Vrienden Enis Odaci en Herman Koetsveld gaan voor Volzin op ‘Spiegelreis’. Moslim Odaci bezoekt christelijke gemeenschappen van zeer uiteenlopende snit, christen Koetsveld ontmoet moslims van verschillende signatuur.

De volgende halte in mijn reis door christelijk Nederland is de meest spannende: een gesprek met een gereformeerde gemeente. Deze gemeenten worden in de volksmond ook wel 'GerGem' genoemd, de zogeheten zwartekousenkerken, dus die je vooral vindt in de Biblebelt. Allemaal verwijzingen naar de orthodoxe geloofsopvatting die binnen deze reformatorische kerken beleden wordt. Ik ben te gast bij de bevindelijke Gereformeerde Gemeente van de Julianakerk in Dordrecht. Het belooft een bijzondere zondag te worden.

In het dagelijks leven onderscheiden bevindelijk gereformeerden zich door in een bijna volledig ontzuilde samenleving gebruik te blijven maken van eigen reformatorische organisaties. Zo zijn er eigen scholen, verzorgings- en verpleeghuizen, een werkgevers- en werknemersverbond (Reformatorisch Maatschappelijke Unie) en een krant (Reformatorisch Dagblad). In de politiek vindt men elkaar in de Staatkundig Gereformeerde Partij. In kerkelijk opzicht bestaat er echter verdeeldheid, mede als gevolg van een strikte naleving van het geloof en het grote belang van persoonlijke geloofsbeleving.

De gemeenteleden huldigen orthodox-christelijke standpunten over leer en levenswandel. Die standpunten zijn geformuleerd in de Drie Formulieren van Enigheid, te weten de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Bevindelijk wil zeggen dat de waarheid van de Bijbel, de geloofsleer, niet alleen begrepen moet worden met het verstand maar ook aanvaard moet worden met het hart.

Dordrecht, de Julianakerk van de gereformeerde gemeente Dordrecht.© Koetsveld en Odaci

Daad van overgave

Ik parkeer mijn auto naast de Julianakerk, die op de hoek van een druk kruispunt ligt. Omdat er weinig parkeerplaatsen zijn, komen de meeste mensen op de fiets. Het lijkt op de eerste schooldag na de zomervakantie: ouders en kinderen zoeken in een prettige chaos naar een plekje om de fiets te stallen. Ik tel op het eerste oog al bijna honderd mensen op het pleintje voor de kerk. Ik word vriendelijk opgevangen door een gemeentelid; ik val natuurlijk gelijk op. We lopen de kerkzaal binnen die helemaal vol zit. Ik mag midden in de kerk zitten en neem de architectuur in mij op.

Circa duizend mensen zitten verspreid over twee etages, op de galerij boven en in de kerkzaal zelf. Jong en oud, vrouw en man, zitten naast elkaar. De meisjes en de vrouwen hebben hun hoofd bedekt. Geen hoofddoeken, zoals in de moskee, maar wel hoeden en mutsjes en andere modieuze varianten. Om klokslag tien gaan de deuren van de kerk dicht en is het tijd voor maximale toewijding. Na inleidende orgelmuziek gaat de deur open: aan de linkerzijde zetten zich de ouderlingen en aan de rechterzijde de diakenen. In de kerkzaal staan alleen de mannen op, de vrouwen blijven zitten. Fotograferen in de kerk is overigens niet toegestaan.

Wanneer de collecte onder luide orgelmuziek wordt opgehaald, klinkt door de hele zaal het geluid van klinkende muntjes, een voor mij bijzondere geluids- ervaring. De toon van de preek en van de gebeden is wel anders. Dominee Van der Net bidt dat mensen zich mogen bekeren tot de weg van Jezus; zij die dwalen, en ook de heidenen

Enis Odaci

De predikant van dienst is dominee Jan van der Net. In Dordrecht heeft de gereformeerde gemeente geen vaste predikant en dat heeft een reden. Predikanten worden beroepen, er is geen dwang, en het is God die het hart van een predikant moet inspireren om vaste voorganger te worden van een gereformeerde gemeente. Tot op heden heeft die predikant zich nog niet in Dordrecht gemeld, omdat God er nog geen gekozen heeft. Zo is men dus aangewezen op gastpredikanten.

De eredienst is niet veel anders dan bij een ‘reguliere’ protestantse kerkdienst, maar er worden meer psalmen gezongen. Ook wordt er twee keer gecollecteerd. Iedereen koopt vooraf plastic muntjes die men in de rondgaande collectezak stopt. Wanneer de collecte onder luide orgelmuziek wordt opgehaald, klinkt door de hele zaal het geluid van klinkende muntjes, een voor mij bijzondere geluids- ervaring. De toon van de preek en van de gebeden is wel anders. Dominee Van der Net bidt dat mensen zich mogen bekeren tot de weg van Jezus; zij die dwalen, en ook de heidenen. Het past in de geloofsbelijdenis van de kerk.

De preek gaat over de beginpassage van Handelingen 21, waarin de apostel Paulus zich opmaakt voor een reis naar Jeruzalem, maar bezoek krijgt van een profeet uit Judea, genaamd Agabus. De profeet waarschuwt Paulus dat hem in Jeruzalem hetzelfde lot staat te wachten als Jezus: hij neemt de gesp van Paulus en bindt zijn eigen handen en voeten ermee vast: ‘Dit staat je te wachten in Jeruzalem!’ Een stevige waarschuwing. De discipelen zijn verdrietig en wensen dat Paulus bij hen blijft, maar Paulus antwoordt dat hij niet alleen maar gebonden wenst te worden voor de naam van de Heere Jezus, maar ook zou willen sterven. De toelichting vanaf de kansel is: de liefde van de discipelen is voor Paulus een verzoeking. Zélfs in de liefde voor je medemens schuilt gevaar. Het geven van je leven, zoals Paulus stelt, is een ultieme daad van overgave, een die leidt tot het heil.

De kerkdienst op zondag is voorbij. Kerkgangers verlaten de Julianakerk van de gereformeerde gemeente Dordrecht.© Koetsveld en Odaci

Zoon van God

Na de dienst word ik gastvrij ontvangen door ouderling Nico van Steensel, de persoon die mijn ontmoeting vandaag in Dordrecht heeft georganiseerd. Ik zit in de kerkenraadskamer samen met dominee Jan van der Net en de voorzitter van de kerkenraad, de heer Jos Lambregts. We komen al snel te spreken over gewichtige theologische zaken. De heer Lambregts vraagt mij welke plaats Jezus heeft in de islam. Het is natuurlijk hét onderwerp waarin de wegen van christendom en islam zich scheiden. Ik vertel dat ‘de islam’ diverse culturele uitingsvormen kent, maar dat de theologie van de Koran vrij duidelijk is: Jezus is niet de zoon van God. Jezus heeft wel een verheven status. Dat komt omdat de Psalmen van David, de Thora van Mozes, het Evangelie van Jezus en de Koran van Mohammed alle worden gezien als een directe openbaring van God. Daarmee zijn er vier uitverkoren profeten en zijn Mohammed en Jezus voor moslims letterlijk aan elkaar gelijk.

Van der Net: “Als iemand moslim is, of hij is atheïst en gelooft niet in de zoon van God, dan komt hij inderdaad niet in de hemel. Het klinkt hard, dat besef ik. Maar dat wil niet zeggen dat we elkaar niet kunnen respecteren.” Ik vraag wat dat concreet betekent in de praktijk. Kunnen wij bijvoorbeeld samenwerken? Een vriendelijke lach: “Op sommige punten wel.”

Enis Odaci

Ik vertel over een bijeenkomst waarin dominee Herman Koetsveld en ik in een kerkzaal een verbindend verhaal vertelden over christendom en islam. Tijdens de vragenronde stond er een meneer op die zei dat het weliswaar fijn is dat we samen optrekken, maar dat ik als moslim wel verloren ben. Ik vraag dominee Van der Net hoe hij dat ziet. Van der Net: “Als iemand moslim is, of hij is atheïst en gelooft niet in de zoon van God, dan komt hij inderdaad niet in de hemel. Het klinkt hard, dat besef ik. Maar dat wil niet zeggen dat we elkaar niet kunnen respecteren.” Ik vraag wat dat concreet betekent in de praktijk. Kunnen wij bijvoorbeeld samenwerken? Een vriendelijke lach: “Op sommige punten wel.” Ouderling Nico van Steensel vult aan: “Stel, je bent ook tegen abortus, dan kunnen we daarin samen optrekken. Maar op andere punten weer niet. Wij evangeliseren bijvoorbeeld, en dat is met moslims anders.”

Dominee Van der Net komt terug op het vorige punt van verloren zijn en het geen toegang krijgen tot de hemel: “Daar hebben wij geen zicht op natuurlijk. Maar de Bijbel zegt het heel duidelijk en ook de geloofsbelijdenis van Athanasius zegt dat: ‘Wie niet gelooft in de drie-eenheid van God, die zal niet zalig zijn’. Hoe het met de uitverkiezing zit, daar kan ik niet over oordelen, maar ik geloof er wel vast in.” Dan staat hij op en excuseert zich, want de chauffeur wacht buiten. Van der Net is net hersteld van een hartoperatie en de vermoeidheid is hem aan te zien. Dit gesprek is helaas te kort. Ik heb nog vele vragen.

Enis Odaci in gesprek met dominee Jan van der Net (midden) in de Julianakerk van de gereformeerde gemeente Dordrecht.© Koetsveld en Odaci

Geen vrije wil

Nico van Steensel trakteert mij op een lunch bij zijn gezin thuis. Ik kan straks alle vragen stellen, verzekert hij me. Onderweg in de auto spreken we over het gemeenteleven. De kerk telt 1.500 leden. Er is een nieuwe gemeente gesticht in Sliedrecht, die negenhonderd leden groot is, maar het aantal leden in de Julianakerk is op peil gebleven. Dat komt niet alleen omdat het geboortecijfer onder de leden gemiddeld vrij hoog is, maar ook omdat de duidelijkheid van de leer mensen aanspreekt. Ik maak kennis met het gezin Van Steensel. Moeder en dochter schuiven aan in de werkkamer van vader Nico. Aan elke muur planken vol met boeken. Hij is opgeleid tot docent en heeft in het kader van zijn evangelisatiewerk twaalf jaar in Nigeria gewoond en zes jaar in Angola. Nu speelt hij met de gedachte om zijn onderwijswerk verder voort te zetten in Afrika: “Hier wordt je afgeschreven als je oud bent, maar in Afrika word je gerespecteerd.” Van Steensel is 62 jaar.

In een geanimeerd gesprek met zijn gezin spreken we over de moderne culturele en religieuze uitdagingen in de samenleving. Het valt mij op hoezeer eigen ervaringen bepalend zijn voor ons denken. Voor mij is de migratie van mijn ouders van Turkije naar Nederland bijvoorbeeld zeer bepalend geweest voor mijn denken, voor het gezin Van Steensel het verblijf in Afrika. Dat kleurt onze opvoeding, onze relaties, ons geloofsleven en onze visie op de samenleving. Wanneer we die verhalen en ervaringen delen kan er iets van wijsheid ontstaan. Maar staan voorgangers van diverse godsdiensten daar nog wel voor open? We worden uitgenodigd om aan de keukentafel een soepmaaltijd te nuttigen. Het geeft mij de kans om een paar vragen te stellen over de kerkdienst. Mij viel bijvoorbeeld op dat de mannen gingen staan en de vrouwen bleven zitten. “De man is het hoofd van het gezin”, vertelt Van Steensel, “en in de Bijbel staat dat vrouwen hun hoofden moeten bedekken. Dat is om het verschil tussen man en vrouw te benadrukken. Bij de joden hebben mannen een keppeltje op. Het komt op hetzelfde neer.” De heer des huizes schept de soep op, de vrouw des huizes bidt het Onze Vader.

Ik voel een pessimistisch wereldbeeld in de teksten die ik lees en de gesprekken die ik voer. Ouderling Van Steensel nuanceert: “Het is een pessimistisch mensbeeld, want al het goede in de wereld komt van God. En al het kwade komt van de mens, dus in die zin is het misschien wel een realistisch wereldbeeld.”

Enis Odaci

Ik vraag naar de vrije wil, hoe moet ik die interpreteren? Van Steensel: “Elk mens maakt vrije keuzes natuurlijk, maar de keuze voor God kun je eigenlijk niet maken zonder dat God zich op een bijzondere manier in je leven openbaart. Wij geloven dat mensen tot zonde geneigd zijn, omdat ze voor zichzelf kiezen en niet voor God. Dat kan zonder Gods ingrijpen niet veranderen. In dat opzicht is er geen vrije wil, nee.” Is er daarom de noodzaak tot evangelisatie? “Ja, want dat is het middel waarop God zich kan openbaren, waardoor mensen de goede keuze zouden kunnen maken.” In de islamitische traditie ligt de nadruk sterk op de handelingen binnen het geloof, omdat daarmee het verschil in mensen en hun overtuigingen wegvalt. De gelovige, de andersgelovige en de niet-gelovige zijn daarin dus gelijk. Geloven wordt dan een zaak van mensen, ten behoeve van mensen. Het geloof in Allah verheft daarbij vooral jouw woorden en jouw handelingen.

Dat brengt mij op het punt waar ik al de hele dag mee rondloop. Ik voel een pessimistisch wereldbeeld in de teksten die ik lees en de gesprekken die ik voer. Van Steensel nuanceert: “Het is een pessimistisch mensbeeld, want al het goede in de wereld komt van God. En al het kwade komt van de mens, dus in die zin is het misschien wel een realistisch wereldbeeld.” Maar alle andere mensen wil ik niet verloren laten gaan, protesteer ik. Ik ben ook van waarde. Ik ben niet verloren. “Ik zie dat niet als een waardeoordeel naar jou toe”, vertelt Van Steensel, “maar ik voel dat ik het moet uitspreken. Het feit dat ik dit tegen jou moet zeggen, doet mij pijn. En misschien doet het God ook wel pijn. Maar als je je in het leven van Jezus verdiept, zul je begrijpen wat je gemist hebt en wat ik bedoel.” De woorden worden met een delicate zachtheid uitgesproken, want we voelen beiden dat dit uiteindelijk een zaak is van het hart. Is mijn oproep om mij als gelijkwaardig te zien een verzoeking? Is de mooie gastvrijheid die ik ervaren heb in de kerk en aan deze keukentafel een vorm van evangelisatie? Het zijn voor mij relevante vragen.

Ouderling Nico van Steensel: "De ontmoeting met jou is heel leerzaam geweest – daarom hadden we er ons tevoren ook al op verheugd."© Koetsveld en Odaci

Goede burgers

Nederland is hard aan het seculariseren. Nieuwe vormen van geloofsbeleving, zeker ook binnen het christendom, zorgen ervoor dat de eeuwenoude leer dreigt te verwateren. Van Steensel: “Het doet ons verdriet dat het godsgeloof buiten de horizon van veel medemensen is komen te liggen. We moeten wennen aan de nieuwe situatie die de laatste vijftig jaar is ontstaan. De veranderingen van een ‘christelijk’ gestempeld land naar een multiculturele samenleving zien we wel als noodzakelijk, maar had van ons niet gehoeven. De gereformeerde zuil verschrompelt – maar we proberen goede burgers te zijn.”

Hoe was de ontmoeting met mij, vraag ik. Ouderling Van Steensel: “De ontmoeting met jou is heel leerzaam geweest – daarom hadden we er ons tevoren ook al op verheugd. Ook door verschillen tegen te komen, word je verrijkt. Tegelijk zie ik je als iemand die Jezus en het kindschap van God nog niet kent

Enis Odaci

Hoe was de ontmoeting met mij, vraag ik. “De ontmoeting met jou is heel leerzaam geweest – daarom hadden we er ons tevoren ook al op verheugd. Ook door verschillen tegen te komen, word je verrijkt. Tegelijk zie ik je als iemand die Jezus en het kindschap van God nog niet kent, en uit liefde hoop ik en bid ik bij elk mens die ik ontmoet, dat God Zich ook aan jou en iedereen wil openbaren. Dat is een wezenlijk deel van ons geloof. Daarin kan ik enerzijds een moslim meer waarderen dan seculiere Nederlanders”, besluit Van Steensel.

We ronden het gesprek af door de Bijbeltekst van de zondagsdienst samen voor te lezen. Ieder gezinslid een vers. Het is bijzonder om open over deze moeilijke thema’s te hebben gesproken, terwijl er natuurlijk best wel stevige uitspraken zijn gedaan. Moslims zijn niet de favoriete doelgroep van reformatorische christenen, maar toch ben ik gastvrij opgevangen. Ik ben er dankbaar voor. Dit is namelijk ook samen leven. Mijn reis door christelijk Nederland komt hiermee tot een passend einde. Op naar de volgende ontmoeting.

Spiegelreis is een dialoogproject van predikant Herman Koetsveld en Enis Odaci. Ze gaan als christen en moslim op reis door elkaars geloof. Hun reisverhalen en tussentijdse bespiegelingen zijn opgetekend in het gelijknamige boek, in de webwinkel van Volzin te bestellen. Enkele verhalen publiceren we in de collectie Spiegelreis op deze website.