De doodzieke Dichter des Vaderlands heb ik in het afgelopen jaar een beetje via Twitter leren kennen vanwege haar belangstelling voor ufo’s. We hebben regelmatig DM’s uitgewisseld. Toen ik hoorde dat ze in Zomergasten zou zitten, vertelde ze mij dat ze het zeker ook over ufo’s ging hebben. Dus ik moest wel kijken.

Het werd een avond met dubbele gevoelens. De diepe bewondering die ik voor deze prachtige, jonge vrouw heb is alleen maar gegroeid. Maar iemand anders dan presentatrice Abbring had haar meer recht gedaan. Marsman keek vaak met een uitdagende blik naar Abbring, zo van ‘kom maar op!’ Maar Abbring had niet de moed of de kunde om door te stoten en het gesprek naar een dieper niveau te brengen. Bijvoorbeeld tijdens het gesprek over de ‘taalmonsters’ liet Marsman een tamelijk naïef beeld van communicatie zien en hoe die mis kan gaan waardoor ‘taalmonsters’ kunnen ontstaan. Te naïef, te simplistisch. Iemand die filosofisch beter onderlegd was geweest, had Marsman meer kunnen uitdagen om dieper op de zaken in te gaan.

Alles draaide om zingeving

Tijdens de avond dacht ik regelmatig: daar móet ze toch dieper over hebben nagedacht! Maar Abbring slaagde er niet in die diepere gedachten naar de oppervlakte te brengen. Daardoor vielen veel fragmenten die een enorme filosofische diepgang hadden, uiteindelijk behoorlijk dood, wat – opnieuw – geen recht deed aan deze denker. Aan het einde sprak Abbring van een ‘muurtje’ bij Marsman, wat duidde op een soort emotionele terughoudendheid die de hele avond merkbaar was. Dat muurtje was er, Marsman gaf toe dat ze veel zaken ‘analytisch’ bekeek, dus van een afstandje. Echte passie was bijna nooit merkbaar – of toch, eventjes, toen Marsman sprak over tennis. Maar misschien lag het uiteindelijk ook bij Abbring die niet wist door te breken tot voorbij dat muurtje.

Vooral de zaken die met zingeving te maken hadden, kregen door Abbrings aanpak geen diepgang. En juist daar ging het om, dat was het hart van de avond die aan het eind van de avond tot in de puntjes door Marsman zelf bleek te zijn geregisseerd. Alles draaide om zingeving en Marsmans zoektocht daarnaar. Toen Marsman het over ufo’s had, regende het klachten op Twitter, alsof ze ineens haar verstand verloren had. Ook Abbring worstelde ermee. Ze had de documentaire Phenomenon weliswaar gezien (zo leek ze te suggereren), maar wist er niet mee om te gaan. Terwijl Marsman tot twee keer toe zei dat ze van mening was dat de onthullingen van het Pentagon uit 2017 wereldwijd voorpaginanieuws hadden moeten zijn.

Religieuze ervaringen en Ufo's

Veel mannelijke Twitteraars verweten Marsman goedgelovigheid toen ze daarna toegaf dat haar ufo-belangstelling mede opkwam in een tijd waarin ze met zingeving worstelde. Ze had te horen gekregen dat ze ongeneeslijk ziek was, waarbij ze niet wist hoelang ze nog te leven had. Ze zat in een behoorlijk dal, worstelde met vragen over leven en dood, maar als iemand die atheïstisch was opgevoed had ze geen taal meegekregen om aan die worsteling woorden te geven. Ze wendde zich tot de Bijbel, die haar cultureel het meest nabij stond. Ze verdiepte zich in nabij-de-doodervaringen. Of ze uiteindelijk gevonden heeft wat ze zocht, zei ze niet. Toen Marsman bekende dat ze religieuze ervaringen had gehad, zat ik op het puntje van mijn stoel. Maar Abbring – ooit net zo rabiaat antireligieus als Arjan Lubach – kon met deze discussie, die het hart van de avond was, niet uit de voeten.

Hebben ufo’s en zingeving met elkaar te maken? Is Marsman goedgelovig, dat ze in haar doodsangst alles maar wil geloven wat haar goed uitkomt? Vrijwel geen enkele bespreking van Zomergasten vandaag ging in op Marsmans fascinatie voor ufo’s. Het was te buitenissig, te onredelijk. Hoe kan zo’n slim meisje zulke irrationele onzin geloven, vroegen Twitteraars, en de recensenten hoorde je het hen tussen de regels door herhalen. Hadden ze een punt?

Keuze voor de onredelijkheid

Nee, ze hebben het punt volledig gemist. Iemand die het wél begreep, was recensent Jan Postma, die voor de De Groene Amsterdammerook een recensieschreef. Hij zag waar het bij Marsman om draaide, toen hij schreef: "Ze was kwetsbaar en onzeker en onbeschaamd onredelijk. Ze liet zien dat voor wie grip probeert te krijgen op het lot alle middelen gerechtvaardigd zijn. 'Het is ook gewoon oké om ergens in te geloven en dat het dan niet waar is', zei ze."

"Mensen zijn eigenlijk nooit interessanter, nooit menselijker en nooit leuker dan wanneer ze onredelijk durven zijn en Marsman koos er vol overgave voor", stelt Postma. Is dat zo? Was het een keuze van Marsman om ‘vol overgave’ voor de onredelijkheid te kiezen? Of is het misschien zo dat iemand die de onredelijkheid van de werkelijkheid letterlijk aan den lijve heeft ondervonden, ineens als door een verlichtingservaring ziet dat de werkelijkheid alles maar bovenal niet redelijk is?

Beperking van de menselijke redelijkheid

De wetenschapsfilosoof Nancy Carwright schreef ooit een moeilijk filosofieboek met als titel The Dappled World. In dat boek verdedigt ze de stelling dat de werkelijkheid niet redelijk is, maar ten diepste chaotisch en onredelijk. De natuurwetten die wij menen te ontdekken zijn eilanden van orde in een verder onredelijk en chaotisch universum. Tijdens een conferentie waar ik aanwezig was en waar Cartwright een lezing over het boek gaf, hoorde ik mannelijke wetenschapsfilosofen hardop mompelend twijfelen aan de cognitieve vermogens van Cartwright, die op dat moment al behoorlijk op leeftijd was.

Marsman had geen wetenschapsfilosofische of logische exercities nodig om de onredelijkheid van de werkelijkheid in te zien. Zij heeft die onredelijkheid in haar lichaam zitten, die woekert en knaagt en poogt om haar juist dat te ontnemen wat ze zo liefheeft: het leven. Als je de onredelijkheid van het bestaan lichamelijk ondergaat, en daarmee de beperkingen inziet van de menselijke redelijkheid die vergeefs grip probeert te krijgen en zich bij tijd en wijle wentelt in de illusie door wetenschappelijke kennis grip te hebben – hoe onredelijk is het dan voor Marsman om in God te geloven of te geloven in een voortbestaan van bewustzijn na de lichamelijke dood of te geloven dat we wellicht bezocht worden door buitenaardse beschavingen die ons ver vooruit zijn? Sterker nog, welke kleingelovige zal dan nog durven beweren dat juist zij onredelijk is?

Taede A. Smedes (Drachten, 1973) is godsdienstfilosoof, theoloog, schrijver en muzikant en werkt als freelancejournalist voor onder andere het Nederlands Dagblad en de Volkskrant. Hij publiceert over de verhouding tussen geloof en natuurwetenschap en over religieus atheïsme. Zijn meest recente boek is Thuis in de kosmos: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan (AUP, 2018). Dit artikel verscheen oorspronkelijk op zijn blog: www.tasmedes.nl.