Mijn reis vanuit Hengelo naar de Onze Lieve Vrouwe Abdij in Oosterhout duurt ruim twee uur. De namiddagzon staat laag en haar licht wordt door enkele wolkendekken opgedeeld in scherpomlijnde bundels. Het is een filmisch beeld en ik voel me aangenaam rustig in de auto. Wat moet ik verwachten van mijn reis door christelijk Nederland?

Mijn vriend predikant Herman Koetsveld en ik werken het idee uit om op reis te gaan door elkaars traditie, hij op reis door de islam en ik op reis door het christendom. We beloven elkaar vele smaken uit vele keukens. Ik wil me vervolgens goed voorbereiden op mijn reis, omdat ik een hekel heb aan het stellen van onnozele vragen aan de broeders en zusters, voorgangers en volgelingen, die ik ga ontmoeten.

In mijn vrolijke naïviteit lees ik op Wikipedia over de Nederlandse kerkgeschiedenis. De moed zakt me al snel in de schoenen: christelijk Nederland bestaat uit één grote reeks aan kerkscheuringen en afsplitsingen. Als men mij nu vraagt wat ‘het christendom’ is, dan antwoord ik: geen drie-, geen twee-, laat staan überhaupt een eenheid. Het lichaam van Jezus Christus is versplinterd terug te vinden in talrijke gemeenten, kerken, kloosters en nog meer bouwkundige en organische tussenvormen.

Ik besluit al snel mijn wetenschappelijke pet af te zetten en gewoon naar mijn hart te luisteren. Ik ga als mens op reis. Een nieuwsgierige man met vragen in zijn binnenzak.

Godzoekers

Ik parkeer mijn auto op het terrein van de abdij en zoek naar de ingang. Ik vind een grote houten deur en bel aan. Na een kleine minuut opent een zuster de deur en lacht vriendelijk. “U heeft bij de verkeerde deur aangebeld.” Een goed begin. Deze moslim weet niet eens de juiste ingang te vinden van de abdij. We lachen hartelijk.

Zuster Hildegard is de gastenzuster en begeleidt mij gelijk naar de zogenoemde ‘bisschoppenkamer’ – de beste kamer in de abdij, zegt ze. Maar ze glimlacht en ik zie al snel waarom. Het zijn sobere kamers. In de abdij is er geen luxe en geen afleiding. Een leven in de abdij is een sober leven. Hier draait het om gebed en bezinning, om zelfopoffering.

Een leven in de abdij is een sober leven. Hier draait het om gebed en bezinning, om zelfopoffering

Enis Odaci

Zuster Hildegard is een vriendelijke vrouw en is hoffelijk in taal en gebaar. Ze heeft een licht gebogen houding, alsof ze uit eerbied een zeer lichte buiging maakt voor de gasten. Haar loop is vlotjes. Terwijl ze voor mij een kopje thee haalt zet ik mij aan een antieke bureautafel en sla een boekje open dat op tafel ligt, en lees: Alle gasten worden ontvangen als Christus zelf. Want eens zal hij zeggen: “Ik was gast en gij hebt mij opgenomen” – uit de regel van St. Benedictus.

Hier gelden dan ook zijn leefregels. Benedictus leefde van circa 480 tot 540. Als jongeman leefde hij eerst als kluizenaar, niet ver van Rome, in een grot bij Subiaco. Daar, uitgegroeid tot een man Gods, werd hem gevraagd leiding te geven aan andere Godzoekers. Hij stichtte meerdere kloosters. Het meest bekend is Monte Cassino, op een heuvel bij Napels. Daar schreef hij, wijs geworden door ervaring een klein boekje vol praktische aanwijzingen, zijn Regel voor monniken.

Deze Regel heeft grote invloed uitgeoefend op het westerse monnikendom en op de cultuur van Europa. Nog steeds is zijn Regel bron van wijsheid en praktische levenskunst, ook voor christenen die midden in de maatschappij staan. De zusters in deze abdij heten dan ook Benedictinessen.

Engelengezang in de OLV abdij in Oosterhout© Koetsveld & Odaci

Loepzuivere stemmen

Zuster Hildegard vertelt mij over het programma dat ze voor mij opgesteld heeft. Ik mag overdag alle zes de gebedsdiensten bijwonen, maar de vigilie begint al om zes uur in de ochtend en die mag ik overslaan, als ik maar bij de eucharistieviering van half tien aanwezig ben –  het belangrijkste moment van de dag.

De volgende ochtend staat een ontmoeting tussen mij en de abdis gepland, de hoofdzuster en leider van de abdij. Ook mag ik meerdere zusters tegelijk ontmoeten, om over hun levensritme te spreken. Ik kijk er zeer naar uit. Ik heb geen tijd om eerste indrukken van mijn omgeving op te doen, want het is tijd voor de vesperviering van vijf uur. Klokgelui. Ik volg zuster Hildegard naar de kerkzaal en zie een traditionele opstelling, waar de ruimte symmetrisch opgedeeld is in een deel voor bezoekers en een deel voor de zusters.

De zusters staan aan weerszijden van de open zaal in een rij opgesteld. Ze buigen voor het altaar, de plek van de eucharistie en dus de ‘verbeelding’ van Christus’ offer. Het valt mij op dat niet alle zusters een zwarte sluier dragen. Twee zusters dragen een witte sluier, en weer een andere zuster draagt helemaal geen sluier. Het is duidelijk dat de zusters diverse gradaties van toewijding kennen, niet iedereen is volledig toegetreden tot de zusterorde.

Ik ben diep geraakt door het engelengeluid van de zusters

Enis odaci

De Benedictinessen leggen drie geloftes af: de gelofte van gehoorzaamheid, de gelofte van monastiek levensgedrag en de gelofte van stabiliteit. Pas bij de eeuwige professie mogen zusters een zwarte sluier dragen. Zuster Hildegard heeft in de kerkbanken al diverse boeken voor me opengeslagen op de juiste pagina. Een psalm, een danklied, een lofzang en een gebed. Dan neemt ze haar plek in tussen de zusters en gaat ze voor in het zingen van de gebeden en de liederen. Zij geeft leiding aan de zang.

Het is voor mij de eerste keer dat ik zusters hoor zingen. Eerder heb ik wel gregoriaanse zang gehoord, waar ik erg van gecharmeerd ben, maar dit is anders. Het woord ‘engelengeluid’ komt in mij op. Ik merk dat ik diep geraakt ben door de loepzuivere stemmen van de zusters.

Er is ook sprake van een soort dialoog tijdens het gebed, waarbij de zusters aan weerszijde van de zaal na elkaar gebedsregels zingen. De woorden van de psalmen winnen op deze manier enorm aan kracht en ik merk dat ik tot rust kom. Een uur geleden zat ik nog in de drukte van het verkeer en nu luister ik naar de serene klanken van deze zusters.

Klaarwakker

Na afloop van de dienst loop ik terug naar mijn luxe bisschoppenkamer en ga ik op bed liggen. Er heerst absolute stilte in de abdij, maar de stemmen van de zusters galmen na in mijn hoofd. Ik begin vergelijkingen te maken met mijn eigen traditie. Hier bidden de zusters zes keer per dag, in de islam is het vijf keer per dag. Hier leven de zusters naar de Regel van Benedictus, in de islam leven de gelovigen naar de Regel van Mohammed. Hier buigen de zuster tijdens het gebed voor het altaar, en in de moskee buigen moslims voor de Koran.

Ik vraag me af hoe de abdis het leven in de abdij organiseert. Is zij een soort imam? Is zij ‘slechts’ voorganger of is zij veel meer dan dat? Ik heb haar morgenochtend vele vragen te stellen.

Hier bidden de zusters zes keer per dag, in de islam is het vijf keer per dag. Hier leven de zusters naar de Regel van Benedictus, in de islam leven de gelovigen naar de Regel van Mohammed

Enis odaci

Ik slaap die nacht slecht. Op de een of andere manier lukt het mij niet om snel te acclimatiseren. Het bed voelt anders, de kleuren van de kamer zijn anders, de temperatuur is anders. Om drie uur in de ochtend ben ik nog steeds klaarwakker. Ik doe mijn vest aan en glij uit bed. Ik ga in de aangename fauteuil zitten en doe een leeslampje aan.

Op het bijzettafeltje zitten liggen de Bijbel en een aparte uitgave van het Boek der Psalmen gebroederlijk naast elkaar. Ik besluit om het Matteüsevangelie te gaan lezen, en dan met name de Bergrede. De zaligsprekingen spreken mij aan, omdat ze zo ritmisch zijn. Daarna legt Jezus leerstellingen uit het Oude Testament uit. Ik fluister: “Wie u een slag geeft op de rechterwang, keer hem ook de andere toe.” Dan volgt het Onze Vader, een gebedstekst waar ik momenteel actief mee bezig ben in het kader van mijn samenwerking met Claartje Kruijff, de Theoloog des Vaderlands van 2018.

Nu ik de teksten achter elkaar lees, in het midden van de nacht, komt het Onze Vader op een andere manier tot leven. Eerder vandaag bracht engelengezang de psalmen voor mij tot leven. Nu brengt de stilte van de nacht het Onze Vader voor mij tot leven. De stilte werkt als een tik op mijn ziel, die wakker wordt. Ik lees nog iets over de goede manieren van vasten en besluit weer te gaan slapen. Boek dicht, lamp uit.

In gesprek met de abdis, zuster Martha Verstraeten© Koetsveld en Odaci

Moeder en manager

De volgende ochtend ontmoet ik na een indrukwekkende eucharistieviering zuster Martha Verstraeten, de abdis. Zij geeft op een ingetogen manier leiding aan de gemeenschap. We ontmoeten elkaar in de tuin van het klooster, maar het is zo koud dat we al snel naar binnen gaan voor een gesprek. Wandelend door de gangen lopen we langs het beeld van Sint Benedictus. Achter het beeld zijn enkele belangrijke fasen uit zijn leven afgebeeld in drie gebrandschilderde vensters. Ik kijk gebiologeerd naar de scenes.

Zuster Martha en ik zetten ons tegenover elkaar op een bank en spreken over de offers van het kloosterleven. Ze zegt: “We leven als schurende diamanten. Iedere zuster is waardevol, maar we leven dicht op elkaar en moeten dus leren om de schurende momenten een plek te geven. Wil er liefde zijn tussen de zusters, dan moet men vooral leren om de onderlinge irritaties, die er ook zullen zijn, te betrekken op jezelf. Die emoties vertellen namelijk iets over jezelf. En als iedereen zich bekwaamt in die zelfstudie kan er een mooie gemeenschap ontstaan, waarin mensen zich voor elkaar willen inzetten.”

Zuster Martha komt oorspronkelijk uit Vlaanderen. Ze spreekt op een aangename, rustige manier. De uitverkiezing tot abdis lijkt op die van de uitverkiezing tot paus. Kardinalen kiezen hun geestelijk leider in diverse stemrondes tot er één persoon overblijft. Zo ook kiezen de zusters via diverse stemrondes de abdis.

Zusters kun je niet werven, ze moeten zich namelijk geroepen voelen en dat maakt de manier van leven in deze abdij kwetsbaar. Niemand weet hoe lang een kloosterorde kan blijven bestaan

Enis Odaci

Ik vraag haar of ze manager is of moeder. Ze lacht en zwijgt dan even, alsof het een schurende vraag is. “Het liefste ben ik een moederfiguur, maar ik moet bekennen dat ik ook manager ben. We hebben hier een groot complex, met ruimte voor bijna tachtig zusters. Maar omdat we niet zoveel zusters hebben moet ik nadenken over wat te doen met de ongebruikte ruimte.”

Het is de vloek van veel kerkgebouwen in Nederland: oplopende kosten tegen een teruglopend ledenaantal. Zusters kun je niet werven, ze moeten zich namelijk geroepen voelen en dat maakt de manier van leven in deze abdij kwetsbaar. Niemand weet hoe lang een kloosterorde kan blijven bestaan.

Ik stel een andere vraag, ditmaal een theologische. Tijdens alle gebeden hebben de vrouwen de leiding, behalve tijdens de eucharistieviering. Dan is er een priester. Zuster Martha vertelt over haar studie feministische theologie en hoe dit haar denken heeft beïnvloed. Ze weet zich getroost met de gedachte dat de traditie belangrijk is en dat de priester van deze abdij een man van nobele statuur is. Mocht dat niet zo geweest zijn, dan zou ze er meer moeite mee hebben gehad. Maar de relatie tussen de mannelijke Jezus en de priester als zijn vertegenwoordiger in de kerk is voor haar een te eren verbond.

Ik moet denken aan de imam in de moskee. De profeet Mohammed was een man, net zoals alle profeten in de Koran, en ‘dus’ is de imam in de moskee ook een man. Het zijn tradities die maar moeilijk bijgesteld worden. Ik neem afscheid van de abdis en bedank haar voor haar waardevolle tijd. We spreken af om de ontmoeting niet eenmalig te laten zijn.

Klokgelui in de OLV abdij in Oosterhout© Koetsveld & Odaci

Heilige combinatie

Ik heb namelijk een afspraak met een groep van vijf zusters. De stilte in de gangen, aan de ontbijttafel en tijdens de gebedsdienst maakt plaats voor een gezellige drukte. Ik moet mijn beeld weer bijstellen. De zusters zijn geen gesloten persoonlijkheden. Er is een tijd voor stilte, een tijd voor gebed en er is een tijd voor gesprek.

Ik leer over de opofferingen die gedaan moeten worden om Benedictines te worden. Het huis moet worden opgezegd. De baan ook. En daarbij laat je dus vanzelf een groot deel van je sociale netwerken achter. Ik vind dat een enorm offer. De jongste zuster, zij heeft nog een witte sluier, reageert op mijn gezichtsuitdrukking. Ze vertelt vrolijk over haar nieuwe manier van leven. Eigenlijk merkt ze niet zoveel verschil. Ze heeft via de mail en via haar goede doelen projecten nog steeds veel contact met de buitenwereld. Ze heeft hobby’s en houdt van muziek. Maar ze is ook volledig toegewijd aan de Regel van Benedictus. Dat blijkt een heilige combinatie.

De zusters zijn geen gesloten persoonlijkheden. Er is een tijd voor stilte, een tijd voor gebed en er is een tijd voor gesprek

Enis Odaci

Ik merk dat de oudere zusters met haar weglopen. Zij is namelijk een bevestiging dat de benedictinessen de traditie weer aan een nieuwe generatie mogen doorgeven. Het is tijd om de lange terugreis naar Hengelo aan te vangen. Zuster Hildegard en zuster Martha, de abdis, hebben mij ingewijd in de gelijktijdig gesloten en open levenswijze van de Onze Lieve Vrouwe Abdij in Oosterhout.

Ik herinner me de stilte en het gezang. Ik herinner me de gezelligheid, hoe gek dat ook klinkt. Maar ik besef: dit leven is een radicaal leven en niet voor eenieder weggelegd. Ik kijk uit naar de volgende halte van deze reis door het Nederlandse christendom.

Spiegelreis is een dialoogproject van predikant Herman Koetsveld en Enis Odaci. Ze gaan als christen en moslim op reis door elkaars geloof.

Hun reisverhalen en tussentijdse bespiegelingen zijn opgetekend in het gelijknamige boek, in de webwinkel van Volzin te bestellen.