‘Je moet je schamen’ mailt een stadgenoot me, nadat hij lucht kreeg van mijn bezoek aan de Ahmadiyya-moslimgemeenschap in Nunspeet. Dat ik als dominee contact zoek met moslims is voor hem volmaakt onbegrijpelijk. Maar ik schaam me niet – nou ja, soms wel, maar niet voor dit project.

Goddelijke aanspraak

‘Ahmadiyya’. Eerst maar eens even googelen: islamnu.nl dus, met het in het oog springende motto: ‘Liefde voor iedereen, haat voor niemand’. Ik lees over de stichter in de wat de religieuze ontwikkelingen betreft zo spectaculaire negentiende eeuw: “Deze komst van de Beloofde Messias en Mahdi (verlosser), en de Beloofde Hervormer van alle religies, heeft plaatsgevonden in de persoon van Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (1835-1908) uit Qadian, een afgelegen dorp in India. Onder goddelijk bevel en in vervulling van de profetieën betreffende zijn komst, maakte hij bekend dat hij de Beloofde Messias en Mahdi was, en legde hij in 1889 de grondslag van wat vandaag de wereldwijde en dynamische Ahmadiyya Moslim Gemeenschap is.”

Ik lees verder. Artikel na artikel vol met zowel teksten uit de Koran als uit de Bijbel. Allemaal om mij als lezer te overtuigen dat die goddelijke aanspraak van Ghulam Ahmad klopt. Ik voel een zekere irritatie opkomen. Ik ken ‘van huis uit’ het gehussel met Bijbelteksten om een bepaald standpunt met terugwerkende kracht van een goddelijke legitimatie te voorzien. Voor elk standpunt – hoe achterhaald of verwerpelijk dan ook – blijkt wel een Bijbelse onderbouwing te bedenken.

Nunspeet, De Bait-ul-noer moskee.© Koetsveld en Odaci

Ik moet mezelf toespreken: ga die mensen ontmoeten, open, en vraag naar hun inspiratie. M’n navigatie leidt me naar een villawijk in een bos op de Veluwe. Hier een moskee? Veel te vroeg sta ik voor een groot wit gebouw – een voormalig hotel? Het kan niet missen: Het huis van licht staat in kapitalen op de gevel met daarboven in sierlijke kleinere letters: ‘Er is niemand aanbidding waardig behalve Allah. Mohammed is de boodschapper van Allah’.

Ik ben vandaag te gast in het huis van licht, bedenk ik, terwijl ik een laantje inwandel om de tijd te overbruggen. Ik verbaas me over de enorme villa’s in deze wijk van Nunspeet. Wat vinden de bewoners van hun moslimburen? Wat later zoek ik naar de ingang van de moskee. Een achterdeur zwaait open. Ik word verwacht. Van de imam Safeer Siddiquie krijg ik een knuffel. Een dertiger, schat ik, met een vriendelijk open gezicht: “Welkom.” Ik word voorgesteld aan een paar bestuursleden en een zorgzame man die ik in mezelf tot koster benoem.

Tijdens de lunch geef ik ons boek De Zeven Zuilen aan Siddiquie als dank voor de ontvangst. Ik vraag hem naar zijn positie in deze gemeenschap. Voor de buitenwacht is hij hier de imam, maar dat ligt intern net iets anders, begrijp ik. Geboren en getogen in Nederland heeft hij zijn zeven jaar durende theologieopleiding gedaan in het Ahmadiyya-centrum in Londen. Daar zetelt ook het hoofd van deze wereldwijde 20 miljoen leden tellende organisatie, de vijfde kalief Mirza Masroor Ahmad. Straks, na het vrijdagmiddaggebed, zullen we zijn live uitgezonden vrijdagmiddagpreek beluisteren.

Herman Koetsveld in gesprek met mensen van de Ahmadiyya gemeenschap in in Nunspeet.

Een en al beweging

Ik vraag naar hoe ik mij heb te gedragen tijdens het gebed. Ik heb overwogen om in alle opzichten mee te doen. In gelid staan, buigen, neus op de grond. Zo fysiek je geloof tot uitdrukking brengen. Opgaan in het ritueel, jezelf overgeven aan wat van oudsher zo is doorgegeven, van generatie op generatie. Geen onderscheid tussen hoog en laag, tussen oost en west, noord en zuid. Wel tussen mannen en vrouwen – dat dan weer wel – maar dat is niet principieel, zo wordt mij met nadruk uitgelegd. Overal dat precies hetzelfde uitgevoerde ritueel.

Knielen, ja, als kind deed ik dat ook – die associatie is er ineens, ’s avonds voor het slapen gaan, knielen voor het bed, handen gevouwen op de dekens: ‘Ik ga slapen, ik ben moe, sluit mijn beide ogen toe. Here, houdt ook deze nacht, over mij getrouw de wacht. Amen’. Een beweging van overgave. De schoenen gaan uit als ik de sobere, maar lichte gebedsruimte inga. Er is achterin een stoel voor me klaargezet. Ik krijg een gebedsboekje met vertaling. Zo’n dertig mannen en een paar jongens komen binnen en nemen een plek in. Er hangt een sfeer van concentratie en verstilling. Een jongen opent met de gebedsoproep. Ik heb van de imam begrepen dat hij dat stimuleert: jong geleerd is oud gedaan.

Dan komt de imam naar voren. Plots een en al beweging: schouder aan schouder vormen zich twee strakke rijen. Mijn aarzeling wel of niet volledig mee te doen is opgelost: ik ben te laat. Die stoel voelt niet goed. Ik laat me zakken op het zachte tapijt. Ik wil me openen voor wat hier gebeurt. ‘Allahoe Akbar.’ God is groter. Onder deze uitroep zijn de meest gruwelijke daden begaan. De onmenselijkheid ten top. De zachte stem van de imam zingt diezelfde woorden. Zijn timbre ontroert me, tot mijn eigen verbazing. Het Arabisch, de met zorg uitgevoerde wisselingen van de houdingen, deze intense sfeer van opperste concentratie. Zo vreemd en zo waarachtig.

Ik denk aan de diensten die ik in een klooster meemaak als ik de stilte zoek. Zitten, staan, naar voren komen. Vorm zus of zo. Je moet het maar net weten. Met verzet of weerstand heb je er niets te zoeken. Zo zijn onze manieren. Het wordt stil in mijzelf.

Imam preekt in de Bait-ul-noer moskee.

Preek uit Londen

Na een klein halfuur is het voorbij. Men laat mij met rust. Ik voel niet dat men mij mijdt, maar juist ruimte wil geven. We gaan terug naar het hoofdgebouw. Want zo dadelijk begint de livepreek vanuit Londen. Met twee van de Nederlandse bestuursleden zal ik de uitzending met de Engelse simultaanvertaling bekijken. De imam verontschuldigt zich: hij gaat elders de kalief rechtstreeks in het Urdu, de Pakistaanse taal, beluisteren. Ik krijg de indruk dat dit moment het hoogtepunt van de week is. “Miljoenen mensen gaan dit nu zien; wij hebben maar een uurtje tijdsverschil, maar op heel veel plekken hebben mensen de wekker gezet”, vertelt mijn buurman. Het beeld van een grote moskee in Londen verschijnt. Het is er bomvol. Met opmerkzame mannen aan de zijkanten: de kalief wordt zwaar beveiligd.

De Ahmadiyya-moslimgemeenschap wordt door de hoofdstromen van de islamitische wereld niet erkend. Het idee van een kalifaat, de islamitische gemeenschap verenigd en geleid door een kalief en door IS zo vreselijk vormgegeven – is in deze gemeenschap al veel eerder als een geestelijk concept opgevat. Een kalifaat zonder land of grond. De analogie met de rooms-katholieke kerk met zijn paus als geestelijk leider dringt zich op. Maar de claim van de stichter dat hij de messias en teruggekeerde profeet zou zijn en dus de voortzetting van de ware islam vertegenwoordigt, blijkt een splijtzwam van formaat. Bedreigingen en in sommige islamitische landen vervolging en soms ook erger zijn het gevolg.

Met z’n drieën kijken we naar de binnenschrijdende kalief. Witte baard, zwarte jas en een enorme witte tulband op het hoofd. Na een kort gebed neemt hij plaats achter een katheder met zeven microfoons. En zal een preek van een uur volgen. Moet ik zondag niet proberen, bedenk ik. De ‘koster’ rommelt wat in zijn keuken en het speakertje van de televisie slaagt er niet in om mij de Engelse vertaling in zwaar Pakistaans accent te doen verstaan. Het gaat over ‘high moral standards’, dat begrijp ik wel en dat is genoeg om er zelf van alles bij te verzinnen.

Herman Koetsveld kijkt in de Bait-ul-noer moskee naar een livepreek uit Londen.

De kalief doet er tot mijn verbazing alles aan om niet te boeien: monotoon stemgeluid, geen enkele expressie in gezicht of handen, geen oogcontact met zijn honderden hoorders in de moskee. En dan toch al die miljoenen die nu net als wij op hem hebben afgestemd. Hoe is het mogelijk? Een nauwelijks te volgen preek van een uur is lang. Af en toe fluister ik een vraag aan mijn buurman. Ik wil mijn gastheren niet de indruk geven dat ik het wel geloof. Ik ga natuurlijk dramatisch door de mand vallen als ik veins interessante gedachten te hebben opgepikt. Ik leg nadien de kaart van mijn niet-verstaan direct op tafel en vraag om een samenvatting. Die blijkt kort en krachtig: als moslim heb je de hoogste morele standaard na te streven in navolging van de profeet Mohammed.

Geen twijfel

Nieuwe mensen schuiven aan voor het middaggesprek, waaronder vertegenwoordigers van de Haagse Ahmadiyya-moskee, de eerste en dus oudste Nederlandse moskee van ons land. We hebben de tijd. Ik vraag de twee bestuursleden Hibatunoer Verhagen en Abdul Hamid van der Velden naar hun lidmaatschap, veronderstellend dat zij andere wortels hebben. Dat klopt. Beiden hebben een rooms-katholieke achtergrond.

Van der Velden: “Ik was zoekende toen ik in aanraking kwam met de Ahmadiyya-gemeenschap in Den Haag. Ik ben de islam gaan bestuderen en werd gegrepen door de eenvoud van dit geloof. Een eenvoudige theologie van één God; een eenvoudige traditie van opeenvolgende profeten die ons de goddelijke waarheid openbaren; en een eenvoudige ethiek van de liefde en barmhartigheid en dat alles ondersteund door de eenvoud van een paar ijzersterke rituelen. En dat gedeeld met hele fijne mensen. Ik heb nooit één moment spijt gehad.”

Een van de andere aanwezigen zegt: “Dat is de kracht van onze gemeenschap, want wij gaan terug op de oorspronkelijke islam. Wij staan dus voor een zuivere islam.” Ik hoor een innerlijke alarmbel afgaan en reageer dan ook met een dik vraagteken. Er zijn immers tal van islamitische stromingen die zich op zoiets als ‘de zuivere islam‘ beroepen. “Jullie protestantse buren hier op de Veluwe kunnen er ook wat van, van dat beroep op de zuivere leer.”

Ik raak een gevoelige snaar, zo blijkt. Van verschillende kanten krijg ik nu hele referaten aangereikt die hier en daar college-achtige lengtes aannemen. Het woord ‘logisch’ klinkt regelmatig valt mij op. In de wijze van redeneren, de opeenstapeling van argumenten uit de Bijbel, de Koran en de overlevering van Mohammed, aangevuld met de overtuiging van de openbaring van de eerste kalief als de teruggekeerde Messias, zit voor mijn gesprekspartners geen spoortje twijfel of relativering.

Het kost me enige moeite om deze waarneming naar voren te brengen. “Ja”, zegt dan een van hen, “je hebt wel gelijk, wij staan heel stevig op dit fundament van onze traditie. In die zin zou je ons fundamentalistisch kunnen noemen. Maar let wel, altijd met het oog op de boodschap van liefde en vrede voor heel de wereld. Onze sharia is die van de innerlijke zoektocht om het beste uit jezelf te halen ter wille van het samenleven met de mensen om je heen, wie dat ook zijn.”

Deze kleine gemeenschap in de bossen van Nunspeet, zij vertrouwen met hart en ziel op de goddelijke boodschap van liefde en vrede die zij willen uitdragen in onze samenleving. Bescheiden, maar ook standvastig en hartstochtelijk protesterend tegen de terreur en het geweld dat in de naam van de islam wordt gepleegd.

Gevlucht uit Pakistan

Wat later bel ik aan bij de familie Arain. Ik zet mijn schoenen in gelid bij die van dit gezin in het gangetje en schuif aan bij een rijkgevulde tafel. De vrouw des huizes, Amtul Qayum Arain, blijft na de begroeting in de keuken achter. Het verhaal eerder over de gelijkwaardigheid van vrouw en man loopt in mezelf een stevige deuk op; ik heb alleen met mannen gesproken.

Het gesprek met mijn gastheer Muzaffar Arain en zijn beide zoons Khaqan en Adnan gaat over het leven in Nunspeet. Ze voelen zich er helemaal thuis. De jongens zitten op het vwo in Harderwijk. In enen herken ik Khaqan als de voorzanger in de moskee. Hij vertelt imam te willen worden. Diezelfde zevenjarige theologieopleiding als die hun eigen imam heeft gevolgd, wacht op hem. Aan de muur hangen foto’s van een ontmoeting met de kalief een paar jaar eerder. Een gekoesterd moment, zo blijkt. Vader Muzaffar spreekt goed Nederlands, maar met accent.

Bezoekers van de Bait-ul-noer moskee in Nunspeet zijn aan het bidden. Herman Koetsveld (l) is belangstellende aanwezige.

Ik vraag naar zijn thuisland. Hij komt uit Pakistan en is rap geïntegreerd als magazijnbeheerder bij een groot bedrijf. Hij vertelt het verhaal van zijn vlucht naar ons land. Zijn familie is vervolgd vanwege hun ‘ketterse’ geloof. Zijn vader is omgebracht. Het kost hem zichtbaar moeite om het te vertellen. Zijn jongens luisteren stil naar dit intense verhaal over hun opa. Hun jonge geschiedenis is drager van de ellende die mensen elkaar ‘in Godsnaam’ menen te moeten aandoen. En tegelijkertijd kunnen ze de verzen citeren die hun geloof in een wereld van vrede voeden.

Het is tijd voor het avondgebed in de moskee. Ik kan gelukkig nog even de moeder bedanken voor het heerlijke eten. Met trots vertelde haar man aan tafel wat zij allemaal doet voor de school in het dorp. “Ik hoor dat u hartstikke actief bent in het dorp.” Ze straalt: “O ja, dat is zo fijn om te doen.”

Even later rij ik dwars over de Veluwe. Precies als ik de bossen achter me laat en rechtsaf de A50 wil opdraaien, zie ik de maan bloedrood en groot pal boven de horizon opkomen. Dit prachtige schijnsel ontroert me tot mijn eigen verbazing. “Deze maan zal vannacht voor ons allemaal schijnen, wie we ook zijn, wat we ook geloven, dank U wel”, zeg ik hardop in de auto. De maan gaat me voor. De hele rit naar huis wordt het in het donker steeds lichter.

Spiegelreis is een dialoogproject van predikant Herman Koetsveld en Enis Odaci. Ze gaan als christen en moslim op reis door elkaars geloof. Hun reisverhalen en tussentijdse bespiegelingen zijn opgetekend in het gelijknamige boek, in de webwinkel van Volzin te bestellen. Enkele verhalen publiceren we in de collectie Spiegelreis op deze website.