In 2012 verscheen het boek Mind and Cosmos (Nederlandse vertaling: Geest en kosmos), van de Amerikaanse filosoof Thomas Nagel, een van de belangrijkste en meest toonaangevende denkers van dat moment. In dit provocerende boek uit Nagel stevige kritiek op de materialistische verklaringen van leven en met name van bewustzijn.

Dergelijke verklaringen kennen we in Nederland van bijvoorbeeld Victor Lamme en Dick Swaab. Lamme schrijft in zijn boek De vrije wil bestaat niet: ‘Alles wat we doen, doen we omdat de schakelingen in ons hoofd dat nou eenmaal dicteren. Of we ons er bewust van zijn of niet maakt helemaal niet uit’ (pagina 44). Dit impliceert ook dat onze beslissingen vrij lijken, ‘maar dat zijn ze natuurlijk niet’ (pagina 145). Het ‘ik’ is een illusie, zegt Lamme, het is een ‘kwebbeldoos’ (pagina 211) die overal commentaar op geeft, maar verder geen enkele invloed uitoefent.

Nagel veegt dergelijke ideeën resoluut van tafel. Hij stelt dat alle verklaringen van bewustzijn op basis van louter materiële oorzaken en gevolgen uiteindelijk lege, nietszeggende verhaaltjes zijn. In Nagels ogen bluffen wetenschappers wanneer ze zeggen dat ze zoiets als geest op basis van louter materiële en chemische interacties in de hersenen kunnen verklaren.

Dergelijke wetenschappers spreken als gelovigen, niet als wetenschapper. Nagel is sceptisch geworden over het hele project. Misschien, stelt hij, is de tijd rijp dat we erkennen dat zoiets als geest zich niet materialistisch laat verklaren.

Slordig denken

Nagel doet een pleidooi om de aloude Aristotelische categorie van ‘teleologie’ (doelmatigheid) weer in ere te herstellen: ‘Teleologie houdt in dat er naast de ons vertrouwde wetten van de fysica andere natuurwetten zijn die een ‘bias ten gunste van het wonderbaarlijke hebben’ (pagina 103). Dit idee van doelmatige principes in het universum – van een transcendente God wil de atheïst Nagel niet weten – impliceert wel dat geest een fundamentele categorie van het universum is naast materie. Of dat het universum op een bepaalde manier zelf bewust is.

Nagels boek sloeg in als een bom. Materialistische denkers als Steven Pinker, Daniel Dennett en Sean Carroll schreven schuimbekkende artikelen om Nagel onderuit te halen. Pinker karakteriseerde Nagels ideeën in een tweet als ronduit ‘slordig denken van wat eens een groot denker was’.

De grote vraag binnen de neurowetenschappen is waaróm de materie die wij zijn, bewustzijn heeft

Taede Smedes

De felheid van deze reacties lijkt tekenend voor de crisis die heerst in de bewustzijnswetenschappen. Alle kritiek kon niet verhinderen dat er sinds het verschijnen van Nagels boek steeds meer denkers expliciet kritische vragen durven te stellen bij de materialistische opvattingen van Dennett en Pinker of Lamme en Swaab.

Bezielde kosmos

Zo publiceerde de Britse neurowetenschapper Philip Goff vorig jaar het populariserende boek Galileo’s Error waarin hij een fundament wil leggen voor een nieuwe wetenschappelijke benadering van bewustzijn. Goff betwijfelt of de werkelijkheid louter materieel van aard is. Maar dualisme als alternatief is voor hem ook geen optie.

Volgens dualisme is er naast een materiële ook een geestelijke, onstoffelijke dimensie. Maar al sinds Descartes is de grote vraag hoe geest op materie inwerkt.

Goff kiest uiteindelijk voor een derde optie: ‘panpsychisme’, het idee ‘dat bewustzijn een fundamentele en alomtegenwoordige eigenschap is van de fysieke wereld’ (pagina 23). Volgens panpsychisten heeft alles wat bestaat zowel een materieel als een geestelijk aspect. Alles wat bestaat is volgens Goff bezield. Alles heeft een bepaalde mate van bewustzijn, van quarks op kwantumniveau tot onze complexe breinen.

Daarbij baseert Goff zich deels op de ‘Integrated Information Theory’ (IIT) van de neurowetenschapper Giulio Tononi. Dit is een ingewikkelde theorie die er kort gezegd op neerkomt dat Tononi een wiskundig precieze manier heeft gevonden om de hoeveelheid ‘geïntegreerde informatie’ van een bepaald fysisch systeem vast te stellen, phi genoemd. Kort gezegd: hoe meer phi in een systeem, des te meer bewustzijn dat systeem heeft.

Dick Swaab
Dick Swaab© Sxologist Wikipedia

Veel neurowetenschappers en filosofen zijn van mening dat IIT de meest veelbelovende wetenschappelijke theorie van bewustzijn is die er op dit moment voorhanden is. En dat is verrassend. Want, zegt Goff, IIT is ten diepste een panpsychistische theorie. Immers, alles wat bestaat heeft altijd een zekere mate van ‘geïntegreerde informatie’.

En dat betekent dat alles, ook het kleinste kwantumdeeltje, altijd een zekere mate van bewustzijn heeft. Overigens heeft Tononi, de vader van IIT, in interviews dit panpsychistische aspect van zijn theorie openlijk toegegeven.

Het voelt verkeerd

Ook Jacob Jolij, cognitief neurowetenschapper aan de universiteit van Groningen, erkent in zijn binnenkort te verschijnen populariserende boek Wat is bewustzijn nou eigenlijk? de aantrekkingskracht van Tononi’s theorie: ‘Het is natuurlijk een aantrekkelijk idee: bewustzijn als een wiskundige formule. Meetbaar. Concreet Toetsbaar. Precies zoals we het willen hebben in de wetenschap’ (pagina 54). Toch is Jolij sceptisch. De theorie van geïntegreerde informatie gaat uit van de meetbaarheid van de onderlinge verbondenheid van bijvoorbeeld delen van de hersenen. Maar hoe je die verbondenheid meet is onder neurowetenschappers een groot punt van discussie.

Maar Jolijs kritiek gaat dieper: IIT lost de vraag naar hoe bewustzijn ontstaan is in een universum dat bestaat uit materie en energie niet op. Dat bijvoorbeeld je computer als informatie verwerkend systeem een zekere mate van bewustzijn heeft is interessant, maar geeft geen antwoord waarom er zoiets als bewustzijn bestaat. Panpsychisme gaat ervan uit dát bewustzijn gewoon bestaat, naast en dus niet afgeleid van materie. Maar waaróm bewustzijn er is, die vraag wordt ook hier niet beantwoord. En dat vindt Jolij uiterst onbevredigend.

Panpsychisme gaat ervan uit dát bewustzijn gewoon bestaat, naast en dus niet afgeleid van materie. Maar waaróm bewustzijn er is, die vraag wordt niet beantwoord

Taede Smedes

Sterker nog, die vraag zat hem zo dwars dat hij tijdens een crisisperiode uiteindelijk bij de psycholoog belandde. Jolij, gepromoveerd bij Victor Lamme, was ooit psychologie gaan studeren vanwege een belangstelling voor de parapsychologie – de wetenschappelijke bestudering van paranormale verschijnselen. Maar alle zaken die hij interessant vond ‘bleken volgens de geldende wetenschappelijke tijdgeest onwetenschappelijke flauwekul, fundamenteel onbewijsbaar, of een combinatie van die twee’ (pagina 8).

Hij kreeg uiteindelijk een sterke afkeer van het idee ‘wij zijn ons brein’ (Dick Swaab): ‘Het “wetenschappelijke” standpunt dat je geest is wat je brein doet – eigenlijk de basis waarop de moderne cognitieve neurowetenschap is gebaseerd – “voelt” voor mij verkeerd’ (pagina 13).

Wat is bewustzijn nou eigenlijk? leest als een verslag van Jolijs persoonlijke zoektocht naar een nieuw antwoord op de vraag waarom we ons bewust zijn. De titel is niet helemaal juist, want het gaat Jolij niet om de vraag wat bewustzijn ís, maar om de vraag hoe het komt dat ons brein bewust is.

Al lezend wordt al gauw duidelijk dat Jolij niet alleen materialisme onbevredigend vindt, maar ook Cartesiaans dualisme: de eerste hoofdwet van de thermodynamica zegt immers dat je ‘geen energie uit het niets kunt toveren’ (pagina 26), waardoor ook zoiets als een onstoffelijke geest die breinmaterie beïnvloedt fysisch onmogelijk is.

Oceaan van bewuste ervaringen

Iedereen die wel eens (te veel) heeft gedronken heeft ervaren dat hersenen en bewustzijn iets met elkaar te maken hebben. Alcohol doet iets met het brein en daardoor verandert ons bewustzijn. Dit betekent volgens Jolij niet dat ons bewustzijn door het brein wordt geproduceerd (‘Zoals de nier urine produceert, produceert het brein de geest’, aldus Swaab (Wij zijn ons brein, pagina 24)). Het betekent wel dat bewustzijn en fysica niet los van elkaar gezien kunnen worden. Maar hoe, op welke manier zijn bewustzijn en hersenen dan met elkaar ‘verbonden’?

Jolij is wars van New Age-achtige speculaties met kwantumtheorie, maar uiteindelijk komt ook hij met een ingewikkeld model waarin kwantumfenomenen een centrale rol spelen. Zijn idee is, heel kort door de bocht, dat ons universum een extra dimensie heeft: een oceaan van bewustzijnservaringen (het ‘Q-continuüm’) die via kwantumfysische processen worden gekoppeld aan onze hersenen.

Het model kan eigenlijk niet uitgelegd worden zonder in te gaan op allerlei termen uit de kwantumfysica als Schrödingervergelijking, kwantumverstrengeling en superpositie. Maar waar het op neer komt is dat spontane en niet-veroorzaakte kwantumprocessen in de hersenen ervoor zorgen dat bewuste ervaringen uit het Q-continuüm worden gekoppeld aan een bepaalde toestand in de hersenen.

Hersenlamp
Hersenlamp© Public Domain Pictures

Vragen ontstaan echter bij dat aspect van ‘spontane en niet-veroorzaakte kwantumprocessen’. Jolijs idee is dat ons bewustzijn niet continu is, maar een opeenvolging is van discrete momenten (zoals een film bestaat uit afzonderlijke beeldjes, foto’s, die zo snel op elkaar volgen dat ze de illusie van continuïteit geven). Die discrete momenten zijn dus afzonderlijke bewustzijnservaringen uit het Q-continuüm die zich met ons brein verbinden. Er kan geen invloed op worden uitgeoefend, want die kwantumprocessen zijn niet-veroorzaakt, puur toeval.

Maar hoe zit het dan met het gevoel dat mijn ervaringen míjn ervaringen zijn? Is mijn gevoel van eigenheid, dat toch onherroepelijk verbonden is met mijn bewuste ervaringen, een illusie? Zijn we dan toch via een omweg terug bij de stelling van Victor Lamme dat het bewustzijn en mijn ‘ik’ er eigenlijk niet toe doen? Jolij zegt hier niets over en dat is behoorlijk onbevredigend. Bovendien lost ook Jolij de uiteindelijke vraag naar de oorsprong van het bewustzijn niet op. Want zelfs al zou Jolijs model van hoe bewuste ervaringen zich met de hersenen verbinden juist blijken te zijn, dan blijft de vraag waar dat mysterieuze Q-continuüm als bron van alle mogelijke bewustzijnservaringen vandaan komt.

Bewustzijn nabij de dood?

Toch is het opvallend dat een wetenschapper als Jolij het bestaan van een extra dimensie van bewustzijnservaringen accepteert. Weliswaar doet hij het aarzelend en neemt hij nadrukkelijk afstand van zweverige ideeën van bijvoorbeeld Deepak Chopra. En je kunt je afvragen in hoeverre die acceptatie wordt gedeeld door Jolijs collega-neurowetenschappers. Toch zou de acceptatie van een extra dimensie van bewustzijn een ander fenomeen dat momenteel ook weer flink in de belangstelling staat meer bespreekbaar maken. Ik bedoel het fenomeen van ‘nabij-de-doodervaringen’ (NDE) dat in de recent verschenen essaybundel Het geheim van Elysion centraal staat.

Het blijkt dat 4 tot 8 procent van alle mensen ooit een NDE heeft meegemaakt. Bij mensen die ooit een hartstilstand hebben meegemaakt ligt dat percentage hoger: 10 tot 23 procent. Het gaat dus om honderdduizenden mensen in Nederland en miljoenen wereldwijd. Het geheim van Elysion is een zeer indrukwekkende bundel over dit fenomeen, met essays van dertig auteurs, waaronder veel ‘getuigenissen’ van mensen die zelf een NDE hebben meegemaakt, maar ook filosofische en wetenschappelijke analyses.

Wetenschappers die beweren dat we bewustzijn op basisvan materie kunnen verklaren, spreken als gelovigen, niet als wetenschapper

Taede Smedes

Wat vooral raakt is hoe een NDE de kijk op het leven radicaal verandert en soms tot een radicale verandering van de persoon zelf leidt. De angst voor de dood verdwijnt. Het tijdelijke en materiële wordt minder belangrijk. NDE’ers kiezen voor het essentiële: liefde, genegenheid en persoonlijke relaties, want die lijken de dood te kunnen overleven.

De standaard materialistische verklaring, dat het bij NDE’s zou gaan om chemische reacties in het brein vanwege fysieke stress, lijkt onhoudbaar te zijn. Maar wat volgt daaruit voor de status van bewustzijn? We zullen moeten afwachten, maar duidelijk is wel dat zuiver materialistische visies hetmomenteel erg moeilijk hebben. De crisis binnen de bewustzijnswetenschappen lijkt dan ook voorlopig nog niet voorbij.

Taede A. Smedes (Drachten, 1973) is godsdienstfilosoof, theoloog, schrijver en muzikant en werkt als freelancejournalist voor onder andere het Nederlands Dagblad en de Volkskrant. Hij publiceert over de verhouding tussen geloof en natuurwetenschap en over religieus atheïsme. Zijn meest recente boek is Thuis in de kosmos: Het epos van evolutie en de vraag naar de zin van ons bestaan (AUP, 2018).