In de serie ‘20 jaar na 9/11’ reflecteert Enis Odaci op de gevolgen van de terroristische aanslagen van 11 september 2001 voor hem persoonlijk als ook voor de Nederlandse samenleving: wat hebben die aanslagen blijvend veranderd en waarom? Hoe moet het verder met de interreligieuze verhoudingen?

De eerste keer dat ik iets over gastarbeiders in de media zag was tijdens het programma Keek op de week van Van Kooten en De Bie. Het typetje ‘Mehmet Pamuk’ was een Turkse gastarbeider en hij werd geportretteerd als iemand die uit een totaal andere wereld kwam. Hij had een indrukwekkende snor, zag er slordig uit en sprak over zaken die raakten aan wat destijds nog de ‘allochtone’ gemeenschap heette. Mijn vader irriteerde zich aan het typetje, want zelf liep hij er helemaal niet bij als een arme sloeber. Ik vond als jonge knul Keek op de Week best een leuk programma, want ik kon de taalkundige grapjes wel waarderen. Pas veel later zag ik dat er veel vooroordelen over de multiculturele samenleving voorbijkwamen in die ogenschijnlijk luchtige sketches.

Multicultureel drama

Op 29 januari 2000 schreef publicist Paul Scheffer in NRC Handelsblad een essay met als titel Het multiculturele drama. Dit artikel ging natuurlijk aan mijn vader voorbij, laaggeletterd als hij was, maar ik las het met veel interesse omdat er veel mediarumoer rond deze publicatie ontstond. Scheffer pleitte voor een vergaande bemoeienis met de allochtone gemeenschap. Die wilde hij ‘verheffen’, omdat ze achterliep in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Allochtonen moesten een rol van betekenis in de samenleving hebben en daar hoorden nu eenmaal maatregelen bij langs de lijnen van werk, onderwijs én religie. Scheffer stelde dat de islam, zelfs in liberale of verwaterde vorm, een probleem vormt voor de integratie van moslims in Nederland.

Paul Scheffer stelde dat de islam, zelfs in liberale of verwaterde vorm, een probleem vormt voor de integratie van moslims in Nederland

enis odaci

Scheffers kenschets van een ‘multicultureel drama’ stond voor mij symbool voor een nieuwe intellectuele en politieke anti-islambeweging, waar onder andere ook VVD-icoon Frits Bolkestein een belangrijke rol in zou vervullen. Al in 1996 gaf Bolkestein een toespraak met als titel Europa en de islam, waarbij hij tot de ogenschijnlijk positieve conclusie kwam dat de islam géén gevaar vormt voor het westen. Let wel, de islam was in inhoudelijk en ideologisch opzicht weliswaar moeilijk te verenigen met het westen, maar als het tot een conflict zou komen met de islam, dan zouden de moslims zeer zeker het onderspit delven, getuige de mislukkingen van toenmalige islamitische politiek leiders in het buitenland. Bolkestein: “Het is juist het westen, met zijn ideeën over democratie, individualisme en pluralisme, dat een bedreiging vormt voor de wereld van de islam.” Het conflictdenken zat er bij Bolkestein al vroeg in.

Scheffer en Bolkestein maakten van mij in wetenschappelijk en politiek opzicht een ‘moslim’. Een ‘allochtoon’ was ik al en mijn religie vormde het onvermijdelijke tweede deel van mijn externe identiteit. Toch voelde hun kritiek op de multiculturele samenleving, en de islam in het bijzonder, als een discussie waar ik niet zoveel mee kon. In die periode was ik vooral bezig met werk en carrière, keek ik naar het NOS-journaal voor het nieuws van de dag, en las ik de Volkskrant voor de achtergrondartikelen en mooie sportfoto’s. Ik had namelijk wél een academische opleiding, wél een goede baan en wist mij wél op de gewenste verheffende manier te bewegen binnen netwerken van autochtone collega’s en witte vrienden. Waar zou ik mij druk om maken?

Pim Fortuyn

Toen kwam Pim Fortuyn. Op 20 augustus 2001 maakte Fortuyn via actualiteitenprogramma 2Vandaag bekend de politiek in te willen. Hij ageerde fel tegen een kabinet Paars III. Een paar weken later vlogen islamitische terroristen de Twin Towers in New York binnen. Het politieke speelveld was op slag veranderd en Fortuyn werd lijsttrekker van Leefbaar Nederland. Fortuyn zette zich af tegen de heersende politieke poldercultuur en pleitte voor een duidelijke, nationale identiteit die de leidraad moest vormen voor migranten en dan met name moslims. De opkomst van Pim Fortuyn zorgde er voor dat islam, integratie én de nationale identiteit voor de eerste keer hoofdthema’s werden in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen. Het was voor mij een persoonlijke shock to the system. Waar hád deze man het eigenlijk over? Problemen met criminaliteit in wijken waar veel mensen met een migratieachtergrond wonen? Hoezo de islam een ‘achterlijke cultuur’?

Fortuyn zette zich af tegen de heersende politieke poldercultuur en pleitte voor een duidelijke, nationale identiteit.© Enis Odaci

Ik herinner me een ander mediamoment. Op 15 februari 1997 ging Fortuyn in debat met voormalig staatssecretaris en minister van Volkshuisvesting Marcel van Dam in het programma Het Lagerhuis. Fortuyn schreef een boek getiteld Tegen de islamisering van onze cultuur, en hekelde de ontbrekende scheiding tussen kerk en staat in islamitische landen. Ook vergeleek hij de patriarchale islamitische cultuur met de Nederlandse cultuur van de jaren '50. Van Dam noemde Fortuyn in een ongemeen fel debat een “buitengewoon minderwaardig mens”. Ik herinner me nog de blik in Fortuyns ogen: hij was live op televisie diep en diep gekwetst door Van Dam.

Fortuyn stevende in 2002 af op een politieke monsteroverwinning, maar werd negen dagen voor de Tweede Kamerverkiezingen vermoord door een milieuactivist. Toen het nieuws over de moord de ronde deed, nog voordat deze kon worden bevestigd door de mainstream media, voelde ik voor de eerste keer wat daarna veel moslims op vele andere momenten zouden voelen: laat het alsjeblieft geen moslim zijn. De hele dag door: laat het alsjeblieft geen moslim zijn. Daar waar ik had moeten denken ‘Laat Fortuyn deze aanslag overleven’, domineerde de angst voor repercussies mijn gedachten. Elke moslim in Nederland voelde op dat moment haarfijn aan dat als een moslim Fortuyn zou hebben vermoord de politieke reactie vernietigend zou zijn. President Bush junior deed niet anders na de aanslagen op de Twin Towers. Andere schaal, zelfde mechanisme.

Elke moslim in Nederland voelde op dat moment haarfijn aan dat als een moslim Fortuyn zou hebben vermoord de politieke reactie vernietigend zou zijn

enis odaci

In 2002 werden Pim Fortuyn en mijn vader beide niet in hun moederland begraven. Mijn vader bezweek in dat jaar aan een hartaanval, veroorzaakt door kapotte longen. Hij werkte als arbeidskracht in een plasticverwerkingsfabriek en blijkbaar had hij jarenlang dampende, giftige walmen ingeademd. Zonder enige bescherming. Gastarbeiders waren in die tijd nog niet zo op de hoogte van de Arbowetgeving. De tijdelijke gastarbeider vond zijn eeuwige rust in het land van aankomst. Zijn achterlijke cultuur en zijn gevaarlijke religie nam hij mee het graf in. Weer een gevaar minder voor de Nederlandse identiteit. Ik was boos op Fortuyn, Scheffer en Bolkestein en alle betweters die in kranten en op televisie afgaven op gastarbeiders. Wie zag hun persoonlijke offers?

Media-omslag

De moord op Pim Fortuyn zorgde voor een belangrijke omslag in de werkwijze van Nederlandse media. Journalisten en programmamakers in de televisie- en krantenwereld vroegen zich hardop af hoe het toch in hemelsnaam kon dat zij collectief de opkomst van Pim Fortuyn hadden kunnen missen? Voor moslims pakte die periode van reflectie slecht uit, want daar waar Fortuyn in sociaal-economisch opzicht misschien nog ‘links’ genoemd kon worden, was hij op het thema immigratie, islam en identiteit behoorlijk rechts. Extreemrechts zelfs, durf ik zonder schroom op te schrijven.

Een bloemlezing van zijn uitspraken: “In de moskeeën worden martelaars gefokt.” “Christelijke inwoners hebben moreel meer rechten dan islamitische nieuwkomers.” “Als ik het juridisch rond zou kunnen krijgen, dan zou ik gewoon zeggen: er komt geen islamiet meer binnen.” Hij wilde af van “dat rare Grondwetsartikel: gij zult niet discrimineren.” De islam was “een vijfde colonne”. Enzovoorts, enzovoorts. Deze radicale uitspraken gingen niet mee met Fortuyn het graf in. Integendeel, ze werden door media herhaald, van nieuwe pleitbezorgers voorzien, en uitvergroot. Want het waren ideeën die onder burgers leefden en het was dús de heilige taak van journalisten om na Fortuyn deze bezorgde burgers een stem te geven in de kolommen van de krant en aan diverse talkshowtafels op de vroege en late avond. Het nationale islamdebat was na de moordaanslag op Pim Fortuyn een anti-islamdebat.

Volgens Geert Wilders is de islam wezensvreemd aan joods-christelijk Nederland© Enis Odaci

De stemmen die de jaren na Fortuyn zouden domineren waren die van Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en natuurlijk Geert Wilders. Theo van Gogh vond dat moslims tegen een stootje moesten kunnen en hij schold er letterlijk op los. Hij stapte op islamitische tenen met zijn korte film Submission, een samenwerkingsproject met Hirsi Ali. Op naakte vrouwenlichamen werden Koranteksten geschilderd – heiligschennis! Hij bekocht het met zijn leven. Ayaan Hirsi Ali agendeerde via talrijke publieke optredens vrouwenbesnijdenis en de achtergestelde positie van vrouwen binnen de islamitische samenleving. En Geert Wilders was (en is) de culminatie van het islamdebat: volgens hem is de islam wezensvreemd aan joods-christelijk Nederland en roept de Koran op om iedereen in de wereld te onderwerpen aan de islamitische wet. De islam wás helemaal geen religie en dus kon het ook geen aanspraak maken op diverse democratische vrijheden.

Scheffer, Bolkestein en Fortuyn zwengelden het debat over de multiculturele samenleving voor 9/11 aan, maar na 9/11 werden hun waarschuwingen onderdeel van de nieuwe realiteit. Zie je wel? De islam ís een gevaar. In de periode na 9/11 werden Van Gogh, Hirsi Ali en Wilders de nieuwe profeten en hun stem moest luid en duidelijk verkondigd worden, zo oordeelden diverse media. Wilders wist van die vruchtbare bodem dankbaar gebruik te maken en maakte van mij en elke andere Nederlandse moslim een potentiële terrorist. En elke keer had hij wel een aanleiding om steeds verder op te schuiven in zijn denken, denk alleen maar aan de reacties op zijn film Fitna, de opkomst van Islamitische Staat en de diverse aanslagen op Europees grondgebied, zoals op de redactie van Charlie Hebdo

Contrastmodel

Ik besloot in de periode na 9/11, na IS, na de aanslagen op Parijs en Berlijn, de banden met de media aan te halen en niet te verbreken. Af en toe verscheen ik op televisie en was ik te horen op de radio om een genuanceerd geluid te laten horen over de gebeurtenissen van dat moment. Interviewverzoeken voor de krant weigerde ik zelden. Maar steeds vaker raakte ik verstrikt in polariserende gesprekken met journalisten. Als je letterlijk honderd keer moet uitleggen dat terrorisme geen onderdeel is van mijn religie vergaat je de lust om weer een reis naar Hilversum te ondernemen voor gesprekken van nauwelijks een paar minuten. Aan de vele talkshows zoals vroeger Pauw & Witteman, Knevel & Van den Brink en recent De Nieuwe Maan, WNL en Op1 verdween de dialoog naar de achtergrond. Daarentegen werd het conflict- en contrastmodel de standaard in de beeldvorming over moslims. Een atheïst werd tegenover een zeer orthodoxe imam gezet. Een moslima in een boerka tegenover een feministe. Brutale Marokkaanse jongeren tegenover intellectuelen met stropdas. Het zal vast en zeker tot hoge kijkcijfers hebben geleid.

De opkomst van populaire blogs als GeenStijl en The Post Online maakte het mogelijk dat het geluid van de bezorgde burger met een digitale megafoon werd uitvergroot

enis odaci

De opkomst van populaire blogs als GeenStijl en The Post Online maakte het mogelijk dat het geluid van de bezorgde burger met een digitale megafoon werd uitvergroot. En wat hield ook alweer dat geluid van de bezorgde burger in? Anti-islam, anti-immigratie, antilinks. Dus verplaatste het reeds woekerende islamdebat zich naar de online kanalen dat weer de basis vormde voor televisieprogramma’s en krantenartikelen. Uit een vrij recent onderzoek naar beeldvorming over moslims in de vier grootste kranten van Nederland bleek dat maar liefst 80% van berichten over moslims inmiddels gaat over terrorisme, het westen- vs. islamdenken en de problematisering van theologische aspecten van de islam. Tachtig procent. Daar kunnen individuele moslims niet meer tegenop boksen.

Het aantal islamcritici in de media is niet meer op een hand te tellen. Inmiddels weiger ik optredens in de massamedia, want liefst bouw ik bruggen achter de schermen. Dat blijkt vele malen effectiever dan optredens in de spotlight. Mijn vader, de slordige gastarbeider uit Keek op de Week, de niet verheffende moslim van Scheffer en de terrorist van Wilders, zouden vast en zeker ook die weg hebben gekozen.

In het derde en laatste deel uit deze reeks ga ik in op de verhoudingen tussen religieuze gemeenschappen in Nederland post-9/11.

Enis Odaci (1975) is hoofd online van Volzin en voorzitter van de denktank Stichting Humanislam, dat opgericht is mede naar aanleiding van de gebeurtenissen ná 11 september 2001.