Van oudsher liet de psychologie zich inspireren door de Natuurwetenschappen. In 1879 stichtte Wundt het eerste psychologisch laboratorium. En deze visie heeft de psychologie nooit meer verlaten. Meten is weten, experimenteren, statistiek, evidence based werken. De computer als metafoor is belangrijk. En de laatste decennia heeft de neuropsychologie een grote vlucht genomen. “Wij zijn ons brein” werd een veelbetekenend boekje.

Parallel hieraan en soms op gespannen voet hiermee zijn Letteren en Geesteswetenschappen ook altijd bronnen geweest. Je leven is ook een verhaal, je construeert je werkelijkheid, je definieert situaties. En aan die betekenisgeving kun je, ook in je methoden, niet ontkomen.

Soms voert de ene richting de boventoon, dan weer de andere. Tijdens mijn studietijd (1977-1984) was de biologie/neurologie eigenlijk taboe. In de jaren zeventig was Wouter Buikhuisen een hoogleraar die naar biologische factoren wilde kijken bij het ontstaan van criminaliteit. Onder aanvoering van columnist Hugo Brandt Corstius is Buikhuisen eigenlijk ‘neergesabeld’. Zijn positie werd onhoudbaar en na een aantal jaren is hij –symbolisch genoeg- een antiekhandel begonnen.

De ziel terugbrengen

In dit essay wil ik het niet over de rivaliteit tussen deze benaderingen hebben, maar een derde benadering introduceren.  Het eerste perspectief is dus: zoveel mogelijk op de natuurwetenschappen willen lijken, wij zijn ons brein. Het tweede perspectief is: er is ook een rol voor betekenis, zingeving, je verhaal.

Het derde perspectief ligt nog het dichts bij de humanistische psychologie en de positieve psychologie. Maar dan net één stap verder: kunnen we de ‘ziel’ weer terugbrengen in de psychologie? Het werk van Carl Jung staat ook deels in deze traditie.

Ik denk dat het nu revolutionair en hoog tijd is dat de psychologie zich óók door de mystiek laat inspireren. Dus: door stilte, meditatie, “uit je verhaal stappen”. De psychologie kan en mag zich later inspireren door natuurwetenschappen, geesteswetenschappen, en ja ook door spiritualiteit. Het laatste perspectief maakt nieuwsgierig naar de mogelijkheden. Ik ben zelf ook niet zeker van de antwoorden, maar het gaat om de poging.

De psychologie kan en mag zich later inspireren door natuurwetenschappen, geesteswetenschappen, en ja ook door spiritualiteit. Het laatste perspectief maakt nieuwsgierig naar de mogelijkheden

Vincent Duindam

James Doty, hoogleraar neurochirurgie, en schrijver van hem prachtig boek Into the Magic Shop, koppelt biologie en neurologie aan spiritualiteit. Lothar Schäfer doet datzelfde zelfs voor fysica en chemie. Ook in de natuurwetenschappen vinden sommige mensen het dus tijd voor een paradigmawisseling. Maar wij zullen ons richten op de psychologie.

Want eigenlijk moet je ‘uit de kast komen’ als je je bezighoudt met spiritualiteit. Veel van ons kunnen dat herkennen: als professional in onderwijs, wetenschap, hulpverlening, e.d. is religie of spiritualiteit vaak een taboe.

En als je uit die kast komt, kun je verschillende reacties tegenkomen. Ik heb gemerkt dat sommige mensen dachten: “.. dan ben je misschien toch niet zo intelligent als ik dacht;  wie ziet nu iets in die zweverige spiritualiteit”.  Als je dat vervelend vindt kun je het best over ‘levenskunst’ spreken, dat is een aanvaard genre. Mindfulness ‘kan’ inmiddels ook steeds meer, zeker nu het efficiënter blijkt te zijn dan pilletjes bij lichte vormen van depressie.

Een tweede reactie is: “prachtig dat dat jou zo boeit en er is ook niets mis mee, maar het hoort alleen niet in de wetenschap thuis, net zomin als poëzie onderdeel van de psychologie is. Het is een andere ‘tak van sport’.”

Perennial Philosophy

Een eerste vraag die opkomt is natuurlijk: wat is spiritualiteit eigenlijk? Kun je een definitie geven? Ik richt me dan op het meest gemeenschappelijke van alle religies of wereldbeschouwingen (met of zonder God), zonder dat dit dus exclusief voor één religie is. We noemen dat Perennial Philosophy. Deze term is niet verzonnen door Aldous Huxley, maar zijn boek uit 1945 met dezelfde titel heeft het begrip wel voor een groter publiek bekend gemaakt.

Wat is dat dan, deze ‘eeuwige’/tijdloze filosofie? De wortels hiervan vind je zowel bij de klassieke (Westerse) filosofen Epictetus en Marcus Aurelius, alsook bij de oude Indiase filosofisch. En in de mystiek van de islam, de soefi’s, Roemi. Deze filosofie slaat een brug en gaat terug naar de kern van de menselijke waarden. Ze zien af van de ‘buitenkant’, de uiteenlopende ‘folklores’ van religies en ze richten zich juist op de mystieke ‘binnenkant’.

Wanneer je bij de mystieke kern bent aanbeland zijn de verschillen tussen (bijvoorbeeld) christendom en islam verdwenen

Vincent Duindam

Aan de buitenkant verschillen religies, de geïnstitutionaliseerde kant met alle kleding, rituelen, posities, regels, voorschriften of zelfs dogma’s kan zeer uiteenlopend zijn. Maar hoe dieper je gaat, des te meer gemeenschappelijkheid je aantreft. En wanneer je bij de mystieke kern bent aanbeland zijn de verschillen tussen (bijvoorbeeld) christendom en islam verdwenen. Theologen maken ruzie, of voeren dialogen, maar mystici spreken dezelfde taal.

Er blijkt een ‘gemeenschappelijke mystieke kern’: het is mogelijk om te ontdekken wie je ten diepste bent, uit de automatische piloot te stappen, vrij te worden en tegelijkertijd volkomen met elkaar verbonden te zijn.

Psychologie gaat vaak over 'de beste versie van jezelf ontwikkelen'. Spiritualiteit gaat over je diepste identiteit vinden. Op die diepste plek is ruimte en ben je niet alleen, maar verbonden met ‘het geheel’. Dan zie je en handel je niet meer vanuit een perspectief van isolement en tekort, maar vanuit verbondenheid en overvloed. Je zult anderen dan belangelozer zien en dus meer zoals ze zijn. Je zult niet meer de neiging hebben ze te manipuleren of in te zetten voor je eigen onderneming.

Het ongeconditioneerde

In de psychologie kennen we natuurlijk de klassieke conditionering. Dat is de kwijlende hond van Pavlov. Hierbij worden bestaande reflexen (kwijlen) gekoppeld aan nieuwe prikkels (een bel). Daarnaast kennen we de operante conditionering. Dat zijn de pingpongende duiven van Skinner. Gedrag dat beloond wordt, zul je steeds vaker vertonen. En als je duiven (of mensen) beloont voor bepaalde gedragingen, kun je ze uiteindelijk precies laten doen wat je wilt – zo luidt de theorie.

Maar wat is dan het ‘ongeconditioneerde’? En kan dat eigenlijk bestaan? Je eerste reactie is misschien: dat wat aangeboren is, met andere woorden dat wat we niet leren: nature en geen nurture. Wanneer je het begrip conditionering echter ruimer neemt, dan worden we natuurlijk ook geconditioneerd door biologische factoren: genen, DNA, hormonen, etc. Er is een body en er is een mind. In het Westen zien we een ingewikkelde, moeilijk uit te puzzelen interactie tussen body en mind. Of we zien eigenlijk maar één realiteit: de materiële. Dan is de mind een bijproduct van de hersenen, een epifenomeen: “we zijn ons brein”.

Grappig genoeg komt de uitdrukking “het ongeconditioneerde” niet uit de psychologie, maar het is een term uit Boeddhisme/Hindoeïsme.  Daar bekent het: dat wat én niet aangeleerd, maar ook niet aangeboren is. In de Westerse psychologie is dat niet goed denkbaar, niet bestaanbaar: alles in de psychologie is een combinatie van aangeleerd-aangeboren.  In de oosterse filosofie betekent het: puur bewustzijn dat nog geen vorm heeft aangenomen. Daar beschouwt men dit als ons diepste Zelf.

En dat kunnen we kennen: niet als object in ons bewustzijn, maar door het te zijn.

Ongeconditioneerd bewustzijn

Ons denken doen we zelf, lijkt het algemene idee. “Ik denk …” dit of dat. Maar is dat echt waar? Denken we de gedachten die we willen denken, waar we voor kiezen. Of overkomt het ons? Kiezen we ervoor om te piekeren, vervelende situaties in gedachten door te nemen, eindeloos oude grammofoonplaten ‘van vroeger’ af te draaien in ons hoofd?

Meestal nemen onze gedachten ons op sleeptouw –en lang niet altijd naar fijne plekken. Kunnen we daaraan ontsnappen? Kan dat anders?

Je gedachten ‘zien’ in plaats van ermee samen te vallen, ze te ‘zijn ‘, is de eerste voorwaarde. In the seeing is the freeing. Je kunt hieruit wakker worden; je bent niet je denken. Op dezelfde wijze kun je ook ontdekken dat je al evenmin je emoties bent, of je lichamelijke gewaarwordingen. Het zijn de dingen die zich aan en in jouw bewustzijn tonen.

Kortom, hoe kun je jezelf kennen? Zie je aandacht als een zoeklicht. Realiseer je dat je het licht bent en niet wat daarin zichtbaar wordt. As je dat even ‘vergeet’, stap je in de trein van je gedachten en ben je weg. Aandacht voor aandacht, je ervan bewust zijn dat je bewust bent. Dit kun je ‘ongeconditioneerd’ bewustzijn noemen. En de route daartoe loopt dus niet via het denken, maar gaat daaraan voorbij.

Spiritualiteit en positieve psychologie

Sinds 2011 hebben we in Nederland een hoogleraar Positieve Psychologie, Ernst Bohlmeijer. Hij verricht veel werk op dit terrein, redigeerde een Handboek Positieve Psychologie en schreef samen met Monique Hulsbergen een prachtig boek over Dankbaarheid. Bohlmeijer en Hulsbergen gaan tot de grens van de huidige academische psychologie, maar blijven daar wel heel nadrukkelijk binnen. De auteurs houden zich expliciet afzijdig van het ‘hogere’.

Zelf zou ik die grens over willen gaan. En ik bevind me in het goede gezelschap van Prof. Dr. Sarah Durston (hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen aan het UMC Utrecht en voorzitter van de Stichting Bewustzijn en Wetenschap) en Prof. Dr. Mia Leijssen (emeritus-hoogleraar psychologie en psychotherapie). Leijssen ontwikkelde een nieuwe ‘holistische’ benadering: Existential Well-being Counseling.

Focussen is een hele mooie, zachte manier om in dialoog met je eigen lichaam, een waarheid te ontdekken die zich onder je alledaagse bestaan afspeelt

Vincent Duindam

Durston zegt: “De materialistische manier van kijken die we in de wetenschap heilig hebben verklaard is waanzinnig succesvol geweest en heeft veel opgeleverd.  …. Maar nu loopt die tegen haar grenzen op. We moeten op een andere manier gaan kijken.”.  Durston roept op spiritualiteit serieus te nemen, omdat dit wel degelijk een onderdeel is van de menselijke ervaring.

En Mia Leijssen reikt met haar benadering ook enkele concrete instrumenten aan. Focussen is een hele mooie, zachte manier om in dialoog met je eigen lichaam, een waarheid te ontdekken die zich onder je alledaagse bestaan afspeelt. Het is een creatieve methode waarin je jezelf tot je verbazing dingen hoort zeggen, die je niet met je hoofd had kunnen bedenken. Er komen veelzeggende beelden tevoorschijn. Wat dat betreft lijkt het wel wat op werken met dromen.

Het belangrijkste van deze aanpak vind ik echter dat de luidruchtige mind omzeild wordt. Dat betekent niet alleen dat je jezelf verrast doordat je langs je geijkte denkpatronen en je eigen vaste clichés gaat, het betekent ook dat je in contact komt met een diepere dimensie. Je kunt dit je diepte, je stilte, de bron, de verticale dimensie noemen.

Is er een psychologie denkbaar waarin we leren om contact te maken met deze wezenlijke identiteit?

Literatuur:
Sarah Durston, De zoektocht naar bewustzijn, interview, Trouw, 30 juni 2020.
Aldous Huxley, The Perennial Philosophy, Harper & Brothers, 1945.
Mia Leijssen, Tijd voor de ziel, Lannoo, 2007.

Vincent Duindam (1958), psycholoog, publicist en spreker is 40 jaar werkzaam bij de Universiteit van Utrecht. Hij schrijft o.a. voor Volzin, Happinez, De Bezieling. Daarnaast geeft hij ook gastcolleges aan de Academie voor Geesteswetenschappen, de Vrije Hogeschool en de H.U. (minor spiritualiteit).