Onder de jonge Nederlandse kunstenaars valt een hang naar traditie op. Velen onder hen herontdekken bijvoorbeeld eeuwenoude beproefde genres en disciplines, zoals schilderen en tekenen. Ze zijn niet te vinden in de digitale wereld of op de speelvloer van de performance, maar in ateliers en galerieën. Ze zijn er niet minder nieuwsgierig en vernieuwend om. Eén van hen is de in Utrecht levende en werkende Anouk van Zwieten (1991), die zich inmiddels mag verheugen in meerdere prijzen, beurzen en uitnodigingen om te exposeren. Ze kiest bewust voor de oude stiel van het schilderen, die ze van binnenuit verder ontwikkelt. Haar werk bestaat uit veelal grote doeken, die uitbundig, kleurrijk en intrigerend zijn.