Een goede voordracht neem ik naderhand met mij mee naar huis. Die spookt door mijn gedachten en leidt tot nieuwe inzichten. Na de Volzin-lezing blijven vooral de woorden van hoofdredacteur Greco Idema resoneren. “Ik ben er van overtuigd,” stelt hij tijdens het slotwoord van de dag, “dat het levensverhaal, het leven zelf, steeds belangrijker wordt voor mensen. Ik geloof dat de toekomst van religie, het leven zelf zal zijn.” Het levensverhaal dus als de toekomst van religie. Zaten we hier nu bij elkaar in het prachtige Dominicanenklooster in Huissen, dat inmiddels vooral dienst doet als conferentie- en retraitecentrum, om onszelf te vieren?

Ik ken Fokke Obbema van zijn prachtige interviews in de Volkskrant. Na een hartstilstand gaat Obbema op zoek naar antwoorden, naar houvast, naar de zin van het leven, en komt bij de ander terecht. De afgelopen jaren interviewde hij in verschillende series vele tientallen mensen over onder andere hun levensverhaal en de lessen die daaruit voortvloeien. De centrale vraag in zijn laatste serie was: wat is voor u een zinvol leven?

Obbema vroeg naar vormende ervaringen, zowel in de jeugd als het volwassen leven, en vervolgens naar welke lessen ze hieruit meenemen. Op zoek naar het punt waar levenservaring overgaat in levenswijsheid, duidt hij. Ik deel met hem de overtuiging dat er veel wijsheid verscholen zit in het levensverhaal van de ander. Tijdens de Volzin-lezing kwam daar een nieuwe dimensie bij, namelijk het reflecteren op mijn eigen levensverhaal.

Rijnsteentje

Wat kan reflectie op ons levensverhaal ons brengen? In zijn fascinatie voor het levensverhaal laat Obbema zich bij de hand nemen door onderzoekers, schrijvers en historici. “Het doel van het levensverhaal is onze plaats in het grote geheel te bepalen, weten wie we zijn, waartoe we behoren,” stelt de historicus Philipp Blom bijvoorbeeld. Ons levensverhaal valt samen met onze identiteit, meent ook de Amerikaanse psycholoog Dan McAdams, die de rol en functie van levensverhalen uitgebreid heeft onderzocht. “Als jij mij wilt kennen, dan moet je mijn verhaal kennen,” is zijn theorie. “Als ik mezelf wil kennen, inzicht in de betekenis van mijn leven wil hebben, dan moet ik mijn eigen verhaal te weten komen.” Ook voor hem is het levensverhaal een voorwaarde van zin en betekenis.

Hoe werkt dat precies, betekenis en houvast ontlenen uit ons levensverhaal? Obbema refereert aan de prachtige woorden van schrijver Adriaan van Dis, die uitgebreid over zijn eigen leven geschreven heeft. Van Dis beschrijft het levensverhaal als een rijnsteentje in je hand, waar je door het wat te kantelen een andere lichtstraal op kunt laten vallen. Dan zie je iets dat je daarvoor niet zag, of wat je jezelf niet toestond om te zien. Zijn adagium luidt: “Met het levensverhaal kun je het leven dragelijk maken.” Over houvast gesproken.

Wirwar aan ervaringen

Het levensverhaal dus als voorwaarde van zin en betekenis. Dat zijn grote woorden. Wij zijn immers zelf degenen die het verhaal vormgeven. Hoe ziet dit er in de praktijk uit? Mag ik zomaar grote lijnen in mijn verhaal aanbrengen, met het oog op een sluitend verhaal? Verbanden suggereren die er misschien niet zijn? Onbevallige passages weglaten? De mogelijkheid tot manipulatie lijkt eindeloos, wat is dan de waarde van zo’n verhaal?

“Ik denk dat we ons erbij neer moeten leggen dat er veel versies van onszelf bestaan,” zo beantwoord Obbema de sceptische vragen die hij zelf heeft opgebracht. “Het leven is niet in een mal te gieten, want juist beweging is zo kenmerkend voor het leven. Toch kan het leven houvast bieden. Verhalen kunnen fundamenten zijn, waar iemand op kan terugvallen of voortbouwen.”

Obbema raadt het iedereen aan zich te verdiepen in zijn eigen levensverhaal. “Uit de wirwar van ervaringen waaruit ons leven bestaat, valt betekenis te halen. Het benoemen van vormende ervaringen kan je helpen om te bepalen wie je bent, waartoe je behoort en wat je plaats in het grotere geheel kan zijn.” Uit het levensverhaal kun je een eigen lijfspreuk ontdekken, een innerlijke drijfveer, licht Obbema toe. Zelf nam hij proef op de som. Obbema vertelt over zijn eigen jeugd, intellectuele ouders die wel successen prezen maar niet aan de zijlijn van het voetbalveld konden of wilden staan. De spreuk die hij ontdekte: ‘Ik ben goed zoals ik ben’.

Panelgesprek met Fokke Obbema, Nadia Kroon en Dirk van de Glind© Ted van Aanholt

Hoop en vertrouwen

Toch mist er iets aan het betoog van Obbema, journalist van atheïstische huize. Want is het niet juist dat wat ons eigen leven te boven gaat, het leven de moeite waard maakt? De lezersbijdragen uit de zaal vullen Obbema aan: “Vergeet niet het onderscheid tussen gekend worden en jezelf kennen. De Heer kent mij beter dan ik ooit in staat ben om mijzelf te kennen. Voor mij is dat een diepe troost,” brengt een Volzinlezer naar voren. In psalm 139 prachtig verwoord: 

Heer, U kent mij, U doorgrondt mij,
U weet het als ik zit of sta,
U doorziet van verre mijn gedachten.
Ga ik op weg of rust ik uit, U merkt het op,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.

Geen woord ligt op mijn tong,
of U, Heer, kent het ten volle.
U omsluit mij, van achter en van voren,
U legt uw hand op mij. 
Wonderlijk zoals U mij kent,
het gaat mijn begrip te boven. 

Is er meer dat ons begrip te boven gaat? Hoop, vertrouwen, liefde, dat zijn termen die in het verhaal van Obbema nogal eens lijken te ontbreken, maar die zo onmisbaar zijn in ons bestaan. Toch hebben we ze niet in de hand – ze overkomen ons. Gaan ons te boven. Op deze manier komen het hoogste en het aardse samen. Het zijn, naar mijn idee, ook deze ervaringen die ons wegvoeren uit onszelf. Liefde, verbondenheid, de hoop op een betere toekomst, ze zorgen ervoor dat we onszelf kunnen overstijgen en ons verhaal kunnen uitstrekken naar de ander, onze gemeenschap, de wereld waar we in leven en wellicht zelf het goddelijke.

Sfeerimpressie

Fotograaf Ted van Aanholt ving de lezing en de interactie met het publiek mooi in beeld.

Jasmijn Olk (1996) is redacteur van Volzin.