Christelijk geloven bevindt zich op een breuklijn tussen wat onherroepelijk voorbij is en wat meer dan ooit nodig is. Wil het relevant zijn voor het menselijk bestaan en wil het bijdragen aan herstel en voortbestaan van onze planeet, dan zal de focus verlegd moeten worden van aanbidding en gehoorzaamheid naar de ontwikkeling van universele humaniteit. Dirk van de Glind verkent de diverse aspecten van deze stelling in de collectie Universele humaniteit.

Lang geleden had ik een nogal pittig gesprek met een zeer gelovige oom. Voor hem was het volkomen duidelijk dat het voor “de Zoon van God” oneindig veel gemakkelijker was dan voor ons om zonder zonden te leven. Sterker nog, volgens hem was het voor Jezus onmogelijk om zelfs maar de kleinste fout te maken daar hij immers niet, zoals wij, “in zonde ontvangen en geboren” was.

Door zo’n zondeloze en heilige ‘Here Jezus’ voelde ik me in de steek gelaten. Want hoe zou ik me in mijn gevecht met het leven en met de negativiteit die ik ook in mezelf tegenkwam, gesteund weten door iemand die daar op geen enkele manier last van had? Mijn oom wierp tegen dat Jezus mij wél begreep daar hij immers ook God was en dus alles wist en daardoor nog veel meer leed aan mijn fouten en gebreken dan ik zelf deed. Bovendien, zo bezwoer hij mij, wilde ik toch niet beweren dat Jezus maar een mens was?

Destijds had ik hier geen antwoord op, maar gaandeweg heb ik het gevoel van vervreemding dat me toen bekroop leren duiden: hoe meer de goddelijkheid van Jezus benadrukt wordt, hoe meer Jezus op afstand wordt gezet en hoe meer ook onze menselijkheid in diskrediet wordt gebracht. Want hoe meer Jezus God moet zijn om de enorme straf voor al die zonden van de ganse mensheid te dragen, hoe groter de menselijke schuld wel moet zijn en daarmee het menselijke onvermogen goed te doen. Het is de dogmatische vergoddelijking van Jezus die, in combinatie met een juridische interpretatie van de verlossing, zijn bevrijdende boodschap misvormd heeft tot zijn tegendeel. Het verschafte bovendien kerkelijke machthebbers een geduchte en gevaarlijke legitimatie die de gelovigen nog verder vastzette in vermeend onvermogen, afhankelijkheid en schuld.

Weggepromoveerd

Toen iemand zijn bewondering voor Moeder Teresa (1910-1997) uitte door haar een heilige te noemen, reageerde ze fel en afwijzend: “Ik ben geen heilige, ik ben een méns die goed probeert te doen. En áls ik al een heilige zou zijn dan is heiligheid niets bijzonders, maar de opdracht van iedereen.” De bewonderaar had hier niet van terug, maar nog geen twintig jaar na haar dood werd Moeder Teresa officieel heiligverklaard.

Het toekennen van deze status heeft echter iets van ‘wegpromoveren’, van vluchten voor verantwoordelijkheid in verering. We hemelen de heilige op naar regionen waar zij ons niet meer kan raken zodat wij ons leven ongestoord kunnen voortzetten: “Ja, hoor eens, ik ben Moeder Teresa niet!”

In alles wat Jezus zei en deed en in de weg die hij gegaan is, heeft hij gewezen op het ongelooflijk rijke potentieel dat mensen in zich dragen en heeft hij mensen willen verlossen

dirk van de glind

Ook Mahatma Gandhi (1869-1948) wees iedere aanspraak op heiligheid af en stelde onomwonden: “Wat ik gedaan heb kan iedereen.” Ik voel me daar wat ongemakkelijk bij, temeer daar ik ooit leerde dat ik niet tot iets goeds in staat zou zijn. Maar wat als Gandhi gelijk heeft? Waarom durf ik dan nog zo weinig rechtop te staan? Toch denk ik dat het precies deze uitnodiging is die Gandhi met zijn bewering voor ogen had: “Ga maar in je kracht staan, durf het maar aan als integer mens in vertrouwen te leven!” Gandhi zelf deed dat overigens niet zomaar. Hij heeft zich zijn hele leven geoefend in ware menselijkheid die hij terugvoerde op God als de oerbron van zijn bestaan. Voor hem was dát de betekenis van ‘een kind van God’ zijn. Geïnspireerd door Jezus noemde hij ook de verschoppelingen die door de religieuze elite niet anders dan met minachting werden bejegend, ‘kinderen van God’. Jezus en Gandhi hebben deze aanduiding nooit exclusief voor zichzelf opgeëist, maar hem vooral gehanteerd om hun medemensen aan te sporen zichzelf als kostbare en door God geliefde mensen te zien.

‘De Zoon van God’

Door joden is wel gezegd dat hun broeder Jezus door het christendom van hen vervreemd is door van hem een onverstaanbare halfgod te maken. Wie de moeite neemt alleen al de eerste vijf eeuwen van het christendom te bestuderen, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat er nogal gerommeld is met teksten en de interpretatie daarvan, om de joodse, ménselijke rabbi onschadelijk te maken en weg te promoveren als de christelijke ‘Zoon van God’. Aan het Griekse concept van ‘de halfgod’ werd een christelijke draai gegeven die het unieke van Jezus als de goddelijke Christus moest benadrukken.

Het proces van vergoddelijking leidde na eeuwen van ordinaire ruzies en speciale militaire operaties in 451 tijdens het concilie van Chalcedon tot de zogenaamde ‘tweenaturenleer’ die stelt dat Jezus zowel God als mens was en dat zijn twee naturen ‘ongemengd en ongedeeld, ongescheiden en onveranderd’ waren geweest. Als poëtische duiding van het uiteindelijk onzegbare valt er misschien nog iets te zeggen voor deze formulering. Maar de kerk claimde dat het om een feitelijke beschrijving van Jezus ging – een dogma dat zo en niet anders aanvaard moest worden. Mensen die het waagden eraan te twijfelen werd dat niet in dank afgenomen. Maar in het gesprek met mijn oom heb ik onbewust aangevoeld dat de menselijkheid van Jezus in feite in zijn goddelijke status verdampt was.

Met het dogma van de maagdelijke geboorte werd bovendien lijfelijkheid en seksualiteit in diskrediet gebracht. Aan dit ‘bewijs’ van Jezus’ goddelijke oorsprong werd later – volkomen theologisch – toegevoegd dat ook moeder Maria ‘onbevlekt’ (zonder zonden!) ontvangen zou zijn. Recent zwichtte het NBG nog voor deze kwalijke ophemelingsdrift door in de Nieuwe Bijbelvertaling Jezus als Gods enige Zoon Zijn hoofdletters terug te geven. Het wegpromoveren van de mens Jezus weerspiegelt een destructieve misvatting van onze humaniteit, die diep in het DNA van het christendom is gaan zitten.

Verder lezen

Hieronder enkele boeken die raakvlakken hebben met het thema in dit essay.

  • ’De van Sevilla’ is een bekend hoofdstuk uit het boek De gebroeders Karamazov van de Russische schrijver Fjodor Dostojevski uit 1879-1880. In een lange monoloog verdedigde de grootinquisiteur van Sevilla tegenover Jezus Christus het idee dat enkel de principes van de duivel leiden naar de universele eenwording van de mensheid: Geef de mens brood, beheers zijn geweten en heers over de wereld. Jezus beperkte zich tot een kleine groep van uitverkorenen; de katholieke kerk echter heeft zijn werk verbeterd en richt zich al eeuwen tot alle mensen. De kerk heerst over de wereld in naam van God, maar met de principes van de duivel. Jezus maakte de fout om een te hoge dunk van de mens te hebben. Eind 2017 verscheen de 19de druk van De gebroeders Karamazov in het kader van de serie LJ Veen Klassiek.
  • Mahatma Gandhi (1869-1948) was een bescheiden man die uitgroeide tot de grote leider van het Indiase volk. Hij zette zich onvermoeibaar in voor harmonie tussen hindoes en moslims, voor acceptatie van kastelozen als gelijkwaardige burgers en voor de positie van vrouwen. Met kleinschalige dorpseconomieën en een sobere, vegetarische levensstijl bestreed hij honger en armoede. ‘Moraliteit’ was bij Gandhi gedurende zijn hele leven de basis van zijn handelen. In het binnenkort bij Damon te verschijnen boek Gandhi - Activist en spiritueel leider van Elisabeth Bax ligt de nadruk op Gandhi’s ontwikkeling van verlegen jongen tot politiek activist en spiritueel leider. We volgen hem langs alle belangrijke gebeurtenissen in zijn kleurrijke leven: van zijn jeugd in India en zijn studententijd in Londen via zijn werk als advocaat in Zuid-Afrika tot de man die miljoenen mensen wist te inspireren tot geweldloos verzet in de strijd tegen de Britse overheersing.
  • Het in maart vorig jaar verschenen boek Het lef om in liefde te leven - Jezus zonder vrome praatjes van Dirk van de Glind is als een steen in de vijver van vastgeroeste ideeën en overtuigingen. Het biedt een onbevangen en frisse kijk op Jezus en zijn radicale boodschap van liefde en kwetsbaarheid. Dit boek is niet geschreven om zieltjes te winnen, maar om de lezer aan te moedigen zijn eigen ziel serieus te nemen en werk te maken van een zinvol bestaan. De auteur is wars van vlaggen en vaandels en werpt een eigenzinnig en optimistisch licht op oude woorden en verhalen. Dit boek is een persoonlijk en vrijmoedig verslag van een zoektocht naar ruimte en licht. Zoekers naar zin en betekenis – gelovend en niet (meer) gelovend – kunnen hun hart ophalen aan deze krachtige oproep in liefde te leven. Dit boek is een ode op de mens en haar mogelijkheden.

Hoezo, ‘alleen maar mens’?

Het was bepaald geen wonder dat mijn oom, gepokt en gemazeld in de Calvinistische traditie, het godslasterlijk vond Jezus “alleen maar mens” te noemen. Jezus mens noemen is echter geen diskwalificatie van Jezus, maar veeleer een rehabilitatie van onze humaniteit waar waarachtige, of goddelijke liefde, het wezen van is. In deze diep doorleefde humaniteit lag Jezus’ kracht en motivatie. In de christelijke theologie is deze humaniteit echter alle mensen ontzegd en op een bijna plastische wijze exclusief aan Jezus toegedicht. Het heeft eraan bijgedragen dat vele gelovigen geen of weinig vertrouwen hebben in hun eigen mogelijkheden en hun potentieel niet waar durven maken.

Hoezeer daarbij de betekenis van Jezus in het christendom versmald is geraakt tot zijn verlossend sterven, zag ik eens pijnlijk treffend verbeeld in een evangelisatiefolder die in de kersttijd verspreid werd. ‘Jezus Christus: geboren om te sterven’ kopte het blaadje. Het toonde een tekening van het kindje Jezus in de kribbe met op de achtergrond een groot en dreigend kruis. “Het hout van de kribbe was hetzelfde hout als van het kruis” vermeldde de folder veelbetekenend.

De gedachte kwam bij me op dat wanneer deze theologie klopte en God werkelijk bloed wilde zien, Jezus beter meteen als baby aan zijn kribbe gespijkerd had kunnen worden omdat er nu eenmaal niets onschuldiger is dan een pasgeboren kind. Maar het kind in de kribbe bracht geen verlossing omdat het later aan het kruis zou sterven voor de schuld van de mensen. Het kind in de kribbe toonde een weg naar verlossing, zoals iedere baby die toont en zoals ieder mens die kán gaan: Kijk naar dit pasgeboren, totaal kwetsbare kind en laat al je verdedigingsmechanismen, al je grootheidswaan en machtsaanspraken vallen. Geen gesloten deuren, geen muren, geen vaandels en geen vlaggen meer. Word zelf ook weer open en kwetsbaar en weet dat alleen Waarachtige Liefde je draagt en je bestaan vol van betekenis kan laten zijn.

Jezus’ optreden is bevrijdend omdat hij heeft laten zien dat het mogelijk is deze weg van kwetsbaarheid en liefde te gaan. Dat een mens er voor kan kiezen om in vertrouwen te leven en te groeien. Dat een mens zich niet hoeft te laten verlammen door zijn obsessies, complexen en angsten en dat zelfs de dood overwonnen kan worden. In deze zin was Jezus zoon van God: een mensenkind naar Gods hart.

De veroordeling van Jezus als de dood van het christendom

In een vertelling van Fjodor Dostojevski keert Jezus na vijftien eeuwen terug naar de wereld en bezoekt hij Sevilla. In deze stad zijn een dag eerder honderd ketters verbrand ‘ad majorem gloriam Dei.’ Met ontferming bewogen begeeft Jezus zich helend en zegenend onder de arme bevolking die zich verheugt over zijn onverwachte aanwezigheid. Maar de grootinquisiteur, verantwoordelijk voor de veroordeling en terechtstelling van de ketters, laat hem oppakken. Hij verwijt Jezus dat hij de kerk voor de voeten loopt, de kerk die zich inzet voor het geluk van de mensen met een uitgebalanceerd systeem van tucht en straf omdat alleen zo de opstandige en tot zonden geneigde aard van de mens te beteugelen is. Hij verwijt Jezus dat hij destijds te veel vertrouwen in de mens heeft gehad en op een gevaarlijke manier vrijheid gepredikt heeft, een vrijheid die de mens overduidelijk niet aankan. Maar gelukkig heeft Jezus zelf zijn macht aan de Paus overgedragen en is de kerk uitgegroeid tot Gods instrument voor de verlossing van de mens. En om te voorkomen dat hij nu dit moeizaam opgezette heilswerk verstoort, veroordeelt de grootinquisiteur Jezus tot de dood op de brandstapel.

Het wegpromoveren van de mens Jezus weerspiegelt een destructieve misvatting van onze humaniteit, die diep in het DNA van het christendom is gaan zitten

dirk van de glind

Dit verhaal raakt de kern van de zondeval van het christendom. Jezus’ verlossende boodschap dat het ieder mensenkind gegeven is op te staan en in liefde te leven, werd de nek om gedraaid met het dogma dat de mens in wezen verdorven is. Wie het in de afgelopen twintig eeuwen waagde zich te beroepen op haar eigen verantwoordelijkheid en inzicht, kon rekenen op grote moeilijkheden, tot excommunicatie en executie aan toe. De godslastering die Jezus werd verweten door het religieuze establishment van zijn eigen tijd, wordt hem ook verweten door de grootinquisiteur van Dostojevski. Het is Jezus niet kwalijk genomen dat hij God zijn Vader noemde, maar zijn aansporing aan zijn medemensen ook zichzelf als een kind en erfgenaam van Waarachtige Liefde te aanvaarden, wordt nog altijd van de hand gewezen.

Bevrijding tot menselijkheid

In alles wat Jezus zei en deed en in de weg die hij gegaan is, heeft hij gewezen op het ongelooflijk rijke potentieel dat mensen in zich dragen en heeft hij mensen willen verlossen van de kramp te denken tot weinig of niets goeds in staat te zijn. Het ging hem er niet om de mens te verlossen ván zichzelf, maar tót zichzelf, zodat alle maskers en schijn worden afgelegd en de mens haar ware gezicht durft te tonen. Er is evenwel moed voor nodig om rechtop te staan en op te komen voor liefde en gerechtigheid. Een mens kan daarbij alles kwijtraken – zelfs het leven. Maar er is iets dat sterker is dan de dood – iets dat het onvervreemdbare recht is van iedere mens. Iets dat met recht goddelijk genoemd kan worden.

Nu weet ik wat ik destijds tegen mijn oom had moeten zeggen: “U heeft gelijk, oom, Jezus was méér dan ‘alleen maar mens’. En u en ik zijn dat ook.”

Dirk van de Glind was docent Levensbeschouwelijke Vorming. Hij schrijft en geeft lezingen over religie, cultuur, samenleving en zingeving. Voor meer informatie: www.dirkvandeglind.nl.