In de serie Vol van... worden mensen geïnterviewd die in hun leven zijn ‘aangestoken’ door een ontdekking, een bewondering, een hartstocht, daardoor gekenterd of ontbolsterd zijn en graag vertellen waar ze vol van zijn.

Twintig jaar geleden spraken we elkaar ook, voor Hervormd Nederland, vlak voordat het aloude weekblad opging in Volzin. Het gesprek ging over haar grote liefde: de literatuur, het liefst literatuur waarin ook iets van de Bijbel doorklinkt. Afkomstig uit een wereld waarin de Heilige Schrift van kaft tot kaft letterlijk wordt genomen, bepleitte zij een literaire manier van Bijbel lezen. “Laat je meenemen door de auteur. Schuw de inhoud niet, wees niet bang voor de moraal van het verhaal.”

De passie is gebleven, en heeft zich de afgelopen jaren in allerlei uitgaven en projecten alleen maar verdiept. Gerda van de Haar (56) woont met haar man Wim Dekker ook nog in hetzelfde huis in Ede, niet ver van het buurtschap waar ze werd geboren. Ze verhuisde wel van de ene theologische uitgeverij (Boekencentrum/Meinema) naar de andere (Skandalon). Ze kreeg twee zoons en moest haar ouders begraven; kort voor onze ontmoeting overleed haar moeder. En een paar jaar geleden liep ze tegen haar fysieke en mentale grenzen op tijdens een burn-out die ze op geen enkele manier had zien aankomen. Je kunt in al je enthousiasme “ook te weinig pauzes nemen”.

Ode aan de stilte

In het rijtje veranderingen leek ook de teloorgang van Liter te passen, het ‘christelijk literair tijdschrift’ waarbij ze vanaf het begin in 1998 betrokken is. Eerder dit jaar kondigde de redactie aan dat nummer 100 de laatste editie van het fraai vormgegeven blad zou zijn. “Organisatorische en financiële randvoorwaarden maken het doorgaan met dit mooie papier onhaalbaar, in economische termen”, noteerde de redactie. Het laatste nummer werd een ode aan de stilte, “waarin het luisteren pas echt begint”.

Onze postchristelijke tijd is nog altijd doordrenkt van de christelijke traditie, of je het nu wilt zien of niet’

gerda van de haar

In haar Postscriptum wees Gerda van de Haar op de nauwe relatie tussen literatuur en religie en op de vragen die het blad zich in precies honderd nummers had gesteld: “Waar in onze literatuur trekken de oude woorden oude inhoud aan? Waar zijn kunstenaars op zoek naar een geheim van de dingen, waar worden achter de grote onttovering om woorden beproefd op hun blijvende kracht? Is er een stille of gekmakende afwezigheid, is er onverwachte aanwezigheid?”

Aan die zoektocht kwam nu een einde. Maar zie, een half jaar later was daar toch opeens een volgend nummer van Liter. Hoe die wederopstanding zich heeft voltrokken, zal ze straks vertellen. Eerst de vraag waarom ze zich bijna een kwart eeuw, naast haar reguliere werk, met ziel en zaligheid inzet voor een blad in de marge dat dergelijke onpopulaire vragen stelt.

Literair tijdschrift Liter
Literair tijdschrift Liter

Gerda van de Haar: “Ik ben er destijds een beetje toevallig bij betrokken geraakt. Liter is een fusie van twee eerdere tijdschriften, Woordwerk en Bloknoot. Ik was geabonneerd, maar dacht altijd: wat bedoel je met ‘christelijk’? Christelijke literatuur, daar geloof ik helemaal niet in. Ik heb dus wel even getwijfeld. Ik wilde graag dat het tijdschrift inclusiever zou denken, dus religie als iets heel gewoons zou benaderen, niet als iets onderscheidends. Het moest veel breder gaan over de relatie tussen literatuur en religie. Vanaf het begin heb ik daarop gehamerd. Het heeft even geduurd voordat er oren naar waren. Mijn mederedacteuren hoorden me geduldig aan, maar dat leverde niet altijd wat op, behalve soms de nodige discussie.”

Waarom geloof je niet in christelijke literatuur?

“Als je van christelijke literatuur spreekt, zet je er een hekje omheen. Dan heb je dus ook niet-christelijke literatuur, misschien zelfs antichristelijke, en functioneert christelijke literatuur misschien wel als tegengif. Dat is niet een manier van denken waarbij ik me thuis voel. Dan richt je je verkeerd. Kijk, literatuur is mooi en belangrijk en zinverlenend. Je gaat geen meetlat aanleggen om te kijken hoe christelijk die is. Nee, je leest op een ontvankelijke manier en merkt opeens dat een boek dichtbij bepaalde religieuze noties komt. Dat is veel interessanter. Dan word je verrast en denk je: hé, zo had ik het nooit gezien.”

Voor veel mensen heeft literatuur niks met religie te maken.

“Dat hoor je vaak inderdaad. Maar dan denk ik: toch een beetje raar dat je dat zegt, want je ziet God altijd op allerlei manieren opduiken in de poëzie, de literatuur, de kunsten. Daar moet je aandacht voor hebben. Onze postchristelijke tijd is nog altijd doordrenkt van de christelijke traditie, of je het nu wilt zien of niet. Ook op andere manieren is religie – jodendom, islam – verweven met onze cultuur. Het is goed om dat bloot te leggen.

Je ziet God altijd op allerlei manieren opduiken in de poëzie, de literatuur, de kunsten. Daar moet je aandacht voor hebben

GERDA VAN DE HAAR

Ik heb eind jaren tachtig Nederlands gestudeerd in Utrecht. Daar kregen we natuurlijk les over Achterberg en Nijhoff, dichters die allerlei bijbelse beelden gebruiken. Die komen uit de christelijke traditie, werd er dan bij gezegd. Handig voor de dichter, zo kan hij wat diepte aanbrengen in zijn gedicht of iets zeggen wat hij op een andere manier niet kan zeggen. Hij zet de beelden in voor de kunst, zo leerden we.

Achterberg speelt een poëticaal spel als hij schrijft: Geef Gode eer. Wijd open mond en bek / hebben we daar staan zingen als een gek. Ik vond dat toen wel bevrijdend. Later kwam ik erachter dat Achterberg, Nijhoff, W.H. Auden, T.S. Eliot en andere grote modernisten in meer of mindere mate praktiserende gelovigen waren geweest en ook iets met hun geloof déden. Ook in het modernisme zit veel meer religie dan ik ooit had gedacht. In Liter pakken we die ruimte en slaan een paaltje: hé let op, hier gebeurt iets. Niet te triomfantelijk natuurlijk.”

Waarom een paaltje slaan?

“Omdat het heersende discours is: geloof is achterhaald, het is onzin, het heeft een ethiek van niks – je kent het allemaal wel. Dat zit heel diep. Ik zie het bij mijn kinderen van achttien en vijftien jaar. Wat die binnen krijgen via hun filmpjes en zo, daaruit spreekt alleen maar het beeld dat religie helemaal nergens op slaat. Met als gevolg dat zij denken dat hun ouders allemaal dingen denken die wij helemaal niet denken. Ook de karikaturen zitten namelijk heel diep. Er zijn natuurlijk ook allerlei tegengeluiden, en Liter is er daar een van.”

Maar een tegengeluid dat op sterven na dood was.

“Er waren administratief dingen fout gegaan, waardoor we opeens tot onze schrik nog maar tweehonderd abonnees hadden. Terwijl we ooit zijn begonnen met duizend. We konden het niet geloven, de moed zonk ons in de schoenen. Zo konden we het blad niet meer maken. Het Nederlands Dagblad sprak van het einde van een christelijk literair tijdperk. Daarna kwamen er opeens allerlei steunbetuigingen, onze gastschrijvers gingen zich roeren, mensen wilden geld geven, een getalenteerde student pakte de marketing aan, de Vermeulen Brauckman Stichting verleende ons een opdracht… Het gevolg is dat nu alweer nummer 102 verschijnt en het aantal abonnees bijna op vijfhonderd zit.”

Klinkt als een wederopstanding. Duid je zoiets in religieuze termen?

“Je mag het van mij rustig een wonder noemen. Zo voelt het voor mij inderdaad. Jouw term wederopstanding vind ik ook mooi. Het was een achtbaan van emoties. Ik heb niet alleen een enorm gevoel van blijheid, maar ook van rechtvaardigheid. Er is verder geen literair platform waar religie het eerste onderwerp is. Terwijl ik graag, misschien wat provocerend, mag roepen dat literatuur helemaal niet zonder religie kan.

Literatuur wil vaak zin of zinloosheid blootleggen. Dan zit je op het terrein van de levensbeschouwing

GERDA VAN DE HAAR

Literatuur wil vaak zin of zinloosheid blootleggen. Dan zit je op het terrein van de levensbeschouwing. Voor je het weet worden daarbij beelden toch weer ontleend aan een rijke religieuze traditie. Ik ben geneigd dat niet alleen maar functioneel of instrumenteel te bekijken. Het is niet toevallig dat dichters en schrijvers voor die beelden uit de traditie kiezen. Het zijn sterke beelden, die iets wezenlijks blootleggen omdat de mensheid ze al heel lang gebruikt. Zo zitten we nou eenmaal als mensen in elkaar. We zijn onverbeterlijk religieus.”

Waar heb je die inzichten opgedaan?

“Na mijn studententijd heb ik met veel plezier het werk van Gerardus van der Leeuw (1890-1950) gelezen, hoogleraar theologie in Groningen, godsdienstfenomenoloog, maar ook namens de kersverse PvdA in 1946 minister voor Onderwijs, Kunst en Wetenschappen. Hij was nieuwsgierig naar elke vorm van religie en verbond die steeds met de kunsten. Heel erg open, gericht op het kunstzinnige in de liturgie, op muziek, op beelden. Veel religieuze zaken laten zich immers alleen maar zeggen in de vorm van de kunsten. Nooit heel realistisch, maar altijd via de weg van de verbeelding, de expressie, de innerlijkheid. Ik ben daar sterk door gevormd. Zo kijk ik tegen de wereld aan. Het helpt mij om de zaken op een rij te houden in het geloof en als ik zondags in de lutherse kerk zit of de oudkatholieke kathedraal in Utrecht.”

Het is een manier van kijken en praten die je vanuit de Gereformeerde Gemeenten niet zult kennen.

“Klopt, ik ben opgegroeid met de Statenbijbel. Mijn ouders waren eenvoudige mensen. Hoewel zij  meerdere boekenkasten vol hadden en er thuis veel gelezen werd, waren ze toch exclusief geïnteresseerd in de Bijbel en de oudvaders. Zondagmiddag lazen we Bernardus Smytegelt (1665-1739) en daarna zongen we een psalm. Dat vonden mijn ouders heel fijn en zelf heb ik er ook geen slechte herinneringen aan. Wat er aan intellectuele vorming tussen aanhalingstekens gebeurde, liep via de Statenbijbel en de oudvaders, de preken op zondag, de catechese. Ik vond dat razend interessant.

Ik vind het veel leuker om de Bijbel literair te bekijken dan theologisch. Als je niet naar de inhoud maar naar de vorm kijkt, zie je andere verbanden

GERDA VAN DE HAAR

Als ik mijn hart had gevolgd, was ik ook theologie gaan doen. Maar ja, dat was moeilijk geworden, want ik had wel dominee willen worden. Dus heb ik mijn andere passie gevolgd, Nederlands. Tijdens die studie raakte het geloof op de achtergrond. Daar bestond religie helemaal niet. Literatuur wilde juist laten zien dat christelijk geloof een projectie is. Ik heb een hele tijd in de kerk gezeten met het idee: ik ga hiermee stoppen, ik geloof niet meer, ik kan er niet meer bij, we houden onszelf voor de gek, het systeem dondert een keer in elkaar. Maar mijn lidmaatschap opzeggen zou sociaal veel gevolgen hebben. Bovendien kwam ik er, zoals ik net zei, achter hoe belangrijk religie voor dichters als Achterberg en Nijhoff eigenlijk is. En ik ontdekte aan het eind van mijn studietijd dankzij The Literary Guide to the Bible van Robert Alter en Frank Kermode de literaire kant van de Bijbel. We hadden een leesclubje over dat boek, en dat vond ik toch leuk!”

Waarom landde dat zo goed?

“Met de Bijbel had ik altijd veel gehad. Bij ons thuis lazen we er drie keer per dag bij het eten uit en ook voor het slapen gaan nog – ik heb pas ook mijn zieke moeder nog stukjes voorgelezen. Op deze manier kon ik de lijn met de Bijbel vasthouden, maar vanuit een heel ander perspectief. Welke literaire middelen zet de schrijver in om je als lezer ergens te krijgen? Welke structuur kiest hij? Hoe zit het met intertekstualiteit? Ik vind het veel leuker om de Bijbel literair te bekijken dan theologisch. Als je niet naar de inhoud maar naar de vorm kijkt, zie je andere verbanden. De literaire kant spreekt een groter deel van jezelf aan: niet alleen je hoofd, ook je gevoelens, je hart.”

Je bent als redacteur betrokken geweest bij de totstandkoming van handboeken als Symbolen in de Bijbel en De Bijbel Literair. Als auteur was je verantwoordelijk voor De Bijbel Cultureel. En nu heb je je weer op een groot project gestort, over Willem Barnard. Waarom?

“Daarin komt voor mij alles samen. In de beginjaren heb ik Barnard (1920-2010) geïnterviewd voor Liter. Het duurde even voor hij zich gewonnen gaf; hij wilde zich ‘niet laten opsluiten’, zei hij. Bij uitgeverij Meinema was ik betrokken bij zijn uitgaven over de psalmen. Nu zijn we bezig met de samenstelling van drie dikke delen waarin al zijn 350 liturgische liederen worden verzameld, met melodieën en bijbelreferenties erbij, en van toelichtingen voorzien. We leggen daarmee zijn hele liederenschat open.

Willem Barnard
Willem Barnard© SNP

De poëtische toelichtingen worden geschreven door neerlandici en dichters, zoals Eva Gerlach, Hester Knibbe, Mieke van Zonneveld, Ingmar Heytze, Menno van der Beek, Joost Baars en Maarten van der Graaff. Ik vond dat dit boek er moest komen. Barnards liederen zijn poëtisch heel sterk, beeldend, met veel dynamiek erin. Ze vieren de liturgie, op een poëtische manier.”

Wat voor man was Willem Barnard in jouw ogen?

“In de eerste plaats een dichter, een kunstenaar. Gevoelig voor taal. Hij hoorde meteen dingen in woorden. Muzikaal. Betrokken op de wereld, lijdend aan de wereld, aan alles wat modern en plat was. In zijn dagboeken kon hij weleens knorren, maar in het gewone leven was hij heel innemend. Een soulmate vind ik een groot woord, dat woord past niet bij hem. Maar een mooie vriendschap was het zeker. Ik heb met veel plezier met hem opgetrokken.”

Gerda van de Haar (1965) groeide op in De Valk (Lunteren) en studeerde Nederlands aan de Universiteit van Utrecht. Ze werkte bij uitgeverij Boekencentrum/Meinema en is nu acquirerend redacteur bij uitgeverij Skandalon. Daar is ze als co-redacteur betrokken bij de uitgave van de verzamelde liederen Willem Barnard/Guillaume van der Graft, die in februari 2022 verschijnt onder de titel In wind en vuur.

Sinds 1998 is ze betrokken bij literair tijdschrift Liter (www.leesliter.nl), waarvan ze, nu het blad “door de diepte heen is”, hoofdredacteur is. Daarnaast werkt Van de Haar bij de Universiteit van Leiden aan een proefschrift over het affectieve in de boeken van Marcel Möring.