We werken niet alleen meer om te (over)leven. Een baan is ook een manier om ons leven zin te geven. In deze rubriek spreken we mensen uit de volle breedte van het werkveld: hoe ziet hun dagelijkse werk eruit? Hoe verbinden zij hun werk met wie zij ten diepste zijn?

Eveline de Kock (40) is landschapsarchitect. Drie jaar geleden begon ze voor zichzelf na 11 jaar voor een ingenieursbureau te hebben gewerkt. Tijdens haar studiejaren raakte ze erg geboeid door het fenomeen ruimte. Fascinerend vond ze het dat ze verschillende soorten ruimten kon creëren. Die fascinatie is er nog steeds.

Wat doe je precies als landschapsarchitect?

“In mijn projecten ben ik altijd bezig met relaties tussen mensen en het landschap en de mensen onderling. Met hoe wij ons verhouden tot de plek waar we wonen/leven/werken en veranderende verlangens, maar die ook weer kunnen vormgeven op een manier die bij die plek past.

Ik geloof dat we in een periode leven waarin fundamentele verschuivingen gaande zijn op het gebied van bewustzijn van onze plek op de aarde en onze invloed op het welzijn van al het leven. We gaan anders denken over voedsel en het landschap, de landbouw.

Eveline de Kock
Eveline de Kock

Sinds de oorlog hebben we heel erg toegewerkt naar maximale productie. We wilden nooit meer honger. Het landschap is er voor ons, was en is de gedachte. Dat heeft ervoor gezorgd dat we op veel plekken de bodem en het watersysteem zo hebben beïnvloed, dat het landschap zichzelf niet gezond kan houden. Nu zien we steeds beter: alles is met elkaar verbonden. Willen we dat het landschap weer gezond wordt, dan moeten we dat landschap helpen herstellen.”

Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor jou uit?

“Ik overleg veel, lees en onderzoek veel en bezoek locaties. Ik ben de verbinder tussen disciplines die allemaal een stukje van het landschap vertegenwoordigen. Denk aan water, ecologie of infrastructuur. Ik luister veel en stel vragen om mensen mee te nemen in een proces dat tot de juiste oplossingen moet leiden.

Ik kan niet een project doen zonder naar de plek zelf te gaan. Als ik daar ben geweest, vaak in stilte, kan ik me alles veel beter herinneren. Ik heb de plek dan ontmoet zeg maar.”

Herken je dat je werk nooit ‘af’ is?

“Mijn werk is nooit af, een project wel. Als ik ergens meer tijd voor wil maken dan doe ik dat. Ook al past het niet qua opdrachtfinanciering. Ik heb met mezelf afgesproken: qua omzet streef ik naar genoeg. Ik streef niet naar het maximale, wel naar van betekenis zijn. Streven naar genoeg geeft een soort ontspanning, ruimte. Deze keuze past goed bij mij.”

Waar ben je momenteel mee bezig?

“In klooster Huissen heb ik onlangs een retraite voor ruimtelijk professionals begeleid naar aanleiding van Ode aan de Ruimte. In dit essay beschrijf ik zes soorten ruimten die ik in mijn werk en leven zie en waar we invloed op hebben en die ten dienste staan van werken aan het landschap en het herstel van relaties: de fysieke, kaderende, mentale, morele en mystieke ruimte én de ruimte voor de tijd. Dus slechts één gaat over de fysieke ruimte.

Ruimte Atelier Friesland
Ruimte Atelier Friesland

De andere ruimten gaan over onszelf, hoe we projecten en organisaties hebben georganiseerd en de meer universele natuur van wie wij zijn. Ruimte is voor mij potentie, die moeten we leren zien. Als we ons voornamelijk bezighouden met het fysieke landschap om de gewenste transities vorm te geven, dan doen we onszelf tekort. We hebben zoveel meer in onze mars. Denk aan ons vermogen om te creëren en onze intuïtie. We zijn mens en professie, maar in ons werk zie ik vaak dat we professie voorop stellen. We kunnen echt het tij keren, ieder van binnenuit.”

Wat betekent jouw werk voor je en wanneer is je werk zinvol?

“Ik krijg energie van mijn werk, word erdoor gedreven, word er blij van en groei erin als mens. In de kern gaat het voor mij over het weer in verbinding brengen wat we uit elkaar hebben gehaald, ten dienste aan de plek, het landschap. Ik werk momenteel aan een project in Drenthe. De agrariërs en natuurorganisaties hebben we daar aan tafel. Tot voor kort verschillende werelden. In het landschap zijn die grenzen er niet, die hebben wij zelf gemaakt. Deze mensen weer tot één verhaal brengen, dat is het wat mijn werk zo zinvol maakt. Deel zijn van dat gedeelde verhaal, dat is wat iedereen vervolgens drijft.
Natuurlijk doe ik mijn werk ook wel eens met tegenzin. Er zijn altijd moeilijke, stressvolle dingen, maar die kunnen ook weer een signaal zijn: wat wil je dan wel? In die zin kan tegenzin zinvol zijn. Niks is zomaar zinvol.”

Zijn er nog andere manieren waarop je probeert zin te ontlenen aan je werk?

“Ja,(zelf)studie. Ik ben een gelukkig mens als ik ruimte in mijzelf blijf voelen. Ik vind het belangrijk om antwoorden te kunnen formuleren op vragen als: wat zie ik gebeuren, wat kan ik daarin betekenen, wat drijft mij en wat niet, waar geloof ik in? De wereld verandert, dus ik verander daarin mee. Het gaat mij om veel meer dan vakmatige studie. Denk aan filosofie of lessen die we uit de natuur kunnen leren. Panta Rhei. Verandering – in de zin van ontwikkeling - is de enige constante.”