Wie nog steeds het vooroordeel koestert dat wij in de lage landen weinig tot geen originele filosofen hebben voortgebracht, is na lezing van het boek Denkers en dwalers – Een geschiedenis van de filosofie in de lage landen, het fraaie overzichtswerk van filosoof, auteur en politicoloog Erno Eskens, wel genezen. Voortbouwend op andere historische overzichten en puttend uit eigen journalistiek onderzoek als jarenlang redacteur van Filosofie Magazine, presenteert hij een prettig leesbare staalkaart van de meest diverse filosofische auteurs uit onze vaderlandse geschiedenis. Daarbij houden de denkers én de dwalers, zoals ze in de titel samen staan, elkaar mooi in evenwicht.

Het boek van Eskens, dat overigens al weer enkele maanden geleden is verschenen bij ISVW Uitgevers, is geen dorre historische opsomming. Hij lardeert zijn verhaal met tal van anekdotes en dat maakt het licht verteerbaar.

Van de eventuele filosofie van onze Germaanse voorouders is niets overgeleverd. Het begin van de filosofie in de lage landen valt samen met de komst van het christendom, dat langzamerhand de hoofden en harten van de bevolking ging veroveren. De Middeleeuwse scholastiek vormde daar een belangrijk instrument voor, waarin Siger van Brabant in de dertiende eeuw de eerste belangrijke laaglandse filosoof genoemd kan worden. Meteen ook iemand die de kont tegen de krib gooit, omdat hij in het debat over de voorrang van de wetenschappen, voor de filosofie kiest en niet voor de theologie. Tot dan wordt de filosofie als ‘dienstmaagd’ van de theologie beschouwd, maar daar gaat Siger niet in mee.

Het boek van Eskens is geen dorre historische opsomming

bert altena

Hij markeert daarmee de geleidelijke overgang in de late Middeleeuwen, via het humanisme van de renaissance (Erasmus), naar de nieuwe tijd die zich vanaf de zestiende eeuw ontwikkelt. In die periode bereiken de Nederlanden het toppunt van economische en politieke roem. In de filosofiegeschiedenis is dat de tijd van de vroege Verlichting, waarin denkers uit onze contreien dan ook ruimschoots vertegenwoordigd zijn. Er wordt druk geëxperimenteerd, de natuurwetenschappelijke benadering wint terrein, ten koste van het gezag van de overgeleverde (en geopenbaarde) wijsheid. In de zeventiende eeuw wordt Baruch de Spinoza tot ver buiten onze landsgrenzen beroemd. Hij is misschien wel de grootste filosoof die ons land heeft voortgebracht, wiens denken ook vandaag de dag nog navolgers vindt.

Nu is het altijd oppassen met dat soort kwalificaties. Eskens waagt zich in ieder geval niet aan lijstjes, maar hij houdt zich vast aan de chronologie. Dat geeft hem ook de vrijheid om zijn eigen keuzes te maken. Hij doet zijn best de vrouwelijke filosofen wat meer aandacht te geven, stiefmoederlijk bedeeld in traditionele overzichten. Ook denkers uit de voormalige Nederlandse koloniën en autodidacten krijgen van hem een podium, al blijft het marginaal.

Een verbindende karakteristiek tussen al de diverse denkers is wellicht dwarsheid en eigenzinnigheid

bert altena

Hij pretendeert niet het definitieve overzicht te geven, ook al doet hij zijn best het op een evenwichtige manier te doen. Alleen dode denkers doen mee, is een beperking die hij zichzelf heeft opgelegd. In de laatste hoofdstukken wordt de naamdichtheid opgevoerd, een beetje ten koste van de diepgang. Jammer is dat een interessante en originele eigentijdse filosoof als Cornelis Verhoeven alleen maar in het voorbijgaan wordt genoemd.

Het is ondanks deze kleine kanttekeningen een zeer onderhoudend boek van Eskens geworden waarmee je je niet snel verveelt. Een verbindende karakteristiek tussen al die diverse denkers is wellicht de dwarsheid en eigenzinnigheid die we voor het eerst bij Siger van Brabant tegenkwamen. Nogal wat figuren uit dit overzicht muntten uit in een prettige eigenwijsheid die als Hollandse filosofische (on)deugd door kan gaan. In de filosofie kun je immers nooit dwars genoeg denken.