Een belangrijke tegenstelling in de geschiedenis van de Nederlandse politieke partijen is die tussen de confessionele partijen en de niet-confessionele partijen. In het vorige artikel keek ik naar de rol van religie in de verkiezingsprogramma’s van de confessionele partijen, de partijen die geïnspireerd zijn door een religie. Dat zijn CDA, ChristenUnie, SGP en nieuwkomer NIDA. Vandaag kijk ik naar religie in de verkiezingsprogramma’s van de overige partijen: de niet-confessionele partijen, die ik voor het gemak seculiere partijen noem. Ik heb daarbij gekeken naar de programma’s van de eerste 15 partijen op de Kieslijst.

Het religieuze DNA van seculiere partijen

Partijen die zich niet formeel door een religie laten inspireren, hebben toch nog vaak religie in hun DNA. Veel seculiere partijen hebben van oudsher gelovige volksvertegenwoordigers, leden en stemmers. Ook het merendeel van de lijsttrekkers van de seculiere partijen komt uit een religieus nest en enkelen van hen, zoals Mark Rutte en Sigrid Kaag, zijn nog steeds gelovig.

PvdA

Daarnaast zijn enkele seculiere partijen deels voortgekomen uit confessionele partijen. Zo is de PvdA ontstaan uit een fusie van de sociaaldemocratische SDAP, de links-liberale Vrijzinnig Democratische Bond en de protestant-christelijke Christelijk Democratische Unie. De PvdA was een ‘doorbraakpartij’ die de grenzen van de verzuiling wilde doorbreken en zich nadrukkelijk ook openstelde voor christenen. Eén van de oprichters van de PvdA was Willem Banning, alias 'de rode dominee'.

GroenLinks

Ook GroenLinks is ontstaan uit een fusie: de pacifistische PSP, de communistische CPN, de katholieke PPR en de protestantse EVP vormden in 1990 GroenLinks. Uit deze laatste partij, de EVP, ontstond De Linker Wang, een werkgroep die zich nog steeds hard maakt voor het progressief-christelijke geluid binnen GroenLinks. De partij had ook de primeur met de eerste islamitische lijsttrekker in Nederland: Mohammed Rabbae was in 1994 samen met Ina Brouwer duo-lijsttrekker van GroenLinks.

VVD

Een ander voorbeeld is de VVD. Deze liberale partij werd mede opgericht door christelijke liberalen en nam het christendom als belangrijkste bron van de Nederlandse beschaving op in de eerste beginselverklaring van de partij. Deze verwijzing verdween uit latere beginselverklaringen, maar keerde opeens terug in 2008 toen de VVD in de vernieuwde beginselverklaring schreef dat de Nederlandse samenleving haar oorsprong vindt in de joods-christelijke traditie, het humanisme en de Verlichting. Deze verwijzing naar een ‘joods-christelijke traditie’ kan zeer waarschijnlijk niet los worden gezien van het debat dat in die jaren was losgebarsten over de positie van de islam in de Nederlandse samenleving. Auteur van deze laatste beginselverklaring van de VVD is overigens de huidige leider van de partij, Mark Rutte, nog steeds kerkganger en kleinkind van een ouderling.

In de verkiezingsprogramma’s van de meeste seculiere partijen speelt religie amper een rol. Er zijn een paar thema’s die eruit springen.

Artikel 23, de vrijheid van onderwijs

De ‘schoolstrijd’ en het uit 1917 stammende artikel 23 van de grondwet– de vrijheid van onderwijs – spelen een belangrijke rol in de Nederlandse politieke geschiedenis. De ‘Pacificatie van 1917’ was een politiek compromis waarmee een einde kwam aan een lange strijd: er werd besloten dat het openbaar en bijzonder onderwijs financieel gelijkgesteld werden. Tegelijkertijd kregen mannen (ouder dan 23 jaar) het algemeen kiesrecht. Twee jaar later volgde het vrouwenkiesrecht.

Ruim honderd jaar later staat artikel 23 opnieuw ter discussie: diverse seculiere partijen (VVD, D66, GroenLinks, SP, PvdA, PvdD en BIJ1) willen artikel 23 wijzigen, omdat het volgens deze partijen niet meer van deze tijd is dat de vrijheid van onderwijs aan scholen de ruimte biedt om leerlingen of docenten te weigeren vanwege hun geloof of seksuele geaardheid.

Niet alleen enkele confessionele partijen (CDA, ChristenUnie, SGP en NIDA) zijn voor het behoud van artikel 23, maar ook drie seculiere partijen: PVV, FvD en DENK. Deze laatste drie partijen maken hierbij ook expliciet een opmerking over islamitische scholen. De PVV wil – ondanks haar steun voor artikel 23 - islamitisch onderwijs verbieden, FvD wil misstanden bij islamitisch onderwijs aanpakken en DENK wil juist dat de hetze tegen islamitische scholen stopt.

Positie van de islam in Nederland

En daarmee zijn we dan meteen bij het thema dat het meest in verkiezingsprogramma’s aan de orde komt als het over de positie van religie in onze samenleving gaat: dat is de islam en de vrijheid van Nederlandse moslims om hun geloof te beleven.

PVV

Aan het ene uiterste heb je partijen die de islam impliciet of expliciet als een bedreiging van de Nederlandse samenleving beschouwen. Voorop in die stoet loopt de PVV, de partij waarbij de angst voor de islam en moslims sinds de oprichting in 2006 de kern van het electorale verdienmodel vormt. Voor de PVV is de islam een monolithisch blok, geen godsdienst, maar een totalitaire ideologie. De grondwettelijke vrijheid van godsdienst geldt volgens de partij van Wilders dan ook niet voor de islam. Wat betreft de PVV moet er een verbod komen op het “verspreiden van de islamitische ideologie” (en dus een verbod van islamitische scholen, moskeeën en koran), komt er een verbod op het dragen van hoofddoekjes in overheidsgebouwen inclusief de Staten- Generaal en een einde aan ritueel slachten.

Forum voor Democratie

Volgens Forum voor Democratie (FvD) zijn door de komst van “grote groepen (overwegend islamitische) immigranten een aantal verworvenheden en kernwaarden van onze samenleving onder grote druk komen te staan”.  Er zou daarom een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (WBNW) nodig zijn die bepaalt dat alle instanties (scholen, religieuze instellingen, etc.) “vijf fundamentele waarden dienen te onderschrijven”. Deze vijf waarden zijn dat de Nederlandse wet altijd voorgaat wanneer er sprake is van een conflict met religieuze leefregels; dat iedereen het recht heeft te geloven wat hij of zij wil en dus ook het recht heeft om van zijn of haar geloof af te vallen.; dat iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken; dat alle mensen fundamenteel gelijkwaardig zijn, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid en dat partnerkeuze vrij is en uithuwelijking en kindhuwelijken onaanvaardbaar zijn. Dit zijn overigens allemaal punten die al lang (grond)wettelijk geregeld zijn.

JA21

JA 21, de afsplitsing van FvD, schrijft in haar programma dat “met name de islam en de radicale aanhangers daarvan zich slecht verhouden tot onze vrije, westerse waarden en normen.” Dit uit zich volgens JA21 “in onwenselijke invloeden in onze samenleving, variërend van de weigering te integreren tot bloedige terreur.” JA21 onderstreept het recht van ieder om in Nederland zijn of haar geloof te belijden, maar “waar de islamitische leer botst met onze wetten, waarden en normen, zullen die laatste altijd prevaleren”. JA21 wil de buitenlandse financiering van moskeeën en islamscholen verbieden en “islamitische uitingen mogen het straatbeeld in onze steden niet domineren”. JA21 wil daarom een beperking op aantallen en hoogtes van minaretten en een verbod op versterkte gebedsoproepen.

VVD

De liberalen van de VVD sluiten zich hierbij aan: zij willen dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om gebedsoproepen te beperken of te verbieden “als deze ongewenste effecten hebben voor de openbare orde, polarisatie versterken of integratie tegengaan.”

De VVD, FvD en JA21 willen de wet gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding (het boerkaverbod) verder uitbreiden naar meer plekken in de openbare ruimte. Drie andere seculiere partijen zijn het daar nadrukkelijk niet mee eens: GroenLinks, DENK en BIJ1 schrijven in hun programma juist dat deze wet moet worden afgeschaft. En BIJ1 wil daarnaast dat Nederland zich op Europees niveau hard gaat maken voor wetgeving die ervoor zorgt dat werkgevers in Nederland niet mogen weigeren iemand in dienst te nemen met een hoofddoek, kippah (keppeltje) of andere religieuze attributen.

Linkse en progressieve partijen

In het programma van D66 wordt niet expliciet geschreven over het boerkaverbod, maar is wel te lezen dat de overheid niet hoort “te bepalen wat iemand om religieuze redenen draagt, ook niet in publieke ruimtes.” 

De linkse of progressieve seculiere partijen besteden verder weinig woorden aan religie. D66, GroenLinks, PvdA, DENK en BIJ1 schrijven, net als NIDA, over het tegengaan van moslimhaat en dezelfde partijen besteden ook samen met de VVD, CDA, ChristenUnie en SGP aandacht aan het bestrijden van antisemitisme.

DENK

DENK besteedt van de seculiere partijen de meeste aandacht aan religie en doet dat ook wat nadrukkelijker dan vier jaar geleden. DENK en BIJ1 pleiten allebei voor de mogelijkheid van betaalbare eeuwige grafrust en willen ook beiden meer flexibiliteit om vrije dagen op basis van religieuze overtuiging op te kunnen nemen.

Net als NIDA spreekt DENK niet expliciet over een verbod op Godslastering, maar schrijft de partij dat er maatregelen moeten worden genomen “om te bevorderen dat het zaaien van haat tegen, het nodeloos grieven en het aanzetten tot discriminatie van geloven daadkrachtiger bestreden kan worden, bijvoorbeeld middels het beter handhaven van relevante strafrechtartikelen.”

Opvallend afwezig in het programma van DENK zijn medisch-ethische kwesties, zoals abortus en euthanasie, waarop DENK in de Tweede Kamer vaak met de conservatieve partijen meestemt.

DENK schrijft (net als de ChristenUnie en NIDA) expliciet dat ze het recht op ritueel slachten wil handhaven. De PVV en de Partij voor de Dieren schrijven juist expliciet alle vormen van onverdoofd slachten te willen verbieden. Andere seculiere partijen schrijven niets over dit onderwerp.

Geen meerderheid

De vraag is of er de komende vier jaren veel zal veranderen. Voor een deel van de hierboven genoemde voorstellen is geen meerderheid in de Tweede Kamer. De veranderingen waarvoor mogelijk wel een meerderheid bestaat, zoals wijziging van artikel 23, zullen waarschijnlijk sneuvelen tijdens de formatie. De kans is namelijk groot dat er na de verkiezingen weer een coalitie ontstaat van confessionele partijen (CDA en/of ChristenUnie) met seculiere partijen en dat beslissingen over gevoelige onderwerpen zullen worden uitgesteld. 

Lees ook