In de serie Voorbij de waan verdiept journalist Jurgen Tiekstra zich in de grote maatschappelijke kwesties van de komende jaren. Hij spreekt invloedrijke denkers uit binnen- en buitenland. De grote vraag op de achtergrond is steeds: wat zegt dit over de mens?

Aan het eind van het nieuwste boek van Beatrice de Graaf, Radicale verlossing, noteerde de terrorismedeskundige een piekfijne zin: ‘Zelfs de meest doorgewinterde jihadist die ik sprak was aan het einde van zijn verhaal geen engel der wrake maar een menselijk wrak.’

De afgelopen jaren sprak ze 23 terrorismeveroordeelden, onder wie vooral mensen die na 2011 waren afgereisd naar de burgeroorlog in Syrië en nu hun daden overdenken op de terrorismeafdelingen van de gevangenissen in Vught, Alphen aan den Rijn en De Schie/Rotterdam. Ook sprak ze met een aantal mensen dat molotovcocktails naar een Nederlandse moskee had gegooid, en sprak ze in Indonesië met voormalige jihadisten.

In haar boek probeert Beatrice de Graaf de drijfveren van terroristen bloot te leggen. Wat haar raakte tijdens de gesprekken was dat de veroordeelden vaak spraken over een persoonlijk tekort, waarvan ze zichzelf wilden bevrijden door deel te nemen aan de burgeroorlog in Syrië.

Je kunt veel zeggen over de terrorismeveroordeelden, maar niet dat het a-morele mensen zijn. Om het flauw te zeggen: hun geweten is zelfs een deel van het probleem.

“Ja, dat is een belangrijke constatering. In principe heeft elk mens een eigen moraal, iedereen wordt voortgedreven door waarden en doelen die hij in het leven wil bereiken. Maar ik denk inderdaad dat veel van de mensen die ik voor mijn onderzoek heb gesproken een sterk gevoel voor recht en onrecht hebben. Iemand die daar heel mooi over heeft geschreven is hoogleraar Sociale Psychologie Kees van den Bos, in zijn boek Why People Radicalize. Hij zet erg in op dit aspect van recht en onrecht. In mijn eigen onderzoek spreek ik daar ook over, maar koppel ik dat aan een ander persoonlijk aspect, namelijk aan een ‘tekort’. Wat ik bij de meeste van mijn gesprekspartners voelde, is dat zij zich het onrecht erg aantrokken en betrokken op hun persoonlijke gevoel: ‘Ik schiet tekort, ik draag mede-verantwoordelijkheid voor het onrecht, of zelfs schuld, als ik niet in actie kom.’ Dat vind ik een interessante denkfiguur, want dan slaat het naar binnen. Je ziet dat ook bij klimaatactivistische jongeren: een gevoel van ‘klimaatschuld’. Daar kunnen jongeren echt kapot aan gaan.

In principe heeft elk mens een eigen moraal, iedereen wordt voortgedreven door waarden en doelen die hij in het leven wil bereiken

beatrice de graaf

Tijdens de gesprekken die ik met de terrorismeveroordeelden voerde, was ik er lang niet over uit: wat is hier nu precies aan de hand, hoe zit het nu met die relatie tussen religie, dan wel ideologie, en radicalisering? Toen zei één van hen: ik voelde dat ik tekort schoot. Daar bleef ik achter haken en ben ik op door gaan vragen. Ik merkte dat bijna al die mannen zeiden: ‘Ik zat op de bank, ik had een breedbeeldtelevisie, ik had een mooi leren jasje, ik had een prachtige koffiemachine, en toen deed ik mijn mooie televisie aan en zag ik Syrische kindertjes omkomen door gifgasaanvallen van Assad. Dat kan toch niet? Dan ben ik toch medeplichtig als ik hier op mijn bank blijf zitten?’ Eén van de rechts-extremistische veroordeelden die ik sprak zei hetzelfde: ‘Ik zat op mijn bank, ik keek GTST…, en níemand deed wat. In zijn geval ging het om de rechts-extremistische angst voor ‘omvolking’ en voor hordes buitenlanders die naar Nederland kwamen en waar kindermisbruikers onder zouden zitten. Dat vind ik een interessante denkbeweging; er is onrecht, en dat betrek je op jezelf.

Dat gevoel van schuld en tekort is een lastig concept in deze tijden. Het zijn elementen die ook diep in de christelijke traditie aanwezig zijn, maar die we de laatste decennia voor een groot deel hebben weggeduwd. Als je je rottig voelt, ga je naar een therapeut of coach, en leer je je weer te verbinden met je innerlijke waarden. Maar wat nou als die schuld er gewoon is? In de Westerse wereld hebben we geworsteld met ‘erfzonde’, en ons daarvan losgemaakt. Maar je kunt ook zeggen dat dat ‘tekort’ bij de mens hoort, of je dat nou erfzonde noemt of de condition humaine, zoals de filosoof Karl Jaspers dat doet. Dat erkennen we alleen liever niet. We willen wel de schuld bij anderen aanwijzen, zoals: Mark Rutte heeft het als premier verkeerd gedaan, de regering moet boete doen voor het slavernijverleden. Maar het idee dat jij zélf ook onder een tekort lijdt, en daar misschien medeplichtig aan bent, en dat gevoel niet van je afschuift; dat zit niet meer in onze tijd.”

Je bedoelt: dat gevoelde tekort te laten voor wat het is?

“Om dat te acceptéren, er een plaats aan te geven in je leven. Karl Jaspers heeft daar mooi over geschreven in het boekje Die Schuldfrage in 1946. Toen hij uit ballingschap terug kwam naar Duitsland worstelde hij met de vraag: hoe zit het met de verantwoordelijkheid voor de misdaden van het Derde Rijk? Hij heeft toen een categorisering aangebracht. Je hebt de grote metafysische schuldvraag, waar een aantal Duitsers zich achter verschool: het is de duivel geweest die in ons is gevaren. Dan heb je de juridische schuldvraag: wat heb jij concreet gedaan? Daarnaast heb je ook de maatschappelijke schuld: je stond erbij en keek ernaar. Ik vond dat een hele mooie, fijnzinnige categorisering, omdat het laat zien dat er wel degelijk sprake is van medeplichtigheid en verantwoordelijkheid, maar niet op een simplistische, zwartwit manier. Niet zoals: iedereen is schuldig aan het Derde Rijk, of: iedereen is schuldig aan het slavernijverleden.”

Hoe je omgaat met dat gevoel van schuld en tekort heeft ook te maken met je wereldbeeld of overtuiging waarin je dat gevoel een plaats kunt geven. Ik moest denken aan het klassieke boek The Denial of Death van antropoloog Ernest Becker uit 1973, dat ik indrukwekkend vond om te lezen.

(Beatrice de Graaf draait zich om naar haar boekenkast en vist een eigen exemplaar van het boek te voorschijn.) “Opnieuw was het Kees van den Bos die een paar jaar geleden zei: dit moet je eens lezen. En ik vond het zó fascinerend: Becker beschrijft dat de mens het enige wezen is dat zich bewust is van zijn eindigheid, en er alles aan doet om die eindigheid te overstijgen. Wat doe je dan? Je investeert in het hiernamaals, in de komende generaties, je gaat je verzetten tegen onrecht, je probeert van betekenis te zijn boven je eigen eindigheid uit. Dat geldt voor bijna alle mensen. Dat verklaart onze zoektocht naar zin, maar dat verklaart nog niet waarom sommige mensen besluiten terrorist te worden.”

Becker beschrijft dat ieder mens onbewust een onsterfelijkheidsproject opzoekt. Dat kan alle vormen aannemen: je kunt een nationalist worden, je kunt met religie bezig zijn, met je carrière, met je kinderen. Zo vervul je een heroïsche rol in je eigen levensverhaal. Het probleem volgens Becker is dat de moderne, seculiere samenleving een tekort heeft aan geloofwaardige onsterfelijkheidsprojecten. Hoe zie jij dat?

“Ik weet niet of ik dat met hem eens ben. Er zijn zo ontiegelijk veel onsterfelijkheidsverhalen. Ik denk eerder dat het het probleem is dat die onsterfelijkheidsverhalen zo geatomiseerd en geïndividualiseerd zijn, en dat er weinig grenzen aan worden gesteld. Je kunt je helemaal verliezen in onsterfelijkheidsprojecten op social media, op TikTok, je kunt een influencer worden, larger than life. Ook dat is een soort poging roem en betekenis te verkrijgen. In feite zijn de jihadisten die ik sprak bezig gegaan met een onsterfelijkheidsproject dat hen is aangereikt vanuit het kalifaat van IS. Ze zijn allemaal online geradicaliseerd, niet vanuit de moskee, niet via de imam. Van hen hebben ze zich juist afgekeerd. Ze zijn meegegaan in zo’n hypermodern vormgegeven én sektarisch radicaal verhaal dat online werd verspreid: hier verdien je onmiddellijk je punten, en die verdien je ook nog op een fijne manier, door lekker te schieten en te scheuren door de woestijn. Dat is een instant verlossingsverhaal dat hen werd aangereikt, op een manier die aansloot bij de ‘criminele energie’ die sommigen van hen al hadden.

Geschiedenis is altijd de leer van continuïteiten én discontinuïteiten. Ik denk dat een belangrijke discontinuïteit niet de aanslagen van 11 september 2001 zijn, maar de opkomst van social media

BEATRICE DE GRAAF

Geschiedenis is altijd de leer van continuïteiten én discontinuïteiten. Ik denk dat een belangrijke discontinuïteit niet de aanslagen van 11 september 2001 zijn, maar de opkomst van social media. Wat je nu ziet bij jihadisten, rechts-extremisten en QAnon-aanhangers, is dat social media iets doen met het radicaliseringsproces. Je ziet dat de mannen die ik sprak vooral online zijn geradicaliseerd, en dat dat veel sneller, minder doordacht en onderbouwd is gegaan in vergelijking met vroeger. Sommigen waren al binnen een paar dagen vertrokken naar het kalifaat.

Ook interessant is dat de radicalisering veel minder schriftgerelateerd is. Ik heb in het verleden eveneens onderzoek gedaan naar de Hofstadgroep: de leden daarvan lazen geschriften, lazen de hadith (de in grote verzamelingen vastgelegde, islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van Mohammed, JT), bestudeerden preken. Dan hebben we het over 2002 tot 2006, rond de moord op Theo van Gogh. Als je nu kijkt naar de jongeren die vertrokken zijn na 2011: ze konden geen Arabisch, lazen niet veel, kenden de Koran niet uit hun hoofd. Ze zagen een filmpje en waren weg. Daardoor is wel gezegd: zie je wel, deze mensen waren niet religieus. Dan zeg ik: we moeten toe naar een ander verstaan van religie, waarin niet teksten maar het directe beeld belangrijk is, of jihadistische liederen, de nasheed. Denk ook aan de Middeleeuwen: mensen in die tijd lazen ook geen bijbel, maar zagen de statie, de glas-in-lood-ramen, de brandende kaarsen, een triptiek, en werden daar door gegrepen. Zo gaat het ook bij jongeren nu: zij worden in een film getrokken en nemen de praktijken over die eigen zijn aan social media en games: het behalen van punten en likes, het behalen van een next level, het zijn van een avatar met een nog indrukwekkender skin.”

Het is niet de eerste keer dat gelovigen uitreisden om elders te gaan vechten. In de negentiende eeuw riep de paus alle ongehuwde jongemannen op om de Kerkelijke Staat te verdedigen tegen de gewelddadige eenwordingsbeweging in Italië.

“De Zoeaven! Ik heb een student, Koen Theunissen, die een scriptie schrijft over de vraag: hoe kan het dat Nederland de grootste groep van West-Europa leverde, namelijk drieduizend man? Hij beschrijft hoe de paus in een encycliek waarschuwde tegen de duivelse verleiding van de moderne tijd en tegen de moderne ideologie, die onder meer de gelijkheid van de vrouw en de emancipatiedrang van arbeiders propageerde. Daarnaast werd de paus concreet belaagd: door de troepen van de Italiaanse nationalist Garibaldi. Toen heeft de paus een oproep gedaan aan alle katholieken: kom mij te hulp. De katholieken in Nederland voelden zich achtergesteld en zagen dit als een kans om een sterkere identiteit te krijgen. Een aantal van die jongens zei achteraf: ‘Ik was één van acht kinderen in een katholiek gezin, en ik zou werkloos worden of verschrikkelijk werk moeten doen, en op deze manier kreeg ik een gratis reisbrief om naar Rome te vertrekken.’ Die jongens stapten in een avontuur, aangezwengeld door hun eigen kerkleiders en toegejuicht door hun ouders. Dat was een vorm van legitimatie en steun vanuit de eigen gemeenschap.

Je ziet dat de mannen die ik sprak vooral online zijn geradicaliseerd, en dat dat veel sneller, minder doordacht en onderbouwd is gegaan in vergelijking met vroeger. Sommigen waren al binnen een paar dagen vertrokken naar het kalifaat

BEATRICE DE GRAAF

Dat is een belangrijk punt in mijn boek: een gevoel van tekort en het verdienen van punten zit misschien in alle terrorismeorganisaties, maar dat gevoel wordt sterker naarmate er een legitimerende gemeenschap of religie is die dat valideert, inclusief heilige geschriften. Dus als er een islamitische gemeenschap is die toch al praat in termen van het verdienen van hasanaat - punten voor goede daden - en waarin mensen elkaar ook via Twitter punten toekennen, en er worden ook nog heilige teksten bij gehaald, dan geeft dat jou een goed gevoel: ik ben op de goede weg. Datzelfde geldt voor de katholieke kerk in de negentiende eeuw; als de pastor jou zegent en absolutie geeft. Dat noem ik ‘de validatie van de radicale verlossing’.”

In Nederland zijn genoeg christenen, bijvoorbeeld uit de evangelische hoek, die de in het Oude Testament beschreven moord op de volkeren in Kanaän nog altijd goedpraten. Als een moslim zoiets zegt, schrikken we ons dood. Wat is het verschil hierin?

“Je hebt in de loop van tijd altijd sektarische religies en ideologieën gehad die mensen motiveerden om in het hier en nu voltrekkers van de Armageddon te zijn. Hoe gaat het dan met mensen die wel het geweld in het verleden rechtvaardigen maar niet nú naar de wapens zullen grijpen? Dan kom je op het vraagstuk terecht van niet de ‘orthodoxie’ maar van de ‘orthopraxis’. Dat is de knip die ik in mijn onderzoek heb gezet. Ook ten aanzien van de islam wordt vaak gezegd: zie je wel, het staat in de Koran, het staat in die hadith van de negende eeuw. Maar geschriften uit de negende eeuw zijn niet automatisch de reden dat mensen in het hier en nu in actie komen.

Ook joden, christenen, boeddhisten en communisten hebben geweldsteksten, maar gaan niet in het hier en nu tot actie over. Het verschil is dat er faciliterende gemeenschappen moeten zijn die deze gewelddadige vorm van orthopraxis aanjagen. Je hebt dus groepen mensen nodig die de ander proberen op te jutten dat te doen. Zelfs iemand die alleen handelde, zoals Anders Breivik, bleek achteraf met veel meer mensen in contact te zijn geweest via een online white supremacy gemeenschap. Ook Breivik voelde zich opgejut om die daad te plegen en tegemoet te komen aan de eisen van die gemeenschap. En er zijn in de Verenigde Staten steeds meer white supremacists die elkaar met christelijke motieven aanzetten tot haat en geweld om zo de apocalypse te bespoedigen.

Het is ook empirisch waar: toen het kalifaat van IS er was, vertrokken er vanuit Nederland jaarlijks ongeveer honderd mensen naar Syrië, driehonderd in totaal. Toen het kalifaat er niet meer was, vanaf 2016, vertrok er niemand meer en zijn er ook geen grote aanslagen meer geweest die vanuit het Kalifaat werden georkestreerd. Ook de Rote Armee Fraktion kreeg na 1977, na de moord op de Duitse econoom Schleyer, geen brede steun meer van de gemeenschap en droogde daarom in, zij het langzaam. De Molukse gemeenschap: idem dito. Na een aanslag in 1978 op een provinciehuis waarbij Molukse jongeren drie gemeenteambtenaren doodschoten, zei de gemeenschap expliciet: wij distantiëren ons van deze radicale geweldspraktijken. Dat dat gebeurt, is erg belangrijk. Dus je moet geweld niet vergoelijken, en zeggen: ik begrijp het wel. Je moet je ervan distantiëren, dan droogt het in.”

Beatrice de Graaf is historicus en terrorismedeskundige. Ze is faculteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht en bekleedt de leerstoel History of International Relations & Global Governance. Voor de zomer verscheen haar nieuwste boek Radicale Verlossing, bij uitgeverij Prometheus.

In 2018 publiceerde ze ook het boek Tegen de terreur, over de strijd tegen de terreur in Europa na het verslaan van Napoleon Bonaparte. In 2018 kreeg ze van wetenschapsfinancier NWO de Stevinpremie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding voor kennisbenutting. Haar religieuze interesse komt onder meer naar boven in haar in 2018 verschenen boek Heilige strijd.