De belangstelling voor de zogeheten ‘nieuwe spiritualiteit’ leefde bij dominee Walter Meijles (45) op tijdens zijn studie theologie in Kampen. Via de ouders van een medestudent, beide magnetiseur, raakte hij in de biografie van het beroemde medium Edgar Cayce verzeild (“een heel gelovig iemand”), en belandde hij , zoals dat gaat, via dit boek in de complete Seth-bibliotheek van Jane Roberts (“die heeft een hele kosmologie gechanneld”) totdat de vreugdetranen hem over de wangen stroomden: zie je nu wel, hier wordt het gewoon uitgelegd!

Nou, deze vreugdetranen gunt hij alle christenen die zwemmen in de vijver van nieuwe spiritualiteit. Want nog te vaak kunnen nieuw-spirituelen in de kerk geen kant op, weet Meijles, zelf sinds 2016 als predikant verbonden aan de protestantse gemeente Roden-Roderwolde en eerder adviseur voor kerkelijk jeugdwerk. Hij recapituleert een voorvalletje uit het boek Eindeloos bewustzijn van cardioloog Pim van Lommel. “Deze hartchirurg was op een internationale conferentie waar hij over dit onderwerp vertelde. Toen hij klaar was, stond er een chirurg op. ‘Ik ben al dertig jaar hartchirurg’, zei hij, ‘en ik heb nog nooit een patiënt gehad die met dit soort verhalen kwam. Ik vind het de grootst mogelijke onzin.’ Waarop weer iemand anders opstond en zei: ‘Ik ben één van uw patiënten, ik heb een bijna-doodervaring gehad, en u bent de laatste aan wie ik het zou vertellen’.”

Het gaat bij nieuwe spiritualiteit niet om losse gedachten of zomaar een interesse, nee, het gaat over wie je werkelijk bent

Walter Meijles

Voor Meijles vertelt het incident iets over hoe de kerk zich vandaag verhoudt tot leden die ook wel ‘nieuw-spiritueel’ worden genoemd. “Het is precair en persoonlijk, je past ervoor op je hierover zomaar uit te spreken. Ik praat hier met jou nu over voor dit artikel, maar veel collega’s zouden dit al niet doen. ‘Dank je de koekoek’, zouden ze zeggen, ‘daar komen problemen van’.”

De term ‘uit de kast komen’ valt. “Ja”, zegt Meijles, “dat is best een adequate omschrijving. Het gaat bij nieuwe spiritualiteit niet om losse gedachten of zomaar een interesse, nee, het gaat over wie je werkelijk bent. Zoals homoseksualiteit niet iets is wat je erbij doet, maar een kern van je zijn bepaalt, zo bepaalt nieuwe spiritualiteit voor mij, als puntje bij paaltje komt, wie ik ben.”

Niks nieuws

Nieuwe spiritualiteit in de kerk is op zich niks nieuws. In de jaren negentig van de vorige eeuw was er bijvoorbeeld de stichting Blauwe Iris, waarbij mensen als Aleid Schilder en Hans Stolp waren aangesloten. Blauwe Iris wilde mensen die zich bezighielden met new age, uit de volle breedte van de kerk, met elkaar verbinden. Hun blad sneeuwde door de komst van het zich glossy en professioneel profilerende Happinez echter onder. Dat vonden ze niet erg, integendeel dachten ze: wat underground was is nu mainstream geworden, mission completed. En ze hieven zichzelf op.

Tot spijt van Meijles, want toen vervolgens ook het landelijke steunpunt voor paranormale zaken vanuit de PKN werd weggesaneerd, was er binnen de kerk organisatorisch helemaal niks meer. Na ampel beraad richtte hij vervolgens zelf een platform op, dat overigens nog steeds “een beetje een geheim genootschap is”. Helder, zoals het platform heet, bestaat inmiddels vijf jaar, telt zo af en aan tegen de vijftien actieve leden, allen professioneel werkzaam binnen de PKN. Ze ontmoeten elkaar vier keer per seizoen voor intervisie en gesprek. Aangesloten zijn theologen en predikanten die naast hun kerkelijk werk bijvoorbeeld een healingpraktijk hebben, een opleiding tot sjamaan volgden of zich bezighouden met (natuur)rituelen.

 Walter Meijles
Walter Meijles: "Christelijke nieuw-spirituelen oriënteren zich aan meerdere bronnen."

Zo breed is ook het spectrum waarover Meijles het heeft. Christelijke nieuw-spirituelen, zegt hij, committeren zich niet aan een kerk of de christelijke traditie; ze oriënteren zich aan meerdere bronnen. De een is gefascineerd door biodynamische voeding, de ander houdt zich bezig met yoga, een derde zit tot over zijn oren in de esoterische literatuur, een volgende doet cursussen reiki, reading en mediamieke vaardigheden, een laatste gaat mantra zingen. Maar allemaal staan ze op een of andere manier ook met één been in het christendom.  

Althans, dat behoeft enige nuancering. Want volgens Meijles heeft de passieve of zelfs afwerende houding van de kerk al menig nieuw-spritueel het instituut uitgejaagd. “Zoekende mensen, die herstel hebben gevonden bij homeopathische middelen, die yoga en meditatie zijn gaan doen of op andere manieren met nieuwe spiritualiteit bezig zijn gegaan, voelden zich afdrijven van wat ze zondagochtend in de kerk meemaakten. Ze zijn bij bosjes vertrokken – en vertrekken nog steeds – en gaan door op hun eigen spirituele spoor. Er zijn geen harde cijfers van, maar collega’s binnen de kerk herkennen dit beeld.”

Belijdenis

Dat het ook anders kan, weet Meijles uit zijn eigen praktijk. In zijn vorige gemeente in Deventer-Colmschate dwarrelde op een dag een jongeman binnen die weliswaar een lijntje met de kerk had gehouden, maar veel betekende het niet meer voor hem. Hij was erg geïnspireerd geraakt door het boek Een ongewoon gesprek met God van de Amerikaanse schrijver Neale Donald Walsch. Maar, dacht hij, dit is een andere wereld dan die van de kerk; het hoort hier niet thuis. ‘Oh’, zei Meijles, ‘waarom niet?’ Ze raakten aan de praat. Hij kende het boek, wat de jongeman heel verrassend vond. ‘Dus je keurt het niet af?’ vroeg hij na verloop van tijd aan de predikant. ‘Nee’, antwoordde deze, ‘ik keur het niet af, integendeel.’ Uiteindelijk leidde het tot een gespreksgroep binnen de kerk over het boek. “Hij vond het zo mooi dat hij zei: en nu ben ik zover dat ik belijdenis wil doen.”

Zoekende mensen, die herstel hebben gevonden bij homeopathische middelen, die yoga en meditatie zijn gaan doen of op andere manieren met nieuwe spiritualiteit bezig zijn gegaan, voelden zich afdrijven van wat ze zondagochtend in de kerk meemaakten

Walter Meijles

Bij die gespreksgroep is het voor Meijles overigens niet gebleven. In zijn huidige gemeente biedt hij een rijk palet aan vormingsactiviteiten aan, waar onder meer onderwerpen als meditatie, bijna-doodervaringen, channeling en ‘de esoterische traditie in de westerse cultuur’ op het programma staan.

Pastoraal gezien is dé uitdaging voor predikanten dat ze het gesprek met nieuw-spirituelen aangaan, denkt Meijles. “Stel dat er iemand bij je komt met het verhaal dat hij met een overleden opa heeft gepraat. ‘Hij was het echt’, zegt zo iemand, ‘hij keek me aan, we hebben woorden gewisseld, en toen was hij weer weg.’ En dan zeg jij als pastor: ‘Weet je wat het is: jij stelt je voor dat jij hem hebt gezien, maar je hebt waarschijnlijk een soort hallucinatie gehad.’ Met deze invalshoek schep je afstand. Zo’n persoon weet het zeker: ik heb mijn opa werkelijk gezien. Ik zou zeggen: ja, het lijkt me een reële mogelijkheid dat je met een verschijning van je opa hebt gezeten.”

Wensenlijstje

Hoe dan ook denkt Meijles dat kennis van en verdieping in nieuwe spiritualiteit binnen de protestantse kerk hoog op de agenda moet. Hij wijst op statistieken uit het tienjaarlijkse onderzoek God in Nederland (2015), waaruit blijkt dat 24 procent van de Nederlandse bevolking elementen uit verschillende religies combineert. In totaal gaat dat om 3,1 miljoen mensen, onder wie zowel spiritueel zoekenden als vaste kerkgangers die uit meerdere vaatjes tappen. NRC onderzocht in 2015 hoeveel Nederlanders weleens mediteren: tussen de 16 en de 21 procent, zo blijkt. Rond de 10 procent mediteert regelmatig.

Het is niet zo dat de nieuw-spirituelen volslagen genegeerd worden, nuanceert Meijles. “In zekere zin is er wel erkenning van deze groep, bijvoorbeeld via de pioniersplekken die de Protestantse Kerk heeft aangewezen. Sommige daarvan zijn evangelicaal ingekleurd, andere zijn gericht op nieuwe spiritualiteit. Maar het mag wel een stapje verder, in die zin dat erkend wordt dat deze mensen overal zitten. Wat mij betreft zou daarom iedere lokale kerk ten minste een contactgroep moeten hebben.”

Je zou onmogelijk een duidelijk gearticuleerde identiteit kunnen creëren waarin iedereen zich zou herkennen

Walter Meijles

En hij heeft nog wel meer op zijn wensenlijstje: een landelijke helpdesk, een kenniscentrum, studiedagen, academisch onderzoek en publicaties, een netwerk van gespreks- en contactgroepen door het hele land die gemonitord en gevoed worden, een website, een Facebookgroep.

En een door het landelijk bestuur erkende modaliteit, naast de Gereformeerde Bond, de evangelischen, confessionelen, midden-orthodoxen en vrijzinnigen? “Ja, natuurlijk, dat zou prachtig zijn. Al ligt dan wel het gevaar op de loer dat het snel te ‘kerkelijk’ wordt, in die zin dat nieuw-spirituelen zich niet makkelijk ergens op laten vastpinnen. Je zou onmogelijk een duidelijk gearticuleerde identiteit kunnen creëren waarin iedereen zich zou herkennen, zoals dat bij gereformeerdebonders bijvoorbeeld wel het geval is. Bovendien: ik zou het sterker vinden als zoiets van onderaf ontstaat. En ja hoor, ik denk dat er meer dan genoeg mensen zijn om zo’n modaliteit te verantwoorden. De velden zijn rijp om te oogsten: overal dwarrelt het rond, krijg ik terug van collega’s die ik binnen de kerk spreek. Of het een groeiende groep is, kunnen we lastig achterhalen. Buiten het kerkelijk leven om zie je de commerciële markt van nieuwe spiritualiteit wel stevig groeien, maar daarmee hebben we als kerk nagenoeg geen georganiseerd contact.”

Ongelukkig en eenzaam

Wat is eigenlijk precies het voordeel van zo’n beweging op gang brengen? Allereerst, zegt Meijles, dat mensen die zich binnen de kerk ongelukkig en eenzaam voelen nu merken: hé, ik ben niet alleen. Daarnaast denkt hij een zoutend zout te zijn, “omdat we van binnenuit het geloof weer vitaliseren op een niet-orthodoxe manier.” Wat hij daarmee bedoelt? “In charismatische kringen wordt veel gewerkt met handenoplegging en gebedsgenezing bijvoorbeeld, maar dat speelt allemaal vanuit het dichtgetimmerde kader dat het moet terugvoeren op de Bijbel. Ik zou willen pleiten voor een breder raamwerk, waarbinnen wordt erkend dat de waarheid en werkelijkheid van het goddelijke veelvormiger en veelkleuriger zijn dan we durven denken.”

Wie evenwel nog twijfelt aan nut en noodzaak van het ruimte bieden voor nieuwe spiritualiteit, kan met een oud kerkelijk document wellicht over de streep getrokken worden, zegt Meijles. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (uit 1561!) stelt in artikel 2 dat wij God leren kennen door de schepping, waarin alle schepsels groot en klein Zijn handschrift vormen. “Dat van die schepsels mag je van mij vrij breed nemen. Deze werkelijkheid is geschapen door God, en in wat zich daarin manifesteert kunnen we op allerlei manieren de hand van God terugvinden. In een bloeiende fruitboom niet minder dan bij de energetisch therapeut.”

U leest een artikel uit het rijke archief van religiejournalistiek van Volzin. Dit artikel verscheen in mei 2019 in Volzin Magazine.