‘Wist je wel dat kinderen in groep drie als eerste het woordje ‘ik’ leren schrijven?” René ten Bos kijkt ervan op. “Die worden niet bepaald aangemoedigd om nederig te zijn”, zegt hij. “Wie nederig is, kan die ‘ik’ wegdenken”, zegt hij. “Maar dat wegdenken past niet zo in onze tijd, waarin we van ons leven allemaal een geweldig project willen maken en we constant over onszelf nadenken met behulp van allerlei zelfhulpboekjes.”

Toch zou Ten Bos (1959) zichzelf niet zijn, als hij de nederigheid niet tegelijkertijd zou verwerpen en omhelzen. Want of hij nederigheid als een deugd beschouwt? “Dat hangt ervan af over welke vorm van nederigheid we het hebben.” Als filosoof beschouwt hij het als zijn taak om met paradoxen om te gaan, zei hij in 2017 bij de aanvaarding van de titel Denker des Vaderlands. En dus praten we op een donderdagochtend in zijn woonkamer in Nijmegen over de dubbelzinnigheid van nederigheid. De zon schijnt de kamer in, Ten Bos zit in een stoel voor het raam.

Via een omweg belandde Ten Bos in 2002 in de wetenschap. Voorheen werkte hij als adviseur in het bedrijfsleven, onder meer voor adviesbureau Schouten en Nelissen. Maar zijn proefschrift over modes in management maakte zoveel indruk dat hij in 2001 een baan kreeg aangeboden als hoogleraar filosofie aan de faculteit managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. En daar werkt hij tot op de dag van vandaag. Maar niet fulltime, zegt Ten Bos. “Ik wil de vrijheid houden om andere dingen te doen.”

Nederigheid wordt ook vaak geassocieerd met bescheidenheid, maar dat vind ik een valse deugd, daar heb ik weinig mee

René ten Bos

Een van de ‘andere dingen’ is schrijven. De filosoof is een productief auteur, hij publiceerde de afgelopen jaren over management, bureaucratie, ecologie en de verhouding tussen mens, dier en natuur. Recentelijk schreef hij bijvoorbeeld Dwalen in het antropoceen (2017), over het tijdperk waarin de mens invloed uitoefent op de planeet. Bij wijze van afscheid van zijn periode als Denker des Vaderlands verscheen vorige maand het boek Extinctie, over het uitsterven van diersoorten. Daar maakt Ten Bos zich zorgen over. Maar als hij érgens een hekel heeft, is het wel aan mensen die “zich erop voorstaan dat ze zoveel doen voor het milieu. Dat is anti-nederig.”

Is nederigheid een deugd die u persoonlijk nastreeft?

“Dat kan ik niet zomaar zeggen. Nederigheid heeft voor mij een lading aan betekenissen. Aan de ene kant is het iets wat we hard nodig hebben in deze tijd. Maar tegelijkertijd wil niemand vernederd worden en wordt iemand die een ander vernedert kwaad aangekeken. Nederigheid wordt ook vaak geassocieerd met bescheidenheid, maar dat vind ik een valse deugd, daar heb ik weinig mee.

Waar ik meer voor voel is nederigheid in de zin van weten waar je vandaan komt en je niet beter voelen dan een ander. Het is goed om met beide benen op de grond te staan. Mijn geliefden helpen me daarbij. Heb ik een mooie recensie in Le Figaro, zegt mijn zoon: ‘Leuk voor je pa, maar je moet niet denken dat ik die onzin van jou ga lezen.’ Aan de ene kant denk ik dan ‘rotjoch’, maar aan de andere kant zit daar humor in. Je kunt rondom vernedering allerlei spelletjes spelen. Zo’n tikkie moet je aankunnen, vind ik.

Ik voel me nooit echt boven een ander verheven, dat gevoel heb ik nog nooit gekend. Ik ben ook maar gewoon een levend wezen, zoals vele andere levende wezens. Dat is een les die ik van Nietzsche geleerd heb.”

Nietzsche? Die had toch weinig op met de nederigheid?

“Nietzsche heeft het nooit nagelaten om de christelijke waarden op de korrel te nemen. Maar tegelijkertijd speelt nederigheid bij hem een grote rol. Je denkt de grote Antichrist te hebben gevonden, maar dan haalt hij zo’n waarde via de achterdeur weer binnen.

Er is lang een soort formule geweest voor goed gedrag. Volgens die formule mocht de eigenliefde niet groter zijn dan de liefde voor God

René ten Bos

Bij Nietzsche is niets wat het lijkt, zei een van mijn leermeesters, Paul van Tongeren, altijd. Nietzsche kun je namelijk ook interpreteren als een filosoof van de aarde. Hij zegt dat wij trouw moeten zijn aan Moeder Aarde, dat de aarde eigenlijk in plaats van God komt. En de aarde, dat is humus in het Latijn, waar de humilitas, de nederigheid weer uit voortkomt.”

Is nederigheid per definitie onderdeel van de christelijke filosofie?

“De oude Grieken hadden niet zoveel met nederigheid. Het is echt iets wat er sinds de christelijke deugden bij is gaan horen. Ten opzichte van de grote schepper moet je niet teveel überdruss hebben, niet te veel overmoed en ijdelheid. In die zin is nederigheid vaak een omkering van onze zonden. Het staat tegenover hebzucht, luxe, het meer uit de ruif vreten dan jou toekomt. Die zaken werden ontmoedigd in de vroegmoderne tijd.

Er is lang een soort formule geweest voor goed gedrag. Volgens die formule mocht de eigenliefde niet groter zijn dan de liefde voor God. De amor sui mocht niet groter zijn dan de amor dei. En de amor socialis moest groter zijn dan de amor privatis. Als die formule werd gevolgd kreeg je een rechtvaardige samenleving, zo werd lang gedacht.”

Wanneer veranderde dat?

“De Franse filosoof Blaise Pascal is in de zeventiende eeuw een van de eersten die zich afvraagt of die formule niet andersom zou moeten zijn. En dan krijg je allerlei denkers die met die gedachte aan de haal gaan. Uiteindelijk is het Mandeville die komt met de fabel over de bijen. Je hebt twee bijenkorven, één korf zit vol met altruïstische bijen en de andere met egoïstische bijen. Welke zal het meest welvarend worden? Dat is de korf met de meest egoïstische bijen, zegt hij.

De nederige persoon laat zijn verlangens niet zomaar de vrije loop. Die vindt zichzelf niet zo belangrijk dat al zijn verlangens verwezenlijkt moeten worden

René ten Bos

In de achttiende eeuw ontvlamt het idee dat de orde van de samenleving niet in hoeft te storten als je mensen krijgt die hun eigen doelen najagen. De opvatting dat je nederig moet zijn, blijft sluimeren, maar aan de andere kant wordt voor het eerst gedacht dat we onze verlangens moeten kunnen bevredigen. Vanaf dat moment gaan we één grote verlangensmachine creëren: de kapitalistische samenleving.”

Wat is de verhouding tussen die verlangens en nederigheid?

“De nederige persoon laat zijn verlangens niet zomaar de vrije loop. Die vindt zichzelf niet zo belangrijk dat al zijn verlangens verwezenlijkt moeten worden. Dat vind ik een belangrijke definitie van nederigheid. Sommige mannen hebben bijvoorbeeld de behoefte om heel hard over de snelweg te rijden. Als ik zo’n eikel voorbij zie razen met 160 kilometer per uur, dan denk ik: vind je jezelf nou zo belangrijk?

Ik denk dat de nederigheid veel te maken heeft met het weigeren je dingen toe te eigenen. Zoals de automobilist die te hard rijdt, die net doet alsof de hele snelweg van hemzelf is. In bezit zit een enorme arrogantie.”

Daarmee wordt nederigheid iets onbereikbaars, want we hebben toch allemaal bezit en verlangens?

“Ja, we hebben er een moeilijke verhouding mee. Ik ga niet zeggen dat het per definitie slecht is om iets te bezitten, maar als je nederigheid belangrijk vindt, dan moet je afzien van bezit. Daar zit weer die dubbelheid in. Want aan de ene kant worden we allemaal aangemoedigd om ons dingen te eigenen, aan de andere kant houden we niet van mensen die té rijk zijn, mensen die te hoog van de toren blazen.”

U heeft veel geschreven over onze verhouding tot de natuur. Welke rol zou nederigheid daar volgens u in moeten spelen? 

“Ik heb me verdiept in het antropoceen, het tijdperk van de ecologische catastrofes. Als het antropoceen ergens om vraagt is het wel een ander soort houding van de mens. Aan de ene kant kunnen we niet antropocentrisch genoeg zijn, want we moeten begrijpen dat wij zo’n nefaste invloed hebben op de wereld.

Ik ga niet zeggen dat het per definitie slecht is om iets te bezitten, maar als je nederigheid belangrijk vindt, dan moet je afzien van bezit

René ten Bos

Maar tegelijkertijd moeten we beseffen dat we slechts onderdeel zijn van een ecologisch systeem, en dat roept weer op tot bescheidenheid. Dus enerzijds kun je het belang van de mensheid niet genoeg overschatten en anderzijds moet je het onderschatten.”

Een onmogelijke spagaat?

“Ja dat is een lastige zaak. Clive Hamilton, een bekende auteur op dit gebied, roept op tot collectieve verantwoordelijkheid. Maar dat vind ik problematisch. Ik spreek regelmatig voor zalen waar die gedachte bestaat van ‘verander de wereld begin bij jezelf’. De klimaatdiscussie wordt dan tot een persoonlijke zaak gereduceerd. Maar er is een wanverhouding tussen wat jij als individu kunt doen en wat wij als collectief kunnen doen. Jij kunt stoppen met vliegen, maar dat neemt niet weg dat er wereldwijd alleen maar meer gevlogen gaat worden. Dus in zekere zin is wat jij doet moreel irrelevant.

Mensen die zich erop voorstaan dat ze zoveel doen voor het milieu, die hebben last van wat Hegel noemde de schöne Seele: zie mij eens goed zijn. Die vinden dat een ander precies zo moet handelen als zij. Dat is anti-nederig.”

Erkent u wel het probleem dat de wereld kapotgaat aan zaken zoals de uitstoot van CO2?

“Of de wereld eraan kapotgaat, dat hangt ervan vanaf wie je het vraagt. De Russen verheugen zich al op het smelten van de Noordelijke IJszee en wat meer vegetatie in de taiga. De grote vraag die hierachter zit is: kun je ecologie en politiek met elkaar in verband brengen? Politiek draait namelijk om belangen.

De vraagstukken die we hebben op dit gebied moeten we volgens mij op een systemische en structurele manier bekijken. Dáár pleit ik voor. Je kunt deze zaken niet afdoen als een persoonlijk moreel vraagstuk.

Er moet een andere denkhouding komen. Een begin van een oplossing voor veel van onze problemen zit ‘m in een betere welvaartsverdeling wereldwijd

René ten Bos

Dat neemt niet weg dat ik iedereen aanmoedig om de dingen te doen die hij of zij juist vindt, dat doe ik zelf ook. Maar loop er niet over op te scheppen. Waar ik trouwens veel minder mensen over hoor is de catastrofe van uitsterven van diersoorten en het verlies aan biodiversiteit. Dat wordt door menselijk gedrag veroorzaakt.”

Maar hoe kunnen we dan komen tot oplossingen voor deze problemen?

“We gaan het niet oplossen. Dat is juist het ecologisch denken. Er moet een andere denkhouding komen. Een begin van een oplossing voor veel van onze problemen zit ‘m in een betere welvaartsverdeling wereldwijd. Maar als je dat zegt, luistert er niemand.”

Als we niets doen en afwachten, staat Nederland straks toch onder water?

“Ja, ik ken die scenario’s. Maar niemand weet precies wat de precieze consequenties zijn van opwarming. We moeten gewoon langzamerhand meer besef gaan krijgen van hoe ecologische systemen in elkaar zitten. Niemand heeft de waarheid in pacht.

Natuurlijk, er zijn feiten. Het is vandaag 13 graden, belachelijk warm voor de tijd van het jaar, oké, dat weten we dan. Wordt dat veroorzaakt door de mens? Dat weten we ook met enige zekerheid. Maar weten we precies wat het klimaat de komende jaren gaat doen als we de modellen bekijken? Mwah, niet echt. Er hoeft maar iets te gebeuren – een vulkaan te ontploffen – of alle modellen kunnen de ijskast in. Dat heet complexiteit. En dat is een situatie die om nederigheid vraagt. We moeten begrijpen dat we de zaak niet in de hand hebben, dat we verdwaald zijn.”

U las een artikel uit het rijke archief van religiejournalistiek van Volzin. Dit artikel verscheen in april 2019 in Volzin magazine.