Ik hou van metaforen, uitdrukkingen en gezegden. Dat is poëten eigen en dat geldt zeker voor de contreien waar ik vandaan kom. De Grieken, de Perzen, de Turken, de Arabieren, de Indiërs en de Chinezen en alle andere oude beschavingen beschikken over schatkisten vol juwelen aan compacte, beeldrijke woorden en zinnen. In het Nederlands zijn er ook mooie beeldspraak, inzichten en wijsheden te vinden, vaak van het Latijn afgeleid of met Oudgriekse of Germaanse oorsprong.

Babylonische spraakverwarring

De Bijbelse uitdrukking 'Babylonische spraakverwarring' houdt me de laatste tijd bezig. Het roept bij mij een archaïsch beeld op, al vanaf het moment dat ik dertig jaar geleden als jonge vluchteling nieuwsgierig naar het Nederlands was en deze schitterende uitdrukking ontdekte. Ik zie de toenmalige navel van de menselijke beschaving Babylon voor mij. Ik zie dan dat de stad der steden letterlijk in een grote krater verdwijnt terwijl de overmoedige bewoners onverstoorbaar bezig zijn met redetwisten en elkaar voor rotte vis uitmaken, in duizend en een – voor elkaar – onverstaanbare talen.

Maar de laatste tijd dringen ook andere beelden bij het denken aan deze Bijbelse uitdrukking zich op. Het zijn de beelden van steeds meer breuklijnen in onze samenleving. Steeds meer fragmentatie en versplintering. Steeds meer 'talking-heads' die amper in staat zijn om naar de ander te luisteren of op een empathische manier de ander weten te begrijpen.

Ik zie het dagelijks tijdens onze late-night talkshows, in het hart van de politiek, in de arena van de strijd om de identiteit en in de verhouding tussen burger en overheid. Dit gebrek aan mildheid baart me zorgen. Alsof we toevallig tijdens een debatavond tegenover een voorbijganger zijn komen te staan. De samenleving bestaat toch bij het besef dat wij elkaar vaker zullen treffen en dat wij het dus samen zullen moeten doen?

Dwangmatig individualisme

Ruimte hebben voor een verscheidenheid van meningen, levensstijlen en zingeving is een groot goed. Als geen ander weet ik als oud-politiek-vluchteling hoe zoet de smaak is van ons democratisch pluralisme. Maar ik zie en merk dat we steeds meer egocentrisch een eigen weg gaan en de sociale fragmentatie als gevolg hiervan verwarren met verscheidenheid. Dat dwangmatige individualisme van “wat ík voel, en wie ík ben en wat ík wil” is de nodige verbinding tussen “ons” in de weg komen te staan. Vreedzaam samenleven bestaat nu juist bij de gratie van burgers die het sociaal vermogen bezitten om verbinding met elkaar – en niet alleen met de gelijkgestemden - aan te kunnen gaan. Dat vergt een zekere mildheid, een zeker egard en hoffelijkheid naar elkaar toe, een zekere beheersing van de drang om gelijk te willen krijgen.

Iedereen wil het woord nemen en niemand weet nog hoe je het woord kunt geven om in dienst te zijn van de 'ander' of om ruimte maken voor wat de 'ander' te brengen heeft

Shervin Nekuee

Het vergt geduld om een veilige, gedeelde basis te scheppen om vervolgens een zinnig gesprek met elkaar aan te gaan. Juist de gesprekken die ertoe doen, gesprekken waar onenigheid, conflict en pijn op tafel mag en moet komen, vragen om gesprekpartners die in staat zijn om eerst elkaar in de ogen te kijken. Om elkaar werkelijk te zien, te erkennen en als gelijke te respecteren. Het lijkt erop dat het ons steeds minder vaak lukt en dat op alle kruispunten van onze samenleving de ego’s - van welke kant ze ook komen - eigen voorrang claimen. Iedereen wil het woord nemen en niemand weet nog hoe je het woord kunt geven om in dienst te zijn van de 'ander' of om ruimte maken voor wat de 'ander' te brengen heeft.

Gedeelde bezieling

Deze houding vormt onze achilleshiel. Het drijft ons uit elkaar en het kan desastreus zijn. Het ís al desastreus als je bedenkt dat meer dan 16 procent van de samenleving inmiddels kampt met burn-out klachten en het aandeel van de jongeren in deze groep neemt alleen maar toe. Dat ruim 26 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder zich eenzaam voelt geeft te denken. Het woord 'vakantie', liefst ver van het levensritme hier en van omgangsvormen van dit land vandaan, is haast synoniem geworden met het sacrale woord 'verlossing'. De almaar toenemende vluchten naar een willekeurig ver land zullen ons echter niet verlossen van de pijn om eenzaam te zijn tussen vele eenzamen in dit land.

Het individu verlangt net zoveel naar verbinding als naar vrijheid. En een burger legt de waarde van zijn samenleving niet enkel langs de meetlat van gelijke behandeling. Broederschap, zusterschap1 gemeenschapszin geven een gedeelde, fundamentele grondtoon aan een samenleving. Dat is wat de burgers een gedeelde bezieling brengt.

Die gedeelde bezieling ebt steeds meer weg. De grondtoon is bijna niet horen door onze Babylonische spraakverwarring, die gedreven wordt door een ego strelende – ieder zijn eigen vakantiebestemming – en egoïsme cultiverende consumptiemaatschappij.

Managers van BV NL

Consumptie, materialisme en egocentrisme kunnen nooit het verlangen naar intermenselijke verbinding wegnemen. Daarom raken we verbitterd. Omdat we volledig in het vocabulaire van economisch ruil- en nutsdenken gevangen zijn genomen kunnen we onze verbittering enkel als een aanklacht over en weer uiten. We nemen in relatie tot elkaar de houding van de klant en consument aan. Het is niet gek dat onze politici zich als managers van BV NL zijn gaan beschouwen in plaats van morele en maatschappelijke leiders van een natie.

Omdat we in een tijdperk leven waarin taal vooral rationeel moet zijn wordt ons gemis aan verbinding platgeslagen tot een evenzo rationele set van rechten en plichten. Zo ontstaat een onderlinge afrekencultuur die gebaseerd is op wantrouwen. Onze aanklachten worden een aanleiding tot het afdwingen van nog meer wetten en regels en daarmee tot een nog benauwender ordening van de samenleving. “Vertrouwen is goed maar controle is beter”, is het mantra van onze overheid.

“De meeste mensen deugen” - ja, dat verkoopt goed als boektitel maar een ieder van ons is vooral van mening dat hij zélf deugt. Of die anderen deugen moeten we eerst maar eens zien. Zo verhouden we ons inmiddels tot elkaar. Zo verhouden we ons tot de overheid die dan de boel bij elkaar moet houden. Het gevolg is nog meer complexiteit in de inmiddels monsterlijke bureaucratie, gericht op controle en het opsporen van fouten. Maar de overheid zoekt niet naar de fouten van de electorale meerderheid – de “normale Nederlander” zoals Mark Rutte pleegt te zeggen - want die zou in opstand kunnen komen.

Toeslagenschandaal

Dat is precies hoe het met het toeslagenschandaal is gegaan: een bureaucratisch systeem dat door politieke vertegenwoordigers van de electorale meerderheid ingericht is om miljoenen aan gefraudeerde toeslagen terug te halen. Het resultaat was een discriminerende, anti-grondwettelijke profilering van duizenden gezinnen en miljarden schade voor de belastingbetaler. Het bedrag aan tegemoetkoming die aan slachtoffers in de komende jaren moet worden terugbetaald zou weleens tientallen keren meer zijn dan de vermeende 'winst' uit beoogde fraudebestrijding.

Onze overheid kan natuurlijk haar handen niet in onschuld wassen, maar laten we ook eerlijk zijn: dit schandaal is een afgeleide van een cultuur die wij de burgers samen in stand hebben gehouden. We hebben een draak van een rijke samenleving geschapen. Een draak die voortdurend in zijn eigen staart bijt, want er is onbehagen in tijden van overvloed met Babylonische toestanden als gevolg.

Dit alles kan ten goede keren door ruimte te maken voor een diepere grondtoon. Door een gezamenlijke queeste naar gedeelde zingeving te ondernemen. En door te zoeken naar een waardiger betekenisgeving van het begrip samenleven. We moeten het samenleven opnieuw als een werkwoord beschouwen en elkaar als metgezellen zien in onze gezamenlijke queeste naar die betekenisgeving.

Het is tijd voor een ommekeer, we zijn er aan toe. We moeten ons gezamenlijk gaan richten op waardige vragen; wat verbindt? Wat raakt ons allen? We zijn toe aan een ander vocabulaire en een andere taal waarmee we een gedeeld wij-gevoel van broeder- en zusterschap kunnen articuleren, mijmeren en bezingen.

Volgens de mystici uit de wereld van de islam, Rumi voorop, is het de taal van het hart die ons kan helpen om de samenleving opnieuw deze bezieling te schenken.

Een Hindoe en een Moslim
Die de taal van elkaars hart verstaan
Zijn elkaar vele malen meer nabij
Dan twee Moslims
of twee Hindoes
aan elkaar geknoopt
in een theologisch twistgesprek
over “het ware geloof”

Een Turk en een en Pers
verbonden vanuit zachtaardigheid
verstaan elkaar beter
Dan twee Perzen
of twee Turken
wedijverend onderling

De hartverbinding
Het reikt vele malen dieper
Dan de taal van de argumenten
of die van het boerenverstand

Noot:
1 'Broederschap, zusterschap' is Bijbelse beeldspraak en niet bedoeld als uitsluitend voor de lezer die zich non-binair of anderszins definieert.