Helen Schucman (1909-1981) was klinisch psycholoog en onderzoekster aan de Columbia University in New York. Daar werd ‘hard’ wetenschappelijk onderzoek bedreven. Toen zij een ingeving kreeg om een spiritueel boek te gaan schijven, dacht ze aanvankelijk dat ze gek werd. Ze liet haar notities zien aan haar collega William Thetford. Ze deden de deur van de kamer op slot. Het was onwerkelijk en in een academische omgeving natuurlijk ongewenst. Maar William vond het geen waanzin. Zo begon het werk dat in 1975 zou resulteren in het lijvige A Course in Miracles.

Dit is daar en toen ‘echt gebeurd’ en het boek werd een wereldwijde bestseller. Los van het feit dat het werkelijk zo is gegaan, vind ik het ook een prachtige metafoor. Je durft eigenlijk niet te geloven dat dit ‘waarheid’ kan bevatten. Je doet liever de deur op slot. Maar de Geest van Pinksteren, de spiritualiteit brak in, dit keer in de psychologie. Het is nu bijna een halve eeuw later. Wat daar op kleine schaal is gebeurd is kan lijken op het verhaal van het mosterdzaadje. De tijd is rijp. Iets wil verteld worden, iets wil de wereld inkomen.

Van tellen, vertellen naar stilte

Er is natuurlijk niets mis met de psychologie als harde of als zachte wetenschap. Je kun tellen, meten, berekenen en statistiek toepassen. Turven, zoals psycholoog Piet Vroon dit altijd met een knipoog noemde. Je reduceert dan de werkelijkheid, maar dat is op zich geen probleem, zolang je je daarvan bewust bent. Je vindt dan verbanden tussen verschijnselen. Bijvoorbeeld als ouders lager opgeleid zijn komt een kind minder ver in het onderwijssysteem, ook met hetzelfde IQ. 

‘Vertellen’ is een zachtere vorm van psychologie. Je luistert naar de verhalen van mensen en je beschrijft de tekst en de context van hun leven. Misschien kun je ze leren hun verhaal anders te framen. Wellicht een ander perspectief bieden, positiever en met meer compassie. Dat gaat meer over de identiteit van mensen.

Er is vanuit de psychologie vaak naar spiritualiteit gekeken. Volgens de Marxistische psychologie worden mensen misleid (‘religie als opium van het volk’). Volgens Freud misleiden mensen zichzelf. Wishful thinking, is weleens gezegd, en gelovigen zouden ‘imaginaire vrienden’ hebben, in de hemel bijvoorbeeld.

Misschien is het leuk om een keer andersom te kijken: vanuit spiritualiteit naar de psychologie. Dan wordt duidelijk dat psychologie over ‘de geconditioneerde wereld’ gaat. Deze bestaat, natuurlijk, het is de wereld van de zintuigen, de vormen. Maar de fysieke wereld en het lichaam bevinden zich in en zijn een effect van de ongeconditioneerde wereld. Dat zal ik straks toelichten.

Zo bezien zijn tellen en vertellen niet zozeer onwaar, maar wel een beperkt perspectief, een limited case. In het hindoeïsme wordt gesproken over het Kleine Zelf, dat geconditioneerd is en het terrein van de psychologie. Het Grote Zelf, atman, is als de adem, een veel diepere identiteit. Het is je meest wezenlijke, ongeconditioneerde zelf: puur ‘bewust’ zijn. Je vindt het in de stilte, alleen op dat moment, als je gedachten zwijgen.

Er is kortom niets mis met de psychologie, maar je zou kunnen zeggen dat we schaken op een klein bordje in een veel grotere, wijdere wereld.

Christelijke advaita

Bij advaita, of non-dualiteit, wordt vaak gedacht aan het hindoeïsme, maar je vindt dit in alle religies, zoals in het christendom. Meister Eckhart (1260-1328) zei bijvoorbeeld:

Simple people imagine that they should see God, as if he stood there and they here. This is not so. God and I, we are one.

Een recent voorbeeld is het werk van Joel Goldsmith (1892-1964). Volgens Goldsmith maakt het verhaal van de wijnstok duidelijk dat we allemaal onverbrekelijk met elkaar en God verbonden zijn, één zijn zelfs. In elk mens schuilt het Christus-bewustzijn, de plek waar God in ons woont. En dat is één bewustzijn: de ranken zijn één met de wijnstok.

'In elk mens schuilt het Christus-bewustzijn, de plek waar God in ons woont'

Joel Goldsmith

Zijn basisuitgangspunt is: zoek éérst het Koninkrijk der Hemelen en wat je verder nodig hebt komt dan wel naar je toe. En dat betekent: maak contact met de verticale dimensie. Dat moet je eerst doen, dat is het belangrijkste. Het gaat om een radicale omkering van prioriteiten om een ‘verdiept’ leven te kunnen leiden.

Volgens Goldsmith is dat eigenlijk niet moeilijk. Jezus zegt: “De vader en ik zijn één.” En dat gaat ook over ons mensen. Het betekent dat niet ergens God is - en ergens anders de mens, maar dat dit altijd een eenheid is. Dat onze diepste kern God is. Daar waar de vader en jij ook één zijn. Dus word één met God, beter nog: realiseer je dat je nooit niet-één-bent met God.

A Course in Miracles

Terug naar Helen Schucman en haar boek A course in Miracles. Haar Course bestaat uit drie delen: de tekst (theorie), de oefeningen (werkboek) en een handboekje voor leraren. Een jaar lang heb ik de oefeningen gedaan. Er is voor elke dag een oefening.

In de bijbel lezen we dat we nu nog door een omfloerste spiegel zien. “Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog” (1 Korintiërs 13). Eigenlijk bepalen onze ‘conditioneringen’ wat we zien. Al onze vaste beelden, oordelen, opinies en voorkeuren zullen we moeten loslaten om écht te kunnen zien.

Vóór de woorden, de dingen, de wereld, is er een onverdeeld bewustzijn

Vincent Duindam

De eerste lessen van Schucman’s Course willen ons daarbij helpen: wat ik zie betekent niets. “Niets wat ik in deze kamer (in deze straat, uit dit raam, op deze plek) zie betekent iets”. We moeten de vaste betekenis die we ‘dingen’ gegeven hebben langzaam maar zeker loslaten. Ook onze gedachten worden als ‘dingen’ beschouwd.

Vóór de woorden, de dingen, de wereld, is er een onverdeeld bewustzijn. Gaandeweg leren we om dat, die diepte, opnieuw terug te vinden. Een kind ís dat van nature, maar het moet wel eerst de reis de wereld in maken om zichzelf later dan weer op een dieper niveau terug te vinden.

De lessen in de Course bevatten behulpzame aanwijzingen, bijvoorbeeld: “I could see peace instead of this”. Als je in gedachten loopt te mopperen op je partner, je kind, een collega, kan zo’n zinnetje je weer de juiste oriëntatie geven.

Als je echt contact hebt gemaakt met de stilte verandert er vervolgens iets in jou, iets in ‘de buitenwereld’ of in beide. Binnen weerspiegelt immers buiten, maar binnen heeft de prioriteit. Het kan zijn dat we dat niet zien, of niet voelen. Dan zijn we door de buitenwereld gehypnotiseerd. Maar naarmate we dit meer voelen, het ons meer realiseren, verdwijnt de moeite, de zwaarte, de ingewikkeldheid uit ons leven.

Het is belangrijk om geen verlanglijstje aan God te dicteren, geen vaste ideeën te hebben over de vorm die je leven aan zou moeten nemen

Vincent Duindam

Les 365, de laatste dag van het jaar, is bijzonder. “Dit heilig ogenblik wil ik U geven. Neemt U het in handen. Want U wil ik volgen, in de zekerheid dat Uw leiding mij vrede geeft.”

Het is belangrijk om geen verlanglijstje aan God te dicteren, geen vaste ideeën te hebben over de vorm die je leven aan zou moeten nemen. Je moet oefenen om stil te worden en heel open, zonder specifieke verwachtingen. “Actief receptief” zijn, zou Goldsmith dit noemen.

Als we losser raken van onze geconditioneerde patronen, die altijd doods en repetitief zijn, stroomt de creativiteit ons leven in. Dan wordt het fris en tintelend. Het is de Geest van Pinksteren.

Meer informatie (in het Engels) over het boek van Helen Schucman, A Course in Miracles, is te vinden via deze link. Een Nederlandse handleiding is te vinden via deze link. Vincent Duindam publiceerde er over in Spiritueel Zakboekje voor Professionals, Amsterdam, SWP.


Vincent Duindam (1958) is psycholoog, publicist, spreker en al 40 jaar werkzaam bij de Universiteit van Utrecht. Hij schrijft o.a. voor VolzinHappinezDe Bezieling. Daarnaast geeft hij ook gastcolleges aan de Academie voor Geesteswetenschappen, de Vrije Hogeschool en de H.U. (minor spiritualiteit).