ontdekken dat er zoveel leuke en interessante vrouwen waren. En dat je van alles met hen kon ondernemen. Dus niet alleen praten, maar ook een eigen uitgeverij opzetten, een opleiding voor vrouwenhulpverlening starten, en ga zo maar door. Ik kwam tot mijn recht, het waren de wittebroodsweken.

Gaandeweg de jaren zeventig begon een nieuwe fase: vrouwen gingen zich afsplitsen

anja meulenbelt

Gaandeweg de jaren zeventig begon een nieuwe fase: vrouwen gingen zich afsplitsen. Zwarte en lesbische vrouwen begonnen voor zichzelf. Daar werd ik aanvankelijk niet vrolijk van, maar later begreep ik het. Verder had je arbeidersvrouwen die zeiden: jullie praten niet namens ons.”

Ook uit De schaamte voorbij blijkt dat verbinding in linkse kring een relatief begrip was. Iemand van de CPN wilde u uit het blad Sextant knikkeren omdat u feminist was.

“Links heeft het feminisme heel lang afgehouden, totdat ze er echt niet meer omheen konden. Zelfs de CPN had op een gegeven moment een eigen vrouwengroep.”

Die tegenstand moet voor u een bittere pil zijn geweest.

“Geweest? Nog steeds. Feminisme ligt nog altijd niet goed bij een groot deel van links. Wat ze niet inzien is dat de klassenstrijd moet worden uitgebreid. De werkende klasse bestaat niet alleen uit witte heteroseksuele mannen, maar voor een groot deel uit vrouwen, migranten en mensen van kleur.

Mijn komende boek, dat volgende maand verschijnt, handelt daarover. Ook over een ander wezenlijk punt: het gaat niet alleen om betaald, maar ook om onderbetaald en onbetaald werk. Driekwart van het onbetaalde werk wordt verricht door vrouwen. Helaas slaat klassiek links de piketpaaltjes louter rond betaald werk. Dat was al zo in de jaren zeventig, en dat is nauwelijks veranderd.”

Hoe stelt u zich die klassenstrijd in de praktijk voor?

“Heel breed. Linkse partijen moeten inzien dat maatschappelijke onvrede niet alleen maar te maken heeft met uitbuiting op de werkvloer, maar evenzeer met de woonsituatie, de onttakeling van de zorg, enzovoort. Dat de zorg in een crisis verkeert, komt door het kapitalisme. Met zorg is nu eenmaal moeilijk financiële winst te behalen. Daar is zorg ook helemaal niet voor bedoeld. Het zou moeten draaien om aandacht, tijd en verbinding. Je kunt niet zeggen: we laten onze ouderen verzorgen in een lagelonenland. Het moet hier, en het kost tijd die je niet kunt indikken.”

In de SP, uw voormalige partij, zat een inmiddels geroyeerde communistische vleugel die een gewelddadige klassenstrijd niet uitsloot. Hoe denkt u daarover?

“Geweld? Liever niet. Wat niet wegneemt dat overal in de wereld geweld is. Denk alleen maar aan ons koloniale verleden, dat nog zo kort achter ons ligt. Denk ook aan het geweld tegen de Palestijnen in de Gazastrook, waar ik al meer dan vijfentwintig jaar kom.

Milder? Nee hoor, hoe komt u erbij?! Ik word alleen maar razender

anja meulenbelt

Een gewelddadige klassenstrijd zie ik nu in Nederland niet gebeuren. Wat wel nodig is, is dat alle mensen die uitgebuit en onderdrukt worden zich verenigen. Daar maak ik me bij BIJ1 sterk voor.”

Is dát de verbinding in de geïndividualiseerde tijd van nu?

“Zeker. We blijven bij BIJ1 niet hangen in individuele identiteiten, maar proberen allen die worden uitgesloten bij elkaar te krijgen: van zwarte mensen tot transgenders. De pijlers van BIJ1 zijn radicale gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid. Die twee horen onlosmakelijk bij elkaar, en symboliseren de nieuwe klassenstrijd waarin ik geloof.”

Wat was u eerder: feminist of marxist?

“Eerst marxist en antiracist. Ik volgde begin jaren zeventig marxistische scholing en zat in het solidariteitscomité van de Amerikaanse Black Panther Party. Wel met een tamelijk naïeve houding: solidair met de acties van zwarte mensen in de VS, maar niet beseffend dat in Nederland ook wel het een en ander mis was.

Zo vonden wij het helemaal niet raar om met alleen maar witte mensen in dat solidariteitscomité te zitten. Ik werd enorm aangesproken door de woede van de Black Panthers, alhoewel ik toen nog niet doorhad dat die woede ook over mezelf ging. Dat ontdekte ik pas toen ik feminist werd.”

U bent een van de weinigen die in het marxisme zijn blijven geloven. Hoe komt dat?
“Omdat de marxistische analyse, ondanks het mislukken van het communisme, hout blijft snijden. Ik zou het woord communisme graag willen heroveren op de geschiedenis. Maar of ik dat nog ga meemaken. Ik ben 77…”

Bent u nu milder dan in de jaren zeventig?

Op besliste toon: “Milder? Nee hoor, hoe komt u erbij?! Ik word alleen maar razender. Dat komt door wat er allemaal in dit beschaafde en ontwikkelde land gebeurt. Het neoliberalisme heeft ons aangepraat dat je je eigen firmaatje bent. Misluk je daarin, dan is het je eigen schuld. Kijk, Gaza is uiteraard geen ideale maatschappij, maar het is daar volstrekt normaal om naar elkaar om te zien. Ik kan daar het woord mantelzorg niet uitleggen. Toen ik dat probeerde, zei de betreffende Palestijn: ‘Ik begrijp jullie niet. De hond mag op de bank liggen, maar je oude moeder doen jullie de deur uit.’ We zijn in Nederland verleerd om voor elkaar te zorgen. Daarom worden er nieuwe woorden voor uitgevonden zoals dat rare mantelzorg.”

Protestactie tegen Van Agt en zijn plannen om de Bloemenhove-abortuskliniek te sluiten, mei 1976. Anja Meulenbelt ontbreekt helaas op deze foto.© ANP

U heeft zich in 2001 laten dopen in de Ekklesia van Huub Oosterhuis. Wat heeft dat voor u betekend?

“Het was een mooie bevestiging van wat, zonder dat ik het wist, altijd al in mij zat: geloof. Er is voor mijn gevoel weinig verschil tussen linkse politiek en geloof, alleen is de liturgie anders. Ik noem mezelf, gezien de geschiedenis van de kerk, overigens liever gelovig dan christen. Of zoals Huub Oosterhuis het ooit formuleerde: ‘Je bent een geroepene, in de zin van: je komt als geroepen.’ De spirituele kant van mijn leven heeft door die doop onderdak gekregen. Daar ben ik heel gelukkig mee.”

Een van uw opponenten in de jaren zeventig was de conservatieve katholiek Dries van Agt. Hoe denkt u nu over hem?

“We stonden in 1976 recht tegenover elkaar toen hij abortuskliniek Bloemenhove dreigde te sluiten. Ik zie me nóg staan met mijn protestbord: ‘Van Agt, Gods eigen sexist.’ Maar hij heeft ons laten winnen. Van Agt legde mij later uit: ‘Het zou toch geen gezicht zijn geweest: al die agenten die protesterende vrouwen moesten wegslepen.’ Van Agt is een integer mens. Hij ging naar Gaza en werd pro-Palestijns. Ooit trof ik hem in tranen, na een Gaza-lezing van mij. Ik heb hem toen omhelsd en getroost, en dacht: dat ik dit nog mag meemaken. Hij is een vriend van mij geworden. Inderdaad, als dát geen verbinding is.”

Anja Meulenbelt (Utrecht, 1945) is feministisch schrijfster en politica. Ze doorliep de Sociale Academie in Amsterdam en studeerde vervolgens andragologie aan de UvA. Van 1975 tot 1992 was zij docente voor vrouwengroepen. Ze was oprichtster van de feministische uitgeverij Sara. Via de stichting Kifaia steunt ze gehandicapte mensen in de Gazastrook.

Van 2003 tot 2001 was ze lid van de Eerste Kamer namens de SP. Ze was betrokken bij de oprichting van BIJ1 en ook bestuurslid. Ze schreef zo’n vijftig boeken, waarvan De schaamte voorbij (1976) nog altijd het bekendste is. In 2001 liet ze zich dopen in de Ekklesia van Huub Oosterhuis. Meulenbelt woont in Amsterdam en heeft een zoon.