Hoe is het eigenlijk om 104 jaar oud te zijn? Mevrouw van Haaren geeft aan: “Oud worden is fijn, maar oud zijn is niet fijn. Gewoon, omdat je niet veel meer kan. Ik kan niet meer de stad in bijvoorbeeld. Mijn boodschappen worden voor me gedaan. Ik zou zo graag nog eens naar een kledingzaak gaan. Maar dat kan niet meer. De straat is zo lang. Ik ben bang dat ik val, één tegel hoeft maar omhoog te liggen… Ik ga liever niet in een rolstoel zitten, want dan ben je zo oud, hè?Ik ben tevreden met wat ik nog kan. Ik lees de krant en ik kijk graag televisie, naar het nieuws, luister naar klassieke radio via de televisie. Twee keer in de week komt er familie op bezoek om voor me te zorgen en ander bezoek, zoals oud-leerling verpleegkundigen van mij. Ik heb niks te mopperen.”

Hoe waren uw jeugd en uw werkzame leven?

“Vroeger thuis was het fijn, ik had goede ouders. Ik heb hard moeten werken, maar daar word je niet slechter van. Ik werkte op de Bata-schoenenfabriek als secretaresse van de fabrieksarts. Tijdens de oorlog heb ik voor de ondergrondse boodschappen doorgegeven. Onder de brug nam ik een briefje aan en bracht het naar een adres. Omdat niemand mocht weten dat ik voor de ondergrondse werkte, gaven de persoon van de ondergrondse van wie ik een boodschap moest aannemen en ik elkaar een kus. De volgende dag was dat nieuws alweer bij mijn vader. Die zei: ‘Je moet niks beginnen met een getrouwde man!’

Ik was de eerste niet-non die het hoofd werd van een ziekenhuis

jacque van haaren

Verder was de oorlog voor mij niet heel speciaal. Je moest alleen oppassen voor de Duitsers. Die zaten ook in de directie van de Bata-fabriek, maar daar heb ik nooit zoveel mee te maken gehad. Daarna ben ik in de verpleging gegaan. Later haalde ik een diploma met een ooievaartje: van de kraamafdeling.

Ik was de eerste niet-non die het hoofd werd van een ziekenhuis. Eerst wilden ze mij geen salaris geven, want onze zusters kregen niet betaald. Maar ik kreeg toch wat ik verdiende. Het was gezellig werken met de nonnen, maar ze moesten wel tegen een grapje kunnen. Zelf zou ik geen non willen zijn. En ik hoefde ook geen kinderen, daarom heb ik geen kleingoed! Ik ben nooit getrouwd. Ik zag wel eens graag iemand, maar dat kwam maar van één kant. Toen ik in Amsterdam werkte, ben ik eens met een paar collega’s naar de walletjes geweest. Daar zaten een paar dames voor het raam en die keken ons weg natuurlijk! Onze levens zijn wel anders, het mijne en dat van die vrouwen achter het raam. Maar ze moeten doen wat ze willen.”

Hoe is het na uw pensioen gegaan?

“Al 44 jaar ben ik met pensioen. Heel lekker! Wat wil ik nog meer? Ik heb nooit geen kwaaie zin. Ik ben altijd tevreden. En ik hou van een grapje. Dat zat in mijn vaders aard, die hield ook van een grapje. Ik lach veel. Je moet ‘s morgens opstaan met een lach. Je moet overal de humor van inzien.Ik heb een goed leven gehad, en nog! Mijn familie komt regelmatig. Net zijn een paar vriendinnen doodgegaan. Dat is heel jammer natuurlijk. Maar je weet, als je zo oud bent, dat er dan mensen wegvallen. Het overkomt mij ook een keer. Het is nou eenmaal zo. Het is makkelijker om los te laten nu. Je bent zo verstandig dat je weet dat het moet. En ik ben iedere keer blij dat ik niet aan de beurt ben. Maar dat is egoïstisch natuurlijk! 

 Of er een hemel is, weet ik niet. Maar ik hoop wel dat het daar niet minder is dan hoe ik het nu heb!

jacque van haaren

Vroeger ging ik iedere week golfen en tennissen. Dat mis ik wel. Een vriendin had een bungalow met een tennisbaan, daar gingen we de weekenden naartoe. Nu heb ik geen collega’s meer, mijn vriendinnen zijn dood, de bungalow is verkocht.”

Hebt u een geloof?

“Ja, ik ben rooms-katholiek. Ik heb een braaf leven gehad. Ik deed alles wat niet mag! Nee hoor. Ik ging naar de kerk, maar nu kijk ik naar de mis op televisie. Ik bid braaf het Onze Vader en Wees Gegroet. Zo in m’n eigen. Of er een hemel is, weet ik niet. Maar ik hoop wel dat het daar niet minder is dan hoe ik het nu heb!

Misschien kom ik daar weer mensen tegen. Ik hoop mijn neef dan nog te zien, en zijn vrouw Dini, een hele lieve schat. En de man die hier vroeger pastoor was. En onze vader en moeder.”

Hoe kijkt u naar de toekomst?

“Ik hoop dat ik het altijd heb zoals ik het nu heb. Maar ik wil niet dat ik gevoerd moet worden. Ik heb me lang verzet om beneden met de andere senioren te gaan eten. Ik had er een hekel aan om mensen een beetje kwijlend te zien eten. Nu zit ik aan een tafel waar de mensen allemaal netjes eten. Als het leven zo blijft, dan wil ik wel 200 jaar oud worden. De pensioenafdeling zal het wel erg vinden. Maar ik denk: ik heb ervoor gewerkt!”